dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Cultuur
dot Straatnamen

dot Gemeente archief
De historie van Emmen in woord en beeld

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Marktplein en omgeving: Geslacht Groothuis Omhoog


Geslacht Groothuis: Omhoog

De familie Groothuis is oorspronkelijk afkomstig uit Leermens, provincie Groningen. In de Franse tijd was een zekere Willem Groothuis daar landbouwer op de klei. Zijn vrouw Antje Boukema kwam uit een nogal gefortuneerde boerenfamilie, die in de loop van de jaren nogal wat gereformeerde predikanten zou voortbrengen. Deze Willem Groothuis stierf al op jonge leeftijd, 35 jaar oud. Zoon Klaas Groothuis vestigde zich rond 1863 vanuit Appingedam te Noordbarge.

Hij werd daar als grutmolenaar ingeschreven. De verhuizing naar Noordbarge kan wellicht in verband worden gebracht met het feit, dat daar reeds een aantal jaren familie van Groothuis woonde. Dit was de houthandelaar Willem Jan Harkes Kiers en zijn gezin, wiens moeder een zuster van de moeder van Klaas Groothuis was. Deze Kiers was dus een volle neef van Groothuis. Kiers was getrouwd met Eempien Frieling, de erfdochter van de al in 1840 overleden vermogende boer en markegenoot Wilhelm Lutke Frieling en Jantje Joling. Eempien's stiefvader was de bekende landbouwer en vervener Klaas Ensink. Omdat rond het midden van de 19e eeuw meerdere Groningse boeren door de ongunstige tijden het bijltje er bij neer moesten gooien emigreerde een aantal van hen naar de V.S. Economische motieven kunnen voor Klaas Groothuis een reden zijn geweest om de "vette" Groninger klei te verruilen voor "arme Drentse hei".

Zijn neef Kiers zal hem hierbij ongetwijfeld (financieel) een handje hebben geholpen. Kort na 1870 verhuisde Klaas Groothuis met zijn beide zoons Jacobus en Willem en zijn dochter Antje naar de nieuwe veenkolonie Oranjedorp. Hij begon daar een bakkerij met winkel annex café. Daarnaast ventte hij langs de vele kanalen en wijken met een bootje de broden en grutters waren uit.

Toen Klaas Groothuis in 1883 stierf liet bij zijn kinderen een goedlopend bedrijf na. Al enkele jaren eerder waren de beide zonen samen met hun zwager Hendrikus Garming (getrouwd met hun zuster Antje) begonnen met het huren van veenputten van grote verveners die er mee gestopt waren. Dit was begonnen met een financiële strop, want de eerste twee jaar moest er respectievelijk fl 600,- en fl 1000,- "bij". De daarop volgende jaren wisten de Groothuizen hun vervening flink uit te breiden, omdat ze van de stelregel uitgingen dat er na een slechte tijd ook wel weer een goede moest komen. Ze hadden toen ook twee winkels. In 1889 kochten ze een grote lap veen van ongeveer 20 bunders in Oranjedorp van de Friese vervener Van der Sluis.

Veenketen

In 1891 werd Jacobus Groothuis gehoord door een commissie inzake de toestand in de venen en de gang van zaken in het Oranjedorp in die jaren. Hij sprak ook over zijn eigen omstandigheden en wat hem zoal dwars zat. Hij klaagde over de lage turfprijzen waarbij hij de kleine verveners de schuld gaf. Het kwam naar zijn zeggen nogal eens voor dat een veenarbeider er een winkeltje in zijn keet op na hield. Zo'n veenarbeider huurde er tevens een veenput bij, waar een paar veenarbeiders gezinnen op werden gezet. De vrouw of een dochter deed dan het winkeltje en daar kwam dan de winst uit. Het was aangenamer een winkeltje te hebben dan veen te graven. Als in het najaar de huur van de veenput betaald moest worden werd de turf voor een "afbraakprijs" op de markt gedumpt om maar aan geld te komen. Deze gang van zaken bedierf voor de grotere verveners de turfprijzen. Volgens Groothuis waren er in die afgelopen jaren meer dan tien van zulke "onnozele" winkeltjes bijgekomen in Oranjedorp. Een ietwat merkwaardige vorm van gedwongen winkelnering. Over zijn eigen winkel liet hij uit: "Een veenarbeider moet een winkel hebben en als hij dan bij mij niet meer betaalt dan bij anderen kan hij het mij gunnen". Volgens Groothuis hadden veenarbeiders in Oranjedorp in het algemeen dan ook niet te klagen, althans als men maar niet voor zo'n keet winkeltje werkte. Ondanks de klagelijke geluiden van Groothuis, moet het hem toch goed voor de wind zijn gegaan. Wel stak zijn 30 bunder veengrond sterk af tegen de vele honderden bunders aan veen en veldgronden van zijn neef Kiers, toen reeds herenboer in het Groningse Lellens. Toch was Groothuis naar plaatselijke begrippen een vervener geworden waar rekening mee moest worden gehouden.

Uit andere verklaringen blijkt dat Groothuis in Oranjedorp ook een café/tapperij moet hebben gehad. Tijdens de grote veen staking in 1888 vonden er bij hem in het café namelijk vergaderingen plaats.

Hotels

In 1889 kocht Jacobus Groothuis aan de noordkant van De Brink te Emmen voor afbraak een boerderij met erf en tuin. Na de sloop ervan liet hij op die plek een twee verdiepingen tellend voor plaatselijke begrippen groots hotelpand verrijzen. Kennelijk zag Groothuis inmiddels in de horeca meer perspectief dan in de vervening. Hij verhuisde met zijn gezin naar Emmen waar hij het woongedeelte van het hotel betrok.

Overigens hield hij zijn veenderij bij Oranjedorp wel aan en liet daar zijn belangen behartigen door zijn veenbaas Naber. Zijn keuze voor de plaats van het hotel was er een van strategische aard. Immers was daar elke vrijdag marktdag, wekelijks een varkensmarkt en om de week een koemarkt. Derhalve kon er op voldoende klandizie gerekend worden. De 15 hotelkamers boden overnachtingsmogelijkheid aan de vele handelsreizigers die Emmen en omgeving bezochten om hun waren aan de man te brengen. Ook was er ten gerieve van zich per rijtuig voortbewegende gasten een zogenoemde "doorrit" in het hotel. Jacobus Groothuis heeft slechts een gering aantal jaren zijn hotelierschap mogen smaken. In 1895 stierf hij, nog geen 43 jaar oud. Zijn weduwe Aaltje Boerhof, hertrouwde met Arent Boer en naar hem heette het hotel sindsdien hotel Boer. In die tijd werd er op de bovenverdieping een grote vergaderzaal ingericht. Toen ook Boer was overleden bezat de weduwe Boer Boerhof naast het hotel aan de markt ook het etablissement aan de Stationsstraat. Dit laatste werd gedreven door haar zoon Klaas, terwijl een andere zoon, Marchienus, vanaf ca. 1920 de scepter ging zwaaien over het hotel aan de markt. Hun zuster Jantje Groothuis was inmiddels getrouwd met de vooraanstaande vervener Johannes Hadders uit Assen. Zij werden de schoonouders van de latere bekende Emmer wethouder R.Zegering Hadders.

Hotel Groothuis Nieuw-Amsterdam

In 1923 kocht de weduwe Boer Boerhof zich nog een tweede hotel. Dit was het gerenommeerde hotel Van Kerkvoorde, voorheen Kooiker te Nieuw-Amsterdam. Ze deed dit voor één van haar andere zoons Willem Groothuis. Deze was kort ervoor gehuwd met de Rotterdamse Johanna C.A.Bergsma. Hotelhouder Willem Groothuis exploiteerde naast zijn Nieuw-Amsterdamse hotel - dat hotel Groothuis ging heten - tevens een limonade fabriekje. Hij stond tevens bekend als een hartstochtelijk jager. Tijdens de laatste wereldoorlog waren er in het hotel op last van de bezetter enige tijd enkele Duitse officieren ingekwartierd. Hoewel het bekend was dat mevrouw Groothuis van joodse afkomst was, lieten ze het gezin Groothuis ongemoeid en is dit wonder boven wonder ongedeerd de oorlog doorgekomen. Ook in Weerdinge exploiteerden de Groothuizen een café. Dit koffiehuis werd gerund door Thomas Groothuis.

Rode haan en sloopbal

Rond 1948 verkocht Groothuis zijn hotel aan Jan Dijkstra. Deze zou ruim 10 jaar het hotel gaan drijven. In 1958 werd Bernardus Dimmendaal de nieuwe opvolgende eigenaar exploitant. Dit was tegen de bedoeling in maar van korte duur. Al na een jaar kraaide de rode haan. Na een felle brand, waarbij het pand brandde als een fakkel, werd het imposante gebouw in de as gelegd. Slechts een bijgebouw en een daarmee verbonden winkel woonhuis bleven gespaard. Het pand is nimmer herbouwd. Een parkeerplaats geeft de plek aan waar het eens stond. In het oude woonhuis naast het hotel aan de vaart woonde lange tijd Kest Kooiker, een zoon van de eerste eigenaar hotelier. In het bij de brand gespaarde aan het hotel gebouwde winkel woonhuis woonde lange tijd een zoon van hotelhouder Groothuis, Jan K.Groothuis, die er een zelfbedieningszaak "De Kroon" dreef en er later ook caféhouder en zaalhouder was. Ook dit is allemaal al weer lang verleden tijd en sinds jaar en dag wordt er op deze historische horecalocatie een eethuis annex biljartcentrum uitgeoefend. Ook het grote hotel Groothuis met concertzaal is reeds een aantal jaren geschiedenis geworden. Het is sinds 1994 van de aardbodem verdwenen. Niet zoals die te Nieuw-Amsterdam door vuur, maar door mensenhand. Het hotel, na geruime tijd hotel Grevink geheten te hebben en sinds 1970 in handen van de familie Grimme, viel niet ten prooi aan vuur maar aan de sloopbal t.b.v. appartementsbouw.


Bronvermelding: Omhoog

  • De Kroniek augustus 2000, artikel W.Visscher.
  • De Kroniek nummer 2 1999, artikel Mevrouw van Wieren Bosklopper.
  • De Tweelingdorper januari 2000, artikel "Grandhotel Groothuis" met als bron:
    • G.de Kleine en H.Kroeze: Grimme Gazet, 24 januari 1994.
    • S.de Leeuw: Klaas Ensink, in de Kroniek Hist.Ver.Z.O.Drenthe, 1998, nummer 3/4.
  • "Toen verkeerslichten nog ontbraken" door B.J. Mensingh. Uitgave 1997 door uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90-75115-12-1.
  • W.Visscher: Rond de Runde. Montfoort, 1997.
  • Verslagen van de 2e afdeeling der Staatscommissie van Arbeidsenquête 1890, dl. Veenderijen inzake Verhoor J.Groothuis.

 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.