|
Van deze foto - de zuidelijke zijde van de Derksstraat - wordt abusievelijk vermeld dat hier de eerste
Emmer energie centrale gestaan zou hebben. De Emmer Courant van 19 augustus 1964 vermeldt echter: "Het
pand waarin vroeger de elektrische centrale van Emmen was gevestigd, Derksstraat 5, vertoont nog enige sporen
van het voormalige bedrijf. In de gevel van het gebouw, nu de opslagplaats van brandstoffen van de fa. Blaauw,
is nog gedeeltelijk een grijze steen te zien, waarop enige letters staan die op de woorden "Electrische
Centrale" duiden. Hiervoor staat het witte huisje - thans winkel - waarin vroeger de eerste machinist
woonde."
A.Postma, die in 1919 bij de Emmer
elektriciteitscentrale kwam te werken.
J.Zuidema die in 1914 als monteur in dienst
trad van de Maatschappij tot aanleg en
Exploitatie van Laagspanningsnetten.
Elektriciteitskaart Emmen 1911.
Klik op figuur voor vergroting.
Klik op figuur voor vergroting.
|
- 1915-1924 Elektriciteitscentrale.
Tot 1915 hadden de inwoners van Emmen geen beschikking over centraal
opgewekte elektriciteit. Een enkele petroleumlantaarn bijvoorbeeld vormde de
enige straatverlichting.
In 1915 bouwde een aantal particulieren, die de coöperatiegedachte aanhingen, een
eigen centrale. De elektriciteit werd geleverd door de "Coöperatieve Vereeniging voor
Electrische Centrale Verlichting van het dorp Emmen en omgeving".
De centrale werd ingericht in een pand aan de Derksstraat waar later de opslagplaats
van brandstoffen van de firma Blaauw zou worden gevestigd. De centrale bestond uit twee
stoomketels, één ervan was een locomobiel, afkomstig uit het veengebied. De ketels werden
met turf gestookt, want turf was goedkoop en in grote hoeveelheden
voorhanden. De turf werd met paardentractie aangevoerd. Later kwam er nog een
dieselmotor bij. De centrale verzorgde slechts de stroom voor een vijf- tot
zestal elektrische lantaarns in de kom van Emmen. Zomers brandden ze niet want
de mensen gingen toch al om 9 uur naar bed.
Noot: Op "de elektriciteitskaart" die door de Hengelosche
Electr. en Mech. Apparaten fabriek Heemaf in 1911 is getekend staan een
groot aantal kruisjes aangegeven. Indien deze de plaats van de lantaarns
aangeven komt dit aantal niet overeen met het aantal (zes) die J.Zuidema in
De Gemeentekrant van 1973 aangaf. Zes lantaarns is waarschijnlijk het aantal
waarmee gestart werd, terwijl het elektriciteitsnet gebaseerd was op de toekomst.
In 1919 solliciteerde de heer Albert Postma op 24-jarige leeftijd naar
een functie bij de centrale. Hij had vier oorlogsjaren dienst gedaan bij de torpedodienst
van de Koninklijke Marine en verbaasde zich in Emmen over "de gemoedelijkheid" in aldaar.
Hij kreeg zelfs een hand van de heer W.ten Kate, bestuurslid van de coöperatie. Zoiets deed
iemand van stand niet in Friesland, waar Postma vandaan kwam. Hij kreeg een benoeming
als tweede machinist naast de heer E.Kooi. Hij stookte de turfketels, onderhield de centrale
en het net en inde de kwitanties bij de leden/gebruikers van de coöperatie.
Eén van de andere taken van de heer Postma was het controleren van de
gebruikers. Zij mochten tegen betaling een vastrechttarief van een kwartje per week twee
lichtpunten, zonder inschakeling van een meter, laten branden. De kaarssterkte was
voorgeschreven. Niet iedereen hield zich daaraan waardoor het wel eens tot botsingen
tussen controleur en een gebruiker kwam.
De centrale aan de Derksstraat opgeheven toen concessies verleend waren aan de Maatschappij
van Laagspanningsnetten te Groningen. Postma werd toen meteraflezer / incasseerder.
Het dorp Emmen werd in 1924 aangesloten op de energiecentrale te
Groningen. In de beginjaren werd alleen ‘s avonds stroom geleverd. Tegen twaalf uur "kneep" men
de toevoer wat af, zodat de lampen zachter gingen gloeien. Dit was het sein voor de
afnemers dat enkele minuten later de stroomtoevoer zou worden afgesloten. Later werd de
hele nacht door stroom geleverd.
De eerste steen voor de provinciale elektriciteitscentrale in Groningen, die voor een groot
deel ook Drenthe van stroom moest voorzien, werd in 1912 gelegd. Het dorp Emmen vormde de meest
zuidelijke grens van het verzorgingsgebied.
Met de opwekking van elektriciteit werd het Provinciaal Elektriciteit
Bedrijf, afgekort PEB, belast, terwijl er ook een Maatschappij tot
aanleg en Exploitatie van Laagspanningsnetten werd opgericht die o.a. de
openbare verlichting moest verzorgen.
Eén van de mensen van het eerste uur was J.Zuidema die in 1914 als monteur in
dienst getreden van de Maatschappij tot aanleg en Exploitatie van Laagspanningsnetten.
Omdat Emmen zo ver van de centrale lag moest het nog lange tijd wachten
alvorens het dorp op het net van de Groninger centrale aangesloten kon worden.
Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was er de oorzaak van dat
koper, waarvan de leidingen werden gemaakt, schaars werd. Niet alleen koper
was schaars ook petroleum, de brandstof voor de straatlantaarns, werd schaars.
Het gevolg van deze ontwikkelingen was dat de bevolking op een aantal
plaatsen zelf probeerde elektriciteit op te wekken.
Nieuwe mensen kwamen naar Emmen. J.Zuidema die in 1914 als monteur in dienst van de
Maatschappij tot aanleg en exploitatie van laagspanningsnetten was getreden verlegde
in 1924 zijn werkterrein naar Emmen waar hij tot zijn pensionering in 1960 werkzaam
bleef als hoofdambtenaar 1e klasse.
Omstreeks 1930 werd de rest van de gemeente ook op het Groninger netwerk
aangesloten, voor zover dat binnen het verzorgingsgebied lag. Noot: Nieuw
Amsterdam viel bijvoorbeeld onder de IJsselcentrale.
|