|
1938: op de achtergrond is de Nederlands Hervormde kerk nog juist zichtbaar.
1938: de tewerkgestelden poseren voor de fotograaf. Geheel links de heer W.Noorlag.
1938: een kijkje in de rietvlechterij. Een aardige wieg is zojuist gereed gekomen.
1940 opening door minister van sociale zaken J.v.d.Tempel
Burgemeester Bouma hield bij de opening een toespraak.

Linksachter burgemeester Bouma met naast hem minister J.v.d. Tempel, die de werkenden met
een bezoek vereerden.
De barak waarin Arbeidsvreugd zetelde.
De mevrouw op de fiets reed op de huidige Notaris Oostingstraat, ter hoogte van
Mulder Mode op de Weiert.
Op de achtergrond stond de Christelijke H.B.S., opgericht in 1949.
Boeken binden.
foto: collectie Slik, Almelo
Sloffen maken.
foto: collectie Brands, Nieuw Dordrecht
De houten barak van Arbeidsvreugd werd in januari 1958 afgebroken. Als laatste viel op 9 januari
de schoorsteen.
|
"Kreupelen, blinden, doofstommen en lammen, uit de kluisters van het
leed geholpen"
Zo luidde de kop van een artikel in de Emmer Courant van februari 1939. Het bewuste
artikel was bedoeld als uitnodiging voor een AVO filmavond in Emmer Compascuum. AVO was
de afkorting van de vereniging Arbeid Voor Onvolwaardigen. Deze
film was al tijdens bijeenkomsten in Klazienaveen en Emmen te zien geweest en diende ook
duidelijk als ledenwerving voor de AVO.
De toon van de artikelen die gaan over de te werkstelling van gehandicapten, zoals we
de groep mensen nu noemen die moeizaam in het arbeidsproces worden opgenomen, getuigt van
bevoogding en "goeddoen". Toch blijkt dat in 1930 het gemeentebestuur van Emmen
in samenwerking met het burgerlijk armenbestuur al mogelijkheden heeft geschapen om
gehandicapten enige vorm van arbeid te laten verrichten zodat zij niet langer "het harde
lot dragen van lastposten voor hun omgeving, bovendien afhankelijk voor hun financiële
behoeften van Overheidszorg of particuliere liefdadigheid."
In Emmer Compascuum werd in 1930 in een schuur van (waarschijnlijk) de heer O.Walkotten,
armvoogd-boekhouder in Emmer Compascuum de eerste werkplaats voor gehandicapten ingericht.
Een groepje jonge gehandicapten leerde het vlechten van manden van een blinde jonge man die
zelf zijn opleiding had genoten in het Blinden Instituut in Amsterdam.
Al snel daarna werd een tweede werkplaats ingericht in een schuur van de weduwe Staal
in Noordbarge en een derde in Emmen in een schuur van de heer H.Koops, de
armvoogd-boekhouder. In 1935 werkten 24 jonge mensen in deze werkplaatsen.
Het in stand houden van drie werkplaatsen bleek niet eenvoudig. Ook bleek dat mandenmaken
niet het aangewezen vak was voor "geestelijk onvolwaardigen".
Eind november 1935 bestond alleen de werkplaats in Noordbarge nog, onder leiding van de
heer H.Bakker, controleur van de gemeentefinanciën.
De tewerkgestelden waren hoofdzakelijk lichamelijk gehandicapten. Na enig vallen en
opstaan werd in samenwerking met behulp van de Centrale Vereniging voor de Opbouw van
Drenthe en met medewerking van de Rijksrietvlechtschool in Noordwolde een nieuwe koers
ingeslagen. Het fijne rietvlechtwerk bleek beter afzetbaar en ook in de boekbinderij vonden
drie mensen werk. Voor de geestelijk onvolwaardigen en voor hen die zich minder in de
mandenmakerij thuis voelden, werd arbeid gevonden in het vlechten van schoolpantoffeltjes.
In 1937 werd een speciale leider voor deze drie werkplaatsen aangesteld, de heer
W.Noorlag, die er in slaagde de drie werkplaatsen in één gebouw te krijgen. In de tuin
van het Oosting Instituut (in de tegenwoordige Notaris Oostingstraat ter hoogte van Mulder
Mode) werd een (gebruikte) barak geplaatst die door de Dienst Openbare Werken van de
gemeente, samen met de tewerkgestelden, werd ingericht.
In aanwezigheid van diverse provinciale en gemeentelijke hoogwaardigheidsbekleders werd
in november 1937 het gebouw en instelling, bekend als "Arbeidsvreugd" officieel
geopend. Burgemeester Bouma vroeg zich tijdens zijn openingsrede af of het in stand houden
van deze vorm van werkverschaffing wel een taak van de gemeentelijke overheid moest zijn.
Hij zag het eerder als een taak van de Vereniging voor de Opbouw van Drenthe of de A.V.O.
"Bijstand van de overheid is echter wel gerechtvaardigd, vanwege het algemeen
belang" aldus de burgemeester.
Na 70 jaar is "Arbeidsvreugd" geëvalueerd tot EMCO, een volwaardig bedrijf dat
zijn sporen heeft verdiend in de samenleving van Emmen.
|