|
Jarenlang reden bussen vol toeristen met bestemming Noorder Dierenpark rondom het voormalige perkje.
Rechts van het kantongerecht stond het registratiekantoor.












|
Eén van de mooiste, oudste en meest gave gebouwen in Emmen is het gebouw aan de Hoofdstraat
waarin het kantongerecht is gevestigd. Het gebouw is, qua vorm, uniek in Emmen. Het heeft
prachtige zuilen en een karakteristieke hoogte breedte verhouding.
Er zijn twee varianten over de bouw gepubliceerd:
- De heer Buiskool schreef dat het pand is gebouwd in opdracht van de heren Adrianus van
den Bandt en Harmannus Adrianus Nebbens Sterling, directeuren van de Drentsche Veen en
Middenkanaal Maatschappij. Omdat beide heren jarenlang in Indonesië hadden gewoond zou het
in Indische stijl opgetrokken zijn.
- Peter Kraan schreef dat de Drentsche Veen en Middenkanaal Maatschappij het pand had
aangekocht van de weduwe Vrouwe A.Th.G.Kniphorst-Van Baalen op 2 december 1857. (akte
overschrijving 11-02-1858) "De Indische invloeden in de bouwstijl dateren uit
de Kniphorst periode, waarvan is gebleken, dat enkele familieleden in het toenmalige
Nederlands Indië werkzaam zijn geweest."
Het was inderdaad notaris Lambertus Kniphorst die in 1855 het pand als woonhuis liet
bouwen. De Indische stijl wordt in dit verband verklaard vanwege zijn broer Lambertus
Casper Everhard, assistent resident in de Preanger regentschappen (berglanden op West Java)
en zijn zonen die ook in Indië vertoefden. Notaris Kniphorst overleed echter al in september
van datzelfde jaar 1855. Zijn weduwe, mevrouw A.T.G.Kniphorst Van Baalen, verkocht het huis
in 1857 aan de D.V.M.M., de Drentsche Veen- en Middenkanaal
Maatschappij te Dordrecht die het Oranjekanaal liet graven om een 1500 ha groot
veengebied in ontwikkeling te brengen. Het voorste deel werd ingericht als kantoor, het
achterste deel als woonhuis. Het stond bekend als "het maatschappijhuis". Van 21
september 1857 tot 11 november 1899 woonde hier Johannes Lokker, opzichter van de D.V.M.M..
Deze Johannes Lokker was wethouder, lid van de plaatselijke schoolcommissie en voorzitter
van het Waterschap Weerdinge. Mede door zijn huwelijk met een telg uit de bekende familie
Haasken was hij een invloedrijk persoon. Naar hem is de Lokkersluis genoemd.
In 1890 had de D.V.M.M. (ook wel Oranjekanaal Maatschappij genoemd), door haar vertrek
naar Assen, geen kantoor meer nodig. Het Oranjekanaal was er dan wel gekomen, maar voor de
rest was eigenlijk alles mislukt. De Maatschappij had zoveel schulden dat er vele
eigendommen verkocht moesten worden en ook dit fraaie pand aan de Hoofdstraat zou van
eigenaar veranderen.
|
|
Het personeel van het voormalige postkantoor in de tijd dat Rignalda directeur was.
Geheel links de bestellers Hilbrands, Middelveld en Engels.
Dan de klerk Niks, directeur Rignalda, klerk Nieboer
en vervolgens het gezin van Rignalda ter opluistering.
|
Burgemeester Willem Tijmes en wethouder Roelof Hadders hadden het oog laten vallen op het
kantoor/woonhuis van de Drentsche Veen en Midden Kanaal Maatschappij om hier een postkantoor
te vestigen.
De inspecteur der posterijen in Zwolle had in 1888 al een verzoek tot de minister gericht
om het hulppostkantoor, welke onder de directie van het hoofdkantoor Zwolle viel, in Emmen
te vervangen door een heus postkantoor. Onder voorwaarde dat de gemeente zelf voor een
gebouw moest zorgen, werd het verzoek toegewezen. Het gebouw werd door de gemeente
aangekocht voor f 8.100,- (in andere publicaties worden ook ander bedragen genoemd) en kon
in 1891 in gebruik worden genomen als postkantoor.
Noot: Als de publicatie klopt dat Lokker hier tot 1899 heeft gewoond ontstaat er een
probleem met de huisvesting. De heer Beumee die in 1891 de eerste directeur werd woonde
volgens een publicatie in het woongedeelte achter. Het pand zou dus gedurende 8 jaar
gelijktijdig gediend hebben als postkantoor en als woonruimte voor Lokker en Beumee?
Beumee had de steun van drie bestellers, de heren Middelveld (die later een café aan de
Wilhelminastraat begon), Hilbrands en H.Meijering (Deze Meijering was voor 1890
waarschijnlijk al postkantoorhouder van het hulppostkantoor en woonde aan het Noordeind).
Ook de telegraafdienst werd in 1892 in het gebouw gehuisvest. Gerrit Jan van Loo,
(1859-19xx) woonachtig aan de Noorderstraat, werd de eerste telegrambesteller.
In 1910 werd voor f 22.672,- een nieuw postkantoor gebouwd pal naast het huidige
gerechtsgebouw. In 1911 werd dit gebouw betrokken. De opening was op 1 april!
Ger de Leeuw beschreef dat op kosten van het ministerie een balie werd gemaakt, maar
"in verband met de afmeting van het vloerkleed, zal met de plaatsing moeten
worden gewacht totdat het meubilair dat weldra zal worden verzonden zal zijn ontvangen."
|
|
Plattegrondschets van het gebouw omstreeks 1913. Vooraan het gerechtsgebouw, schuin
erachter de dienstwoning. De zittingzaal was aan de voorzijde.
Geheel links is de beschreven ingang anno 1929 met erachter de wachtkamerachtige bibliotheek.
In 1938 vond een verbouwing plaats waarbij de zittingzaal naar achteren werd verplaatst.
De griffiekamer kwam aan de voorkant. Het oude meubilair dat sinds 1877 dienst had gedaan
werd vervangen door nieuw. Er kwam nieuwe verlichting, lambrisering en gordijnen. Een grote
verbetering was de aanleg van centrale verwarming.
In 1957 vertrok de laatste bode (wie was dit?)
uit de achterliggende woning. Dit woondeel werd in 1965, tegelijk met het naastgelegen
registratiekantoor, gesloopt. In 1982 was het 127 jaar oude gebouw te klein geworden en
kwam er een drastische uitbreiding met 160m2. Op straatniveau was de belangrijkste
uitbreiding een kamer voor de kantonrechter en een enquêtekamer. Het gebouw werd vrijwel
geheel van een kelder voorzien waarin het archief kwam.


|
Reeds op 9 april 1870 had de Tweede Kamer zich uitgesproken Emmen als hoofdplaats van
een zelfstandig kanton te maken (Staatsblad nr. 78).
Vanaf 1838 omvatte het vredesgerecht Dalen de communes Emmen, Dalen, Borger, Coevorden,
Odoorn, Oosterhesselen, Roswinkel, Schoonebeek, Sleen en Zweeloo. In 1838 werd het
vredesgerecht in Dalen opgeheven en zijn de gemeenten Borger, Emmen en Odoorn toegevoegd
aan het kantongerecht te Assen. De andere gemeenten aan het kantongerecht Hoogeveen.
Zuidoost Drenthe behoorde nog tot 1877 tot het vierde kanton van het arrondissement Assen.
In 1877 vond er een herindeling plaats waaraan het kantongerecht in Emmen haar bestaan
heeft te danken. Daarvoor was wel enige inspanning van de toenmalige burgemeester van Emmen,
Willem Tijmes, voor nodig. Op 23 april 1877 deelde de minister van justitie mee, dat het
kantongerecht in het dorp Emmen zou worden gevestigd. Emmen diende zelf voor de nodige
"lokalen" te zorgen. Omdat de gemeente daarover niet beschikte, werd het
kantongerecht, net als het gemeentehuis, eerst nog ondergebracht in hotel Wielens. Het
gemeentehuis op de begane grond, het kantongerecht op de eerste verdieping.
Het rechtsgebied omvatte de gemeente Emmen, Dalen, Coevorden, Sleen en Odoorn. In 1884
werd ook Schoonebeek toegevoegd. Op 15 mei 1877 begonnen formeel de werkzaamheden. De eerste
civiele zitting vond plaats op 1 juni 1877 en de eerste strafzitting op 7 juni 1877.
De groeiende gemeente had echter belang bij een eigen huisvesting van het gemeentelijke
apparaat, het kadaster en kantongerecht. Ook was het nogal vreemd dat in een logement met
tapperij drank geschonken werd, terwijl men voor drankmisbruik mogelijk later weer
veroordeeld werd op de verdieping van diezelfde tapperij.
De nieuwe huisvesting kwam snel door het vertrek van de heer Gosselaar die zijn boerderij
te koop had aangeboden. Op 15 maart 1880 informeerde men de minister over deze koop om
vervolgens op 14 oktober 1880 aan de minister te schrijven dat het pand was daadwerkelijk
was aangekocht voor de som van f 10.000,-. De minister ging hiermee akkoord na nog enkele
schermutselingen over de huurprijs die het ministerie zou moeten betalen. Mede omdat het
rijk een toezegging had gedaan van een vergoeding van f 350,- per jaar ging het kantongerecht
samen met de gemeente over naar het nieuwe onderkomen tegenover de Nederlands hervormde kerk.
Na een verbouwing werd het voorhuis van de voormalige boerderij van Gosselaar in 1882 in
gebruik genomen.
Op 17 augustus 1911 werd het ruimere Indisch aandoende pand aan de Hoofdstraat betrokken.
Het voormalige woonhuis, kantoor en postkantoor, was vrij gekomen door de verhuizing der
posterijen. Het statige gebouw ging dienst doen als kantongerecht en is sindsdien diverse
malen verbouwd en uitgebreid. In het eerste jaar werd het gebouw van petroleum verlichting
voorzien omdat, aldus een scriptie, men aanvoerde "dat elektrisch licht niet zo
prettig zou zijn". De ware reden zou echter zijn dat elektrisch licht veel
duurder was. Zes jaar later ging men, mede uit het oogpunt van brandgevaar, alsnog over
op elektrisch licht.
Peter Kraan, beheerder van het gemeentearchief in Emmen, vond een schrijven uit 1929
waaruit blijkt dat er in dat jaar een nuts bibliotheek was gevestigd in het kantongerecht.
Aan de linkerzijde van het gebouw gaf een aparte ingang toegang tot een langwerpig zaaltje,
een soort wachtruimte met een balie. Deze bibliotheek was beperkt geopend en waarschijnlijk
alleen als er geen zittingen waren.
Een kantonrechter had nog geen volledige weektaak en had vaak één of meer nevenfuncties.
De jaarwedde van een kantonrechter was afhankelijk van de klasse waarin het door het rijk was
ingedeeld. lassen. Emmen behoorde tot klasse drie. De kantonrechter ontving f 2.200,- per
jaar, de griffier f 800,- en een ambtenaar van het Openbaar Ministerie f 1.200,- per jaar.
|
|

Borstbeeld van kantonrechter
Mr.Willem Wiardie van Haersma Buma.

|
| jaar |
naam |
bijzonderheden |
| 1876-1908 |
Jonkheer Mr.Rudolph Otto Arend van Holthe tot Echten |
De eerste kantonrechter. Was tevens schoolopziener. |
| 1908-1927 |
Willem Wiardie van Haersma Buma |
Zie onder. |
| 1927-19xx |
A.M.J. de Jager |
|
19xx-19xx
19xx-19xx
19xx-19xx |
Mr.G.G.Boerrigter
Mr.M.Ch.A.E.Maitland
Mr.A.Jonker |
|
| rond 1930 |
dhr.Huet |
|
| 1960-1967 |
dhr.A.Veenhoven |
|
| 1967-1977 |
Mr.J.A.L.Brada |
|
| 1977-1985 |
Mr.J.W.Boonk |
|
| 1985-19xx |
Mr.P.E. Bergsma |
|
|
Wie helpt verder? |
ssss |
Willem Wiardie van Haersma Buma:
Burgemeester J.L.Bouma typeerde van Haersma Buma als "een man van de beste soort.
Gedurende zijn leven heeft hij een lichtstraal gebracht in menig donker hart en menig donkere
woning" aldus Bouma tijdens de onthulling van het borstbeeld op 5 oktober 1927.
Haersma Buma was op 24 februari 1927 overleden aan koorts en griep en werd tijdens de tocht naar zijn
laatste rustplaats in Weidum, door velen begeleid. Mr.Haersma Buma werd begraven op de
particuliere begraafplaats achter de boerderij Mr.W.W.Bumaleen. De pachtopbrengst van de boerderij
vormt de basis voor het onderhoud en het instandhouden van de begraafplaats. Een fraai hekwerk
vormt de toegang tot de begraafplaats.
Wiardus Willem van Haersma Buma (roepnaam Wite), kwam op 29 maart 1868 in Sneek ter wereld.
Hij werd achtereenvolgens advocaat, plaatsvervangend kantonrechter in Zutphen, burgemeester van
Oostdongeradeel en kwam in 1904 naar Emmen, waar hij kantonrechter werd. Hij werd ook lid van de voogdijraad
in Assen en was daarnaast ook schoolopziener.
Hij was een sociaal bewogen en gelovig man, hetgeen een familielid zich herinnerde omdat hij omstreeks Pasen,
de lijdenstijd, immer een zwarte das droeg. Hij was ongetrouwd en woonde in "het Heerenpension" dat
gevestigd was in het grote oude hoekpand Hoofdstraat/Stationsstraat.
Zijn vak was "rechtspreken" maar soms had hij het daar wel eens moeilijk mee. Het kwam nog wel
eens voor dat hij iemand een boete moest opleggen, maar eigenlijk vond dat dat gezien de situatie van de
veroordeelde eigenlijk niet zou moeten. Het verhaal gaat, dat hij het vonnis uitsprak en de opgelegde boete
vervolgens uit eigen zak betaalde. In ieder geval is zeker dat hij tegen kerst bakker Van Veenen opdracht
gaf een groot aantal krentenbroden te bakken, die vervolgens bij een aantal arme gezinnen bezorgt moesten
worden.
Mr Haersma Buma had een zwakke gesteldheid. Door een stofwisselingsziekte was hij zwaarlijvig. Anderhalve
maand na zijn overlijden richtten enkele Emmer notabelen een stichting op om tot een waardige huldiging te komen.
Hierin zaten ondermeer de huisarts J.R.Hospers en Warner ten Kate.
Het resultaat was dat op 5 oktober 1927 een bronzen borstbeeld van Haersma Buma werd onthuld. Het beeld is
gemaakt door beeldhouwer August Falise uit Wageningen. Het is het oudste borstbeeld in Emmen.
Op 4 november 1965 werd het beeld uit baldadigheid met benzine overgoten en in brand gestoken door de 19
jarige stratenmaker G.B. bijgestaan door zijn maten H.G. en J.S.
|