|

|
In de kerk staat een oud zandstenen doopvont uit de 12e eeuw. Dit doopvont komt zeer waarschijnlijk
nog uit de oude kerk van voor 1856.
Het eenvoudig bewerkte doopvont rust op vier leeuwen. De smeedijzeren doopbekkenhouder en het
geelkoperen halfbolle bekken zijn van het 17e eeuwse type.
Het doopvont is op een gegeven moment uit de kerk verdwenen. Men vermoedt bij de bouw van de
nieuwe kerk in 1856. In ieder geval is bekend dat het vont jarenlang dienst heeft gedaan als
bloembak in de tuin van villa Echtenstein in Nieuw Amsterdam. Toenmalig eigenaar jhr.Hora van
Holthe tot Echten, schonk na lang aandringen het vont aan het museum in Assen.
In 1988 werd het doopvont in de kerk van Emmen in ere hersteld.
|
|

De raambeschildering waarmee De Groot bezig was.



|
Dominee Hendrik de Groot, die van 1910 tot 1928 aan de Nederlands hervormde kerk in Emmen was
verbonden, was niet gelukkig met de kaalheid van de protestantse kerken in het algemeen en die
van de kerk in Emmen in het bijzonder.
De Groot was een verdienstelijk amateur-schilder en besloot de kerk van Emmen te voorzien van
muurschilderingen en raamdecoraties. Samen met een hulp ging de dominee aan het werk.
Ze brachten vier muurschilderingen aan. De ramen werden voorzien van decoraties. In een klein
boekje waarin de schilderingen worden beschreven en verantwoord, schreef De Groot dat deze
protestantse kerkbeschilderingen alles behalve volmaakt waren, mede door de oude gescheurde muren.
Wat hij vooral wilde bereiken was dat "het protestantse bedehuis door zijn uiterlijke
verschijning moge worden tot een Poort des Levens".
Dominee De Groot gebruikte voor de decoraties vooral de kleuren blauw, geel en bruin. Een
aantal lampen, gemaakt door één van de plaatselijke smeden, werden in ijzer uitgevoerd met ruiten
erin, beschilderd als gebrand glas, in dezelfde kleuren als de decoraties.
De schilderingen van dominee De Groot hadden door de tand des tijds en door bommen tijdens de
Tweede Wereldoorlog veel geleden. In 1949 heeft dominee De Groot ze nog weer opgeknapt. Helaas
was het frescowerk niet goed op de kalklaag aangebracht, waardoor de schilderingen niet goed bleven.
Tijdens de restauratie medio jaren '60 zijn, tot
verdriet van velen, de schilderingen en raamdecoraties verwijderd.
|
|
1930
1960
1980
1999
1999
2006
|
In 1873 kreeg de Grote Kerk een orgel, wat vooral voor de begeleiding van het zingen in de kerk
een enorme verrijking betekende.
De kerkvoogdij van Emmen gaf in maart 1872 aan orgel- en pianofabrikant Roelf Meijer uit
Veendam opdracht voor de bouw van een orgel. De kosten bedroegen ruim f 4.000.-. De orgels van
Meijer hebben een eigen gezicht vanwege de ornamenten aan de orgelkast en de combinatie van
het Duits-romantische en een klassiek Groningse stijl. De orgelkast bestaat uit vuren en grenen
delen en is gebouwd in een combinatie van neo-baroc, regence en neo-grec.
Het eerste concert op het orgel in Emmen werd gegeven door organist en orgelreparateur
Bos uit Veendam.
Het orgel onderging in de loop van de ruim 130 jaar van zijn bestaan een aantal
restauratiebeurten. Deze gingen nog al eens ten koste van de authenticiteit van het instrument.
In 1931 werd het orgel gerestaureerd en van nieuwe registers voorzien door de heer Flentrop.
Tot en met 1931, toen ook een windmotor werd aangeschaft, was vader Koopman, opgevolgd door zoon Johan
"balgentreder". Zij kregen daarvoor een geringe jaarlijkse vergoeding.
Tijdens de laatste renovatie, aan het begin van deze eeuw, door de Groningse orgelbouwer
Mense Ruiter, is getracht het orgel zo veel mogelijk in de oude staat terug te brengen.
|