|
Marktplein en omgeving: Gosselaar - Gemeentehuis

|
|
|
|
|
|
Kadastraal:

|
|
|
Kadastrale kaart 1832.
Gebruik uw muis en ontdek....
|
- 1807: sectie C923, eigenaar: Frederik Wilhelm Beins.
-
- 1832: sectie C923, eigenaar: weduwe Jan Haasken.
|
|
Kadastrale kaart 1880.
Gebruik uw muis en ontdek....
|
- 1880:
- sectie C3984, eigenaar Hermannus Folkerus Gosselaar.
- sectie C3984, eigenaar gemeente Emmen.
|
|
Kadastrale kaart 1916.
Gebruik uw muis en ontdek....
|
- 1916: sectie C3984, eigenaar gemeente Emmen.
|
|
|
Albering:

|
|
|

Tegenover de NH kerk ....
|
In 1774 werd in het haardstedenregister vermeld: "wed.Alberings molen, aangeslagen voor
drie".
Deze weduwe Albering was Everhardina Sophia Carsten (1719-1775) geboren te Hoogeveen. Zij woonde
tegenover de Nederlands Hervormde Kerk
(kaartje Emmen #53) waar ook de mulder (molenaar) Pranning woonde. Hij was vermoedelijk molenaar op de
hiervoor genoemde molen, die reeds in 1313 in de registers werd vermeld en daarmee de oudst bekende molen van Emmen
was.
Deze molen was ook eigendom geweest van schulte Christiaan Wolter Emmen.
Na zijn overlijden in 1772 stond de molen twee jaar op naam van zijn weduwe Alegonda Johanna
Carsten (1715-1769). Zij was niet toevallig een zus van "de weduwe
Albering". Door vererving kwam de molen in bezit van Everhardina Sophia Carsten.
Omdat Everhardina Sophia Carsten op 29 november 1754 te Emmen huwde met Hindrikus Albering
(Hindrik Albrinck 1703-1757) geboren te Ootmarsum werd zij de "weduwe Albering"
zoals in het haardstedenregister werd vermeld. Zij was in 1773 met attestatie uit Hoogeveen,
waar ze veel bezit had, naar Emmen gekomen. Ook hier had ze veel bezit.
|
|
|
Beins:

|
|
|
|
In 1807 werd als eigenaar van perceel sectie C923 beschreven Frederik (Friedrich) Wilhelm Beins (1762-1830).
Hij werd in 1783 eigenaar van de molen, die zijn neef Johann Henrich Beins (1748-1816) in 1775 van schulte
Christiaan Wolter Emmen had gekocht.
Frappant is dat het bezit van de molen in tijd parallel loopt aan het bezit van perceel sectie C927.
|
|
|
Haasken:

|
|
|
|
In 1832 werd als eigenaresse van de percelen sectie C923 en C924 beschreven:
"de weduwe Jan Haasken". Deze weduwe was Margje Willems Gerrits
(1781-1851), dochter van de onderwijzer Willem Gerrits (1742-1813) en
Jantien Dolfing (1747-1824).
Margje Willems Gerrits, bij haar overlijden beschreven als Margien
Gerrits, was in 1801 in het huwelijk getreden met Jan Haasken (1777-1820)
die in het DTB werd beschreven als "jongeman uit Noordbarge". Jan
Haasken was een zoon van Hindrikus (Henricus) Haasken en Roel(o)fje Boelken.
Uit dit huwelijk kwamen in elk geval twee kinderen voort:
Meerdere generaties uit het geslacht Gerrits, als ook vader Jan en zoon
Hindrikus Haasken hebben het beroep van schoolmeester uitgeoefend.
|
|
|
Gosselaar:

|
|
|
|
In 1875 kwam op de plaats van de boerderij een nieuwe woning staan. Hier
woonde H.M.Gosselaar. Hij kwam in het bezit van de woning door te huwen met
Marchien Haasken een dochter van Willem Haasken (1805-1886) en Aaltien Sikken (*1806).
Harmannus Folkerus Gosselaar (1821-1883), geboren te Dalen was een zoon
van Hendrik Folkert Gosselaar en Harmina Ensing. In 1861 huwde hij in Emmen met
Marchien Haasken (1839-1884), geboren te Emmen. Zij was een dochter van de
landbouwer Willem Haasken (1805-1886) en Aaltien Sikken (*1806). Uit het huwelijk kwamen vier
kinderen voort:
- Willem Gosselaar (*1862).
- Harmina Gosselaar (*1863).
- Aaltien Gosselaar (*1866).
- Margaretha Gosselaar (*1869).
Opmerkelijk is het leeftijdverschil tussen deze twee echtelieden: ruim 18
jaar. Opmerkelijk is eveneens dat ze beide niet oud werden. Beide stierven
te Assen; Harmannus drie jaar naar de verhuizing; 65 jaar oud, Marchien
overleed een jaar later 45 jaar oud. Hun jongste dochter was toen 15 jaar oud.
Gosselaar die als vervener en landontginner bekend staat, gaf dit beroep
alleen op bij de geboorte van de eerste twee kinderen. Bij zijn huwelijk gaf
hij geen beroep op en bij de geboorte van de laatste twee kinderen gaf hij
op landbouwer te zijn.
|
|
|
Schoolstraat:

|
|
|



1936

|
Vanaf 1811 tot 1881 was het bestuurscentrum van Emmen gevestigd in Huize Wielens
aan de Wilhelminalaan. Voor herbergier Wielens was dit een winstgevende bezigheid. Huwelijken
werden in zijn pand officieel voltrokken en meestal betekende dit, dat ook
het bruiloftsfeest in zijn zaak gehouden werd. Op de
bovenverdieping zetelde het kantongerecht. Men betaalde f 30,- aan huur en f
20,- voor het licht per jaar.
In 1880 ontstonden de plannen voor een nieuw gemeentehuis. De notulen
van de raadsvergadering van 29 april 1880: "Worden deze gelezen onderscheidene missives
inzake de stichting van gebouwen voor post - en telegraafdienst,
gemeentehuis en kantongerecht. Na verschillende besprekingen worden
burgemeester en wethouders gemachtigd, bouwplannen en begrootingen te doen
opmaken".
Bouwkundige P.Postuma uit Nieuw Amsterdam maakte op verzoek van
burgemeester W.Tijmes bouwplannen en een begroting. Nieuwbouw bleek echter
een te kostbare zaak zodat het er op leek dat Emmen nog een poosje met de
problemen van een te klein gemeentehuis verder moest, ondanks forse
uitbreiding van administratieve werkzaamheden. Deze waren een gevolg van
verregaande verveningactiviteiten in en de groei van de gemeente Emmen.
Bovendien vond het gemeentebestuur dat zij niet langer kon werken in een
pand waar ook sterke drank verkocht werd.
In de notulen van 13 september 1880 staat: "De raad is algemeen van
wenschelijkheid van een eigen gemeentehuis overtuigd. Zoals thans de lokaliteit is,
kan het, door de steeds sterkere toeneming der bevolking niet blijven. Ook de geest
des tijds verzet er zich hoe langer zoo meer tegen, dat gemeentehuizen worden gehouden
in gebouwen, waar sterken drank wordt geschonken. Honderden guldens, die anders op
nuttiger wijze zouden kunnen worden besteed, worden nu min of meer gedwongen aan
Bachus geofferd."
Vrij onverwacht kwam er echter een oplossing.
Harmannus Folkerus Gosselaar gaf te kennen naar Assen te willen
verhuizen en bood zijn riante woonhuis, gebouwd in 1874, te koop aan voor
f 11.500,-. Het gemeentebestuur vond het pand zeer geschikt als gemeentehuis
en als onderkomen voor het kantongerecht.
De raad stelde in de raadsvergadering van 13 september 1880 voor
Gosselaar f 10.000,- te bieden, met de bepaling dat deze het bod voor 22
september 1880 moest accepteren, daar anders het bod zou komen te vervallen.
Gosselaar en zijn schoonvader Willem Haasken accepteerden het bod. Op 1
oktober 1880 besloot de gemeenteraad tot aankoop van gebouw en tuin,
benevens gedeelte pootrecht op het noordelijk aangrenzende terrein. Zij ging
daarop bij de Maatschappij voor Gemeentekrediet een lening aan groot f
13.700,- om het pand te verbouwen en in te richten, tegen een rente van 6%
af te lossen in 34 jaar.
Het Ministerie van Justitie was bereid f 350,- per jaar aan huurkosten
voor het kantongerecht bij te dragen.
Na het maken van bestek en voorwaarden werd het werk aanbesteed en op 17
maart 1881 werd aan aannemer Jan Linzel uit Stadskanaal de verbouwing
opgedragen. Het gemeentehuis werd op 11 april 1881 in gebruik genomen. Ook
het kadaster en het kantongerecht werden erin ondergebracht. Huwelijken
werden vanaf toen voltrokken op de deel van het huis van Gosselaar dat
omgebouwd was tot trouwzaal.
Gemeenteveldwachter M.Ennen mocht gratis in het kersverse bestuurscentrum
wonen en in de moestuin die erbij lag zijn eigen sla, bonen en aardappels
verbouwen. Als tegenprestatie moest hij het gemeentehuis en de meubels die
er in stonden schoonmaken, de kachels en de siertuin onderhouden. Op 28 maart 1882
werd gemeenteveldwachter Jan Maat benoemd tot conciërge. Na hem H.Jonkman.
In 1897 werd besloten de "veranda" bij het gemeentehuis af te
breken en deze over te brengen naar A.Boer, wonende aan de Wilhelminalaan.
Reden hiertoe was de belemmering van lichtinval door de omringende oude
lindebomen.
|
|
|
Foto galerij 1:

|
|
|





|
|
|
|
Foto galerij 2:

|
|
|





1936
Het kunstwerk links is mogelijk gemaakt in 1955 door de bekende kunstenaar
André Volten (1925-2002).
Wie weet meer?

|
|
|
|
Interieur:

|
|
|
Aan beide zijden van de gang waren in het pleisterwerk en plafond prachtige ornamenten aangebracht.


Een vergroting van een ornament.
Een vergroting van een ornament.
|
|
|
|
Raadhuisstraat:

|
|
|
Het gebouw waarin Gemeentewerken zich vestigde.

|
De bevolkingsgroei zette door en door ruimtegebrek verliet het kadaster het
pand in 1911. Vervolgens werd in de raadsvergadering van 30 december 1919
het voorstel gedaan een begroting te laten opmaken om tot nieuwbouw te
komen. Deze kosten, begroot op f 111.880,-, werden in de vergadering van 6
augustus 1920 gemeld.
Bezuinigingsinspecteur Mr.J.F.Dijkstra uit Den Haag maakte bezwaar tegen
de nieuwbouwvoorstellen. "Immers, Emmens raad is
tehuis in een soort buitenplaats achter de kerk, liefelijk verscholen in 't
lommer van statige geboomte en van afmetingen, dat welvarende gemeenten van
meer beteekenis dan Emmen, 't er overbest mee zouden kunnen doen. Schrijver
kent Emmen, kent ook Emmens tegenwoordig gemeentehuis. En juist omdat ik
Emmen zoo ken, zou ik het gewoonweg schande vinden, als Emmen nog aldoor op
Vadertje Staat zou blijven leunen en er maar op los bleef leven, hoe kaler,
hoe royaler. Dit zou blijk geven van eigenschappen, die roepen om een
curator, ditmaal niet voor een failliet, doch voor een onverbetelijken
verkwister. In 1914 was het totaal der belastingen per Emmen's inwoner een
kleine rijksdaalder; in 1922 veel meer dan 5 rijksdaalders; de uitkeeringen
van het Rijk beliepen in 1914 een bedrag van f 222.000,-; in 1922 een bedrag
van f 1.737.000,-, dat beteekent derhalve een stijging van bijna 700
procent. En hierbij mag ik het voorloopig laten. Emmen late zich waarschuwen
en kweeke wat economischen zin aan."
Het is te begrijpen dat de gemeente Emmen dit niet op zich liet zitten.
Het gemeentebestuur reageerde furieus in zowel de Emmer Courant als het
Nieuwsblad van het Noorden:
"Wij merken op dat de heer Mr.J.F.Dijkstra,
wat ligging van gemeenthuis betreft, zeer goed georiënteerd is, en wij
kunnen niet nalaten en passant deze ongezochte gelegenheid te benutten om
onze gemeente, met hare schilderachtige plekjes bij pensiongasten en
toeristen aan te bevelen.
Het schijnt de heer Dijkstra echter niet bekend te
zijn - ofschoon hij Emmen zoo goed zegt te kennen - dat in het gemeentehuis
van Emmen voor Emmens raad absoluut geen plaats is. Sedert 29 October 1918
vergadert de raad van Emmen op de bovenzaal van een herberg aan de markt.
Deze bovenzaal doet tevens dienst voor de loting en keuring der
dienstplichtigen, wat met het oog op drankmisbruik zeker allerminst
gewenscht is. De huwelijken moeten voltrokken worden, deels in de wachtkamer
van de Rijks-Landbouwschool, deels in de politiekamer, een vertrekje van
3.15 x 6.50 meter, met een zolderhoogte van 2.80 meter - en dat tevens elken
dag gebruikt wordt door de typisten van het secretariepersoneel.
Een wachtkamer voor de duizenden en duizenden
menschen die jaarlijks ten gemeentehuize komen is er niet. Men ziet het
publiek dan ook niet zelden, zelfs 's winters, op een steenen vloer in een
kouden gang wachten.
De verkiezingsaangelegenheden zijn in een z.g.n.
kiosk ondergebracht. Het verkiezingswerk wordt door het secretariepersoneel
verricht in een school. Het kantoor van den gemeenteontvanger is gevestigd
in een gehuurde lokaliteit, waarvoor de gemeente jaarlijks f 1360,- huur
moet betalen. Te voren was hij in een schuur (wagenhuis) ondergebracht.
Als men nu in aanmerking neemt dat het
tegenwoordige gemeentehuis is aangekocht in 1881 toen de gemeente 10.353
inwoners telde tegen een zielental van 42.658 op 1 Januari 1923, en men
eenig besef heeft van de uitbreiding der werkzaamheden welke den
gemeentebesturen sedert dien - vooral door de vele sociale wetten welke het
staatsblad bereikten - opgedragen werden, dan zal het niemand - uitgezonderd
blijkbaar Mr.Dijkstra - verwonderen dat de gemeente het gemeentehuis is
ontgroeid.
De raad van Emmen besloot daarom in zijn
vergadering van 28 maart jl. aan B en W op te dragen om den gemeente
architect plannen te laten ontwerpen om te kunnen beoordeelen in hoeverre
door bijbouw, aan- of bovenbouw op het bestaande gemeentehuis in het gemis
aan een behoorlijke raadszaal kan worden voorzien. Tegelijkertijd zal de
architect ook een plan voor een nieuw gemeentehuis ontwerpen, opdat de raad
te zijner tijd volledig zal kunnen overzien, welk plan voor de gemeente het
best en meest voordeelig zal zijn.
Op het verdere schrijven van Mr.Dijkstra wenschen
wij voorloopig niet in te gaan. Wij meenen ons echter niet te mogen
onthouden aan Mr.Dijkstra nog kenbaar te maken, dat een afkeurend oordeel
zijnerzijds, gebaseerd op zulke losse gronden, naar onze bescheiden meening
afbreuk kan doen aan het gezag van zijn woord.
Aan de bladen, die het bericht van Mr.Dijkstra uit
Uw blad hebben overgenomen, zouden wij beleefd willen vragen ook onze
verdediging van het raadsbesluit over te nemen.
Met vriendelijke dank voor Uwe gastvrijheid,
De raadscommissie van Emmen, bestaande uit de leden van alle partijen:
J.Hadders Rzn. V.B.
Joh.Haasken Pl.
J.Gorter A.R.
A.Sibon R.C.
S.Veenstra S.D.A.P.
Hm.Joling V.D.
D.Schuurman Chr.H.
Emmen, 9 april 1923."
Anderhalf jaar later, op 23 december 1924, werd de verbouw van het
gemeentehuis aanbesteed. Deze verbouwing werd uitgevoerd door: aannemer
Hemmen voor een bedrag van f 15.300,-, schildersbedrijf Schuur voor f 1.307,- en
loodgieterbedrijf Jalving voor f 1.236,-.
De dienst arbeidsbemiddeling werd gehuisvest in het schoolgebouw aan de
Schoolstraat. De kantoren van de gemeenteontvanger en van de dienst controle
der gemeente financiën werden in het Oosting Instituut ondergebracht.
In 1931 vestigde Openbare Werken zich aan de Raadhuisstraat. In datzelfde
jaar ging men de haalbaarheid na het hotel Goothuis aan de Markt te kopen en
verbouwen. Men wilde er een dependance vestigen met daarin de afdeling
arbeidsbemiddeling, de gemeenteontvanger, de controleur gemeentefinanciën
en de raadszaal. Achteraf kan worden vastgesteld dat deze dependance er niet
is gekomen.
Vele aanpassingen aan het oude gemeentehuis volgden elkaar op. Voor de
burger was het inrichten van een trouwzaaltje in 1944 het meest in het oog
springend. Tot dan werden, zoals reeds gememoreerd, huwelijken in de Rijks
Landbouw Winterschool aan de Boslaan gesloten.
In 1946 bleek uit een rapport van Rijksbouwmeester J.J.M.Vegter dat het
gebouw aan het Marktplein verschillende gebreken vertoonde en dat het 50% te
klein was. Het zou echter nog enige jaren (16-11-1949) duren alvorens door
de raad een krediet van f 5.000,- werd aangevraagd om Vegter een
uitvoeringsplan te kunnen laten maken, gebaseerd op behoud van het bestaande
gebouw. De raad stemde zich hier in december 1949 mee akkoord. Het leidde
echter tot niets, en in 1955 werd de samenwerking met Vegter opgezegd.
|
|
|
Hondsrugweg:

|
|
|
|
In juni 1956 volgde een nieuwe poging om een beter en nieuw gemeentehuis te
realiseren. Architect Dijkstra kreeg de opdracht met als doel dat de bouw
tussen 1959 en 1961 kon plaatsvinden. Ook dit werd niet gehaald, hoewel er
veel gebeurde. Een korte opsomming:
| datum |
goedkeuringen: |
krediet |
| 26-03-1956 |
uitbreiding secretarie |
f 85.000,- |
| 28-04-1960 |
bouw barak 4.4x 5.5 meter |
f 5.960,- |
| 07-07-1960 |
bouw telefoonautomaten en vergadervertrek |
f 8.260,- |
| 02-11-1960 |
huisvesting typekamer en archiefruimte |
f 19.520,- |
| 26-07-1962 |
wijziging secretarie, ingang geschikt
gemaakt voor trouwpartijen |
? |
| 20-04-1964 |
uitbreiding trouwzaal en kantoren |
f 115.000,- |
| 29-12-1965 |
vergroting raadzaal |
f 7.380,- |
In 1963 kwamen er een aantal plannen op de B en W tafel waar de
gemeentesecretaris een aantal conclusies aan verbond:
- "wat bij elkaar hoort moet bij elkaar worden gebracht"
- "de "koninkrijkjes" der verschillende diensten dienen bij elkaar
te worden gebracht omdat directeuren der diensten anders onder het gezag van het
gemeentebestuur zouden proberen weg te komen"
- "centralisatie, duidelijkheid naar het publiek"
Wethouder Hartman daarentegen deed daarentegen het voorstel "uitbreiding
over de Hondsrugweg, een zich over de Hondsrugweg uitstrekkend bestuurspark. Aan de
westelijke kant van de Hondsrugweg een politiebureau, de sociale dienst en openbare werken.
Op het oude terrein het gemeentehuis."
Op 26 september 1966 presenteerde architect Y.S.Dijkstra een voorstel
begroot op f 18,5 miljoen gulden. De raad stemde op 26 oktober 1966 in met
dit schetsvoorstel dat inhield:
- een politiebureau (de 1e fase)
- een trouwpaviljoen (de 2e fase)
- een secretarie (de 3e fase, in gebruik genomen in oktober 1970)
- een dienst gemeentewerken (de 3e fase)
- een sociale dienst (de 3e fase, in gebruik genomen in juli 1974)
- een burgerzaal (de 3e fase, nooit uitgevoerd)
- een bruggebouw (de 3e fase, nam de functie als burgerzaal over)
Op 24 juli 1967 ging de raad akkoord met de derde fase. Deze plannen
werden uitgevoerd door bouwbedrijf De Bruin uit Valthermond en Christian
Nielsen uit Den Haag. Het gemeentehuis werd op 1 oktober 1970 in gebruik
genomen. De destijds schitterende trouwzaal heeft echter nooit als
"deel" gediend. Ook had gemeentehuis geen moestuin meer die door
politieagenten onderhouden werd. Die tijd is al lang voorbij.
In 1977 bleek de secretarie alweer te klein. De bestaande 1820m2 moest
worden uitgebreid met 1000m2 en 300m2 vergaderruimte. In 1983 werd een
kleinere omvang goedgekeurd. Het werk werd uitgevoerd door bouwbedrijf
Roling uit Erica.
Het gemeentehuis met bruggebouw, trouwzaal en secretarie
aan de Hondsrugweg.
|
|
|
Een historische blunder:

|
|
|
|
Eén van de grootste historische blunders die is begaan in de
vernieuwingsdrang van Emmen betreft het "oude gemeentehuis", de
voormalige woonstede van Gosselaar.
Op 4 maart 1974 werd door B en W aan gemeentewerken opdracht gegeven na
te gaan wat de kosten zouden zijn van renovatie van het oude gemeentehuis.
Deze werden in een brief van 27 juni 1974 geraamd op f 68.000,-
Er ontstond een discussie: renovatie of afbraak. Tegen renovatie waren:
- burgemeester Beusekamp
- de heer Londo
- de heer Hartman
Hun argumenten waren: het is een bouwval, het kost teveel, de toiletten
zijn reeds gesloopt, een tweede ingang werkt storend, het zou de nieuwe
plaats van de burgerzaal worden.
Voor renovatie waren:
- de heer R.Zegering Hadders
- de heer Hadders
- de heer Ros
Hun enige argument was: het object past in het landschap bij de
"Grote kerk" en de Oudheidkamer.
Drie voor en drie tegen, de doorslaggevende stem kwam van burgemeester Beusekamp.
In alle commissievergaderingen stond het oude gemeentehuis op de agenda.
In de commissievergadering van Volkshuisvesting en Grondbedrijf zei
dhr.Hartman, dat hij persoonlijk geen enkele waarde aan het oude gebouw
toekende. In de commissievergadering van Financiën en Industrialisatie
vermeldde dhr.Beusekamp dat op de oude plek een burgerzaal moest komen. Dit
als onderdeel van het bestuurspark, waarvoor goedkeuring door de
gemeenteraad was gegeven op 24 oktober 1966.
In de raadsvergadering van 18 november 1974 werd verbazing uitgesproken
over het feit dat het achterhuis (de oude raadzaal) met de grond gelijk was
gemaakt. Het college hield vast aan de bestekbepaling. Bij nader onderzoek
bleek in het eerste bestek geen opdracht tot afbraak te bestaan, maar in het
tweede bestek van 13 november 1974 en ook op het geleide biljet van 15
november 1974 werd vermeld: "alles afbreken, behalve het
voorhuis". (stelpost f 10.000,- dit voor voorzieningen van het voorhuis)
Eén en ander was tot stand gekomen na mondeling overleg met architect
Dijkstra. Volgens de voorzitter was het afbreken van de schuur noodzakelijk
om te voorkomen dat de hoofdingang naar het bestuurspark teveel afgeschermd
werd. Verder werden door enkele raadsleden de opmerkingen gemaakt, dat er nu
na de afbraak van het achterhuis niet veel meer over was, maar dat
desondanks veel oud Emmenaren van mening waren dat het oude gebouw moest
worden gerestaureerd. Deze raadsleden zouden dan ook tegen afbraak stemmen.
Ideeën waren er voldoende t.a.v. de bestemming van het oude gemeentehuis:
- een V.V.V.kantoor
- een folkloristisch huis
- een voorlichtingscentrum
- openbare toiletten
- een centrum voor denksporten
- een prentenkabinet
- een dienstencentrum
Bovendien was er een mogelijkheid voor aanvullende werkgelegenheid
subsidie indien dit tijdig zou worden aangevraagd.
Door het college werd toegegeven dat het onderhoud van
het gebouw doelbewust was verwaarloosd omdat er vanuit werd
gegaan, dat het gebouw volgens het oorspronkelijke plan uit 1966 zou verdwijnen.
Het voorstel aan de raad om te besluiten tot afbraak van het voorhuis van
het oude gemeentehuis werd na een geëmotioneerd debat met 16 stemmen voor
en 18 stemmen tegen verworpen. De voorzitter deelde daarna in deze
vergadering mede, dat nu getracht zou worden op korte termijn met plannen
voor mogelijke bestemmingen voor het gebouw te komen en een raming van de
restauratiekosten aan de raad voor te leggen.
Op 13 december 1974 besloot de commissie financiën akkoord te gaan met de
besteding van f 5.000,- voor het water-, wind- en inbraakvrij maken van het pand.
De volgende verzoeken en suggesties t.a.v. de bestemming van het oude
gemeentehuis kwamen binnen:
- Stichting Dienstencentra Bejaarden Emmen
- Volksuniversiteit
- Stichting Denksport Centrum
- Stichting "De Krik", met een aanbod van f 50.000,- eigen bijdrage
- Drentse Vereniging 't Aol Volk
- Belangenvereniging Emmen Centrum
- Amateur kunstenaars
Er werd opdracht gegeven de mogelijkheden te bekijken en een raming van
de bouwkosten te maken t.a.v. de vestiging van een dienstencentrum voor bejaarden.
Op 15 september 1975 rapporteerde de directeur van de sociale dienst het
gebouw niet geschikt te achten voor een dienstencentrum.
Op 30 september 1975 gaven B&W de directeur van gemeentewerken de
opdracht, een schetsplan en begroting te maken voor handhaving van het oude
gebouw. (ontvangst-, vergader- en trouwzaal)
Op 8 oktober 1975 werd deze opdracht met B en W besproken en zou een
brief geconcipieerd worden over de mogelijkheden die er bleken te zijn. (in samenwerking
met monumentenzorg; brief 13 november 1975)
|
|
|
Brand:

|
|
|






1976
|
In de nacht van 9 november 1975 brandde het aloude gemeentehuis af.
Op 26 november 1975 besloten B en W opnieuw een voorstel gereed te maken
voor afbraak van het oude gebouw. Daarin werd voorgesteld de
schade-uitkering van de brand, f 316.510,- te bestemmen voor uitbreiding van
de kantoorruimten van de secretarie en van het oude terrein een
aantrekkelijk brinkachtig wandel- en rustgebied, tussen het oude en het
nieuwe winkelcentrum, te maken.
Dit hield alsnog afbraak in van het oude voorhuis.
In de raadsvergadering van 26 januari 1976 werd het voorstel met 31 stemmen voor
en drie stemmen tegen aangenomen. Wel bleek er grote ontevredenheid over:
- de lange duur die men nodig had voor er concrete plannen voor restauratie waren
(november 1974 - november 1975).
- waarom nu niet de uitvoering van het raadsbesluit van 18 november 1974. Er was
nu toch een schade-uitkering?
Op 25 maart 1976 kreeg de sociale dienst (W.S.W.) de opdracht het
voormalige gemeentehuis af te breken, nadat het jaren in het oude groene
hart van het snel groeiende Emmen had gestaan.
Jaren van verpaupering door onwil van een aantal bestuurders waren
desastreus. De heer R.Zegering Hadders, de heer Hadders en de heer Ros waren
hun tijd ver vooruit. Hun argument: het object past in het landschap bij de
"Grote kerk" en de Oudheidkamer wordt heden ten dage nog steeds
door velen als de enige juiste opgevat.
De laatste verkoolde resten werden in het voorjaar van 1976 weggehaald.
|
|
|
Bloemenklok:

|
|
|
De bloemenklok.
|
Op de plaats waar het voormalige gemeentehuis stond ligt nu, nabij het busstation aan het Marktplein, een
fraai aangelegde bloemenklok ter herinnering aan oud wethouder
R.Zegering Hadders.
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- "Honderd jaar gemeentehuis Emmen", werkstuk van Rein van Oosten, 1982.
Hij maakte gebruik van de volgende stukken:
- J.van Lier, J.Tonkens, Hedendaagsche Historie of Tegenwoordige Staat van het Landschap Drenthe, 1795.
- J.Poortman, Drenthe hoofdstuk: "De overheid als bouwheer", A.Kleijn, blz 109 e.v. 1951.
- H.J.Prakke, Deining in Drenthe, blz 85 e.v., Assen 1969.
- Uitgaande brieven, jaargang 1880 gemeentearchief Emmen.
- Notulenboek 1880, blz 366/367 gemeentearchief Emmen.
- Notulenboek 1880, blz 57 gemeentearchief Emmen.
- Uitgaande brieven, jaargang 1880, nummer 872 Gemeentearchief Emmen.
- Notulenboek 1894-1900, blz 216 gemeentearchief Emmen.
- Notulenboek 1920 gemeentearchief Emmen.
- Archiefnummer 620.206 Stichting van een nieuw gemeentehuis en verbouw bestaand, 1918-1931 gemeentearchief Emmen.
- Zaalberg archief 206 gemeentehuis gemeentearchief Emmen.
- Archiefnummer 207.354 brief aan de raad, 16 november 1949 gemeentearchief Emmen.
- Archiefnummer 207.354 brief directeur gemeentewerken aan B en W, 16 februari 1955 gemeentearchief Emmen.
- Archiefnummer 207.354.1 map verbouw / nieuwbouw gemeentehuis gemeentearchief Emmen.
- Archiefnummer 207.351 Schoolstraat 7, oude gemeentehuis gemeentearchief Emmen.
- "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst III" door H.T.Buiskool.
- Nieuwe Rotterdamse Courant.
- "In en rond Emmen" uitgave VVV Emmen 1932.
- "Kroniek" december 2008, uitgave Historische Vereniging Zuidoost Drenthe.
"De koster/schoolmeesters voor 1900 in Emmen", door P.Albers.
- Lidmatenregister 1673-1811.
- Foto's:
- Archief gemeente Emmen.
- S.Hoek Beugeling.
- E.Hof.
- A.Pool.
- R.Boelens.
|
|
|