|
In en om Weerdinge werden vroeger veel keien maar ook leem gevonden. De keien werden in de herfst
gerooid door steenroders en afgevoerd naar Klijndijk of Noordbarge. Het leem werd gebruikt
om stenen van te bakken of, opmerkelijk, gebruikt als middel tegen bloeddiarree bij vee.
Het geld dat een steenroder voor de keien ontving werd meestal omgezet in nieuwjaarsdrank.
In 1836 diende de eigenerfde Willem Joling bij Koning Willem I een verzoek in tot
het
oprichten van een steenbakkerij. Het verzoek werd ingewilligd.
Over deze steenbakkerij is geschreven dat het de oudste van Drenthe is geweest.
Bij gebrek aan ervaren arbeiders werden voor het bakken steen zeven Munsterschen aangetrokken.
Turf diende als brandstof voor de leemovens.
De steenbakkerij stond op de zogenaamde Nijka(a)mp, wat later de Steenbakkerijweg werd.
Sporen van de afgravingen zijn daar nog te zien. De stenen hadden een afmeting van 20x10x4 cm.
Mede door de afmetingen kon worden nagegaan in welke gebouwen ze werden verwerkt. In Emmen een molen,
in Noordbarge de school, maar ook de eerste gereformeerde kerk en het armenhuis werden van deze steen
opgetrokken. In Weerdinge zelf werd de oude school, aan de brink, van deze steen opgetrokken.
Door concurrentie en het gegraven Oranjekanaal werd de steenbakkerij na 1858 opgeheven.
|