|
Nieuw Weerdinge:

|
|
|
|
|
|
|
Hoe het allemaal begon:

|
|
|
Kijk op de trambrug over het 1e Kruisdiep. Het grote pand rechts is café de Harmonie
van de familie Oosterhof.
De Nederlands Hervormde kerk uit 1911 met pastoriewoning uit 1912 aan het 1e Kruisdiep.
|
Omstreeks 1850 vormde Zuidoost Drenthe het enige aaneengesloten hoogveengebied in het noorden
van Nederland, waar nog niet op grote schaal turf werd gewonnen. Vanaf de 17e eeuw was men
in het noorden van Drenthe reeds met ontginning begonnen. Men was rond Nieuw Weerdinge nog
niet begonnen, omdat de andere gebieden ruimschoots in de behoefte aan turf konden voldoen en
deze hoek nogal afgelegen lag. Het lag zo geïsoleerd ten opzichte van de grote afzetmarkten en
van de bestaande natuurlijke en gegraven waterwegen, dat ontsluiting van het gebied voor 1850
te grote investeringen vergde. Dat veranderde in de tweede helft van de negentiende eeuw: toen
werd Nieuw Weerdinge de grootste turfleverancier van ons land.
Kort na 1850 leefden er nog maar een paar duizend mensen. Dit uitgestrekte veengebied
vormde een onderdeel van het Bourtanger Moor, dat met een oppervlakte van bijna 50.000
hectare tot één van de grootste veencomplexen van Noord West Europa behoorde. In het oosten
werd het Zuidoost Drentsche veencomplex van Westerwolde afgesneden door het beekdallandschap
van de Ruiten AA, terwijl het Schoonebeekerdiep de zuidgrens met Bentheim vormde.
De uitgestrekte gebieden behoorden tot de gemeenschappelijke gronden van de boeren en
deze hebben zeker niet eeuwenlang onaangeroerd, woest en ledig
gelegen, zoals de algemene opvatting wil. Het werd benut als weidegrond voor het vee, voor
de eigen brandstofvoorziening en bovenal voor de verbouw van boekweit, die in de loop van de
achttiende eeuw en vooral in de negentiende eeuw enorme vormen aannam. De boeren van
Weerdinge, Valthe en Roswinkel en de monniken van het klooster in Ter Apel waren al op
verschillende manieren werkzaam in dit gebied.
|
|
|
Woest en ledig:

|
|
|
|
De volgende notities bewijzen het tegendeel van woest en ledig:
- Roswinkel wordt voor het eerst in 1327 vermeld. De acte, een vertaling uit 1471,
betreft een rechtelijke uitspraak over een geschil tussen het Klooster van Schildwolde
en de buurtschap Weerdinge. Het Klooster, dat een voorwerk in Ter Apel bezat, kreeg in
de uitspraak het gebruiksrecht op een stuk veen toegekend tegen een jaarlijkse
vergoeding. Dit gebied lag ten westen van het latere Ter Apel en ten noorden van
Roswinkel en werd de Weerdingermarke genoemd.
- Tussen 1762 en 1810 werd veel hout verkocht uit het Weerdinger Woud, een domeingoed,
dat vroeger had toebehoord aan het Klooster Ter Apel.
- De groenlanden langs de Mussel A waren eeuwenlang de belangrijkste gronden in dit
veengebied voor de Valther boeren en voor de Onstwedder boeren aan de Groningse kant.
Over het bezit van de gronden langs de grens van beide provincies is dan ook altijd
getwist. De later ingestelde Semslinie maakte daar een eind aan.
- In de 17e eeuw waren de Roswinkeler keuters reeds actief in de Weerdinger Marke.
Omstreeks 1750 werd voorheen ook veengrond gehuurd in de Emmer Marke. Het vervoer van de
geoogste boekweit leidde in 1768 tot een conflict met de vooraanstaande dorpsgenoot
Roelof Boelken. Bij nat weer waren de Weerdinger - en de Valtherdijk vrijwel
onbegaanbaar voor wagens en was men gedwongen om de kortste weg te nemen over twee
hooilandjes ten zuiden van het dorp, die eigendom waren van Boelken. De keuters legden
geïmproviseerde dammen van palen en plaggen over de slootjes. Boelken was echter van
mening, dat door het transport zijn hooiland werd beschadigd. Hij trachtte het vervoer
over zijn land te verhinderen door de dammen onklaar te maken. Dit werd echter onder
bedreiging door de keuters voorkomen. Uit protest diende Boelken op de Goorspraak in
Sleen een klacht in, eiste schadevergoeding en een verbod op het mennen over zijn land.
Uit het proces tegen de zes keuters komt duidelijk naar voren, dat de veen boekweit
cultuur een belangrijke rol speelde in hun bestaan. Het werd de keuter uiteindelijk dan
ook toegestaan om bij nat weer, wanneer het veen ten westen van de Gluipe en het hoge
veen onbegaanbaar was, de weg over de hooilandjes van Boelken te nemen.
- Een brief uit 1851 over twee boeren, die een kwestie hebben met marktgenoten van de
Weerdinger Marke.
"Assen, 2 september 1851
Ik neem de vrijheid U Ed.Achtbare mede te delen, dat de betrekking tusschen Folkers
en Gortemaker en de markegenoten van Weerdingemarke ook na ontvangst van uwen brief van den
30 Aug. jl no.232 niet regt duidelijk is. Indien ik die brief goed begrijp dan hebben
Folkers en Gortemaker van het laten loslopen van de stieren op de markt van Weerdinge het
regt verkregen om op dieselfde markte twee koeijen te laten grazen. Maar welk voordeel is nu
aan zijde van de marktgenoten? Is het misschien de gelegenheid continu vee te kunnen laten
dekken? De vraag of Folkerts en Gortemaker kunnen worden vervolgd, hangt af van de vraag, of
zij houders zijn. Zij kunnen naar mijne beschouwing alsnog geacht worden houders te zijn,
wanneer hunne stieren steeds, zoowel bij dag als des nachts op de Weerdinger marke gevonden
worden, en zij zich tevens het gebruik der stieren, ongeacht het gebruik, dat anderen
daarvan maken ook voor hun vee hebben voorbehouden. Zij kunnen dit echter niet meer, wanneer
die stieren soms worden gestald en een ander dan Folkers en Gortemaker met die stalling is
belast. Het kan zijn, dat ik in mijne opvattingen dwaal. Ik ben in ieder geval, uwe nadere
inlichtingen ten spoedigste verwachtende, teneinde de dagvaardingen, zo de vervolging moet
plaats hebben, terstond daarna te kunnen bewerkstelligen.
De ambtenaar van het O.M bij het Kantongeregt te Assen
J.Cohen"
|
|
|
Ontsluiting van de venen:

|
|
|
|
De Hoogeveense Vaart en het Oranjekanaal ontsloten vanaf 1860 de venen van de Marke van Noord
en Zuidbarge. De overige veengebieden in de gemeenten kwamen later aan snee.
Oorspronkelijk was het de bedoeling, dat ook de venen van de Marke van Weerdinge een
verbinding zouden krijgen met het Oranjekanaal. Al in 1863 maakten de Gedeputeerde Staten
hier melding van in hun jaarverslag. Mr.C.Hidding te Arnhem, die naast marke genoot van
Noord en Zuidbarge ook deelnam in de Marke van Weerdinge, had hierover al overeenstemming
bereikt met de marke genoten van Weerdinge en Roswinkel.
Hij diende bij de provincie een verzoek om subsidie in, welke werd gehonoreerd onder zeer
speciale voorwaarden. Hij zou in ieder geval vijfentwintig duizend gulden ontvangen. En als
hij de Weerdinger Veenen zou weten te verbinden met het Oranjekanaal zou hij honderdduizend
gulden aan steun ontvangen. De provincie wilde hiermee een dam opwerpen om te voorkomen, dat
er een verbinding zou worden gemaakt met het Groninger kanalenstelsel. Men zou dan immers
gedwongen worden om alle turf via de Stad Groningen af te voeren. Alle betrokkenen
ontraadden ten sterkste deze voorwaarden te aanvaarden, omdat de liberale overheid hier
nooit mee in zou stemmen. De betrokkenen wilden bovendien niet van Groningen afhankelijk
zijn. Onder deze druk liet de provincie de voorwaarde vallen en in 1866 diende de minister
een wetsvoorstel in om de ton subsidie toe te kennen. De Tweede Kamer stemde met het
voorstel in, maar de Eerste Kamer wees het af.
In de decennia die daarop volgden werd het plan van tijd tot tijd van stal gehaald. Dit
heeft echter nooit geleid tot het uitvoeren van de plannen.
De Drentsche Veen - en Middenkanaal Maatschappij zag tenslotte in 1904 definitief af van
de plannen voor het project. Ook andere geïnteresseerden zouden de plannen nooit
realiseren. Inmiddels was wel vanuit een andere richting de ontsluiting van het
noordoostelijk deel van de gemeente gerealiseerd. Het uitblijven van een kanaalverbinding
met het Oranjekanaal noodzaakte de marke genoten van Weerdinge zaken te gaan doen met de
Stad Groningen. In 1872 sloten de beide partijen een overeenkomst, waarbij Groningen zich
verplichtte tot de aanleg van een mond (een kanaalverbinding) vanuit het Stadskanaal tot
tien meter in de Weerdinger Veenen. De eigenaren kregen het recht van doorvaart tegen
betaling van "inlaat - en doorvaartgeld" aan de stad Groningen. Na de aanleg van
deze mond kon het Weerdingerveen door middel van kanalen en wijken open gelegd worden. De
Weerdingermond werd als Hoofdkanaal A (Weerdingerkanaal) doorgetrokken in de venen. De
hoofdwijken werden haaks op dit kanaal gegraven.
|
|
|
Briefwisselingen:

|
|
|
De 100 jarige Wicher Smidt.
Geboren 1875, overleden in 1975.
Trouwde in 1900 met Jantje de Vries.
Zij kregen 14 kinderen waarvan 6 zonen.
Allen werden schippers.
Ze vervoerden aardappelen, stro en turf.
Hoe toepasselijk de naam van hun boot
"De zes gebroeders"
|
In het archief van de gemeente Emmen zijn enkele brieven gevonden. Ook zijn er krantenartikelen
die over deze kwestie gaan.
Hierin staat vermeld, dat er in de Provinciale Staten weer eens is gesproken ver de
toekenning van de financiële steun van honderdduizend gulden aan Hidding. In de betreffende
brief worden nog twee voorwaarden gesteld: Deze voorwaarden geven aan, dat niet zal worden
uitbetaald dan nadat het werk zal zijn uitgevoerd en dat de toekenning van de subsidie zou
vervallen, indien het werk niet binnen vijf jaar zou zijn uitgevoerd.
De heer Hidding is inmiddels overleden. De weduwe Hidding en de erven dienen een verzoek
in tot verlenging van de vierde voorwaarde van de brief van 1869. Het verzoek wordt
gehonoreerd en men krijgt vijf jaren uitstel.
Opnieuw wordt verlenging gevraagd. De adressen van de "Volmagten der Weerdinger
Marke" en de directeur van Drentsche Veen - en Middenkanaal Maatschappij worden aan de
brief toegevoegd om het verzoek te ondersteunen. De termijn wordt nu met twee jaren verlengd.
In deze brief worden de twee jaren omgezet in nogmaals vijf jaren. Over het recht van
uitmonding van de kanalen op het Stadskanaal moest onderhandeld worden met de stad
Groningen. Ook over de hoogte van de verschillende heffingen die aan de turfschepen moesten
worden opgelegd vond overleg plaats. Het recht inlaat en uitmonding werd uitgevoerd door een
zogenaamde boomsluiter (tol) die de gelden afdroeg aan de stad. De eerste overeenkomst
tussen de grondeigenaren en de stad werd op 20 februari 1875 gesloten.
"Naar men van goede zijde verneemt, is door den Raad der Gemeente Groningen de
bezoldiging van de boomgaarder A.Velema alhier van fl 100,00 op fl 150,00 gebracht"
- Krant van 1 augustus 1907:
"Naar we van betrouwbare zijde vernemen zal de tolboom van de Gemeente
Groningen, welke thans in de Weerdingermond ligt nabij de grens van Groningen en Drenthe,
worden verlegd in de onmiddellijke omgeving van Ter Apel. De verleden jaar afgebrande
boomsluiters woning zal dus op die plaats niet worden herbouwd"
Over de inning van de rechten bij het passeren van de tolboom bestond in 1882 nog een
misverstand, getuige onderstaande brief van de burgemeester van Groningen aan de
burgemeester van Emmen:
"Groningen den 5 augustus 1882
Berigt op het schrijven van 31 juli 1882 no.247 nopens bewijs inlading turf.
Den heer Burgemeester van Emmen
Ten antwoord op uw hiernevens vermeld schrijven heb ik de eer op te merken dat de heer
P.F.Coerten het regt niet heeft om den boomsluiter te Weerdingermond te verbieden schepen
met turf beladen door te laten omdat de turf niet betaald is.
De boomsluiter moet alle schepen die uit de Weerdingervenen komen tegen betaling van het
inlaatgeld doorlaten. Hij behoeft ook geen bewijs van den schipper, nopens den eigenaar of
afleveraar van de turf. Alleen de turf uit de Weerdinger venen kan daar komen en het is voor
de heffing onverschillig wien de lading toebehoort daar deze altijd van één der marke
genoten afkomstig is. Alleen moet de boomsluiter, na betaling een bewijs daarvan afgeven aan
den schipper. De door u bedoelde had dus, voor zooveel het den boomsluiter aangaat, een
geheel normaal verloop en schipper P.de Vries hoefde geen bewijs hoegenaamd te overleggen.
Evenwel heeft hij dit, - met welk doel begrijp ik niet - gedaan en dat kwijtstuk, door
mij van den boomsluiter opgevraagd, heb ik de eer op uw verzoek u hierbij toe te zenden.
Ofschoon ik niet inzie dat het u tot iets van nut kan zijn, al houdt het ook een onwaarheid
in, daar het een geheel overbodig stuk is, heb ik gemeend het u niet te mogen onthouden,
maar moet beleefd verzoeken, het na gemaakt gebruik, terug te ontvangen,
De burgemeester van Groningen"
Gerechtelijk heeft de ontsluiting van de Weerdinger marke nogal wat voeten in aarde
gehad, getuige een brief van het parket van officier van Justitie in het Arrondissement
Assen, gedateerd 8 mei 1877.
"Parket van den officier van Justitie in het arrondissement Assen
Assen, de 8 mei 1877
Naar aanleiding van door mij ontvangen missiefe (dienstbrief, officieel schrijven) aan
Gedeputeerde Staten de Provincie Drenthe, heb ik de eer u het volgende te berichten.
Door de volmachten van der Veenmarke van Weerdinge, gelegen in de gemeente Emmen, werd in
1872 voormeld college en Ged.Staten een verzoekschrift ingediend om ingevolge het Koninklijk
Besluit van 17 februari 1819 concessie te bekomen tot vervening der veengronden die de
gemelde Marke uitmaken.
Dit verzoek, door Ged.Staten bij de Regering overgebracht zijnde, werd tot dusverre uit
hoofde van verschillende daartegen bezwaren niet ingewilligd, en de concessie werd dan ook
tot heden niet verleend. Intussen werd in Ged. Staten door den hoofdingenieur van den
Waterstaat in het 3e district kennis gegeven dat de westelijke tak van het Stadskanaal bij
de zoogenaamde Koningsraai, met een daaruit opgaande wijk was doorgetrokken in het
Weerdinger veen en dat aldaar reeds met de vervening was begonnen.
Ged.Staten wenschen nu, naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van de Minister
van Binnenlandse Zaken, dat tegen de personen, die last gegeven hebben met de vervening in
de Weerdinger marke een aanvang te maken, alsmede tegen hen, of althans één of meer van
hen, die dezen last uitvoerden, proces-verbaal wordt opgemaakt, ter zake van overtreding van
art. 1 van het Koninklijk Besluit van 17 februari 1819 staatsblad no 6.
Met het oog op bovenstaande heb ik de eer, uwe te verzoeken, te willen doen onderzoeken,
welke personen last gegeven hebben, met de vervening in de Weerdinger marke een aanvang te
maken en welke personen die last hebben uitgevoerd, voorts proces-verbaal te doen opmaken
van hetgeen reeds te dien opzichte is geschied en de overdracht ten aanzien van de tegen hen
opgemaakte religen te horen of te doen horen.
Het schijnt wel niet de bedoeling te zijn dat alle bij het verboden werk gebezigde
arbeiders vervolgd worden, en verzoek ik u Edelachtbare daarom slechts te willen
verbaliseren tegen de opzichters, die bij het werk gebezigd zijn of nog gebezigd worden.
Tegen personen, die den last verstrekt hebben van met voormelde vervening een aanvang te
maken moet natuurlijk ook verbaliseert worden.
De Officier van Justitie."
"Naar wij uit vertrouwbare bron vernemen werd in 1873 het kanaal in 't voorste
gedeelte van dezen mond gegraven. Onze plaats heeft hierdoor reden haar 25- jarig bestaan te
herdenken."
Noot: De Historische Vereniging Nieuw Weerdinge weet dat men wel in 1872 is begonnen,
wat ook schriftelijk werd vastgelegd, maar dat in de belevingswereld van de inwoners in 1873
een veel groter stuk van Nieuw Weerdinge is ontstaan, zodat gevoegelijk wordt aangenomen,
dat men in 1873 is begonnen.
|
|
|
|
Wonen en werken:

|
|
|
|
Bij de ontwikkeling van de bevolking in Nieuw Weerdinge waren de eerste marke bezitters en
veen eigenaren van groot belang. Voor zover ze zich zelf in de veenkoloniën vestigden namen
ze hun eigen werkvolk mee. Als ze zelf niet hier naar toe kwamen, dan verhuurden ze de plaatsen
aan de zoons van hun meiers (pachters). Dit laatste verklaart de aanwezigheid van een kern van
Drenten van de zandgronden naast de vreemde bevolking (de seizoenarbeiders werden
"vreemden" genoemd). Bij de ontwikkeling van Nieuw Weerdinge speelden deze
"vreemden" een belangrijke rol. Er waren veel arbeiders nodig om het veen af te graven
en de turf te verschepen. Het veen in de oude wingebieden elders in het land raakte op en
arbeiders uit die streken kwamen hier nu werk zoeken. In het Friese Opsterland en het Drentse
Smilde liepen de verveningen omstreeks 1880 ten einde. Het verhuizen was voor de arbeiders en
hun gezinnen niet zo'n grote stap. Ook onder normale omstandigheden, wanneer in het veen nog
volop werk was, werd men vaak gedwongen om te verhuizen en naar elders te vertrekken. Men trok
met het veen mee.
Het graafseizoen duurde slecht tien tot twaalf weken. In de resterende tijd moesten de
arbeiders elders met los werk proberen hun loon te verdienen. Daardoor ontbrak veelal ook
een sterke band met het gebied waar men werkte. Veel van deze seizoenarbeiders kwamen uit de
buurgemeente Odoorn. Hier werd al op uitgebreide schaal verveend. Velen zagen echter meer
toekomst in het werken in het gebied rond Nieuw Weerdinge. Onder de seizoenarbeiders uit
Odoorn en het verderop gelegen Gasselternijeveen bevonden zich al vele Friezen en Groningers.
Vooral na 1880 nam de bevolking van Nieuw Weerdinge snel toe, terwijl er in de buurt van
Emmer Compascuum en Emmer Erfscheidenveen nog maar een tiental veenketen stonden waar de
eerste pioniers zich in hadden gevestigd. Omtrent de aantallen arbeiders zijn gegevens
bewaard gebleven. In 1889 hadden 6 verveners 131 seizoenarbeiders of ook wel vreemden
genoemd aan het werk:
| vervener |
aantal arbeiders |
ze werkten in: |
| P.Nieman |
37 |
Weerdingermarke |
| P.Beugel |
33 |
Weerdingerveen |
| L.Bosma |
20 |
Weerdingermarke |
| D.Bakker |
14 |
idem |
| H.Joling |
17 |
idem |
| J.Bakker |
10 |
idem |
Vijftien van deze personen kwamen uit Drenthe, namelijk 6 uit Ruinen, 3 uit Hoogeveen, 3
uit Roden en 3 uit Odoorn. Uit Friesland kwamen 65 personen waarvan 31 uit Haulerwijk. Ook
De Wilp, een grensplaats tussen Groningen en Friesland, was met 15 personen goed
vertegenwoordigd. Verder waren er uit Makkinga en Marum elk 6 afkomstig. Uit de provincie
Groningen kwamen 40 personen hun boterham in Nieuw Weerdinge verdienen. Hiervan kwamen er 5
uit Onstwedde.
In 1890 kwamen 168 vreemden in het veengebied van Nieuw Weerdinge werken. Dezelfde
plaatsen waren nu weer vertegenwoordigd, waarbij opviel, dat De Wilp nu 25 en Ruinen 18
personen "leverde". Bovendien kwamen er nu ook arbeiders uit Zevenhuizen (12),
Zuidbroek (5) en uit het Duitse Ost Friesland kwamen 3 arbeiders hun geluk in Nieuw
Weerdinge beproeven. Er kwamen ook steeds meer veenboeren naar deze richting. Het complete
lijstje anno 1890 ziet er als volgt uit:
| naam |
aantal arbeiders |
veengebied |
| P.Nieman |
27 |
Weerdingermarke |
| Jan Holt |
8 |
Weerdingermarke |
| Jan Dijk |
4 |
Ter Apelkanaal |
| H.Joling Hzn. |
4 |
Emmen |
| H.Nijmanting |
13 |
Weerdingermarke |
| J.Joling Wzn. |
6 |
Weerdinge |
| A.Dams |
4 |
Gasselternijeveen |
| B.Beugel |
7 |
Weerdingermarke |
| Joh.Leutscher |
13 |
Weerdingermarke |
Salomon van Veen *08-11-1857 Siegerswoude (Frl) |
6 |
Weerdingermarke |
| H.Joling |
20 |
Weerdingermarke |
| A.Timmerman |
6 |
Ter Apel |
| H.Boscher |
8 |
Stadskanaal |
| Ph.Lindeman |
16 |
Weerdingermarke |
| D.Bakker |
8 |
Weerdingermarke |
| P.Beugel |
12 |
Weerdingermond |
| G.Bosman |
6 |
Weerdingermarke |
Bekende namen (en herkomst) van Nieuw Weerdingers die toen al in Nieuw Weerdinge aan het
werk waren zijn b.v.:
Uit Zevenhuizen kwam Jan Bosklopper
Uit Ost Friesland kwam Geert Smook
Uit Bakkeveen kwam Roelof Duursma
Uit Haulerwijk kwamen verschillende Dijkstra's, Pieter en Albert Riksen, Harm Blom, Klaas
Cornelis en Roelf Akker en Sietze en Bouke van der Velde
Uit De Wilp kwamen Jan Pompstra, Ybe en Jan Idema
Uit Odoorn kwamen J.Kuipers, Roelof Schuiling en Albert Beijering
en uit Makkinga kwamen Rinke en Wouter de Jong
Het aantal vreemden breidde zich uit tot 1892 waarna het aanzienlijk daalde. Er bleven
echter voldoende krachten over om er voor te zorgen, dat de vervening zich gunstig kon
voltrekken tot na de Eerste Wereldoorlog. De vervening ontwikkelde zich zo gunstig, dat vele
seizoenarbeiders besloten om zich hier te vestigen. De familienamen van met name de Friezen
tonen dit duidelijk aan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan namen als Idema, Duursma, Dijkstra,
Aardema, Veenstra, Hummel, Boonstra en Akker. Bekende familienamen uit Groningen, die nu nog
in Nieuw Weerdinge voorkomen zijn Schrik, Faber, Draaijer, Camies, enz.
Velen vestigden zich in het Noordveen, aan het Derde Kruisdiep en in het Siepelveen. Zo
rond de eeuwwisseling stonden aan de Pottendijk al vele veenhuisjes. Het Weerdingerkanaal
(A) was toen al gegraven tot aan het Noordveen, zo'n 200 meter door de bocht richting
Weerdinge. In het Roswinkelerveen, niet behorende bij Nieuw Weerdinge, woonden in 1889 al
zo'n 700 mensen op het hoogveen. Vermoedelijk komen vele Nieuw Weerdingers oorspronkelijk
uit dat gebied.
Opmerkelijk is, dat in 1889 vele inwoners van Nieuw Weerdinge in Duitsland werkten, waar
de lonen vijf keer hoger waren als in Nederland. Men trok al in het graafseizoen de grens
over waar men gemiddeld vier maanden werkte. Door deze trek naar Duitsland kwam men hier
mankracht te kort. Dit heeft geduurd tot na de Eerste wereldoorlog. Toen daalden de lonen
dusdanig, dat men er niet meer van kon bestaan. In de nadagen van de Eerste Wereldoorlog
verbleven in de gemeente Emmen ca.1000 Belgische vluchtelingen. In Nieuw Weerdinge werd een
aantal ondergebracht in hotel Muntinga, nu beter bekend als café-restaurant De Harmonie van
de familie Oosterhof en in café Germs aan het Weerdingerkanaal nz.
|
|
|
Na de Eerste Wereldoorlog:

|
|
|
|
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Nederland voor de
brandstofvoorziening vrijwel geheel op zichzelf aangewezen. Dit had een grotere vraag naar
turf tot gevolg. Velen trokken, aangemoedigd door de regering, naar het veen.
Voor 1914 was het leven in het veen niet zo ellendig. Het werk was zwaar en het leven
hard, maar men had werk en men kon goed leven. Dat veranderde na 1920, toen het werk steeds
schaarser werd. Het veengebied was aanvankelijk de plaats waar men goed geld kon verdienen.
De lonen stegen afhankelijk van de gezinsgrootte met 200-250%. De prijsstijgingen hielden
echter gelijke pas, zodat de regering verplicht werd om maximum prijzen vast te stellen. Dat
gold ook voor de turf.
De distributie van de turf werd in 1917 overgelaten aan het turfkantoor de Rijks
KOlenDIstriButIE (de KODIBIE). Het hoofdkantoor was gevestigd in
Nieuw Weerdinge. Nog steeds herinnert een aantal woningen aan die tijd, de zogenaamde
distributiewoningen. Die staan er nu nog steeds aan het Weerdingerkanaal zz tussen de N.H.kerk
en het Gedempte Achterdiep.
Na 1920 begon er een periode van grote werkloosheid. Het loon daalde tot onder het peil
van 1914. Vanaf 1923 kwamen de werklozen voor een deel in de werkverschaffing. Ook de
middenstanders leden zwaar onder deze crisis. De arbeiders konden als seizoenarbeiders naar
Frankrijk gaan. Ook Limburgse mijnen en de droogmakerijen van de Wieringermeer hadden mensen
nodig.
In 1925 vertrokken veel gezinnen naar de Twentse textielindustrie. Ook gingen er veel
grotere gezinnen naar de Philips fabrieken in Eindhoven, onder anderen de families Kooistra
met 16 kinderen, de fam.Nijboer, H.Beens en Lindeman uit de Weerdingermond. De families
Folkers, Dubbelboer en Brouwer uit Siepelveen en de families L.de Vries en Geert Dijk uit
het Noordveen vestigden zich in het Drentse Dorp in Eindhoven.
Op 1 januari 1921 telde Nieuw Weerdinge 4510 inwoners; er waren 2271 mannen en 2239
vrouwen. Het was toen groter als het dorp Emmen, dat toen 2382 inwoners telde. Het hoogste
aantal inwoners, dat het dorp ooit telde was 5104 op 1 januari 1925.
Ondanks de vestiging van de eerder genoemde fabrieken bleef de werkloosheid in het dorp
hoog. De arbeiders die hier werkten kwamen niet uitsluitend uit Nieuw Weerdinge, maar boden
ook werk aan velen uit de omliggende dorpen. De Nieuw Weerdingers kwamen weer in dezelfde
situatie terecht als omstreeks 1925; er werd weer naar werk gezocht in andere delen van
Nederland en zelfs ver daarbuiten. Velen emigreerden o.a. naar Canada, Australië en Zuid
Afrika. Van de vertrekkers binnen Nederland vestigden de meesten zich in de omgeving van
Dordrecht, Alblasserdam en Ridderkerk. Ook werkten vele Nieuw Weerdingers mee aan de
totstandkoming en ontwikkeling van de Noordoost polder en de Flevopolder. Een aantal heeft
zich hier blijvend gevestigd. Het veen was tegen de jaren 70 bijna verdwenen.
De laatste vervener in Nieuw Weerdinge was G.Bosklopper. In de landbouw waren, vooral
door de mechanisatie van de landbouw, niet meer zoveel arbeidskrachten nodig. In 1975 was de
bezetting van de industriële bedrijven in Nieuw Weerdinge:
| bedrijf |
mannen |
vrouwen |
totaal |
| Werkland |
186 |
4 |
190 |
| Gero |
170 |
17 |
187 |
| Spanjaard |
3 |
82 |
85 |
|
|
|
Migratie van 1956 - 1975:

|
|
|
|
De richting en omvang van de migratie betreffende Nieuw Weerdinge van 1956 - 1975:
| plaats |
vertrokken naar |
gevestigd uit |
totaal |
| Emmen |
167 |
57 |
-110 |
| Klazienaveen |
7 |
4 |
-3 |
| Emmer Compascuum |
25 |
29 |
4 |
| Nieuw Amsterdam |
3 |
2 |
-1 |
| Erica |
2 |
5 |
3 |
| Nieuw Dordrecht |
3 |
2 |
-1 |
| Zwartemeer |
0 |
2 |
2 |
| Barger Compascuum |
2 |
2 |
0 |
| Roswinkel |
37 |
52 |
15 |
| Overig Nederland |
279 |
194 |
-8 |
| In totaal was er een vertrekoverschot van 175 personen. |
|
|
|
Klad in de industrie:

|
|
|
|
Ook in de industrie kwam na verloop van tijd de klad. In 1983 verdween machinefabriek Werkland,
in 1988 gevolgd door de bestekfabriek GERO. Textielfabriek Spanjaard sloot in 1992 voorgoed de
deuren. Na een aantal jaren van leegstand nam Caravancentrum WCW haar intrek in de gebouwen van
de GERO en Spanjaard. De verschillende gebouwen van machinefabriek Werkland zijn in de loop van
de jaren door verschillende bedrijven in gebruik genomen, waaronder caravancentrum Denekamp, de
Pannerie, carrosseriebedrijf Rengers b.v. en Werkland b.v. tank - en apparatenbouw.
De vestiging van al deze bedrijven kon echter het verlies aan arbeidsplaatsen in de 80-er
jaren niet goedmaken. Dit is ook duidelijk te zien aan de terugloop van het aantal inwoners:
in 1975 nog 4045 personen, in 1985 nog maar 3802 personen. Vanaf 1990 tot 1997 stabiliseerde
het aantal inwoners zich tussen de 3500 en 3600. Zo'n 2000 mensen minder als in 1925
|
|
|
Molens:

|
|
|
De Nieuw Weerdinger molen uit 1893 van de familie Salomons.
|
Molen 1:
In 1878 werd er een molen gebouwd in Nieuw Weerdinge. Twee jaar later, in 1880, ging deze
door een grote veenbrand verloren. Er volgde in 1880-1881 herbouw onder leiding van L.Brinks.
De nieuw gebouwde molen was de oorspronkelijke watermolen "De Hoop" aan het
Hoendiep zuidzijde, tegenover het plaatsje Scheeftil onder Noordhorn.
Schipper Knoop vervoerde de molen naar Nieuw Weerdinge die daar werd opgebouwd door
molenbouwer Bergmann uit Haren (Duitsland).
Deze molen werd in de jaren 1927-1928 onttakeld.
Molen 2:
Aan het Weerdinger kanaal nz stond voor 1893 ook reeds een molen. Ook deze molen werd
door een veenbrand verwoest.
In 1893 werd hier een nieuwe windmolen gebouwd. Deze bestond uit vier zolders. Op de
derde zolder bevonden zich twee koppels stenen. De muren van de romp waren een halve meter dik.
In de twintiger jaren deed de motor haar intrede, alleen bij gunstige wind deden de
wieken het werk. In 1928 draaiden de wieken (roeden) nog lustig rond. Twee jaar later werden
ze verwijderd hoewel het niet nodig bleek ze te verwijderen. Men veronderstelde dat de
wieken door de tand des tijds waren aangetast maar toen ze eenmaal op de grond lagen bleek
dat ze volkomen gaaf waren. De elektromotor moest het werk allen voortzetten.
In 1959 volgde het weghalen van de kap.
Voordien vormde de molen een oriëntatiepunt voor de luchtvaart.
Als stichter van de nieuwe molen wordt de heer H.Lukkien genoemd. Zijn opvolger was de
heer R.Brinks. In 1902 kwam de molen in het bezit van de zeeman Lucas Salomons die tot dat
moment steeds had gevaren. De molen werd later door zijn zonen Salomon en David overgenomen.
Zij bleven molenaar tot 1939.
De familie Salomons droeg in 1939 het bedrijf over aan de heer L.Geerdink als huurder.
Deze maakte in 1940 al weer plaats voor de heer H.Weggemans, die reeds vanaf 1927 in dienst
was van de familie Salomons. In 1959 kwam er een einde aan het bedrijf. De heer Weggemans
vertrok naar Ter Apel om daar een gelijksoortige zaak te drijven.
|
|
|
Slot:

|
|
|
|
Het beeld van Nieuw Weerdinge als dorp waar men kon wonen en werken verdwijnt. Door de grotere
mobiliteit is het voor velen voor de hand liggend, dat het werk buiten het dorp wordt gezocht.
En wat is er dan prettiger dan 's avonds thuis te komen van het werk in een dorp waar het door
het goede leefklimaat goed wonen is. In de jaren 80 werd reeds voorspeld, dat Nieuw Weerdinge
in de toekomst een forensendorp zou worden. Deze voorspelling is aan het eind van de twintigste
eeuw, grotendeels uitgekomen.
|
|
|
Boeken:

|
|
De volgende boeken zijn bij Historisch Emmen bekend:
- "125 jaar Nieuw Weerdinge, geschiedenis van een dorp in
Vredes- en Oorlogstijd". Vredestijd is geschreven door B.Barenkamp en H.Zinnemers.
Oorlogstijd is geschreven door Jac.H.Sassen. Uitgave Stichting
Festiviteiten Nieuw Weerdinge, mei 1997.
- "Heilige documenten", een initiatief van de Historische Vereniging Zuidoost
Drenthe en de Werkgroep Historisch Nieuw Weerdinge, in samenwerking met uitgeverij
Drenthe in Beilen. ISBN 978-90-75115-42-0. Te koop bij: Readshop Boelens in Emmermeer.
In de jaren 1924/25 plakte de jonge onderwijzer Jaap Slik van School III in Nieuw
Weerdinge tientallen briefjes, in moeizaam Nederlands en veelal met potlood geschreven,
in een schriftje. Op het etiket schreef hij: "Heilige Documenten". De briefjes
werden door ouders geschreven aan de meester en geven een beeld van het
leven van een aantal gezinnen die woonden en werkten in het veen. Een moeizaam en vaak
arm bestaan, waarin hun zoon of dochter wel eens niet naar school kon omdat moeder moest
"schepen" en de grotere kinderen dan op de kleintjes moesten passen. In de
winter was de tocht van school door het veen naar huis wel eens zo lang voor die kleine
voetjes dat ze dan in het donker nog door het veen moesten voor ze thuis waren. Dus of
meester het goed vond dat het kind wat eerder uit school mocht. De meer dan 100 briefjes
geven een boeiend en onthullend beeld van een leven dat we nu niet meer kennen. Rondom de
Heilige Documentjes zijn enkele hoofdstukken opgenomen waarin een
samenvatting van de geschiedenis van Nieuw Weerdinge is opgenomen, een hoofdstukje over
de persoon van meester Slik en een hoofdstuk met oude liedjes en spelen waarbij de
kinderen van de beide basisscholen van Nieuw Weerdinge tekeningen hebben gemaakt.
Aanvullingen?
Geef ze door: 
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- B.Barenkamp, in samenwerking met de Werkgroep Historisch Nieuw Weerdinge
- Hilbrand Hilberts (beschikbaar stellen van fotomateriaal)
- Popke Smidt voor een correctie en aanvulling betreffende Wicher Smidt.
- H.Beens voor een correctie betreffende de familienaam.
- S.van Veen, Gorinchem voor correctie betreffende familienaam.
|
|
|