dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Cultuur
dot Straatnamen

dot Gemeente archief
De historie van Emmen in woord en beeld

Op 19 december 2018 heeft HE van de heer S.G. (Geert) Hovenkamp uit Hilversum zijn gehele digitale archief in ontvangst mogen nemen. Gedurende 25 jaar heeft hij onderzoek gedaan naar familierelaties in Emmen en de locatie waar ze woonden (periode van omstreeks 1600 tot 1832) Het is in omvang, compleetheid en geordendheid mogelijk het grootste particuliere archief van Emmen. In samenwerking met het Erfgoednetwerk zal bekeken worden hoe e.e.a. ontsloten kan worden.
Geert, bedankt ! ! !

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Hoofdstraat: Schultehuis - Willingehuis - Willingekamp - Villa Lindenhof Omhoog


Bewoning: Omhoog


kaart 1832
gebruik uw muis voor informatie


kaart 1880
gebruik uw muis voor informatie


kaart 1916

jaar sectie eigenaar
1807 - de weduwe Willinge
1832 C953 Jan Willinge, burgemeester
1880 - -
1916 - -

Aangenomen mag worden dat vanaf 780 tot in de 19e eeuw het grondgebied tussen Minister Kanstraat en Sterrenkamp als bestuurscentrum (en bisschoppelijke hof) dienst heeft gedaan. Dat er toen bewoning in het gebied Emmen was, is duidelijk geworden door de vondst van heel oude graven ter plaatse van de huidige NH kerk. Die zouden toebehoren aan "een Frankische of Saksische in Frankische dienst getreden adelsfamilie" die toen de omgeving Emmen bestuurde in opdracht van Karel de Grote (768-814). Ook een Frankisch castellum (een permanente legerplaats) zou hier hebben gelegen. Bron: Mensingh 1999, p.26 en 145.

Mr. Harm van Riel schreef in de Emmer Courant van 29 juli 1972 dat "een hoogleraar in de archeologie" bovenstaande informatie had aangereikt.

Een masterstudie van Pieter den Hengst van 10 januari 2012 bevestigt bovenstaande. Den Hengst: "Het verhaal begint in de Vroege Middeleeuwen. In het laatste kwart van de 9e eeuw wordt Drenthe ingelijfd bij het Frankische rijk en de bevolking gaat over tot het Christelijke geloof. Kerk en overheid verlangen van de bevolking dat de doden voortaan niet meer op heidense grafvelden worden begraven, maar in gewijde grond bij een kerk. Het onderzoek heeft aangetoond dat onder de Grote Kerk van Emmen één van de oudste vermoedelijk christelijke begraafplaatsen in Drenthe ligt."

Eén gevonden groep graven bevatte rijkere grafgiften en zijn daarom mogelijk de graven van een aanzienlijke familie. De graven waren van een vrouw en een meisje die beiden een bronzen sleutel als grafgift meekregen. Verder was er een graf van een persoon met een groot postuur, waarschijnlijk een man. Het vierde graf was van kind van 4 of 5 jaar oud. Omstreeks 850 werd boven deze graven een kleine houten zaalkerk gebouwd. Het is mogelijk dat deze familie binnen de kerk begraven werd maar zeker is dit niet. Mensen die later overleden werden gewoonlijk buiten de kerk begraven. Alleen belangrijke personen werden soms nog in de kerk begraven. Bron: Den Hengst 2012.


Schultehuis 1: Omhoog

van tot bewoners adres
- ≈1700 De schulten van Emmen -

Het schultehuis was het huis van de schulte, een functie die vergeleken kan worden met de huidige taken van burgemeester en notaris tezamen.

Een belangrijk huis dat vermoedelijk werd gebouwd door de schultefamilie Emmen. Noot: deze familienaam heeft voor zover bekend geen verband met de plaatsnaam Emmen.

Mensingh (1999 p.26) vermeldt dat dit schultehuis groter geweest zou zijn dan het omstreeks 1700 gebouwde Willingehuis. Hoewel geen zekerheid, zou dit af te leiden zijn uit de vondst van grachtresten ter plaatse. De gracht zou het schultehuis tegen de vijand hebben beschermd. Noot: T.Engelsman heeft onderzoek naar de ouderdom van de gracht gedaan en de resultaten hiervan gepubliceerd in De Kroniek van maart 2010. De grachtresten kregen later onder de bevolking bekendheid als dokterskom. Het was een laagte waar het regenwater uit de omgeving naartoe stroomde. Het gebied werd ook wijert [weiert] genoemd. Wijer is een oud woord voor waterplas. Noot: Mogelijk is de naam dokterskom ontleend aan de doktoren Willinge, Schönfeld en/of Hospers die ter plaatse hebben gewoond.

Het schultehuis heeft waarschijnlijk een zijvleugel gehad maar het is niet bekend hoe het eruit heeft gezien en wanneer het is gebouwd. Mensingh (1999 p.26) schrijft dat het schultehuis een soort havezate is geweest. Deze havezate zou een opvolger zijn van de middeleeuwse bisschoppelijke hof die hier mogelijk heeft gestaan.

De fundering bleek te bestaan uit heel oude granietblokken. Men vermoedde toen dat deze granietblokken overblijfselen waren van de havezate. Ook kwam er zuiver groen kathedraalglas tevoorschijn dat 400 jaar oud bleek te zijn. Dit glas is in 1936 hergebruikt voor de ramen van de voormalige Oudheidkamer op het Marktplein. Noot: 1936 minus 400 jaar geeft het jaartal 1536. Het glas was dus ouder dan het schultehuis dat omstreeks 1700 werd gebouwd.

Volgens het haardstedenregister van 1695 woonden hier de "de jonge weduwe schultinne" en "de oude weduwe schultinne". Met de jonge weduwe werd Aleida van Beverforde (1657-1731) bedoeld, weduwe van de in 1685 overleden schulte Everhardus Emmen. Zij werd aangeslagen voor vier paarden, één meer dan in 1691.


Bron: DA Haardstedenregister 1695

Met de oude weduwe schultinne werd Christina Sijbilla Wijsmans [Weismans] (†1718) bedoeld, weduwe van voormalige schulte Warnerus Emmen, de vader van Everhardus. Zij was blijkbaar een "keuterse" want ze hield geen paarden.


Bron: DA Haardstedenregister 1695

Het was Hugo Emmen of zijn vader die omstreeks 1700 opdracht gegeven zou hebben om het schultehuis af te breken en op dezelfde plaats een nieuw huis liet bouwen, het bij oudere Emmenaren nog bekende Willingehuis.

Wie kent de bron dat de afbraak omstreeks 1700 was?


Schultehuis 2: Omhoog

van tot bewoners/eigenaar
≈1700 - Het gezin van
Everhardus Emmen (†1685) en
Aleida van Beverforden
- - Het gezin van
Hugo Emmen (1681-1724) en
Adriana Theodora de Quaadt
- - Het gezin van
Christiaan Wolter Emmen (1713-1772) en
Francina Hensbeek
- 1772 Het gezin van
Christiaan Wolter Emmen (1713-1772) en
Alegonda Johanna Carsten

Hugo Emmen (1681-1724) die waarschijnlijk het Willingehuis liet bouwen was van 1702 tot 1722 schulte van Emmen, Odoorn en Roswinkel. Hij huwde in 1712 te Emmen met Adriana Theodora de Quaadt. Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen voort waaronder een zoon Christiaan Wolter.

Christiaan Wolter Emmen (1713-1772) volgde zijn vader Hugo in 1729 op. Toen deze overleed was Christiaan Wolter nog te jong om het schultevak van zijn vader te kunnen overnemen. Maurits Caspers Hommens uit Gieten werd tijdelijk aangesteld als schulte.

Christiaan Wolter Emmen huwde in 1734 te Emmen met Francina Hensbeek. Uit dit huwelijk kwam een dochter voort. Francina Hensbeek overleed in 1735 in haar kraambed. In 1740 huwde Christiaan Wolter Emmen met de Hoogeveense Alegonda Johanna Carsten. Uit dit huwelijk kwam een zoon voort. Hij overleed jong waardoor er in de familie Emmen geen opvolger meer was.

Bijna 150 jaar (van 1625 tot 1772) was de taak van schulte in de familie Emmen geweest.

Verdere info in het artikel: "De Drentse familie Emmens" door Bé Emmens in het Drents genealogisch jaarboek van 2007.

 

In 1719 heeft Hugo Emmen behang laten aanbrengen dat geschilderd was door Wychel Dannenberg. (Wie weet meer van Wychel Dannenberg?) In 1934, twee jaar voor afbraak van het Willingehuis, bevond het behang zich nog steeds in het huis. Het behang was dus 215 jaar (!) oud.

Mensingh (1999 p.40) schrijft dat het behang bij afbraak van het Willingehuis voorzichtig op stokken is gerold. R.Zegering Hadders, die op dezelfde plaats de villa Lindehof liet bouwen, was zich bewust van de historische waarde. Hij schonk het behang aan mr. J.A.Willinge uit Rotterdam. Het bleek dat het linkerdeel van de tuinvoorstelling ontbrak evenals de vijver. De auteurs van het boek "Huizen van stand" (ISBN 9060098897) concludeerden hieruit dat het aannemelijk is dat het huis ooit is verbouwd, dat de kamer waarin het behang hing is verkleind of dat het behang mogelijk is overgebracht naar een kleinere kamer. Het behang, dat bestond uit drie delen, kwam in bezit van de dochters van mr.J.A.Willinge. Restauratie is overwogen maar bleek onhaalbaar.

Het behang is tijdens open dagen nog te bewonderen in de opkamer van havezate Oldengaerde te Dwingeloo.

Van het behang is een een drieluik behouden gebleven, een voorstelling met een vijver, een tempel, een galerij met beelden, sfinxen, waterspuwers en een afbeelding van hemzelf, zijn vrouw Adriana Theodora Quaadt en hun zoontje Christiaan Wolter spelend bij de vijver. In 1934 zou het fragment met zoontje niet meer aanwezig zijn geweest. Bron: website https://rkd.nl/nl/explore/images/102298



De afbeeldingen zijn afkomstig van de website https://rkd.nl/nl/explore/images/102298
en zijn in diverse artikelen/boeken gepubliceerd.


Willingehuis Omhoog

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Het Willingehuis tussen 1910 en 1914.
Foto genomen vanaf de NH kerk.
Foto: E.Hof.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Willingehuis
Foto: archief gemeente Emmen.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Foto: J.J.Brands.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Foto: archief gemeente Emmen.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
De Oudheidkamer wordt voorzien van nieuwe
kozijnen met oud glas afkomstig van het Willingehuis.
Foto: R.Boelens


Restanten van de fundering van het Willingehuis
tevoorschijn gekomen bij de renovatie van de
stadsvloer in 2014.
Foto: © J.Withaar


Restanten van de fundering van het Willingehuis
tevoorschijn gekomen bij de renovatie van de
stadsvloer in 2014.
Foto: © J.Withaar


Restanten van de fundering van het Willingehuis
tevoorschijn gekomen bij de renovatie van de
stadsvloer in 2014.
Foto: © J.Withaar

van tot bewoners/eigenaar
1776 - Het gezin van
Lucas Willinge (1731-1802) en
Anna Siberdina Maria Winshemius
- - Het gezin van
Jan Jacob Willinge (1782-1849) en
Gezina Anna Berendina Amshoff
- - Het gezin van
Lucas Willinge (1817-1861) en
Everdina Johanna Alingh
- - Het gezin van
Jan Albert Willinge (1821-1899) en
Margien Cremers
- - Het echtpaar
Jan Albert Willinge (1821-1899) en
Hillegien Cremers
- 1916 De zusters
Gezina Anna Christiena Willinge en
Roelina Wilhelmina Willinge
na 1916 1936 De nichten
Gezina Anna Christiena Willinge en
Johanna Fredrika Coertsen

In 1776 werd het schultehuis door de erfgenamen van Christiaan Wolter Emmen voor f 6.000,- verkocht aan dr. Lucas Willinge uit Peize, die door Prins Willem V, erfstadhouder van Drenthe, benoemd was tot nieuwe schulte van Emmen, Odoorn en Roswinkel. Het is goed mogelijk dat de opvolging als schulte en de koop van het schultehuis verband hield met familierelatie tussen de geslachten Emmen en Willinge.

Toen de familie Willinge het schultehuis ging bewonen kreeg het huis de (bij)naam Willingehuis.

Lucas Willinge (1731-1802) geboren te Peize, huwde in 1775 te Groningen met Anna Siberdina Maria Winshemius. Haar moeder was een telg uit het geslacht Emmen. Uit dit huwelijk kwam één zoon voort: Jan Jacob Willinge die als eerste uit het geslacht Willinge ter wereld kwam in het schultehuis.

Jan Jacob Willinge (1782-1849) was nog te jong om zijn vader als schulte op te volgen toen die in 1802 overleed. Als waarnemend schulte werd mr. Cornelis Pothoff aangesteld. Jan Jacob Willinge volgde zijn vader in 1811 op.

Jan Jacob Willinge huwde in 1815 met Gezina Anna Berendina Amshoff, dochter van dominee Johannes Petrus Amshoff, die van 1808 tot 1845 predikant was in de NH kerk te Emmen. Uit dit huwelijk kwamen zeven kinderen voort allen geboren in het schultehuis.

Inmiddels was Nederland door Napoleon Bonaparte bezet, de Franse Tijd brak aan. Van 1810 tot 1813 veranderde er veel. Zo ontstonden naar Frans voorbeeld de burgerlijke gemeenten. De van vader op zoon overgaande fuctie van schulte was verleden tijd. De maire, frans voor burgemeester, deed zijn intrede. Na het vertrek van de Fransen werd de burgemeester ingevoerd. Anders dan de schulte werd/wordt de burgemeester benoemd door de Kroon op voordracht van de gemeenteraad. Jan Jacob Willinge was zowel schulte, als maire en burgemeester geweest.

Uit het huwelijk van Jan Jacob Willinge en Gezina Anna Berendina Amshoff kwamen zeven kinderen voort, allen geboren in het schultehuis.

Na het overlijden van Jan Jacob Willinge in 1849 was het schultehuis niet meer het huis waar de schulte woonde maar het woonhuis van de familie Willinge. Het voormalige schultehuis kwam in bezit van zijn oudste zoon Lucas.

Lucas Willinge (1817-1861), arts van beroep, was voor het overlijden van zijn vader gehuwd met Everdina Johanna Alingh. Ze hadden toen al twee kinderen die opgroeiden in het voormalige schultehuis.

Na het overlijden van Lucas Willinge in 1861 kwam het voormalige schultehuis in bezit van zijn broer Jan Albert Willinge (1821-1899). Jan Albert Willinge huwde in 1848 met Margien Kremers [Cremers] (1822-1863). Uit dit huwelijk kwamen vier kinderen voort. Na het vroegtijdig overlijden van Margien huwde Lucas Willinge met haar zuster Hillegien Kremers. Dit huwelijk bleef voor zover bekend kinderloos.

Jan Albert Willinge vervulde een aantal belangrijke functies. In 1849 werd hij gemeenteontvanger. Als gemeentehuis deed Huize Wielens dienst. Waarschijnlijk om die reden hield Jan Albert zijn woning als kantoor. In 1872 was hij lid van een commissie met betrekking tot het ontstaan van Nieuw-Weerdinge. In 1881 maakte hij deel uit van het veenschap Weerdinge. In 1880 maakte hij deel uit van een commissie die financiële steun vroeg voor de door veenbranden geteisterde Weerdingermond. Bron: Mensingh 1999, p.32.

De vier kinderen uit het eerste huwelijk van Jan Albert Willinge met Margien Kremers waren: Jan Jacob (1849-1926), Jan (1852-1892), Gezina Anna Christiena (1854-1935) en Roelina Wilhelmina (1857-1916). De kinderen zijn niet in het voormalige schultehuis geboren maar in de naastgelegen, door hun vader gebouwde, woning. In 1861 verhuisde het hele gezin naar het Willingehuis.

 

De laatste bewoners van het Willingehuis waren Gezina Anna Christiena Willinge en Roelina Wilhelmina Willinge. De gezusters bleven beide ongehuwd en stonden in Emmen bekend als "de dames Willinge". Gezina werd ook wel "juffer Sientje" genoemd.

Nadat Roelina in 1916 was overleden kwam haar nicht Johanna Fredrika Coertsen (1869-1946) bij Gezina inwonen. Veel oudere Emmenaren kunnen zich deze dames nog goed herinneren. Ze waren zeer deftig en "moordzuunig". Toch gaven ze wel eens iets weg. Wanneer de jeugd van Emmen een bal wilde hebben gingen ze geld inzamelen om er één te kunnen kopen. Hun eerste gang was dan naar de dames Willinge, want deze naam bleef bestaan, ook na het overlijden van Roelina. De dames Willinge gaven namelijk altijd een dubbeltje, wat in die tijd veel geld was. Verder bemoeiden ze zich weinig met de dorpsbewoners, contactarm als ze waren.

Wanneer in de winter het Oranjekanaal dichtgevroren was en het ijs dik genoeg om erop te kunnen schaatsen schreden de dames Willinge in hun lange rokken en breedgerande hoge hoeden naar de brug over het kanaal bij Westenesch. Daar stond iemand op hen te wachten en hen de schaatsen onderbond.

Op zich was het al een bijzonderheid dat de dames gingen wandelen. Mensingh (1999 p.34) schrijft dat de dames zich weinig lieten zien en dat wandelen een bijzonderheid was.

De dames Willinge hadden een huishoudster die door de Emmenaren "Hendekki" of "Voest Hin" werd genoemd. Henderkien Wiechers (1873-1946), zoals ze heette, werd geboren in Seupiesveen en woonde in de schuurruimte achter het huis. Ze waakte over de beide dames alsof het haar eigen kinderen waren. Als ze boodschappen haalde gebruikte ze nooit een tas maar altijd haar schort van jute om de gekochte spullen in mee te nemen. Als knecht was Jan Aalderink aangesteld om klussen in en om het huis op te knappen. Daaronder viel echter niet de kamer waar de dames verbleven.

In de jaren dat het geslacht Willinge het voormalige schultehuis bewoonde ontstond de naam Willingehuis. Het werd onder de bevolking ook wel het "Witte Huis" genoemd. Oudere Emmenaren kunnen zich het Witte Huis nog goed herinneren. Het huis werd zo genoemd omdat de muren wit geschilderd waren. Het stond bekend om haar mooie omgeving met prachtige rododendrons en oude lindebomen. Daar zou echter ook verandering in komen.

De Emmer Courant van 1935: "De trottoiraanleg is deze week weer een stukje verder gekomen, doordat in de bocht voor het huis van de familie Willinge, die de noodige grond afstond, nu ook het tegelpad kon worden aangebracht. Juist te dezer plaatse is het een verbetering, ten spijt van het wederom teloor gaan van een stukje dorpskarakter."

"Zulks verlies maakt veranderend Emmen tot regelmatige verschijnselen, die nauwelijks meer opvallen. Emmen moet Mooi-Emmen blijven en het dorpskarakter niet verliezen!"

Of de Willinges blij waren met dit kleine stukje teloorgang van het dorpskarakter is niet bekend. Mensingh (1999 p.38) schrijft dat de Willinges het pootrecht op het Marktplein bezaten. Het pootrecht ontstond in de Middeleeuwen en hield in dat grondbezitters het recht hadden om bomen te planten, te bezitten en te rooien. Over het algemeen echter in de berm van de weg die aan het eigen perceel grensde. Het Marktplein zelf hoorde niet tot het bezit van de Willinges. In de 19e eeuw werden de gemeenten eigenaar van de openbare wegen. Sinds die tijd zijn geen nieuwe (voor)pootrechten meer verleend.

Tijdens de afbraak van Het Witte Huis in 1936 bleek dat de fundering bestond uit heel oude granietblokken. Men vermoedde in 1936 dat deze granietblokken overblijfselen waren van het huis dat misschien de havezate geweest was. Ook kwam er zuiver groen kathedraalglas tevoorschijn dat 400 jaar oud bleek te zijn. Dit glas is hergebruikt voor de ramen van de voormalige Oudheidkamer op het Marktplein.

Bij de renovatie van de stadsvloer in 2014 werd wederom een stukje van de fundering gevonden.


Willingekamp Omhoog

Foto Historisch Emmen kaart Willingekamp
Kaart omstreeks 1790.


Fragment kadastrale kaart 1832.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
De Willingekamp.
Foto: archief gemeente Emmen.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Oude bomen, een sloot en koeien
Foto: archief gemeente Emmen.

Achter het Willingehuis lag vele eeuwen een parkachtig landgoed, het Willinge landgoed ook bekend als de Willingekampen. Het landgoed omvatte ongeveer 200 jaar geleden de tegenwoordige woonwijk Oud Allee, het terrein van het Dierenpark Emmen en de gronden langs de oostkant van de Hoofdstraat vanaf de Minister Kanstraat tot ongeveer de entree van het Dierenpark Emmen.

Een uitgebreid artikel over dit landgoed is geschreven door T.Engelsman en gepubliceerd in De Kroniek van maart 2010 onder de titel "Het geheim van de Emmer burgemeester Jan Jacob Willinge of de raadsels rond de rechthoekige gracht". Noot: een uitgave van de Historische Vereniging Zuidoost Drenthe.

Op een kaart uit circa 1790 is te zien hoe het terrein toen was ingericht. Er was een grote renaissancetuin en vanaf het Willingehuis liep een 350 meter lange imposante hoofdlaan naar het oosten. Delen van deze meer dan 200 jaar oude hoofdlaan waren omstreeks 2010 nog te herkennen. Ter plaatse van 'Oud Allee' lag vroeger een bos.

Volgens Engelsman heeft burgemeester Jan Jacob Willinge (1782-1849) de inrichting van het landgoed omstreeks 1820 drastisch laten veranderen. De renaissancetuin werd opgeruimd, nieuwe wegen en lanen werden aangelegd en de ontwateringsloten werden gegraven. Aan de oostelijke rand van het landgoed kwam de lange noord-zuid lopende oostlaan. Toen is mogelijk ook de rechthoekige "sloot" gegraven die op de kadastrale kaart van 1832 staat aangegeven.

Engelsman heeft uitvoerig onderzoek gedaan en legt in De Kroniek uitvoerig uit waarom het NIET juist is dat de rechthoekige sloot dezelfde is als de oude gracht die bij het voormalige Heerenhof zou hebben behoord. Beweringen dat de rechthoekige sloot zeer oud zou zijn, zijn voor zover Engelsman heeft na kunnen gaan, niet op gedegen onderzoek gebaseerd. Noot: De Heerenhof is ver voor het jaar 1400 gesticht, doch in 1598 schreef de rentmeester der domeinen Harmen Harckens "Het Heerenhof, zonder huis, ligt al lange tijd woest".  Noot: Dit Heerenhof is ver voor het jaar 1400 gesticht, doch omstreeks 1600 waren er al geen gebouwen meer over.

B.J.Mensingh schreef in "Toen stilte nog te horen was" dat de rechthoekige sloot het Willingehuis tegen "de vijand" zou hebben beschermd. Deze waterpartij werd Weiert genoemd en heeft het water opgevangen dat door een andere sloot werd aangevoerd vanaf de hoek Hoofdstraat / Noorderstraat. Deze wateropvang werd onder de bevolking "dokterskom" genoemd en is mogelijk afgeleid van een oud bewoner van het huis, Lucas Willinge (1817-1861) die dokter van beroep was. Deze Lucas Willinge was een zoon van burgemeester Jan Jacob Willinge en Gezina Berendina Amshoff en bezat het Willingehuis tot zijn overlijden in 1861.

Omstreeks 1900, de tijd dat de spoorlijn naar Emmen werd aangelegd, veranderde de inrichting van het landgoed. Op de lange oostlaan kwam de nieuwe spoorlijn te liggen. In plaats van koetsen reden er toen stoomtreinen. Het bos moest plaatsmaken voor de woonwijk Allee.

Delen van de vroegere inrichting van het landgoed zijn ook na de verhuizing van het dierenpark nog te herkennen. Het terrein krijgt langzamerhand een nieuwe bestemming en biedt unieke mogelijkheden. Oude elementen van het vroegere parkachtige Willinge landgoed zouden hierbij behouden blijven, aldus de lokale politici.


Sport- en voetbalveld Omhoog

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Willingekamp E&O
Uitvoering van E&O op de Willingekampen.
Foto: mevrouw Landsman.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Willingekamp voetbal
Een voetbalwedstrijd tussen Emmen en Heerenveen op de Willingekampen.
Zonder tribune maar met feestzaal.
Foto: G.van der Veen.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Willingekamp voetbal
Toch verrees op de Willingekampen een echte tribune. Op de achtergrond is de zogeheten feesttent nog te zien.
Foto: NvhN 1933.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Willingekamp voetbal
Tijdens de opening van het voetbalveld
poseerden het bestuur en de elftallen
"voor den groote tribune".
Foto: Noorden in Woord en Beeld 1932.
Collectie R.Boelens.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Willingekamp feesttent school
De feesttent werd tijdelijk als school gebruikt.
Foto: R.Boelens.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Willingekamp voetbal
De feesttent maakte plaats voor het
roofdierenverblijf, waar ook de olifant
een plaats kreeg. Op de achtergrond het
voetbalveld met het dak van de tribune.
Foto: R.Boelens.

Nog voor de aanleg van het Noorder Dierenpark werd de grond voor allerlei doeleinden gebruikt, aldus Willem Oosting in een interview in de Emmer Courant van juli 1960. Zo is de grond een tijdlang verhuurd geweest aan de Vereniging voor Volksvermaken, die 's winters op het middengedeelte een ijsbaan liet aanleggen. Maar ook werd hier gevoetbald.

Dankzij medewerking van de dames Willinge, een loterij en diverse inzamelingsacties kon in 1932 in het kader van werkverschaffing op de Willingekampen een voetbalveld worden gerealiseerd.

Op 20 november 1932 verhuisde de voetbalvereniging Emmen naar het terrein op de Willingekampen. Ze speelden die dag tegen een club uit Meppel.

In 1934 maakte dit sportveld al plaats voor de aanleg van het Noorder Dierenpark. Het voetbalveld werd in de richting noorden verplaatst, naar de plaats waar in 1938 het wildpark werd aangelegd. Aan de zuidkant van het nieuwe sportveld kwam een verblijf voor roofdieren en een olifant te staan met aan de noordkant grote oude bomen. Deze bomen vormden vroeger de imposante van oost naar west liggende hoofdlaan.

In 1937 verhuisde de voetbalclub Emmen naar het sportterrein aan de Kerkhoflaan. Op het vrijgekomen terrein werd het wildpark aangelegd.

De eerste voetbalpioniers in Emmen waren Lupko Kliphuis, Jan Dik, Jan Berends en Jaap Slik. Zij richtten op 1 januari 1910 de eerste voetbalclub in Emmen op, onder de naam "VIOS" (Voetbal Is Ons Streven). Er werd gevoetbald op een terrein van Kliphuis aan de Weerdingerstraat (Autorama - Edah) maar al snel week men uit naar een terrein nabij de Molenkamp.

In 1913 werd de VVB (Veenkoloniale Voetbal Bond) opgericht waar ook VIOS zich bij aansloot. In het seizoen 1913-1914 werd de naam VIOS veranderd in Emmen omdat er al een voetbalclub onder de naam VIOS bestond. Op 1 november 1914 ontstond in Emmen een tweede club met de naam "Voorwaarts". Zij speelden alleen vriendschappelijke wedstrijden op een veld in Boschoord, op de hoek Parklaan en burgemeester Tijmesstraat.

In 1916 gingen de voetbalvereniging "Emmen" en "Voorwaarts" samen verder onder de naam "SDO" (Sterk Door Oefening). Zij speelden o.a. op weilanden van diverse boeren en op een terrein aan de Veenkampenweg.

Het voetbal in Emmen kreeg in 1919 steeds minder betekenis omdat een goede sterke voetbalclub ontbrak. Daarom werd er in september 1920 een nieuwe club opgericht, maar spelers konden ook terecht bij de eveneens in 1920 opgerichte club EVV (Emmer Voetbal Vereniging). In Noordbarge was inmiddels VEV opgericht (Vlug En Vaardig). In maart 1925 waren de drie clubs al weer verdwenen.

Er werd gevoetbald op een terrein aan de Sterrenkamp dat in 1923 was aangelegd.

Emmenaar Ginus Groothuis, gesteund door meester Willem Slik, vond dat Emmen niet langer zonder voetbalclub kon en dat er een volwaardige voetbalclub moest komen. Zij waren de initiatiefnemers van de op 21 augustus 1925 opgerichte voetbalvereniging NEC (Noordbarge Emmen Combinatie). Ook NEC voetbalde op het sportveld aan de Sterrenkamp, dat ze huurden van de Vereeniging voor Volksvermaken. Deze vereniging organiseerde op het sportveld ook volks- en schoolfeesten.

De naam voetbalvereniging NEC veranderde in 1927 in "voetbalvereniging Emmen".

De voetbalvereniging Emmen voetbalde aanvankelijk ook op het terrein aan de Sterrenkamp. Dit was in de wintermaanden een groot probleem, want het voetbalveld fungeerde ieder jaar van 1 december tot 15 maart als ijsbaan. Soms werd van een boer een stuk land gehuurd om een thuiswedstrijd te kunnen spelen. De voetballers moesten zich omkleden in de bovenzaal van Hotel Groothuis aan het Marktplein (het clubgebouw) en van daaruit lopende naar het sportveld.


De Lindenhof Omhoog

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Foto: R.Boelens.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Foto: A.Pool.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Foto: E.Hof.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Foto: archief gemeente Emmen.

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
December 2013.
Foto: © J.Withaar.

van tot eigenaar/bewoner adres
1937 1942 R.Zegering Hadders en zijn zuster Margreet Hadders -
1942 1944 Margreet Hadders -
1944 1945 Generaal F.C.Cristiansen -
1945 1978 R.Zegering Hadders Hoofdstraat 26 (1960)
1978 1984 Dienst gemeentelijke sportinrichtingen -
1984 - Noorder Dierenpark  

Na het overlijden van Gezina Willinge in december 1935, schreef een verslaggever in de Emmer Courant van 10 januari 1936 dat de bevolking zich afvroeg wat er met het huis zou gebeuren. Afbraak zou een groot verlies zijn. Toch bleek dit niet te voorkomen.

In januari 1936 werd het Willingehuis gekocht door "eenige van Emmens ingezetenen", waarmee R.Zegering Hadders en zijn zuster M.A.Hadders werden bedoeld.

De Emmer Courant van maart 1936: "Binnenkort zal onder architectuur van den heer Daan Jansen te Utrecht worden begonnen met het bouwen van een landhuis naast de villa van doktor Hospers, voor rekening van mej.M.A.Hadders en den heer R.Zegering Hadders. In overeenstemming met het dorpsche karakter zal de nieuwe villa in landelijke stijl worden uitgevoerd, en 60 meter van de straat gebouwd worden. Het oude huis der familie Willinge blijft staan tot het najaar, en wordt dan afgebroken."

Op 14 mei 1936 begon de afbraak van het Willingehuis. Een dag later schreef een journalist in de Emmer Courant: "'Wij hebben vóór het verdwijnen nog eens een rondgang gemaakt door het huis met z'n ruime salon en z'n slaapvertrekken, met geschilderd leerbehang, die stomme getuigen van vergane glorie waren. De muizen hadden de fresco's vervreten, de verf was vergaan, de vloeren en de zolders vertoonden molm gaten en uitgesleten holten. Een donker hok met een bundel stroo naast de keuken, een logeervertrek met vervelooze wanden spreken van de uiterst geringe eischen aan gerief, die de bewoners voor zichzelf, hun personeel en hun gasten stelden. Rijken voor de buitenwereld, maar als het materiële leven de rijkdom uitmaakt, zijn er veel rijkeren dan die hier hun leven sleten".

Zegering Hadders liet op het eeuwenoude perceel een schitterende villa bouwen. Het kreeg de naam Lindenhof.

Enige gegevens van de villa:

  • bouwjaar: 1936-1937
  • bouwsom: f 17.000,-
  • architect: Ir.Daan Jansen en C.Bos te Utrecht
  • aannemer: H.Rossing van de Schimmerweg met medewerking van de aannemers Daanje (Noordeind), Huizing (Odoorn) en Timmer (Valthe).
  • eerste huis in Emmen met centrale verwarming

Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd bood Zegering Hadders zijn huis alleen aan de gemeente Emmen te koop aan. Hij wilde er zeker van zijn dat het uiterlijk van de villa niet werd aangepast. Bron: Mensingh 2002 p.57. Ook bij verkoop aan het Noorder Dierenpark werd als eis gesteld dat het uiterlijk van de villa niet mocht worden aangepast.


R.Zegering Hadders Omhoog

Foto Historisch Emmen Hoofdstraat Schultehuis Villa Lindenhof
Foto: G.v.d.Veen

Roelof [Zegering] Hadders (1912-1991) geboren te Emmen was een zoon van Jan Hadders en Wubbiena Roliena Zegering. In 1935 werd de naam Zegering aan zijn familienaam toegevoegd. Zegering was de familienaam van zijn moeder. Grootvader Zegering wilde dat graag omdat anders deze naam zou verdwijnen.

Zijn vader, Jan Hadders, was in het bezit van veen- en landbouwgronden en de boerderijen die daarbij hoorden. Hij was, evenals later zijn zoon Roelof, een bekende Emmenaar en zeer betrokken bij de samenleving. Verenigingen en particulieren konden vaak op zijn hulp rekenen. Als dank voor alles wat hij in de Emmer samenleving had gedaan werd in 1930 de Jan Haddersbank nabij de Nederlands Hervormde kerk onthuld. Dit monument is afgebroken tijdens de aanleg van "de stadsvloer".

Na zijn lagere schooltijd bezocht Roelof de H.B.S. in Ter Apel. Om gezondheidsredenen moest hij enige jaren thuis blijven. Daar kreeg hij begeleiding van twee leraren van de ULO Allee. Ook kreeg hij twee jaar les van een docent van de Rijksuniversiteit Groningen die hem veel leerde over economie.

Voordat Roelof in 1936 het ouderlijk huis verliet, liet hij samen met zijn zuster Margreet een villa bouwen aan de Hoofdstraat. Deze kreeg de naam "De Lindenhof". Daar woonde hij tot 1942. In december van dat jaar trouwde hij met Margien Hadders. Samen betrokken ze toen de boerderij aan het Marktplein 17. Hierin is nu restaurant "De Kamer" gevestigd.

Eind jaren dertig werd Roelof lid van de gemeenteraad en meteen wethouder. Hij kreeg de portefeuilles onderwijs en armenzorg toegewezen. Hij bleef 39 jaar lang wethouder van onderwijs in de gemeente Emmen. In die hoedanigheid bezocht hij minstens één keer per jaar iedere openbare lagere school in de gemeente. Hij bezocht ook de kinderen in de klas, iets wat velen zich nog goed herinneren. Keurig gekleed in een grijze broek, een zwarte colbert en een stropdas kwam de lange, forse en statige man destijds het klaslokaal binnen. Men vond dat toen erg "deftig" en velen hadden ontzag voor hem. Hij ging vaak voor de klas staan en stelde dan allerlei vragen.

Roelof Zegering Hadders was een legendarische man. Hij gaf regelmatig lezingen met dia’s over oud Emmen en kon daarbij prachtig vertellen. Roelof Zegering Hadders overleed op 27 juli 1991.

Ter nagedachtenis aan Zegering Hadders werd op het Marktplein een bloemenklok geplaatst. In 2014 werd deze bloemenklok verplaatst naar de Hoofdstraat in verband met de herinrichting van het Martktplein.

Een zeer uitgebreide levensbeschrijving van R.Zegering Hadders is te lezen in "Toen alles nog anders was" geschreven door B.J.Mensingh, 2002. Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90.75115.33.4.


Bronvermelding: Omhoog

  • De Kroniek augustus 2000, door H.D.J.Krikke, uitgave Historische Vereniging Zuidoost Drenthe.
  • B.Emmens 2004 en 2005. In 2007 verschenen zijn gegevens ook in het Drents Genealogisch Jaarboek.
  • "Geïllustreerde plaatsbeschrijving Gemeente Emmen".
  • "De schulten in Drenthe van 1795-1811" J.Folkerts.
  • "Toen stilte nog te horen was" door B.J.Mensingh. Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90-75115-22-9.
  • "Toen alles nog anders was" door B.J.Mensingh. Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90-75115-33-4.
  • "Rondom de Heerenhof" door Ger de Leeuw. Uitgeverij Drenthe, Beilen. ISBN 90-75115-29-6.
  • Kaartje gegenereerd met een proefversie van Hazadata, met dank aan André Dekker voor de gegevens.
  • Zie ook: "100 jaar Emmen, veranderingen in bebouwing" deel 2
    Door Sis Hoek Beugeling, J.Withaar, Gerrie van der Veen
    Noordboek 2004, ISBN 90.330.1275.8

 

Wie helpt? Omhoog

 

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.