|
Hoofdstraat: Schultehuis - Villa Lindenhof

|
|
|
|
|
|
Bewoning:

|
|
|
kaart 1832
gebruik uw muis voor informatie
kaart 1880
gebruik uw muis voor informatie
kaart 1916
|
1807: de weduwe Willinge.
1832: C953 Jan Willing burgemeester.
1880: C3421 Jan Albert Willinge.
Oorspronkelijk stond hier het huis van de schulte, vermoedelijk gebouwd door de schulte familie Emmen.
Na afbraak van het Willingehuis nieuwbouw van de villa Lindenhof. Hierin woonden (waren o.a. gevestigd):
- R.Zegering Hadders en zijn zuster Margreet (1936-1942).
- Margreet Hadders (1942-1944).
- Vordering door Duitse bezetter t.b.v. generaal F.C.Cristiansen (1944-1945).
- R.Zegering Hadders (1945-1981).
- Dienst gemeentelijke sportinrichtingen (1978-19xx).
- Noorder Dierenpark (1984-heden).
|
|
|
Willingehuis

|
|
|
De Willingehuis tussen 1910 en 1914.
Foto genomen vanaf de NH kerk.



Nieuwe kozijnen met oud glas afkomstig van het Willingehuis voor de Oudheidkamer.
|
De woning van de schulte, waar in 1695 "de jonge weduwe schultinne" woonde,
werd ooit het schultehuis genoemd, later het Willingehuis en in de volksmond "Het Witte Huis".
Met de jonge weduwe werd Aleida van Beverfoorde bedoeld, weduwe van de in 1685 overleden
schulte Everhardus Emmen.
Volgens hetzelfde haardstedenregister van Emmen woonde in 1695 in het schultehuis
"de oude weduwe schultinne". Dit was
Christina Sijbilla Wijsmans,
weduwe van schulte Warnerus Emmen,
de vader van Everhardus.
Oudere Emmenaren kunnen zich het Willingehuis nog goed herinneren. Het huis werd
door de bevolking witte huis genoemd omdat de muren wit geschilderd waren. Het stond
bekend om haar mooie omgeving met prachtige rododendrons en oude lindebomen.
Waarschijnlijk is het Willingehuis gebouwd aan het eind van de zeventiende, of begin
achttiende eeuw.
Voordat het Willingehuis werd gebouwd stond er op dezelfde locatie een ander en groter
huis welke waarschijnlijk een zijvleugel heeft gehad. Van dat oude huis is niet bekend hoe
het eruit heeft gezien en ook niet bekend wanneer het is gebouwd. Bronnen
beweren dat het een soort havezate geweest moet zijn. Zeker is dat echter niet. Die havezate
zou een opvolger geweest kunnen zijn van de bisschoppelijke hof. Ook dat is niet zeker.
Tijdens de afbraak van het witte huis in 1936 bleek dat de fundering bestond uit heel
oude granietblokken. Men vermoedde in 1936 dat deze granietblokken overblijfselen waren
van het huis dat misschien de havezate geweest was. Ook kwam er zuiver groen kathedraalglas
tevoorschijn dat 400 jaar oud bleek te zijn. Dit glas is hergebruikt voor de ramen van de
voormalige Oudheidkamer op het Marktplein.
Het was Hugo Emmen
of één zijner voorvaderen
die het oude huis liet afbreken en een nieuw huis, dat later het witte huis zou worden
genoemd, liet bouwen. In 1719 heeft Hugo Emmen in het Willingehuis door Wychel Dannenberg
geschilderd behang laten aanbrengen, waarop een voorstelling met een vijver, een tempel,
een galerij met beelden, sfinxen, waterspuwers en een afbeelding van hemzelf, zijn vrouw
Adriana Theodora Quaadt, en hun zoontje Christiaan Wolter spelend bij de vijver. In 1934,
twee jaar voor de afbraak bevond het behang, na 215 jaar (!) zich nog steeds in het huis.
Het behang schijnt nog in particulier bezit te zijn.
In 1776 werd het huis door de erfgenamen van Christiaan Wolter Emmen voor f 6.000,-
verkocht aan de nieuwe schulte van Emmen, Lucas Willinge. Toen de familie Willinge het
witte huis ging bewonen kreeg het huis eveneens de (bij)naam Willingehuis.
De laatste bewoners van het witte huis waren Gezina Anna Christiena (1854-1935) en haar
zus Roelina Wilhelmina Willinge (1857-1916), de in Emmen zeer bekende dames Willinge. Ze
waren beide ongetrouwd. Gezina werd wel "juffer Sientje" genoemd.
Nadat Roelina in 1916 was overleden, kwam Johanna Koertsen, een nicht van Gezina, bij
haar inwonen. Veel oudere Emmenaren kunnen zich deze dames nog goed herinneren. Ze waren
zeer deftig en "moordzuunig" zoals men dat vroeger in Emmen zei. Toch gaven ze
ook nog wel eens iets weg. Wanneer de jeugd van Emmen een bal wilde hebben gingen ze geld
inzamelen om er één te kunnen kopen. Hun eerste gang was dan naar de dames Willinge. Deze
gaven namelijk altijd een dubbeltje, wat in die tijd veel geld was.
De dames hadden een dienstmeid die "Hendekki" genoemd werd. Ze waakte over
de beide dames alsof het haar kinderen waren. Als ze boodschappen ging halen gebruikte
ze nooit een tas maar altijd haar schort om de gekochte spullen in mee te nemen.
De dames Willinge waren ontzettend deftig. Ze bemoeiden zich eigenlijk weinig met de
overige dorpsbewoners. Wanneer in de winter het Oranjekanaal dichtgevroren was, en het ijs
dik genoeg was om er op te kunnen schaatsen liepen de dames Willinge beide naar de brug
over het kanaal bij Westenesch. Daar stond dan iemand hen op te wachten die hen de schaatsen
onder deed. Voor die handeling vonden ze zichzelf te deftig....................
In 1935 stond in de Emmer Courant: "De trottoiraanleg is deze week weer een stukje
verder gekomen, doordat in de bocht voor het huis van de familie Willinge, die de noodige grond
afstond, nu ook het tegelpad kon worden aangebracht. Juist te dezer plaatse is het een
verbetering, ten spijt van het wederom teloor gaan van een stukje dorpskarakter."
"Zulks verlies maakt veranderend Emmen tot regelmatige verschijnselen, die nauwelijks
meer opvallen. Emmen moet Mooi-Emmen blijven en het dorpskarakter niet verliezen!"
|
|
|
Willingekamp

|
|
|
Kaart omstreeks 1790.
Fragment kadastrale kaart 1832.
Willingekamp.
Oude bomen, een sloot en koeien.
|
In het centrum van het dorp Emmen, achter het Willingehuis, lag vele eeuwen een parkachtig landgoed, het Willinge landgoed, ook
bekend als de Willingekamp. Het landgoed omvatte zo'n 200 jaar geleden de tegenwoordige woonwijk
Oud Allee, het terrein van het Dierenpark Emmen en de gronden langs de oostkant van
de Hoofdstraat vanaf de Minister Kanstraat tot ongeveer de entree van het Dierenpark Emmen.
Een uitgebreid artikel over dit landgoed is geschreven door Tonko Engelsman en is gepubliceerd in "De Kroniek" van
maart 2010 onder de titel "Het geheim van de Emmer burgemeester Jan Jacob Willinge of de raadsels rond de rechthoekige gracht"
uitgegeven door de Historische Vereniging Zuidoost Drenthe. Het artikel van Tonko Engelsman over de inrichting van het landgoed
is zeer actueel door de voorgenomen verplaatsing van het dierenpark. Meer informatie over de 'raadsels van de rechthoekige gracht'
is te lezen in genoemde Kroniek, die verkrijgbaar is bij The Readshop Boelens en Plantage boekhandel Vermeer.
Op een kaart uit ca. 1790 is te zien hoe het terrein toen was ingericht. Er was een grote renaissancetuin en vanaf de woning,
het Willingehuis, liep een 350 meter lange imposante hoofdlaan naar het oosten. Delen van deze meer dan 200 jaar oude hoofdlaan
zijn nog steeds aanwezig. Ter plaatse van 'Oud Allee' lag vroeger een bos.
Volgens Engelsman heeft burgemeester Willinge de inrichting van het landgoed omstreeks 1820 drastisch laten veranderen. De
renaissancetuin werd opgeruimd, nieuwe wegen en lanen werden aangelegd en de ontwateringsloten werden gegraven. Aan de oostelijke
rand van het landgoed kwam de lange noord-zuid lopende oostlaan. Toen is mogelijk ook de rechthoekige "sloot" gegraven die op de
kadastrale kaart van 1832 staat aangegeven.
Engelsman heeft uitvoerig onderzoek gedaan en legt in De Kroniek uitvoerig uit waarom het verhaal niet juist
is dat de rechthoekige sloot dezelfde is als de oude gracht die bij het voormalige Heerenhof zou hebben behoord. Beweringen dat de
rechthoekige sloot zeer oud zou zijn, zijn voor zover Engelsman heeft na kunnen gaan, niet op gedegen onderzoek gebaseerd.
Noot: Dit
Heerenhof is ver voor het jaar 1400 gesticht, doch omstreeks 1600 waren er al geen gebouwen meer over.
B.J.Mensingh schreef in "Toen stilte nog te horen was" dat de rechthoekige sloot het Willingehuis tegen "de vijand" zou hebben
beschermd. Deze waterpartij werd Weiert genoemd en heeft het water opgevangen dat door een andere sloot werd aangevoerd vanaf de
hoek Hoofdstraat / Noorderstraat. Deze wateropvang werd onder de bevolking "dokterskom" genoemd en is mogelijk afgeleid
van een oud bewoner van het huis, Lucas Willinge (1817-1861) die dokter van beroep was. Deze Lucas Willinge was een zoon van
burgemeester Jan Jacob Willinge en Gezina Berendina Amshoff en bezat het Willingehuis tot zijn overlijden in 1861.
Rond 1900, in de tijd dat de spoorlijn naar Emmen werd aangelegd, veranderde de inrichting van het landgoed. Op de lange oostlaan
kwam de nieuwe spoorlijn te liggen. In plaats van koetsen reden er toen stoomtreinen. Het bos moest plaatsmaken voor de woonwijk
Allee.
Delen van de vroegere inrichting van het landgoed zijn nog te herkennen in het Dierenpark Emmen en op de maquette in receptiehal
van het gemeentehuis. Na het verplaatsen van het dierenpark krijgt het terrein een nieuwe bestemming. Gedacht wordt aan een combinatie
van wonen en wandelgebied. Dit bijzondere terrein biedt unieke mogelijkheden. Deze kansen moeten niet worden verkwanseld. Oude elementen
van het vroegere parkachtige Willinge landgoed zouden kunnen worden ingepast zodat iets van de historie van Emmen weer zichtbaar wordt
of niet verloren gaat.
|
|
|
Sport- en voetbalveld

|
|
|
Uitvoering van E&O op de Willingekamp.
Een voetbalwedstrijd tussen Emmen en Heerenveen
op de Williingekamp. Nog zonder tribune maar met
feestzaal.
Toch verrees op de Willingekamp een echte tribune.
Op de achtergrond is de zogeheten feesttent nog waarneembaar. Foto: N.v.h.N. 1933.
Tijdens de opening van het voetbalveld
in 1932 poseerden het bestuur en de
elftallen "voor den groote tribune".
De feesttent als school.
De feesttent maakte plaats voor het
roofdierenverblijf, waar ook de olifant
een plaats kreeg. Op de achtergrond het
voetbalveld met het dak van de tribune.
|
De eerste voetbalpioniers in Emmen waren Lupko Kliphuis, Jan Dik, Jan Berends en Jaap Slik. Zij richtten op
1 januari 1910 de eerste voetbalclub in Emmen op, onder de naam "VIOS" (Voetbal Is Ons
Streven). Er werd gevoetbald op een terrein van Kliphuis aan de Weerdingerstraat (Autorama - Edah) maar al
snel week men uit naar een terrein nabij de Molenkamp.
In 1913 werd de VVB (Veenkoloniale Voetbal Bond) opgericht waar ook VIOS zich bij aansloot.
In het seizoen 1913-1914 werd de naam VIOS veranderd in Emmen omdat er al een voetbalclub onder de naam VIOS
bestond. Op 1 november 1914 ontstond in Emmen een tweede club met de naam "Voorwaarts". Zij speelden
alleen vriendschappelijke wedstrijden op een veld in Boschoord, op de hoek Parklaan en burgemeester Tijmesstraat.
In 1916 gingen de voetbalvereniging "Emmen" en "Voorwaarts" samen verder onder de naam
"SDO" (Sterk Door Oefening). Zij speelden o.a. op weilanden van diverse boeren en op
een terrein aan de Veenkampenweg.
Het voetbal in Emmen kreeg in 1919 steeds minder betekenis omdat een goede sterke voetbalclub ontbrak. Daarom werd
er in september 1920 een nieuwe club opgericht, maar spelers konden ook terecht bij de eveneens in 1920 opgerichte
club EVV (Emmer Voetbal Vereniging). In Noordbarge was inmiddels VEV opgericht (Vlug
En Vaardig). In maart 1925 waren de drie clubs al weer verdwenen.
Er werd gevoetbald op een terrein aan de Sterrenkamp dat in 1923 was aangelegd.
Emmenaar Ginus Groothuis, gesteund door meester Willem Slik, vond dat Emmen niet langer zonder voetbalclub kon en
dat er een volwaardige voetbalclub moest komen. Zij waren de initiatiefnemers van de op 21 augustus 1925 opgerichte
voetbalvereniging NEC (Noordbarge Emmen Combinatie).
Ook NEC voetbalde op het sportveld aan de Sterrenkamp, dat ze huurden van de
Vereeniging voor Volksvermaken. Deze vereniging organiseerde op het sportveld
ook volks- en schoolfeesten.
De naam voetbalvereniging NEC veranderde in 1927 in "voetbalvereniging Emmen".
De voetbalvereniging Emmen voetbalde aanvankelijk ook op het terrein aan de Sterrenkamp. Dit was in de wintermaanden
een groot probleem, want het voetbalveld fungeerde ieder jaar van 1 december tot 15 maart als ijsbaan. Soms werd van een
boer een stuk land gehuurd om een thuiswedstrijd te kunnen spelen. De voetballers moesten zich omkleden in de bovenzaal
van Hotel Groothuis aan het Marktplein (het clubgebouw) en van daaruit lopende naar het sportveld.
Heel 1932 stond in het teken van een nieuw voetbalveld. Dankzij
medewerking van Mej.Willinge, een loterij en inzamelingsacties kon de aanleg
ervan in het kader van werkverschaffing worden gerealiseerd.
Op 20 november 1932 verhuisde de voetbalvereniging Emmen naar het terrein op de Willingekamp. Ze speelden die dag tegen
een club uit Meppel.
In 1934 maakte dit sportveld al plaats voor de aanleg van het Noorder Dierenpark. Het voetbalveld werd iets naar het
noorden verplaatst, naar de plaats waar in 1938 het wildpark werd aangelegd. Aan de
zuidkant van het nieuwe sportveld kwam een verblijf voor roofdieren en een olifant te staan met aan de noordkant grote
oude bomen. Deze bomen vormden vroeger de imposante van oost naar west liggende hoofdlaan.
In 1937 verhuisde de voetbalclub naar het sportterrein aan de Kerkhoflaan. Op het vrijgekomen terrein werd het wildpark
aangelegd.
|
|
|
De Lindenhof

|
|
|





|
Na het overlijden van Gezina Willinge, december 1935, schreef een verslaggever in de Emmer
Courant van 10 januari 1936 dat de bevolking zich afvroeg wat er met het huis zou gebeuren.
Afbraak ervan zou een groot verlies zijn.
Toch zou dat ervan komen toen in januari 1936 het huis werd gekocht door "eenige van Emmens
ingezetenen". Dit waren R.Zegering Hadders en zijn zuster en dr.J.R.Hospers.
De Emmer Courant van maart 1936: "Binnenkort zal onder architectuur van den heer Daan
Jansen te Utrecht worden begonnen met het bouwen van een landhuis naast de villa van doktor
Hospers, voor rekening van mej.M.A.Hadders en den heer R.Zegering Hadders. In overeenstemming
met het dorpsche karakter zal de nieuwe villa in landelijke stijl worden uitgevoerd, en 60 meter
van de straat gebouwd worden. Het oude huis der familie Willinge blijft staan tot het najaar, en
wordt dan afgebroken.
Op 14 mei 1936 ving de afbraak aan. Een dag later schreef een journalist in de
Emmer Courant: "'Wij hebben vóór het verdwijnen nog eens een rondgang gemaakt
door het huis met z'n ruime salon en z'n slaapvertrekken, met geschilderd leerbehang, die
stomme getuigen van vergane glorie waren. De muizen hadden de fresco's vervreten, de verf
was vergaan, de vloeren en de zolders vertoonden molm gaten en uitgesleten holten. Een
donker hok met een bundel stroo naast de keuken, een logeervertrek met vervelooze wanden
spreken van de uiterst geringe eischen aan gerief, die de bewoners voor zichzelf, hun
personeel en hun gasten stelden. Rijken voor de buitenwereld, maar als het materiële leven
de rijkdom uitmaakt, zijn er veel rijkeren dan die hier hun leven sleten".
De Lindenhof werd gebouwd. Een schitterende villa op een eeuwenoude plaats. Dat Zegering
Hadders dit op juiste waarde heeft ingeschat moge blijken dat hij het huis alleen te koop
aanbood aan de gemeente Emmen en niet op de vrije markt aldus Mensingh in "Toen alles
anders was". Bij verkoop aan het Noorder Dierenpark werd als eis gesteld dat het
uiterlijk van de villa niet mocht worden aangepast.
Enige gegevens:
- bouwjaar: 1936
- bouwsom: f 17.000,-
- architect: Ir.Daan Jansen en C.Bos te Utrecht
- aannemer: H.Rossing van de Schimmerweg met medewerking van de aannemers Daanje
(Noordeind), Huizing (Odoorn) en Timmer (Valthe).
- eerste huis in Emmen met centrale verwarming
|
|
|
R.Zegering Hadders

|
|
|

|
De meeste Emmenaren kennen de naam Roelof Zegering Hadders. Roelof Zegering Hadders werd
geboren in Emmen op 25 juni 1912 als zoon van Jan Hadders en Wubbiena Roliena Zegering. Vader
Jan Hadders was in het bezit van veen- en landbouwgronden en de boerderijen die daarbij
hoorden.
Hij was, evenals later zijn zoon Roelof, een bekende Emmenaar en zeer betrokken bij de
samenleving. Verenigingen en particulieren konden vaak op zijn hulp rekenen. Als dank voor
alles wat hij in de Emmer samenleving had gedaan werd in 1930 de Jan
Haddersbank nabij de Nederlands
Hervormde kerk onthuld. Dit monument is afgebroken tijdens de aanleg van "de stadsvloer".
Na zijn lagere schooltijd bezocht Roelof de H.B.S. in Ter Apel. Om gezondheidsredenen
bleef hij enige jaren thuis. Daar kreeg hij begeleiding van twee leraren van de ULO aan de
Allee. Ook kreeg hij twee jaar les van iemand van de Rijksuniversiteit Groningen die hem
veel leerde over economie.
In 1935 werd de naam Zegering aan zijn naam toegevoegd. Zegering was de familienaam van
zijn moeder. Grootvader Zegering wilde dat graag omdat anders deze naam zou verdwijnen.
Voordat Roelof in 1936 het ouderlijk huis verliet, liet hij samen met zijn zuster Margreet
een villa bouwen aan de Hoofdstraat. Deze kreeg de naam "De Lindenhof". Daar woonde
hij tot 1942. In december van dat jaar trouwde hij met Margien Hadders. Samen betrokken ze
toen de boerderij aan het Marktplein 17. Hierin is nu restaurant "De Kamer" gevestigd.
Eind jaren dertig werd Roelof lid van de gemeenteraad en meteen wethouder! Hij kreeg de
portefeuilles onderwijs en armenzorg toegewezen. Hij bleef 39 jaar lang wethouder van
onderwijs in de gemeente Emmen! In die hoedanigheid bezocht hij minstens één keer per jaar
iedere openbare lagere school in de gemeente. Hij bezocht ook de kinderen in de klas, iets
wat velen zich nog goed herinneren. Keurig gekleed in een grijze broek, een zwarte colbert
en een stropdas kwam de lange, forse en statige man destijds het klaslokaal binnen. Men
vond dat toen erg "deftig", en velen hadden ontzag voor hem. Hij ging vaak voor de klas
staan en stelde dan allerlei vragen.
Roelof Zegering Hadders was een legendarische man. Hij gaf regelmatig lezingen met dia’s
over oud Emmen en kon daarbij prachtig vertellen. Roelof Zegering Hadders overleed op 27
juli 1991.
Als nagedachtenis aan deze grote man is op het Marktplein een bloemenklok geplaatst.
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- De Kroniek augustus 2000, door H.D.J.Krikke, uitgave Historische Vereniging Zuidoost Drenthe.
- B.Emmens 2004 en 2005. In 2007 verschenen zijn gegevens ook in het Drents Genealogisch Jaarboek.
- "Geïllustreerde plaatsbeschrijving Gemeente Emmen".
- "De schulten in Drenthe van 1795-1811" J.Folkerts.
- "Toen stilte nog te horen was" door B.J.Mensingh. Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90-75115-22-9.
- "Toen alles nog anders was" door B.J.Mensingh. Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90-75115-33-4.
- "Rondom de Heerenhof" door Ger de Leeuw. Uitgeverij Drenthe, Beilen. ISBN 90-75115-29-6.
- Emmer Courant 1935.
- Emmer Courant maart 1936.
- Emmer Courant 14 mei 1936.
- "Noorden in Woord en Beeld 1932" collectie R.Boelens.
- Kaartje gegenereerd met een proefversie van Hazadata, met dank aan André Dekker voor de gegevens.
- Foto's:
- E.Hof.
- R.Boelens.
- A.Pool.
- G.v.d.Veen.
- Archief gemeente Emmen.
- J.Withaar.
- Zie ook: "100 jaar Emmen, veranderingen in bebouwing" deel 2
Door Sis Hoek Beugeling, J.Withaar, Gerrie van der Veen
Noordboek 2004, ISBN 90.330.1275.8
|
|

|