|












|
"Kerkhof: zoo heet nog altijd de begraafplaats der dooden, omdat het bijgeloof vroeger de
hoven, waarop de kerken stonden en die de kerken omringden, tot begraafplaats geheiligd had; als
werd de aarde heilig, waarop een gebouw stond, dat aan de openbare Godsdienstoefening gewijd
was en als konde dat begraven in heilige aarde iets bijdragen tot verbetering van het lot
der afgescheidene ziel; welker lichaam aan den schoot der aarde werd toevertrouwd om weder te
keeren tot stof, waaruit het genomen werd. Zoo, meende men, konde een onheilig leven vergoed
worden door eene begrafenis in heilige aarde, als ware het niet de heiligheid des levens alleen,
die den mensch van rust en zaligheid kan verzekeren en den dood! Neen, het begraven in en om de
huizen der zamenkomst van de gemeente des Heeren, is niet anders dan bijgeloof, dat van het
wezen des Christendoms aftrekt en voor het gewestelijk leven der Christenen niet minder
schadelijk is, dan het voor hun natuurlijke leven wezen kan." aldus de Drentsche
Volksalmanak uit 1845.
De begraafplaats gelegen op de hoek van de Wilhelminastraat en de Kerkhoflaan is de oudste
begraafplaats van Emmen, de Nederlands Hervormde kerk, de hunebedden en grafheuvels niet meegerekend.
Voor kerkgraven zie
Nederlands Hervormde kerk.
De begraafplaats werd in 1829 gesticht door aankoop van grond van de Markegenoten van
Noord en Zuidbarge voor een somma van f 60,- gulden.
In 1831 vond de eerste begrafenis plaats.
De Emmer Courant van 15 februari 1935: "Begraven in en om de kerken verboden. Er moeten
nieuwe begraafplaatsen komen buiten de bebouwde kom."
Een missive van den Minister van Binnenlandse zaken van augustus 1927, gericht aan
Provinciale Staten, bracht ter kennis aan dit college, dat het Zijne Majesteit behaagd had, om,
gevolg gevende aan het Koninklijk Besluit van 24 mei 1825 nr.162 met betrekking tot het begraven
van lijken in de kerken en op de kerkhoven om de kerk als grondbeginsel aan te nemen:
- dat het begraven van lijken in kerken, kapellen, en bedeplaatsen voor het gehele land
verboden wordt,
- dat het begraven op kerkhoven om de kerk in gemeenten beneden de 1000 zielen blijft
toegestaan,
- dat in gemeenten met meer dan 1000 zielen het begraven op in de kom gelegen kerkhoven en
begraafplaatsen verboden wordt. De plaatselijke besturen zullen daar zorgen voor het
aanleggen van één of meer nieuwe begraafplaatsen, tenminste 35-40 ellen afgelegen van de
bebouwde kom der gemeente en van een uitgestrektheid vijf maal groter dan de oppervlakte,
die noodzakelijk is voor het begraven der afgestorvenen in het tijdverloop van een
doorlopend jaar.
Als gevolg hiervan schreef burgemeester Jan Jacob Willinge op 4 januari 1928 aan Gedeputeerde
Staten: "Ten gevolge resolutie van UEgr. Achtb. d.d. 10 september l.l. nr.22 betrekkelijk
de kerkhoven heb ik de eer te berigten, dat daar het kerspel Emmen meer dan duizend zielen
bevat, uit dien hoofde ingevolge Z.M. besluit gehouden zal zijn, om een nieuwe begraafplaats aan
te moeten aanleggen, ofschoon het tegenwoordige kerkhof zeer ruim en genoegzaam als buiten de
plaats is gelegen, en het aantal sterfgevallen jaarlijks slechts 30 bedraagt.
De plaats dan voor de aan te leggen begraafplaats is geschikt gelegen buiten het dorp
Emmen aan de zijde van de Esch, zijnde aldaar hoge veldgrond in de ongescheidene marke van Zuid-
en Noordberge.
Tot het aanleggen van welke men oordeelt weinige uitgaven nodig te zullen hebben, als
kunnende de bearbeiding door de ingezeten geschieden.
Voorts wordt er door het kerkgebouw, door het als dan ophouden van begraving in de
kerk, geene verliezen geleden, als hebbende zulks hier maar zeer zeldzaam tot dusverre plaats
gehad en er slechts voor twee eigen particulieren grafgraven aanwezig zijn."
In 1971 vond de laatste begrafenis op het oudste kerkhof van Emmen plaats. In 1976 werd
deze gesloten.
De volgende begraafplaats kwam aan de zuidzijde van de Kerkhoflaan te liggen. Ook deze is
inmiddels gesloten. De huidige begraafplaats is De Wolfsbergen aan de Weerdingerstraat.
|