|

De "oude" Weeme.
Bouw 1821, afbraak 1924. Na 103 jaar vervangen door een nieuwe Weeme.
Geheel links is nog net de serre te zien.
Een vrijwel onbekende foto van de "oude" Weeme.
|
De pastorie van de Nederlands Hervormde kerk stond westelijk van
de kerk. Het Marktplein bestond nog niet. De pastorie werd in 1821 gebouwd
ten midden van de bouwlanden op de es en kreeg de naam Weeme.
Het woord/begrip Weeme is meervoudig uitlegbaar:
- Weeme zou een familienaam c.q. boerenplaats zijn.
- Weeme zou afkomstig zijn van "Wedemen" hetgeen "wijden aan"
betekent.
- Ook een kampje bij een woning werd wel een Weeme genoemd, omdat dat kampje
diende tot weide voor het paard van de dominee.
- Weeme zou enkele eeuwen terug een ander woord zijn geweest voor pastorie en
is het woord Weeme een synoniem geworden voor pastorie.
Minuutplan 1832.
Sectie C849, C850, C851 en C852 eigendom van de Pastorij.
Voor 1821 woonde de dominee van de N.H.kerk nog in een boerderij, waarvan
(uiteraard) geen afbeeldingen bekend zijn. In deze boerderij woonde in 1807 Remco
Engels, die van 1807-1808 dominee van de N.H. kerk was.
Na Engels kwam Johannes Petrus Amshoff, dominee van 1808-1845, in de
boerderij te wonen. Tijdens zijn periode is de Weeme gebouwd.
Door het ontstaan van een plein waarop een markt werd gehouden, noot: de naam Marktplein
bestond toen nog niet, kwam de Weeme uiteindelijk aan de rand van het Marktplein te
staan. Tussen 1962 en 1965 is de Hondsrugweg aangelegd op het westelijk deel
van dit Marktplein. De Hondsrugweg scheidde de Weeme van het Marktplein. Noordelijk van
de Weeme werd in 1968 het politiebureau aan de Westenesscherstraat geopend.
In deze Weeme hebben gewoond:
- 1821-1845 Johannes Petrus Amshoff
- 1845-1847 Schelto Coolhaas van der Woude
- 1848-1853 Theodorus Adriaan Hoen
- 1854-1867 Hendrikus Stephanus Johannes Hugenhol(t)z
- 1867-1869 dominee M.A.Goos(s/z)en
- 1869-1892 dr Roessingh
- 1892-1908 dominee Rienstra
- 1910-1924 dominee de Groot
|
|

Voorkant van "de nieuwe" Weeme. Bouwjaar 1924, gesloopt rond 1968-1969.
Zijkant van "de nieuwe" Weeme.

|
Dominee De Groot was de laatste bewoner van de oude Weeme. Tijdens zijn
ambtsperiode werd er een nieuwe Weeme gebouwd. Het ontwerp kwam van de hand
van architect Rigt Kliphuis. In de volksmond sprak men
over de oude Weeme en de nieuwe Weeme. De echte naam was Weeme.

In deze Weeme hebben gewoond:
- 1924-1928 dominee de Groot
- 1928-1949 dominee de Kat Angelino
- 1949-1957 dominee Van Rossum
(1949-1955 dominee Alons woonde niet in de Weeme)
- 1958-1976 dominee Faber
In de tuin van de pastorie stonden veel appelbomen. De jeugd had in de haag,
die rond deze tuin lag, een gat gemaakt zodat ze bij de bomen konden komen om er stiekem
een appeltje te kunnen plukken. De dominee, Ds.De Kat Angelino, wist van deze activiteit
van de dorpsjeugd maar trad nooit streng op, hij had immers appels genoeg aan zijn bomen.
Omdat hij de appel "dieven" toch eens op hun verantwoordelijkheid wilde wijzen
hing hij op een dag een bordje aan een van de bomen met het opschrift:
"Pas op, God ziet alles". Tot grote hilariteit van de bevolking
spijkerden enige kwajongens er een ander bord onder waarop ze met grote
hanenpoten hadden geschreven: "Maar Hij verraad ons lekker toch niet!"
Ds.De Kat Angelino was een statige, deftige man en bij velen geliefde
man. Anderen menen echter dat niet niemand appels bij hem zou durven stelen
"want wie was er nou niet bang voor dominee de Kat?"
Rond 1969-1969, tijdens de ambtsperiode van Ds.Faber, is de Weeme afgebroken.
Van 1956-1960 was Ds.Van der Voet dominee en van 1960 tot 1989 Ds. Koppert.
Zij hebben geen van beide in de Weeme gewoond.
Qua leeftijd heeft de oude Weeme met 103 jaar het ruimschoots gewonnen
van de nieuwe Weeme die er slechts 44 jaar heeft gestaan.
|
|

Aanleg van de Hondrugweg

1968-1969.
De sloop van "de nieuwe" Weeme is ingezet. Op de achtergrond is het politiebureau zichtbaar.
|
In 1949 kwam Roland van Rossum in Emmen wonen. Hij was toen ongeveer vijf
jaar oud en zijn broertje Joost, twee jaar. Ze kwamen uit Apeldoorn, waar
hun vader vrijzinnig hervormd predikant was geweest. Emmen zou de logische
vervolgstap zijn in hun vaders carrière. Als kind besefte Roland toen niet
in wat voor paradijs hij terechtgekomen was. Een huis met veel kamers,
verborgen ruimtes op een enorme zolder en kelders onder het huis. Het geheel
was omgeven door een parkachtige tuin. De helft werd netjes onderhouden door
een tuinman en het overige deel was verwilderd bos. Er was ook een grote
boomgaard, met nu zeldzame vruchten als jutteperen en sterappels. Deze
boomgaard was regelmatig het doelwit van de jeugd uit Westenesch.
De familie Van Rossum woonde niet alleen in de Weeme. Ook een tante, die
al jong weduwe geworden was, woonde er met haar zoon Kees. Kees en Joost
waren van dezelfde leeftijd en trokken dus veel met elkaar op.
Roland en Joost gingen naar de kleuterschool aan de Dreschjeslaan, bij
juffrouw Tekens. Daar hoefden ze slechts voor door de tuin te lopen en via
een gat in het achterhek kwamen ze bij het schooltje. Na de kleuterschool
volgde school I. Het was een vrij onbezorgde tijd waarin meester
Kreeftenberg het hoofd der school was.
De privileges van het wonen in zo'n riant huis had ook zijn keerzijde.
Naar huidige begrippen was het toen toch vrij oncomfortabel. Het was er in
de winter koud en bij de strenge vorst van toen was alleen de temperatuur in
de woonkamer normaal. Het hele huis werd verwarmd met kolen kachels die zijn
vader, de dominee, onderhield. Achter het huis was een garage met een soort
van kolenbunker. Daar mochten de kinderen echter niet komen, want ze zouden
er pikzwart vandaan komen. Maar ze deden het natuurlijk wel.................
Dominee Van Rossum was de opvolger van de geliefde dominee de Kat
Angelino. Ervan uit gaande dat je het beter moet willen doen dan je
voorganger zal dat niet gemakkelijk geweest zijn mede door enkele conflicten
met de orthodoxe kant van de hervormde kerk (de Kapel). Van Rossum sloot
zich aan bij de Zwingli beweging, die onder leiding stond van de predikanten
van Lunzen en Roodzant (Odoorn). Tijdens een vergadering op de Weeme was de
sigarenlucht al van verre waarneembaar. Dat dominee Van Rossum de
kerkgangers kennelijk toch heeft weten te boeien met zijn preken, moge
blijken uit de vele condoleances die de achtergeblevenen uit het hele land
ontvingen bij het overlijden in 1996. Gelet op de vele reacties uit Emmen is
dat ook menig Emmenaar bijgebleven.
Zoon Roland had echter al snel een hekel aan de zondagschool en tot
verdriet van zijn vader weigerde hij al gauw daar naar toe te gaan. De reden
daarvan was waarschijnlijk dat hij als domineeskind een voorbeeldfunctie had
en zijn versje dus zeker diende te kennen. In het uit het hoofdleren van
stichtelijke verzen zag hij weinig heil. Toch ging hij wel regelmatig met
zijn moeder naar de kerk, en dat maakte het blijkbaar weer goed. Ook zijn er
positieve herinneringen aan de heer Aay, de godsdienstonderwijzer, die op de
lagere school zeer boeiend bijbelverhalen wist te vertellen.
Voor de Weeme stond een klein gebouwtje, dat bestond uit twee lokalen. Daar
werden de catechisaties gegeven. Joost was wel tot het vak aangetrokken.
Toen hij zo’n jaar of acht was werden er kerkdiensten georganiseerd. Het
spel werd compleet gespeeld met toga en togakoffer, die hun moeder van een
oud zwart colbertje van hun vader had gemaakt. Roland deed de collecte en
tot ergernis van zijn broer verscheen hij daar zelfs eens met een lange
grijze baard, die hij gevonden had tussen de spullen bestemd voor het
kerstspel. Joost is theologie gaan studeren, maar niet in zijn vaders
voetsporen getreden. Na jaren les gegeven te hebben op een seminarie van de
Russisch Orthodoxe kerk in Alaska, woont hij al enige tijd in Parijs en is
professor aan een instituut van die kerk.
Naast de Weeme lag een weiland van Grootjans. Daar was zomers de
kermis en ook het circus met namen als Strassburger, Krone en Jos Mullens.
Tijdens een voorstelling is het voorgekomen dat het zo stormde en regende
dat het tentdak eraf moest. De kinderen Van Rossum konden de voorstelling,
die wel gewoon doorging vanuit hun slaapkamer volgen. Vaak kregen ze echter
ook vrijkaartjes omdat ze één van de woonwagens van stroom voorzagen. Die
kregen ze ook voor de "Stijle Wand", (waarbij een motorrijder met
een meisje op het stuur rondjes tegen een verticale wand reed), die tijdens
kermis vlak naast de Weeme stond.
In 1957 verhuisden ze naar Voorburg. Dominee Van Rossum is daar tot hij
met emeritaat ging aan de NPB afdeling verbonden geweest en gaf bovendien les aan het
Haagse 1e VCL. Hij overleed in 1996.
|