|
Dords(ch)estraat: Zuster Bloemink - het treinongeluk in 1934

|
|
|
|
|
|
Het treinongeluk in 1934:

|
|
|









|
Op 22 augustus 1934 gebeurde er op de overweg in de Dordsestraat een ongeval die grote gevolgen zou
hebben voor Emmen. Drie doden en vele gewonden vielen er toen een autobus gegrepen werd door een
aanstormende trein. Emmen werd geconfronteerd met het feit dat het geen eigen ziekenhuis had.
Het ongeval werd mede veroorzaakt door het slechte zicht op de overweg. De huizen ontnamen
vrijwel het zicht.
De drie doden waren:
- Jan Keen, geboren in 1878 te Sleen als zoon van de landbouwer Roelof Keen en Johanna Kruimink.
Behalve chauffeur was hij ook rijwielhersteller. Keen was in 1906 te Zuidwolde in het huwelijk getreden
met Willemina Jansen geboren in 1884 te Wijkbroek, De Wijk. Bij dit huwelijk had hij opgegeven
timmerman te zijn. Hij werd 56 jaar oud.
- Johannes Hendrikus Func(k)e, geboren in 1890 te Bargeroosterveen als zoon van Herm Hendrik Funke
en Engeltje Sommer. Hij was arbeider van beroep. Func(k)e was in 1914 te Emmen in het huwelijk getreden
met Maria Aleida Wesseling geboren in 1896 te Erica. Hij was woonachtig in Klazienaveen en werd 44 jaar oud.
- Roelof Nijenhuis, geboren in 1876 te Ambt Hardenberg als zoon van Hendrik Jan Nijenhuis en Jatien Wolf.
Nijenhuis was in 1898 in het huwelijk getreden met de negentien jaar oude Jantje Vos. Nijenhuis woonde
te Nieuw Dordrecht en werd 58 jaar oud.
De autobus had als kenteken D-7080 dat sinds 25 september 1930 op naam stond van de
bestuurder Jan Keen te Nieuw Amsterdam.
Garage Keen te Nieuw Amsterdam.
Het Noorden in Woord en Beeld van 31 augustus 1934 vermeldt het volgende: "Het vreeselijke
ongeval met de autobus op den onbewaakten overweg bij Emmen heeft ontroering gebracht in breeden
kring en heeft allen, die het lazen of er getuige van waren, opnieuw de pijnlijke vraag gesteld:
is deze bezuiniging nu dergelijke onmenschelijke offers waard? Hoe lang is de lijst van
gedupeerden niet, sedert de overwegen "onbewaakt" bleven?
Een drietal dooden (de arbeiders J.H.Funcke uit Klazinaveen, R. Nijenhuis te Nieuw Dordrecht
en de bestuurder J.Keen), vier zwaar gewonden en velen met talrijke kwetsuren, hebben hier de
lugubere lijst opnieuw verlengd. De hartelijkste deelneming in het lot der verslagenen; van hen
die leden en nog lijden; en van al de nabestaanden, kunnen wij met grote weemoed betuigen, maar
het offer blijft gebracht en we kunnen ter afschrikking niet beter doen, dan deze gruwelijke
foto te geven als onwraakbare documentatie, van het terrein, dat wel een klein slagveld lijkt.
Het bloedige veld van hen, die kwamen van hun werk. Niet te verantwoorden is de oorzaak van deze
tragiek. Van vele zijden daagde snel goede hulp op - we zien het hier - maar vernielen is
gemakkelijker dan lenigen en herstellen."
|
|
|
Zuster Bloemink:

|
|
|



|
Door het ontbreken van een ziekenhuis in Emmen werden de gewonden noodgedwongen opgevangen in het huis van
wijkzuster Bloemink die aan de Dordschestraat 41, direct in de nabijheid van de overweg, woonde.
Zuster Bloemink werd geboren als Marijtje van der Lingen in 1878 te Edam als dochter van Jan van der Lingen
en Geertje Voorn. Zij huwde in 1903 te Voorst met de koffiehuishouder Hendrik Diederik Bloemink geboren in 1861
te Gorssel als zoon van Willem Bloemink en Maria Aalpoel.
Het was zijn tweede huwelijk. Al eerder was hij gehuwd geweest met Aleida Rommelaar, geboren in 1862 te Enschede
en overleden in 1902 te Enschede. Bij zijn eerste huwelijk gaf Bloemink op kastelein als beroep te hebben.
Zuster Bloemink overleed op 29 juni 1940 in Emmen op de leeftijd van 62 jaar. Een jaar eerder was haar man
overleden, op 12 augustus 1939, oud 78 jaar.
Het echtpaar Bloemink, het is niet bekend of ze kinderen hadden, kwam omstreeks 1910 naar
Emmen. In het Noorden in Woord en Beeld van 1 november 1935 staat: "Nu zuster Bloemink te
Emmen op 1 november haar 25-jarige werkzaamheid als wijkverpleegster mag herdenken, zij haar van
harte dank gebracht voor alles wat zij in dienst van het Groene Kruis gedaan heeft voor de vel,
vele patiënten in deze uitgestrekte gemeente. Niet licht zal men vergeten, hoe doortastend en
liefderijk zij bijv. optrad bij het groote busongeluk aan den overweg vlak bij haar huis. We
zien Zr. Bloemink hier al weer klaar staan met haar trouwe fiets, om de lange afstanden af te
leggen."
|
|
|
Een herdenkingsmonument?:

|
|
|
|
Op 22 augustus 2010 was het vijfenzeventig jaar geleden dat de busramp plaatsvond. Een
busramp die een keerpunt in de geschiedenis van Emmen. Deze ramp maakte op een pijnlijke manier
duidelijk dat Emmen behoefte had aan een eigen ziekenhuis. Door dit ongeluk kwam dit prominenter
op de agenda, waardoor Emmen vier jaar later de beschikking had over een diaconessenhuis.
De Historische Vereniging Zuidoost Drenthe vroeg in 2009 aan de gemeente Emmen toestemming om
op de plaats van het ongeval een kei met plaquette te mogen plaatsen.
Een monument was ook de wens van Jantje Koopman - Keen, een dochter van de verongelukte
buschauffeur. Haar jongere zus, Zus Keen die tijdens het ongeluk in de bus zat en daarbij gewond
raakte, was echter tegen plaatsing van een monument. Zij had onoverkomelijke en emotionele
bezwaren tegen de plaatsing.
De gemeente Emmen hield rekening met de bezwaren van deze ene persoon, waardoor het monument
er niet zou komen. De Historische Vereniging Zuidoost Drenthe legde zich bij neer bij het
besluit van de gemeente omdat "onze indruk is dat we met een bezwaarschrift de gemeente
niet op andere gedachten kunnen brengen", aldus A.Dekker, secretaris van deze vereniging.
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- Noorden in Woord en Beeld van 31 augustus 1934, collectie R.Boelens.
- Noorden in Woord en Beeld van 1 november 1935, collectie R.Boelens.
- Drents Archief, inv.nr. 69, vindplaats: 0031.
- Dagblad van het Noorden 28 december 2009.
- Foto's:
- Noorden in Woord en Beeld van 31 augustus 1934, collectie R.Boelens.
- Archief gemeente Emmen.
|
|

|