|
De Emmer Courant kopte in januari 1959: "Een der oudste panden verdwijnt"
"Dit pand, dat een van de oudste panden in de hele zuidoosthoek van Drenthe is, zal
verdwijnen om plaats te maken voor een nieuw en modern gebouw.
Het achterste gedeelte met de oude schuur dateert van 1572. Het voorste gedeelte werd er in
1767 aangetimmerd. Het pand heeft geen fundamenten en de muren rusten op keistenen en wie mocht
denken dat het bouwwerk na al die jaren wel wat bouwvallig zal zijn geworden, vergist zich
terdege.
Het gaat de familie Meyer-Kooiker, de eigenaars, wel wat aan het hart dat hun bezit, dat door
de heer Kooiker in 1894 werd aangekocht, met de grond gelijk gemaakt zal worden, maar - en dat is
prijzenswaardig - ze willen de ontwikkeling van Emmen geen sta in de weg zijn."
Tijdens graafwerkzaamheden stuitten bouwvakkers van aannemer Rossing uit Emmen op een
boomput, waar archeologen eind september - begin oktober 1959 onderzoek naar
verrichten.
Een boomput is een oude waterput die gemaakt is van een uitgeholde eiken boomstam.
De gevonden boomput had een diameter van ongeveer 1 meter en een diepte van 2.40 m. Hier bovenop had
echter nog een bovenbouw gestaan van zeker 3.50 meter, zodat de totale diepte van de put maar liefst
zes meter bedroeg! Scherven uit de put wezen erop dat deze dateerde uit de
Late Middeleeuwen en dat de put lang in gebruik was geweest.
Over deze put bestaat een legende uit de Franse Tijd, toen hier al een herberg gevestigd was. Op
zekere dag kwamen de Franse soldaten. Hun paarden waren beladen met zakken geld. Eén van de knechten
van de herbergier kon de verleiding niet weerstaan en pakte één van de geldzakken die hij in de put
bij de herberg zou hebben verstopt.
Misschien dat één der arbeiders van Rossing de geldzak is heeft gevonden maar tijdens het archeologisch
onderzoek naar de put is het geld in elk geval niet gevonden.
|