|
Het herenhuis van de in 1941 overleden kandidaat-notaris Jan Oosting, waar
zijn broer, notaris Hendrik Jan Oosting (1856-1927), tot zijn dood heeft gewoond.
Interessant is de boom links: Deze is gegroeid en staat heden nog steeds voor Bertje's resto.
De boom voor Bertje's resto.
Advertentie april 1913.

|
In de jaren twintig stortte de afzetmarkt voor turf volledig in. Vooral Zuidoost Drenthe
belandde in een diepe economische crisis. De gemeente Emmen werd daarmee snel de armste
gemeente van Nederland. Er moesten maatregelen komen om de mensen toch van enig inkomen
te voorzien.
Er ontstonden allerlei plannen en één daarvan was om de mensen kippen te
laten houden. Daartoe werd op 19 mei 1929 het pluimveeproject "Oosting
Instituut" door de kandidaat-notaris Jan Oosting (1863-1941) opgericht.
De bedoeling van het project was, dat ieder arbeidersgezin 300 kippen zou
moeten houden om zo de slechte omstandigheden enigszins te kunnen verlichten.
Het huis van zijn in 1927 overleden broer notaris Hendrik Jan (Hein)
Oosting, op de hoek van de huidige Notaris Oostingstraat en de Hoofdstraat,
werd door hem ter beschikking gesteld, onder de voorwaarde dat het niet zou
worden afgebroken. In de grote tuinen achter zijn villa stonden hokken waar in
de 'dames kip' onderdak hadden.
Vanaf 1927 was hier het Oosting Instituut gevestigd. Jan Oosting zelf woonde tegenover het
instituut.
Nabestaanden hebben de nalatenschap, waaronder het herenhuis, bestemd voor
een proefbedrijf voor pluimvee en klein veeteelt. In de Tweede Wereldoorlog was in
het pand een distributiecentrum gevestigd. In 1953 heeft hier zeer tijdelijk
de PTT onderdak gevonden, wegens verbouw van het oude postkantoor.
In mei 1928 brachten op initiatief van burgemeester Bouma, zittend vierde van links,
een honderdtal inwoners van Emmen een bezoek aan Barneveld, om zich op de hoogte te stellen
van de bijzonderheden betreffende de pluimveeteelt en eierhandel.
De Zaan, mei 1928.
Wie herkent nog meer Emmenaren?
|
|
Enige weken voor opening. Achteraan in het midden de pastorie der ger.kerk.
Achteraan in het midden de pastorie der ger.kerk.
Vanaf de Westenesscherstraat gezien richting Marktplein.
Vanaf de Westenesscherstraat gezien richting Marktplein.

Geheel rechts achter staat de eierhal. De woningen en bedrijfspanden staan aan de
Westenesscherstraat. Op de voorgrond is de Vreding.
|
Het Oosting Instituut gaf cursussen en was een voorbeeld proefbedrijf. Mensen
konden er 'leren' hoe ze kippen moesten houden. Zelfs de scholen in Emmen
schaften kippen aan omdat men vooral de jeugd wilde interesseren. Voor de bouw
van hokken en kippenrennen werd onder de bevolking f 2.500,- ingezameld om dit
te kunnen realiseren.
Het instituut Oosting kreeg ook nog een broedmachine
geschonken, terwijl burgemeester Bouma van mevrouw Ter Veer uit Emmer
Compascuum zestig elite toombroedeieren kreeg. Toombroedkippen waren kippen die op
de scholen als vorm van praktijkonderwijs dienden. De kuikens waren voor de
schooltomen bestemd. Met deze schenkingen hield het niet op. Ook de bekende
zadenfirma Sluis schonk tien nachthokken met een foktoom van twintig witte leghorns.
Het gevolg van dit alles was een explosieve groei in de pluimveeteelt:
| jaar |
aantal kippen |
aantal aangevoerde eieren |
| 1921 |
|
387.000 |
| 1929 |
|
3.500.000 |
| 1930 |
150.000 |
6.600.000 |
Omdat het ei en pluimvee aanbod zo ontzettend groot werd, liet de gemeente
een eierhal bouwen. Deze stond tegenover het politiebureau aan de Westenesscherstraat.
De eierhal werd gebouwd op een stuk grasland dat bekend stond als "de
Kooikerskamp", genoemd naar eigenaar Koert Kooiker. In januari 1890 stond in
de Drents en Asser Courant het navolgende bericht: "Hoort
men vanuit verschillende andere plaatsen van dit gewest reeds eenige jaren
aaneen gewagen van eene aanzienlijke vermindering in prijs ten opzichte der
onroerende goederen, zowel landerijen als huizen, hier merkt men eerder
tegendeel op. Vooral in den laatsten tijd, nu de kooplust bovendien is
aangewakkerd, door het uitstekende gemaak van het vorige jaar, zijn de
verschillende vaste goederen, in tegenstelling met elders, in waarde gestegen,
waardoor we hier flinke prijzen gewoon zijn. Dat evenwel een stuk weiland van
ruim 2 HA is ingezet op de respectabele som van f 2825,- is ook in dezen
streken iets ongehoords. Bedoeld weiland is gelegen op eenigen afstand van
Noord-Barge en voorlopig gekocht door den heer K.Kooiker alhier."
Op een schuurtje achter de eierhal
stond de tekst: "De kip, de opkomst van de arbeider".
Voordat de brandweer van Emmen de locatie aan de Van Schaikweg betrok had het tussen 1945 en
1966 diverse locaties in gebruik:
- Aan de Raadhuisstraat, de eigenlijke kazerne.
- Aan de Derksstraat, de Bergman garage.
- Aan de Molenstraat, de molen waar brandslangen werden gedroogd en gerepareerd.
- Aan de Westenesscherstraat.
De voormalige eierhal heeft dienst gedaan als stalling van diverse brandweermateriaal.
Na afbraak heeft een deel van de eierhal nog aan de Kerkhoflaan in Emmen gestaan. Van 1969 tot 1979
bood het onderdak aan de jongerensociëteit Tin Pan Alley, ofwel "De Koffiebar".
|
|

Gesien Braam (l), Geesien Walkotte (r)
Gesien Braam en minister Kan in oktober 1930. Het bezoek werd zeer gewaardeerd en hem in dank
afgenomen. Men schonk de minister enige dozen met eieren.
Minister Kan in gesprek met schooljeugd die speciaal voor de pluimveeteelt
onderricht op school kregen.
Oktober 1930.
Burgemeester Bouma



Links in het eierenhokje is keurmeester Huizing. Geheel rechts, met pet, is
waarschijnlijk marktmeester Wanders.
Bij het hokje kon men de eierenbonnen inleveren die men kreeg bij aankopen op
de markt.
|
Foto boven: Op de voorgrond met witte schort: Gesien Braam (1873-1945) met spoorkorvie.
Zij huwde in 1898 met Pieter Rosies (1871-1965) en kregen acht kinderen. Ze
dreven een keuterboerderijtje aan de Hoge Loo.
In het zwart links: Geesien Walkotte (1868-1943). Zij huwde drie maal: #1 met Jannes
Rotmensen, #2 met Harm Reinders en #3 met Jan Maneschijn (1864-1903).
Hun zoon Gerrit
trouwde met Margien Rosies een dochter van bovengenoemde Gesien Braam en Pieter
Rosies.
Noot: Het vroegste geslacht Rosies was rond 1700 ene Hindrik Jacobs Rosijn. Hij werd bij
zijn dood vermeld als Hendrik Rosies. De naam Rosies kwam vanuit Gieten naar Emmen en
wordt soms vermeld als Rosies, Rosies, Roossies, Rosis en soms Rosien.
|
|
NiwB juli 1930
NiwB juli 1930
NiwB juli 1930
|
In maart 1954 werd het Oosting Instituut aan de Hoofdstraat gesloopt. Het
Oosting Instituut verhuisde naar de Odoornerweg even buiten Emmen en heeft
daar tot 1965 voortbestaan. Toen ging het op in de Stichting Pluimveeproefbedrijf
Drenthe in Assen. In de, op het terrein gebouwde, woning woonde de bedrijfsleider,
de heer Dijkveld Stol.
Aan de Odoornerweg werden de nieuwste technologieën toegepast. Middels een
Japanse methode kon men eendagskuikens al op sekse scheiden, hetgeen voordien
pas na 6-8 weken kon. Dit leverde grote besparingen op omdat kuikens gedurende
die tijd gevoederd moesten worden. Hanen leverden niets op. Die konden door de
mensen gratis afgehaald worden en verdwenen meestal in de pot.
|
- Gerrie van der Veen (die een deel van deze tekst oorspronkelijk heeft gepubliceerd).
- Kaartje gegenereerd met een proefversie van Hazadata, met dank aan André Dekker voor de gegevens.
- Aanvulling en correctie door Jan Oosting.
- Catalogus "Dorp wordt stad" uitgegeven t.b.v. de
tentoonstelling van 26 mei tot 3 september 1989, ter gelegenheid van de
viering van het 850 jarig bestaan van Emmen, in opdracht van het
gemeentebestuur, onder redactie van M.A.W.Gerding.
- Uitgave uit 1932 van "In en rond Emmen" door de VVV.
- "Geïllustreerde plaatsbeschrijving gemeente Emmen".
- "Drents
Genealogisch Jaarboek" jaargang 8, 2001.
- Foto's:
- Mevrouw Arnoldussen Huizing.
- Archief gemeente Emmen.
- "Noorden in woord en beeld" juli 1930, collectie R.Boelens.
- "De Zaan" mei 1928, collectie R.Boelens.
- R.Boelens.
- Mevrouw van Wieren Bosklopper.
- E.Hof.
- A.Pool.
- S.Hoek Beugeling.
|