|
Door het ontbreken van een ziekenhuis in Emmen werden de gewonden noodgedwongen opgevangen in het huis van
wijkzuster Bloemink die aan de Dordschestraat 41, direct in de nabijheid van de overweg, woonde.
Zuster Bloemink werd geboren als Marijtje van der Lingen in 1878 te Edam als dochter van Jan van der Lingen
en Geertje Voorn. Zij huwde in 1903 te Voorst met de koffiehuishouder Hendrik Diederik Bloemink geboren in 1861
te Gorssel als zoon van Willem Bloemink en Maria Aalpoel.
Het was zijn tweede huwelijk. Al eerder was hij gehuwd geweest met Aleida Rommelaar, geboren in 1862 te Enschede
en overleden in 1902 te Enschede. Bij zijn eerste huwelijk gaf Bloemink op kastelein als beroep te hebben.
Zuster Bloemink overleed op 29 juni 1940 in Emmen op de leeftijd van 62 jaar. Een
klein jaar eerder was haar man
overleden, op 12 augustus 1939, oud 78 jaar.
Het echtpaar Bloemink kwam
omstreeks 1911-1912 naar Emmen waar ze in dienst trad van Het Groene Kruis.
Het waren met name "den ouden heer Jakobs te Emmen, den heer Langius te
Angelsloo en den heer Hadders te Zuidbarge" die haar met grote
welwillendheid tegemoet traden als vreemdelinge uit het verre Deventer.
Zuster Bloemink zou hier 27 jaar als wijkverpleegster werkzaam zijn. Op zaterdagmiddag 8 januari 1938,
twee jaar na haar zilveren jubileum, nam ze afscheid.
Over dit zilveren jubileum vermeldt Het Noorden in Woord en Beeld van 1 november 1935: "Nu
zuster Bloemink te Emmen op 1 november haar 25-jarige werkzaamheid als wijkverpleegster mag herdenken, zij
haar van harte dank gebracht voor alles wat zij in dienst van het Groene Kruis gedaan heeft voor de vele,
vele patiënten in deze uitgestrekte gemeente. Niet licht zal men vergeten, hoe doortastend en liefderijk
zij bijv. optrad bij het groote busongeluk aan den overweg vlak bij haar huis. We zien Zr. Bloemink hier
al weer klaar staan met haar trouwe fiets, om de lange afstanden af te leggen."
Bij haar afscheid werd zuster Bloemink geroemd om haar voorbeeldige wijze
waarop ze de helpende hand bood aan hen die medisch advies nodig hadden,
waardoor veel leed werd verzacht. Het bestuur van Het Groene Kruis had haar
in het openbaar en groots willen huldigen maar daar voelde ze niets voor.
Het werd een intieme huldiging maar niet minder hartelijk. Het bestuur van
het Groene Kruis bood haar een Philips radio aan.
De aard van haar werk bracht mee dat zij meestal geroepen werd in
gezinnen waar ziekte en zorg hun intrede hadden gedaan. Velen werden onder
moeilijke omstandigheden geholpen ondanks dat ze soms beurzen en harten
gesloten aantrof. Ze had een onverwoestbaar goed humeur, was kalm
en vol zekerheid tijdens haar werk, dat veelomvattend en zegenrijk was. In
zekere zin was zij een pionierster want zij was de eerste verpleegster in de
gemeente Emmen en moest vele vooroordelen en moeilijkheden overwinnen.
Zuster Bloemink kwam soms voor zeer eigenaardige opdrachten te staan. "Zoo overkwam het haar eens,
dat ze op 'n morgen bij een oud vrouwtje dat hulpbehoevend was, een groot
aantal naalden op een kussen vond met twee klossengaren er naast en ook een
schaar. En kalm klonk het verzoek: "Je mussen mij in al die noalden een
lange droad doon, dan kan 'k de heele dag an 't neien blieven."
Vrees kende ze niet. Op een late novemberavond werd ze, op het zandpad
naar Barger Oosterveld, eens overvallen door een tweetal mannen die
kennelijk onder invloed verkeerden van sterke drank. de weg was niet alleen
in slechte staat en aan beide zijden voorzien van veel struikgewas, ook was
de weg zeer onveilig door de vele overvallen en verkrachtingen die daar
plaatsvonden, aldus het blad Drenthina van 13 januari 1938. De mannen hadden
iets blinkend in de handen en namen een dreigende houding aan. Zuster
Bloemink stapte kalm af en omdat ze geen andere verweermiddel had dan haar
witte schort deed ze haar mantel open en zei: "Wat wilt ge van
mij mannen? Ik moet naar een stervende, die mijn hulp nodig heeft.....en
daar wilt ge me toch niet van terughouden?"De mannen dropen
beschaamd af, maar de zuster was van dat moment zeer gezien in Barger
Oosterveld.
Zuster Bloemink ondervond op originele wijze veel dankbaarheid van haar
patiënten. Geschenken nam ze nooit aan, ook al bleef de gever aandringen.
Kleine geschenken zoals een mandje appels, een koolraap of zelf een
kanarie nam ze wel aan. Ze kon die eenvoudig niet weigeren uit vrees de
dankbare gever te kwetsen.
|