|
Mogelijk de oudste foto van de Stationsstraat.
Het is nog geen 1909, de tramrail ontbreekt nog.

foto: Dinant ©
|
- 1907-19xx H.Wielens.
- Stationsstraat 3, omstreeks 1932.
- Stationsstraat 10, omstreeks 1965.
In 1907 werd, vrijwel gelijktijdig met het café van Harms, een woonhuis gebouwd naar een ontwerp van
vermoedelijk J.Daanje.
Hier kwam de familie Wielens te wonen. Hendrik Wielens (*1880) was een zoon van de
logementhouder Jan Wielens en Emelina
Geziena de Vroome. Hij huwde in 1907 met Grietje Anna Hars (*1882), geboren te Noordbarge. Zij
was een dochter van de deurwaarder Roelof
Hars en Trientien Veen (zie Wilhelminastraat).
Hendrik, die in 1909 penningmeester was van de in 1907 opgerichte gymnastiekvereniging Hercules, had
aan de Stationsstraat een een administratie - en makelaarskantoor. Aan de rechterkant van zijn
woning hield hij kantoor. Hendrik Wielens was zaakwaarnemer, een uitstervend beroep dat het midden
hield tussen makelaar en notaris en dat door de kroon werd verleend. Een man met zo'n functie mocht
niet alleen taxaties regelen maar ook het erfrecht en legaten. Het was een erfrecht dat van vader
op zoon overging. Bij het overlijden van zijn zoon Jan zou dit beroep echter verdwijnen. Diverse
makelaars hadden belangstelling om Jan in te lijven toen hij wat ouder werd, hij kon dan immers
beschrijvingen regelen buiten de notaris om.
Jan heeft veel werk verricht voor de Nederlandse Middenstandsbank (NMB) en de gemeente Emmen.
Hij woonde samen met zijn vrouw en twee dochters vanaf ongeveer de oorlogsjaren tot aan ongeveer de
jaren '60-'70 bij zijn ouders in. Jan Wielens was vanaf het begin lid van het zeer fameuze Emmer
mannenkoor "Dubbel Vier". Het pand is door de heer Wielens verkocht.
De aanbouw ("wachtkamer") werd gebouwd in 1928 en de dakkapel dateert uit 1935. De deur
in de voorgevel bevindt zich een portiek. Rechts zijn twee ramen met bovenlicht, met zij- en sluitstenen
en versiering van afwisselend bruine en gele, ronde, half over elkaar heen gelegde schijfjes in de
boogvelden. Links van de voordeur zit een vergelijkbaar raam, maar nu voorzien van twee zijlichten.
Het middengedeelte is risaliserend. Links in het terug liggende deel bevindt zich een raam en in het
rechtse terug liggende gedeelte zit een deur met daarboven een plat dak. Het huis heeft een brede grijze
plint. Op de bovenverdieping van het risaliserende deel is een balkonnetje met dubbele paneeldeur met
zijlichten en daarboven een brede goot op klossen, evenals ter hoogte van het balkon. Er zijn speklagen
ter hoogte van de onderzijde van de trasramen, de onderzijde van de bovenlichten en ter hoogte van het
begin van de boogvelden.
|