|
foto: Willem Oosting
Het Oosting Instituut.
Op deze grond werd het dierenpark werkelijkheid.
De speciale dierenpark tram.
De eerste woning van Willem Oosting en zijn gezin.
De woning van Rudolph Otto Arend van Holthe tot Echten maakte plaats voor
de witte villa van Willem Oosting.
De in 1939 gereed gekomen villa van de familie Oosting
|
Het Dierenpark Emmen, voorheen het Noorder Dierenpark geheten, opende op Hemelvaartsdag
27 mei 1935 haar poorten.
Oprichter was Willem Sjuck Johannes Oosting, roepnaam Willem. Hij werd geboren op
9 september 1906 in een grote witte villa die op de hoek van de Notaris Oostingstraat en
Hoofdstraat stond. Het markante huis zou later bekend komen te staan als het Oosting
Instituut. De Notaris Oostingstraat is vernoemd naar zijn grootvader Sjuck Johannes Oosting
(1825-1900), van beroep notaris in Emmen.
Op de vraag wat hij later wilde worden antwoordde hij al op zes jarige leeftijd: "
Directeur van Artis". Willem was bezeten van dieren, een liefde die door de jaren heen
alleen maar sterker werd.
Hoewel hij op de lagere school niet het beste jongetje van de klas was volgde hij later
toch onderwijs aan de HBS en deed daarna een pluimveecursus en een cursus in boekhouden.
Al op jonge leeftijd kreeg hij van zijn vader een auto waarmee hij vele dierentuinen in
binnen en buitenland bezocht. Langzamerhand ontstond zijn plan om zelf een dierentuin te
beginnen. Hij besprak het met zijn familie en die hem daarin wel financieel wilde steunen.
Het was een louter particuliere onderneming, met familiegeld en min of meer op familiegrond
gebouwd.
Deze grond lag aan de oostelijke kant van de Hoofdstraat, achter de "bovenmodale"
woning van Rudolph Otto Arend van Holthe tot Echten en zijn vrouw Maria Digna Oosting
(1853-1916). Zij was een tante van Willem. Toen Maria Digna in 1916 overleed konden de
ouders van de tien jaar oude Willem een deel van deze grond kopen. Het gezin Oosting trok
datzelfde jaar in de woning van Van Holthe tot Echten. Een aantal jaren later toverde
Willem hier een groot deel van de familiegrond om tot een heus dierenpark en verwezenlijkte
daarmee zijn jongensdroom.
Willem vond toen al dat dieren in een dierentuin in een zo natuurlijk mogelijke omgeving
gehuisvest moesten worden. Dit had hij gezien in de dierentuin van de Duitser Carl Hagenbeck
(1810-1887). Het "Hagenbecks Tierpark" in Hamburg was een voor die tijd uiterst
modern park die in 1863 haar poorten voor het publiek opende. In dit vooruitstrevende park
kon het publiek de dieren al aanschouwen zonder tralies tussen hen en de dieren.
De opening van het dierenpark was niet onopgemerkt voorbij gegaan. Op Hemelvaartsdag mei
1935 kwamen er maar liefst 5000 mensen naar Emmen! De dierentuin werd snel bekend en het
bezoekersaantal overtrof alle verwachtingen. Soms kwamen er zoveel dat er speciale trams
ingezet moesten worden. Al vrij snel konden de naast het park gelegen percelen worden
aangekocht.
Willem Oosting trouwde in 1938 met Tineke Bosma, die tuinarchitect was.
Door haar beroep kon zij veel aandacht besteden aan het groen in het park.
Willem en Tineke bewoonden in eerste instantie een woning aan de
noordkant van de entree. Hier woonde voordien de gemeente-ontvanger Johan
Frederik Schönfeld, zoon van de bekende arts Karel Diederik Schönfeld.
Hier werd in 1938 hun dochter Aleid geboren die later het roer zou overnemen.
Ongeveer een jaar later was hun nieuwe woning, die ongeveer 100 meter
zuidelijker kwam te staan gereed. Deze prachtige witte villa kwam te staan
op de plaats van een ander prachtig huis waar de familie Van Holthe tot
Echten had gewoond.
Het was een dubbele woning en was ontworpen om plaats te bieden aan twee
gezinnen: Willem en Tineke bewoonden het hoger gebouwde linkerdeel in de
knik, zijn ouders Jan en Maria bewoonden het lager gebouwde rechterdeel.
Tegenwoordig dient het grotendeels als kantoor voor de directie en de administratie.
Beneden is een pannenkoekenrestaurant gevestigd. Voor het witte huis lag een groot
gazon dat op drukke dagen als fietsenstalling werd gebruikt.
De entree van het park bevond zich op de stoep van de Hoofdstraat. Bezoekers moesten
eerst een lang, aan weerszijden met gaas afgeschermd pad volgen voor ze het
eigenlijke Noorder Dierenpark bereikten. Aan de ene kant van dat pad lag de
tuin van de familie Oosting, aan de andere kant die van de familie Hospers.
|