- 19xx-19xx Garage Roossien.
Arend Roossien werd in 1892 geboren in de streek Stadskanaal - Wildervank
als zoon van Hendrik Roossien en Janna Lever. Hendrik Roossien was een
boerenarbeider zonder vast dienstverband, de tijd van edelman en bedelman. Na
vier jaar kondigde zich broer Willem Menardus aan. Arend zat als kind onder de
douwworm, boze zweren, zoals hij het zelf beschreef, vreselijk om aan te zien.
Arendo, de naam zal verderop duidelijk worden, genoot slechts vier jaar lager
onderwijs. Nog geen negen jaar oud moest hij al meewerken op het land. Ook in
het gezin Roossien gold dat het 's winters poffen was en dat moest zomers
afbetaald worden.
Een grote verandering in het gezin Roossien ontstond toen vader Hendrik de
beslissing nam voor zichzelf te willen beginnen, als visser. Maandenlang
werden er bij petroleumlicht netten gebreid en bouwde Hendrik zijn eigen
kleine vissersboot. Dit alles zonder dat de financiële mogelijkheden dit
toelieten. Als het kleine joch boodschappen voor moe moest doen kwam bij de
winkelier steevast de lei tevoorschijn waarop de schulden stonden vermeld:
"Hendrik Roossien, schuld 97 cent".
Hendrik ging vissen en toen de opbrengst van de eerste dag verkocht was
bleek dat ze voor 360 cent verkocht hadden. Een normaal boerendagdeel was 60
cent ! Het ging de goede kant op met de inkomsten voor het gezin Roossien.
Toen Arendo dertien jaar was ging hij werken bij machinefabriek Koster te
Stadskanaal. Het was een slechte tijd, kei en keihard werken voor fl 2,- per
week van 7 uur 's ochtends tot 7 uur 's avonds. Hij was 's avonds dood en dood
moe. De Kosters bleken daarnaast geen vriendelijke mensen te zijn. Heet
geblakerd en dikwijls kreeg Arendo een pak slaag.
Een nieuwe betrekking kreeg hij bij de rijwielbouwer Gebr.Pranger. Daar moest
hij spaken opspannen. Twee wielen per uur. Een werkje wat hem wel lag en......
hij verdiende al fl 2,50.
Toen kwam die vervelende klant in de winkel die zijn leven zou veranderen.
Omdat Pranger niet aanwezig was stond Arendo hem te woord. De klant wenste een
nieuw zadel, maar de getoonde zadels bevielen hem niet. Arendo liet zich
ontvallen dat de klant fietsend was gekomen dus ook eerst maar fietsend naar
huis moest en altijd terug kon komen als zijn baas er weer was.
De volgende dag kreeg Arendo van Pranger zijn ontslag te horen. De klant
had gedreigd nooit weer bij Pranger te komen zolang dat joch er nog
werkte........Pranger kon niet anders maar beloofde iets voor hem te doen.
Tijdens een fietsenmakers vergadering bood hij Arendo aan. Een zekere Thedinga
uit Emmen reageerde en zo kon het gebeuren dat, op een maandagmorgen heel
vroeg, Arend vanuit de veenkoloniën op de fiets richting Emmen trok richting
nieuwe werkgever. Thedinga bleek een gouden man: Arendo kreeg na de lange
fietstocht van zijn nieuwe werkgever een kop thee en beschuit aangeboden en
dat was iets wat hij nog niet eerder had meegemaakt. Hij verdiende zelfs al fl
4,50. Dit maakt zo'n indruk dat Thedinga en hij hun leven goede kameraden
bleven. Arendo bleek niet alleen goede fietsenmaker. Toen er een filiaal in
Klazienaveen werd geopend bleek hij ook een eerste klas verkoper. Na één
jaar had hij (mede door de groei van Klazienaveen) al meer fietsen verkocht
dan de zaak in Emmen.
Toen moest hij zijn dienstplicht vervullen. Het waren de mobilisatie jaren
1914-1918. In die periode leerde hij ook zijn toekomstige vrouw kennen. Het
was liefde op het eerste gezicht. Verliefd, verloofd en getrouwd, 12 april 1918.
Thedinga had hem echter beloofd dat hij na zijn diensttijd gerust terug kon
komen. Ondanks een zeer goede aanbieding van het leger ging Arendo toch terug
naar Thedinga. Hij werd daar voorman en gaf leiding aan 14 jongeren. Salaris?
Eén van de hoogste in de fietsenwereld: fl 17,50. Niet lang daarna kreeg hij
de taak om in de buitendorpen fietsen te verkopen. Zijn wedde liep daardoor
regelmatig op tot het dubbele.
De crisisjaren braken aan. Arendo deed mee aan een protestvergadering en kreeg
daar al snel de leiding. Daarmee kwam hij op politiek terrein en ondanks dat
hij niet politiek bewust was sloot hij zich bij de C.H.U. aan. Door toeval
kwam hij van een onverkiesbare plaats toch in de raad onder leiding van
burgemeester Kootstra. Door allerlei verdachtmakingen, had Kootstra het zeer
moeilijk en aanvaarde mede hierdoor al snel het burgemeesterschap in Gorinchem.
Bouma werd de nieuwe burgemeester van Emmen.
De zaak van Thedinga, waar Arend Roossien werkte, liep erg goed waardoor Roossien ook goed
boerde. Dat was echter een doorn in het oog van Thedinga's compagnon. Een voorstel
van de compagnon tot salarisverlaging had tot gevolg dat Arendo het
idee opvatte om voor zichzelf te beginnen.
Het idee werd verwezenlijkt aan de Dorpsstraat in Weerdinge. Van een rijke familie konden ze een stukje grond
tegenover de zuivelfabriek huren en bouwden daarop een houten winkel met fiets herstelwerkplaats.
Investering f 650,- gulden.
In Weerdinge kwam Roossien kwam ook in aanraking met radio. Hilversum bestond nog
niet en Philips experimenteerde nog. Maar Roossien zag, met hulp van anderen,
kans een ontvanger te laten bouwen, met onderdelen die her en der te koop
waren. Toen deze radio ook nog bleek te werken zijn er nog een aantal gebouwd
en verkocht. Echter, toen Philips ook met radio ontvangers op de markt kwam was dit
gauw gedaan.
Roossien's stem in de gemeenteraad begon steeds zwaarder te tellen. Hij werd
fractieleider van de C.H.U. en werd zelfs voorgedragen als wethouder. Deze
functie aanvaarde hij met de woorden: "Dame en heren, heb dank
voor uw vertrouwen mij gegeven. Ik zal mijn best doen."
Door zijn wethouderschap en de relatie met burgemeester Bouma kon hij met
hulp van hen een perceel grond kopen aan de Westerstraat, in hartje Emmen.
Zijn bedrijf in Weerdinge verhuurde hij aan een knecht.
Onder eigen architectuur werd
aan de Westerstraat een grote winkel met woonhuis gebouwd. Een verkoopzaak in fietsen met een
grossiersbedrijf in rijwielbanden. Eigen modellen, die hij bij Hevea liet maken. Hij kocht ze bij
1000 stuks tegelijk. Het gedeponeerde handelsmerk heette ....... Arendo.
|