|
Angelsloërdijk:

|
|
|
|
|
|
Inleiding:

|
|
|
|
In 1939 kreeg Emmen haar eerste ziekenhuis, gelegen aan de Angelsloërdijk.
Daaraan ging echter heel wat aan vooraf:
In 1918 vroeg de burgemeester van Emmen aan de inspecteur van de volksgezondheid te
Utrecht of die mee kon helpen bij het verkrijgen van subsidie voor de stichting van een
gemeentelijk ziekenhuis in Emmen. Dit vanwege de veel voorkomende gevallen van tyfus.
Het antwoord was afwijzend. In de jaren twintig deed burgemeester Kootstra van Emmen
nogmaals enkele pogingen om in Emmen een ziekenhuis te krijgen. Ook dit lukte niet. Emmen
moest het zonder ziekenhuis stellen, zieken werden nog steeds vervoerd naar
Assen, Hoogeveen, Coevorden of Groningen waar wel ziekenhuizen waren.
Dit kostte veel tijd en geld.
Rond 1932 bestond er wel een Centrale vereniging "Ziekenzorg" met
verschillende afdelingen. Ir.J.C.Horsch was hiervan voorzitter, J.van Veen uit
Emmerschans secretaris en A.Tepper van de Sterrenkamp penningmeester, aldus het
adresboek van 1932. Volgens dit adresboek bestonden er ook "Vereenigingen
Ziekenhuisverpleging", met namen als "Draagt elkanders lasten" (Barger
Compascuum), "Helpt elkander" (Nieuw Weerdinge). In Emmen was dit de
vereniging "Emmen e.o." met een bestuur bestaande uit de heren J.Jonker,
J.Salomons, A.Grooters, H.Reinders, M.Kats, Hks.Derks en J.van Ess.
In 1934 gebeurde er in Emmen een ernstig verkeersongeluk op de Dordsestraat tussen een
trein en een bus. Hierbij vielen drie doden en enkele zeer zwaar gewonden. Die konden de
lange tocht naar een ziekenhuis niet aan en werden tijdelijk ondergebracht in het huisje
van zuster Bloemink. Opnieuw werd Emmen geconfronteerd met het gemis van een ziekenhuis.
Voor een aantal mensen, waaronder Roelof Zegering Hadders, was echter het moment
aangebroken om voor de derde keer alles op alles te zetten om een ziekenhuis in het dorp
te krijgen.
|
|
Nummer 3 geeft de oorspronkelijk bedachte plaats voor een ziekenhuis weer.
|
Het gemeentebestuur wees reeds in 1934 het gebied dat ooit "Boschoord genoemd werd
aan tot vestigingsplaats. Boschoord lag ongeveer tussen de Burgemeester Tijmesstraat en
de Dennenlaan. Noordelijk daarvan, tussen Oude Roswinkelerweg en de bosrand van
de Emmerdennen zou een ziekenhuis moeten komen. Het kaartje is een
fragment van een kaart uit 1935 waarop de plaats is aangegeven
waar men oorspronkelijk het ziekenhuis had bedacht.
|
|
|
In 1934 wilden twee instanties een ziekenhuis bouwen, de Federatie
van Nederlands Hervormde Diaconieën en de Katholieke Kerk.
De gemeente Emmen had bepaald dat de koper van de grond het ziekenhuis mocht bouwen.
Het werd nogal een "geharrewar". De ene keer beweerde de katholieke gemeenschap dat ze
van start ging met de bouw van een ziekenhuis, de andere keer weer de Federatie van
Nederlands Hervormde Diaconieën.
Op 11 januari 1935 kopte de Emmer Courant voorbarig:
"Emmen krijgt een ziekenhuis!" De Federatie van Nederlandse Hervormde
Diaconieën had beslag gelegd op het prachtig gelegen terrein van 4 hectare in een
uiterst gezonde en rustige omgeving, het genoemde Boschoord. Het artikel:
"Binnen afzienbare tijd zal daar de eerste
spade in de grond gestoken worden voor de bouw van een modern ingericht ziekenhuis met 80
tot 100 bedden, waaraan een chirurg verbonden zal worden. In de Zuidoosthoek van Drenthe
zal weldra het zo lang begeerde en onontbeerlijke ziekenhuis verrijzen".
Het diaconessenziekenhuis in Groningen zou het "moederhuis" worden, het ziekenhuis in
Emmen een "dochterhuis". Het bestuur in Groningen zou ook het ziekenhuis in Emmen
besturen en tevens zou Groningen een aantal diaconessen afstaan aan Emmen.
Voor de federatie was het niet de eerste keer dat zij een ziekenhuis oprichtte. De
gemeente Emmen was dan ook blij met haar hulp. De bouw van het ziekenhuis liet echter op
zich wachten. In 1935 werd er niet begonnen met de bouw, in 1936 niet en in 1937 ook al
niet. Er werd druk gespeculeerd, want wanneer zou men eindelijk gaan bouwen?
De katholieke kerk berichtte het gemeentebestuur dat zij nog steeds bereid was een
ziekenhuis in Boschoord te bouwen indien de Federatie van Nederlands Hervormde Diaconieën
daar op het laatste moment vanaf zou zien. Want daar begon het op te lijken. De
federatie had namelijk aan het gemeentebestuur van Emmen geschreven dat zij afzag van de
bouw van een ziekenhuis. De gemeente schreef op haar beurt de katholieke kerk dat zij de
locatie in Boschoord kon kopen om er een ziekenhuis te bouwen.
Iedereen verwachtte toen dat dat ook zou gebeuren. Het zou anders lopen. De Federatie
van Nederlandse Diaconieën schreef in januari 1938 aan de gemeente Emmen dat zij alsnog
een ziekenhuis wilde bouwen, echter niet op de locatie Boschoord, maar aan de Angelsloërdijk.
Zelfs de toenmalige burgemeester van Emmen snapte er niets meer van! In het archief van
de gemeente Emmen liggen hierover vele, soms ingewikkelde briefwisselingen.
|
|
|
Angelsloërdijk:

|
|
|
De Angelsloërdijk voor de bouw, hier zou het ziekenhuis verrijzen.
Met schop en kruiwagen werd het terrein ontgraven.

De eerste vloer wordt gelegd: perfora.
Bijna op hoogte. Lange houten ladders werden toegepast.
De Eekhof, gebouwd in 1940.
Buitenzorg in aanbouw in 1945.


|
Van 1918 tot 1938 was Emmen bezig geweest een ziekenhuis binnen haar grenzen
te krijgen. Een belangrijke datum was 29 april 1938 toen eindelijk een ziekenhuis
in Emmen geopend werd! De bouw kostte f 250.000,- en daar zat geen cent overheidsgeld bij.
Het begon allemaal met 40 bedden. Zuster Molenaar werd besturend zuster, later
directrice. De eerste artsen waren de doktoren Van Heerde, chirurg en vrouwenarts en Van
Leeuwen, internist en röntgenoloog.
- architecten: Ir.Daan Jansen en C.Bos (1904-1992) te Utrecht
- aannemer: bouwbedrijf Rossing, Emmen
Het ziekenhuis kreeg een verpleegafdeling (de west vleugel) met vier zalen en twee
éénpersoonskamers, een laboratorium, een operatiekamer en een röntgenkamer. Na het
gereed komen van het hoofdgebouw bleek men continue met ruimtegebrek te kampen. In
chronologische volgorde een aantal activiteiten:
| 1938 |
Een half jaar na opening, uitbreiding van de bovenste zusterafdeling.
Het dak ging omhoog. |
| 1939 |
Bouw van de oost vleugel, een nieuwe
conversatiekamer en vergroting van de eetzaal. |
| 1940 |
Bouw van "De Eekhof", een houten barak genoemd
naar dokter Eeke van Leeuwen, waar plaats was voor 19 patiënten. Het
bezat een keuken en een dagverblijf. |
| 1941 |
Angelsloërdijk nr 4 werd als zusterhuis en polikliniek
ingericht. |
| 1943 |
Bouw van tien tweepersoons kamers op de oost
vleugelzolder voor jonge verpleegsters. |
| 1944 |
Huize "Fietje" als polikliniekruimte
ingericht. Ook werden kamers voor de dienstmeisjes gehuurd. |
| 1945 |
In oktober werd het tweede houten bijgebouw,
"Buitenzorg" in gebruik genomen, aanvankelijk bestemd voor t.b.c. patiënten. |
| 1946 |
De zogenaamde "zieke zusterskamer" in gebruik genomen. |
| 1947 |
De kraamafdeling verhuisde naar Pension Bakker aan
de Veenkampenweg nr.16. Deze kraamafdeling werd ook wel "Spruithof" genoemd.
De Spruithof was rond 1954 niet alleen een kraamafdeling, er werden ook amandelen gepeld.
In een soort van badkamer kregen de kinderen een grote schort voor en werden ze naar een
ruimte gebracht waar de dokter hen een kapje voor de mond deed. Ze werden wakker op een zaaltje
waar 10 matrassen op de grond(!) lagen. Op zowel het hoofd als het voeteneind lag een kind.
Sliepen ze die dag goed, dan mochten ze aan het eind van de middag naar huis.
|
| 1948 |
Buitenzorg werd vergroot met een vrouwenzaal van 14 bedden. |
| 1949 |
Aan het hoofdgebouw werd te midden van dennenbomen
een houten barak gebouwd die als polikliniek werd ingericht. |
| 1950 |
Een nieuw zusterhuis met de naam "Carpe Diem" (Pluk de dag). Ook
werd De Eekhof omgebouwd tot een zeer moderne kinderafdeling. |
| 1953 |
De administratie verhuisde naar een houten bijgebouw. |
| 1955 |
De kerkzaal "Irene" werd er bijgebouwd die door
de week dienst deed als leslokaal. Nieuwe eetzaal. |
| 1957 |
Nieuwe klasse afdeling in november gereed |
| ???? |
Bouw van de zuid vleugel (op dit gedeelte heeft
anno 2001 nieuwbouw plaatsgevonden) |
| |
|
Dit alles bewees dat het diaconessenziekenhuis veel te klein was. Reeds in 1950
ontstonden er nieuwe bouwplannen. Aanvankelijk was men van plan om enkele nieuwe
vleugels aan het bestaande ziekenhuis te bouwen, maar daar werd vanaf gezien.
|
|
Bij het ziekenhuis hoorde een moestuin waarin groente werd verbouwd.
Enkele medewerkers van het ziekenhuis zijn in de tuin aan het werk
onder toeziend oog van de trouwe waakhond Wodan.
Foto uit de oorlogsjaren van het personeel
met enkele van de eigen dieren. Tweede van links is de heer Wolf die model
stond voor het beeld van de Scheper. Dit beeld stond later voor het Scheperziekenhuis
aan de Boermarkeweg.
|
In het bosje, achter het hoofdgebouw aan de Angelsloërdijk, hield
het ziekenhuis haar eigen varkens in een varkenshok. De met overgebleven eten gevoerde
varkens werden vetgemest. Op een bakfiets werden
de varkens door de heer De Lange naar slachter Walthuis aan de Weerdingerstraat
gebracht om daar te worden geslacht.
Eens gebeurde er tijdens zo'n vervoer een ongelukje. Het varken wist waarschijnlijk waar
ie naar toe ging, want het sprong geheel onverwacht uit de bakfiets. Met hulp van een
aantal mensen werd het dier echter toch weer gevangen.
Ook hield het ziekenhuis schapen die het grasveld kaal moesten houden, kippen en
had het een waakhond met de naam Wodan.
|
|
|
Dagelijkse gang van zaken:

|
|
|
|
Hoe werd men vroeger verpleegster? In de jaren dertig tot ongeveer jaren
vijftig was de lagere school als voorbereiding genoeg, later werd het MULO
diploma verplicht. In het diaconessenziekenhuis kon men binnenkomen als
"aspirant leerling". Ze kregen de bijnaam: "de witte bloesjes".
Het waren meestal meisjes van zo'n 17 jaar die o.a. in de eetzaal werkten. Het dekken
van de tafels, afwassen, en dergelijke karwijtjes namen zij voor hun rekening. Ze
droegen geen uniform, maar witte schorten, witte sluiers en witte bloesjes. Ze sliepen
op de zogenaamde "kippenzolder". Dat was een magazijnzolder
waarop kippengaas gespannen was om de ruimte voor het opslaan van verpleegartikelen af
te bakenen. Hier had men de kamertjes getimmerd voor de aspirant leerlingen. Na aspirant
leerling werd men "eerstejaars leerling", ook wel "voorproefzuster" genoemd. Van
voorproefzuster kon men bevorderd worden tot proefzuster. Bij voldoende geschiktheid
werd men gevraagd diacones te worden. Het diacones zijn stond los van verpleegster zijn.
Besturend zuster en directrice Molenaar besliste wie voor diacones in aanmerking
kwam. Dat kon zowel huishoudelijk, administratief als verplegend personeel zijn.
Pas rond 1950 kwamen de eerste broeders. Zij waren aanvankelijk alleen op de
mannenzaal werkzaam. Bij uitzondering mochten ze op de vrouwenzaal komen. Wanneer
vroeger een mannelijke patiënt voor de operatie geschoren moest worden, kwam de heer
Vleems. Hij was eigenlijk onderhoudsman, maar patiënten scheren deed hij er "even" bij.
Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat het er destijds niet goed aan toeging maar
tegenwoordig is dit onvoorstelbaar. Later schoor de heer Wijnholds, van beroep portier,
patiënten de baard.
Voor het personeel werd iedere morgen voor
het ontbijt een bijbeloverdenking gehouden door de directrice of de predikant. Later
werd dit middels een radioverbinding uitgezonden naar de zalen. Voor
de maaltijd pakten alle ziekenhuismedewerkers hun eigen servet uit het
servettenbakje en gingen achter hun stoel staan. Pas wanneer de directrice,
mevrouw Molenaar, binnen was gekomen, mocht iedereen gaan zitten. Na het eten
verliet eerst de directrice de zaal, pas daarna mocht iedereen van tafel opstaan.
Verplegend personeel moest de gehele dag het uniform dragen, ook na werktijd.
Wanneer het erg warm was kondigde de directrice aan tafel aan: "kinders, jullie mogen
vanavond in een burger japonnetje". Dat was toen heel bijzonder. Alleen wanneer men de
gehele dag vrij had mocht men burgerkleding dragen. Als extra service kreeg men dan
zelfs ontbijt op bed, dat was vaste regel.
In het ziekenhuis was een zusterkoor actief. Een avond per week werd er gerepeteerd
onder leiding van de heer Legro, vroeger een bekende muziekleraar in Emmen. Het koor
zong onder zijn leiding iedere zondagmorgen in de hal van het ziekenhuis. De deuren naar
de zalen werden opengezet zodat ook de patiënten mee konden luisteren. Na het optreden
ging men in optocht naar de houten bijgebouwen, De Eekhof en Buitenzorg. Een klein
draagbaar harmonium ging mee. De heer Legro is jaren lang dirigent geweest van het
zusterkoor. Regelmatig zong "zijn" koor tijdens kerkdiensten, b.v. bij de bevestiging
van een diacones. De heer Legro was leraar aan het gemeentelijk lyceum en ontving in het
begin van de jaren zestig zelfs de Drentse Cultuurprijs. Later zijn o.a. Victor
van der Laan en mevrouw Leon nog dirigent geweest.
Het personeel maakte veel uren. Het werk begon om half zes in de morgen en
eindigde om half zeven 's avonds. En meestal was het half acht voor alle
werkzaamheden achter de rug waren. Dan moest men soms ook nog koffie schenken
voor het verplegend personeel in de huiskamer. Men had een vrije dag per week,
die mocht opgespaard worden tot twee vrije dagen.
In 1938 kreeg het personeel "zakgeld". De heer Zegering Hadders kwam dit aan het
eind van de maand uitdelen. Het geld had hij in een schoenendoos, zo ging dat toen nog.
Later kreeg men salaris. Een "eerstejaars" kreeg f 180,- in de drie maanden. Daar
moest dan f 20,- vanaf voor lesboeken.
Van de overige zestig gulden moest dan nog alles gekocht worden zoals kousen, schoenen,
ondergoed, tandpasta (plus borstel), schoenpoets, zeep en allerlei andere dingen
die nodig waren in het dagelijks leven. In het begin van de jaren vijftig
verdiende een gediplomeerd verpleegster f 130,- per maand.
|
|
|
Nieuwbouw aan de Boermarkeweg:

|
|
|


Entree van het Scheperziekenhuis. Direct achter de entree
lag de hal, van waaruit men de polikliniek en de afdelingen kon bereiken. Voor
de entree werden later nieuwe poliklinieken gebouwd.
|
Het diaconessenziekenhuis aan de Angelsloërdijk was eigenlijk vanaf de opening in 1938
te klein. Daarom ontstonden in 1950 al nieuwbouwplannen. Toch zou het nog jaren duren
voor het zover was. Men had besloten dat er op een andere locatie een geheel nieuw
ziekenhuis moest komen. Die andere locatie werd de Boermarkeweg aan de rand van de
Emmerdennen. In de jaren zestig werd met de nieuwbouw begonnen. Pas op 27 april 1973
werd dit nieuwe ziekenhuis, na een bouwperiode van zo'n 10 jaar, officieel geopend door
Prinses Margriet.
Het personeel van het ziekenhuis bood de directie een beeld aan van een scheper met
zijn hond. Het was de heer Wolf die model stond voor het beeld. Vanaf toen veranderde
de naam "Diaconessenziekenhuis" in "Scheperziekenhuis".
Het ziekenhuis werd ontworpen door architectenbureau Van Campen uit Amsterdam.
- Wie bouwde het ziekenhuis?
Het ziekenhuis had op de centrale hal na, maar één bouwlaag. De paviljoens lagen aan
een lange gang met diensttunnel.Gangen die herkenbaar waren door veel
glas en vooral aluminium.
Hoewel er veel zorg was besteed aan vormgeving, kleur en goede gebruiksmogelijkheden voor
gezondheidsfunctie, ontwierpen ze niet voor de eeuwigheid. Het voordeel van deze manier
van bouwen was, dat het economisch verantwoord bleef om een te verouderd paviljoen door
nieuwbouw op die plaats te vervangen. In de praktijk zou dit niet gebeuren.
De vleugels bleven zoals ze waren.
Het gebouw was mooi, sober maar redelijk goedkoop van opzet. De prijs van dit ziekenhuis
was met f 22 miljoen gulden wel wat duurder dan het ziekenhuis aan de Angelsloërdijk,
maar met 373 bedden wel wat groter. Een belangrijke uitbreiding was de
polikliniek die voor de centrale hal werd gebouwd.
Vanwege slechte uitbreidingsmogelijkheden van cruciale afdelingen, die zich
in het hart van het ziekenhuis bevonden, en door de redelijk goedkope bouw was
veel onderhoud nodig, waarvan de kosten zodanig hoog opliepen dat het
verstandiger was aan nieuwbouw te denken.
Dit ziekenhuis kwam vrijwel op dezelfde plaats te liggen. Het werd gebouwd in
1995 tezamen met een "multifunctionele eenheid", MFE. Het ontwerp in
vrolijke kleuren was van NIJST IDEMA architecten, die uitgebreide ervaring
hadden op het gebied van de gezondheidszorg. De redelijk nieuwe polikliniek
bleven bestaan. De nieuwbouw vond gespiegeld aan deze polikliniek plaats. Waar
anno 2000-2004 de parkeerplaatsen lagen stond het voormalige ziekenhuis. Waar
het ziekenhuis kwam te staan was voorheen nog bos (herinnert u zich "de
trimbaan" nog?) en lagen de parkeerplaatsen. Omdat er bos opgeofferd moest
worden voor de nieuwbouw werd elders nieuw bos aangeplant.
De cijfers van het allernieuwste Scheper ziekenhuis lagen nog
veel hoger: bouwkosten f 140 miljoen en 381 bedden.
Op 7 juli 2004 gaven college van B&W van Emmen haar goedkeuring aan het bouwplan
voor nieuwbouw op het terrein van het Scheperziekenhuis ten behoeve van de Mytylschool,
het Regionaal Expertisecentrum (REC) en de afdeling kinderrevalidatie van het
Scheperziekenhuis. Lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapte kinderen uit de regio die
moesten revalideren of behandeld moesten worden als gevolg van hun handicap of een
medische ingreep, waren tot dan aangewezen op een Mytylschool in Haren. Daartoe werden
enkele jaren geleden noodlokalen bij het Scheperziekenhuis geplaatst. Door de groei van
het aantal leerlingen werd het aantal noodlokalen te klein. Bovendien speelden er
landelijke ontwikkelingen die nieuwbouw noodzakelijk maakten, onder meer de wettelijke
eis dat leerlingen met een indicatiestelling binnen zes weken geplaatst moesten worden.
Er mocht geen sprake meer zijn van wachtlijsten. Met de kosten van de grondaankoop, de
nieuwbouw en de inrichting ervan was €4,7 miljoen gemoeid waarvan ruim €3 miljoen voor
rekening van de gemeente Emmen kwam.
Ook het allernieuwste ziekenhuis is alweer aan uitbreiding toe. In 2005 is er
gestart met uitbreiding van de poliklinieken en hoofdingang. Een uitbreiding met
ongeveer 11.000m2 die een investering kost van € 16.567.876,- en twee jaar zal duren.
Wat zal het volgende ziekenhuis gaan kosten?
|
|
|
Boeken:

| |
Over het Scheper ziekenhuis zijn de volgende boeken verschenen:
- "Van Diaconessenhuis tot Scheperziekenhuis 1938-2008" door M.v.d.Poll, P.Rinsma,
K.de Weerdt. Het boek is te koop bij het Scheperziekenhuis.
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- Kadastrale kaart
- Gegevens gegenereerd uit een proefversie van Hazadata, met dank aan
André Dekker voor de gegevens.
- Gerrie van der Veen die deze tekst oorspronkelijk in meerdere artikelen
heeft gepubliceerd, in overleg met mevrouw Gerrie Liefers (oud)diacones en
(oud)medewerkers van het ziekenhuis.
- NIJST IDEMA architecten
- Persbericht: Gemeentelijke goedkeuring voor nieuwbouw op terrein Scheperziekenhuis
7 juli 2004
- Aanvulling door Betty Jonker Snel
- Aanvulling door Han Jansen (ex medewerker architectenbureau Van Campen)
- Foto's:
- archief van de gemeente Emmen
- particuliere collecties
- Speciale dank aan J.v.Dalfsen die vele honderden foto's van en over
het ziekenhuis heeft ingescanned.
|
|
|