|
Foto van voor 1907,
een wit bepleisterde toren.

Witte pleisterlagen werden tijdens een restauratie in 1907 verwijderd.
Op de omloop Edske Kliphuis.
In het midden Edske Kliphuis.
Tweede van rechts Edske Kliphuis.
|
De huidige N.H. kerk dateert uit 1856 en is gebouwd door aannemer Van Enst te Zwolle. De
stenen werden langs mulle zandwegen aangevoerd vanuit Gasselternijeveen en Coevorden. De
bouwsom voor deze kerk bedroeg f 16.149,-.
Het kerkgebouw is een drieschepig type met kruisgewelven tussen spitse bogen. Door tien
hoge gotische ramen stroomt het licht naar binnen, dat nog eens wordt versterkt door de
hoge witgekalkte muren.
Deze muren zijn beschilderd met fresco's die het lijden van Jezus op primitieve wijze
in beeld brengen. In het koorgewelf een middeleeuwse voorstelling van het Laatste Oordeel.
De kerk werd op 2 juli 1856 ingewijd met een preek van Ds.H.S.J.Hugenholtz.
Genesis 33.17: "Maar Jakob brak op naar Sukkot en hij bouwde zich daar
een huis, en voor zijn kudde maakte hij hutten. Daarom noemde hij die plaats Sukkot".
De toren van de kerk is vermoedelijk omstreeks 1228 van steen gebouwd nadat de houten kerk
door de Twentenaren in brand was gestoken.
De noordkant van de toren bestaat uit stenen gebakken met leem uit een laagte met de naam
"De Dil", gelegen op de Schimmeresch nabij de Galgenbergen en het hunebed aldaar.
De toren werd gebouwd op een ongeveer drie meter hoge voet van gehakte granietblokken uit
hunebedstenen. Deze werden voor dit doel gespleten.
L.J.F.Janssen nuanceerde in 1848 de manier waarop de granietblokken werden gespleten in zijn
werk Drentsche Oudheden: "In Drenthe, waar de landlieden, tot gemakkelijker transport, de
groote stenen door buskruid plegen te laten springen, waartoe dan kuiltjes geboord worden, hoort
men van landlieden wel de stelling, dat de kuiltjes in de voormelde hunebedstenen door diezelfde
pogingen tot splijten zouden veroorzaakt zijn; maar dit is zeker niet van alle steenen
aannemelijk, omdat zich aan de oudste gedeelten der kerken te Odoorn en Emmen hunebedstenen
bevinden, die van gelijke kuiltjes voorzien zijn, terwijl die kerkgebouwen van ouder
dagteekening zijn, dan het gebruik van het buskruit."
Het middengedeelte tussen voet en omloop dateert uit 1456 en bestaat deels uit
"kloostermoppen" en deels uit bakstenen.
In 1907 was de bouwkundige toestand van de kerk en toren slecht, aldus het Nieuwsblad van het
Noorden in september 1907. Onder supervisie van architect Edske Kliphuis (1854-1936) vond er een
grondige renovatie plaats. De toren is na afbraak van de oude kerk in 1855 blijven staan en werd
tijdens de bouw van het nieuwe schip wit bepleisterd. Tijdens een restauratie in 1907 (foto's
links) werd dit weer teniet gedaan waarvoor de toren, uitgezonderd de noordkant, geheel werd
ontmanteld. De kosten ervan bedroegen ruim f 8.000,-.
|
|

De Emmer Courant van februari 1946 bericht over de terugkeer van de torenklok.
|
Zoals in elke kerk had ook de N.H.kerk in Emmen een klok. Het brons waaruit deze grote
klok gegoten was dateerde uit 1456.
In het brons was de volgende inscriptie geëtst: "Anno dui MCCCCLVI. Maria bin ik
gheheten, dat kerspel van Empne hebbet mi don gheten, an onser l.v. vrowen ere. Caspar, Melchior,
Balthasar, S Petrus, S Paulus, S Johannus, S Andreas, S Jacobus, S Thomas, S Bartholomeus,
S Philippus, S Matheus, S Simon, S Judas, S Mathias". Vertaald: Anno domino 1456.
Maria ben ik geheten, het kerspel Emmen heeft mij doen gieten ter ere van Onze Lieve Vrouwe.
Gevolgd door de namen van de Drie Wijzen uit het Oosten en de twaalf Apostelen.
In het midden nog twee beelden: een bekroond Mariabeeld met de tekst: "Ave Maria
gratia" (wees gegroet Maria, vol van genade) en een mannenbeeld met de tekst:
"Sanctus Paulus" (Heilige Paulus).
Onderaan de klok stond rondom de tekst:
"Help God ut allen noet.
Wi en weten nicht wisser wen den doet.
Gert Kling het mi ghegoten tot God siner ere.
Wake up dat ik die raden,
ghanck die kercken drade,
unde heur de missen mit vlite,
do recht unde lieke,
So wil di God geven e't eeuwighe rike".
Vertaald: God helpt uit allen nood. Wij weten niets zekerder dan de dood.
Gert Kling heeft mij gegoten ter ere Gods. Waak op, zeg ik U, begeef U
spoedig ter kerke en hoor ijverig de missen. Geef een ieder het zijne, dan
schenkt God u het eeuwige leven.
Menigmaal beierde haar geluid over het oude dorp uit. Toen koningin
Sophia Frederika Mathilda van Württemberg, de vrouw van koning Willem III,
op 3 juni 1877 was overleden en daartoe de klokken werden geluid is de oude
klok gebarsten. Pas in 1877 is de klok door de Gebroeders van Bergen uit Midwolde hergoten.
Deze klok heeft als inschrift: "In 1456
tot Maria's eer gegoten. 1600 aan den Herv. eeredienst gewijd. 1877
hergoten, om de gemeente van Emmen tot God en Vater te roepen. Gebr. van
Bergum te Midwolde, Me Fecerunt." (vertaald: hebben mij gemaakt)
"P.H.Roesing, Pred; H.Haasken, J.Sikken, J.S.Haasken,
J.Strating, G.Joling, kerkv."
Op 19 februari 1943 werden de kerkklokken door de Gebroeders Van Bergen uit Heiligerlee verwijderd,
op last van de Duitse bezetter, om te worden omgesmolten tot oorlogstuig. Vele klokken ondergingen
dit lot, doch de klok uit Emmen bleef gespaard. Enkele weken na het beëindigen van de Tweede
Wereldoorlog trof een jongeman uit Roswinkel, die in Hamburg werkte, de klok uit Emmen daar aan op
een werf.
Ds.De Kat Angelino was echter zeer verheugd toen de klok op 26 februari 1946 weer op de oude
stek terug was.
Steunend op eikenhouten balken hangt de 1067 kilo wegende klok weer in de toren van Emmen.
Op zaterdagmiddag om vijf uur en op zondagochtend, even voor acht, even voor negen en een uur
later, luidt de klok voor aanvang van de kerkdienst.
Anekdote: In 1672 was de bisschop van Munster al rovende Emmen binnen gevallen en had
hij twee klokken uit de toren geroofd. Eén daarvan zou nog hangen in de toren van Wesuwe in
Munsterland. De andere zou volgens de overlevering verzonken zijn in de Oevermanskolk van het voormalige
Bargermeer. De grote klok: eenmaal in handen van de bende werd de klok op een slee geladen, en
ging het over de met sneeuw bedekte grond richting het Bargermeer. De Emmenaren die in de gaten
kregen wat er was gebeurd, gingen de Mustersen achterna, die zich hals over kop nog harder uit
de voeten moesten maken. Voorbij de Mouwen- en Fokkenkollink ging het, doch bij de
Oevermanskollink, waar het ijs altijd minder dik was, gekomen zakten ze plotseling, met hun
zware vracht door het ijs. Zonder klok maakten ze zich uit de voeten. Ook later toen het meer
droog was gevallen, en er weilanden voor de markegenoten van Barge in de plaats waren gekomen is
de klok nooit teruggevonden.
|