|
Willem Sjuck Johannes Oosting, in Emmen "Wilm Sjoek", was reeds in zijn jonge jaren gek
op dieren. Toen hij in het bezit kwam van een auto bezocht hij vele dierentuinen in binnen en
buitenland. Zo ontstond het plan om zelf een dierentuin te beginnen in Emmen. Zijn familie wilde
hem financieel steunen en ontstonden er steeds vastere plannen. De dierentuin die hem daarbij het
meest inspireerde was die van de Duitser Carl Hagenbeck die in Stellingen bij Hamburg, de destijds
zeer bekende, Zoologische Tiergarten exploiteerde.
In de herfst van 1934 begon Willem Sjuck met de aanleg van "zijn" dierenpark in de
tuin van zijn ouders, Jan Oosting en Maria Anna Aleida (Lei) Oosting-Oosting, die in
een villa aan de Hoofdstraat woonden.
Nog voor de aanleg van het dierenpark werd de grond van zijn ouders voor allerlei doeleinden
gebruikt, aldus Willem Oosting in een interview in de Emmer Courant van juli 1960. Zo is de
grond een tijdlang verhuurd geweest aan de Vereniging voor Volksvermaken, die 's winters op het
middengedeelte een ijsbaan liet aanleggen.
De Emmer Courant van augustus 1934: "We kunnen thans mededeelen, dat de plannen voor
stichting van een dierenpark te Emmen verwezenlijkt zullen worden."
"De heer W.S.Oosting, wiens sympathie voor het leven der dieren bekend is, zal ons
dorp met deze nieuwe aantrekkelijkheid verrijken, waartoe de familie Oosting het tegenwoordige
sportterrein bestemd heeft."
"De heer Oosting heeft zich in verschillende dierenparken op de hoogte gesteld en
de volledige medewerking verkregen van den directeur van het Zeister dierenpark, den heer
Kolfschoten, zoodat een deskundige opzet verzekerd is."
"Het ligt in de bedoeling eenigszins bescheiden te beginnen en dan naar
omstandigheden het park uit te breiden."
"Binnenkort wordt met de voorbereidingen begonnen en in den komenden winter hoopt
men met den aanleg gereed te komen, zoodat de openstelling tegen den zomer van 1935 kan plaats
hebben."
"Het behoeft nauwelijks te worden gezegd dat hiermee een zeer belangrijke stap
wordt gezet op den weg naar de ontwikkeling van Emmen als ontspanningsoord."
"Een goed dierenpark bezit het geheele noorden niet en is een attractie, die
elders niet zoo gemakkelijk wordt nagevolgd, zoodat, eenmaal in het bezit daarvan, Emmen een
grooten voorsprong heeft verworven."
"Hopen wij, dat de plannen vlot uitgevoerd kunnen worden en de onderneming geheel
aan de verwachtingen zal beantwoorden."
De Emmer Courant van oktober 1934: "Sedert eenige tijd zijn de werkzaamheden voor
de aanleg van het dierenpark in volle gang en menigeen is nieuwsgierig wat het gaat worden."
" 't Zal zoo'n vaart niet loopen, hoort men nogal eens opmerken, en het publiek schijnt
van meening dat 'die dierentuin' niet zoo heel veel bijzonders zal zijn."
"Wij hebben het genoegen gehad onder leiding van den heer Oosting eens een kijkje te
nemen op het ruim 3,5 hectare groote terrein waar grondwerkers, tuinlieden, betonwerkers, metselaars,
timmerlieden en smeden dag aan dag bezig zijn."
"Wij zijn daarbij tot de slotsom gekomen, het publiek weet er niets van, het wordt wel
degelijk iets bijzonders, dan noch Groningen, noch Friesland, noch Drenthe, noch Overijssel bezit."
Het park werd aangelegd onder dagelijkse leiding van de heer H.Kamp uit Zeist, terwijl de architectuur
voor de eerste gebouwen aan architect J.van der Horst was opgedragen.
Tien tot twaalf maanden lang was het een komen en gaan van tuinlieden, timmerlieden, grondwerkers,
metselaars en betonwerkers. Zij kwamen veelal uit Emmen en omgeving.
De Emmer Courant van 5 april 1935: "We zijn dezer dagen nog eens weer een kijkje gaan
nemen in het Noorder Dierenpark in wording, waar een vijftig werklieden dag in dag uit bezig zijn om deze
grootsche attractie voor opening tegen Hemelvaartsdag of Pinksteren gereed te krijgen."Noot:
deze werklieden waren werklozen aldus W.Oosting in een interview in de Emmer Courant van juli 1960.
"Als we schrijven 'deze grootsche attractie' dan is dat geen overdrijving. Toen we eenige
jaren geleden in de reeks 'Grooter Emmen' schreven 'een dierenpark kan Emmen een groote voorsprong geven op elke
andere plaats in het noorden', hadden we niet kunnen denken, dat zoo spoedig en zoo energiek zou worden
verwerkelijkt, wat ons als een vage idee voor ogen stond."
"De heer Oosting, dat blijkt bij het vorderen van het werk steeds meer, spaart er niets aan om
zijn dierentuin te maken tot één der best ingerichte des lands, waar de bewoners het zoo goed mogelijk zullen hebben
en het publiek de dieren op het voordeeligst kan aanschouwen."
Ten einde een echt park te verkrijgen werd het terrein rijkelijk beplant met velerlei bomen en heesters. Op
het terrein werden meerdere rotspartijen van gewapend beton gemaakt, er werden hokken gebouwd en vele vijvers aangelegd.
De bedoeling van Willem Sjuck Oosting was dat het publiek de dieren zoveel mogelijk in hun
natuurlijke omgeving kon zien, iets wat ook later immer de insteek van de directie is geweest.
Welke dieren er zouden komen moest een verrassing blijven, maar zo stond in de Emmer Courant van oktober 1934:
"er komen enkele soorten, die in geen enkel ander dierenpark in den lande voorkomen. Groote roofdieren
zullen niet ontbreken."
|