|
|
Grondlegger voor scouting was de Britse luitenant generaal Robert Baden Powell (1857-1941).
Hij diende van 1876 tot 1910 in het Britse leger in India en Afrika. In 1899 was hij succesvol
tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika.
In 1908 kwam Powell's boek "Scouting for Boys" uit. Zijn ideeën en methodes
testte hij uit tijdens een kamp op Brownsea Island. Dit kamp begon op 1 augustus 1907, de
datum die gezien wordt als het begin van scouting in de wereld.
In Nederland begon scouting voor de jongens in 1910. Een jaar later startte scouting voor
meisjes. De eerste groep jonge verkenners ontstond als gevolg van de uitgave van het boekje
"Op Hollandsche jongens naar Buiten" geschreven door W.J.Hoytema. Deze groep stond
onder leiding van de Ierse onderwijzer Griffin Moriarty. In Amsterdam richtte de journalist Gos
de Voogt een proef patrouille op. Deze groep stond onder leiding van hopman M.W.D.den Ouden.
Op 7 januari 1911 werd de eerste nationale scoutingorganisatie opgericht, de Nederlandse
Padvinders Organisatie (NPO). Deze organisatie fuseerde op 11 december 1915 met de Nederlandse
Padvinders Bond (NPB) en ging verder onder de naam De Nederlandse Padvinders (NPV).
In 1933 splitsten enkele scoutinggroepen zich af van de NPV om de Padvinders Vereniging
Nederland (PVN) te vormen. Het probleem was dat jongens die geen God erkenden, toch moesten
beloven "Hun plicht te doen tegenover God en hun land". Veel groepen hebben zich toen
afgescheiden. Vlak voor het uitbreken van WO II leken de problemen opgelost. Een fusie tussen NPV
en PVN lag in het verschiet maar de oorlog gooide roet in het eten. De rooms-katholieke verkenners
splitsten zich in 1938 af van de NPV en richtten dat jaar de Katholieke Verkenners (KV) op. Na
de Tweede Wereldoorlog is de PVN niet heropgericht.
In Nederland werd voor 1973 Scouting in algemene en protestantse kringen 'padvinderij' en in
katholieke kringen 'verkennerij' genoemd. Beide termen zijn inmiddels verouderd en vervangen door
scouting. Bijna alle Scoutinggroepen zijn aangesloten bij Scouting Nederland. Deze vereniging
ontstond op 6 september 1973 uit een fusie tussen de toenmalige verenigingen voor Padvinders,
Verkenners, Padvindsters en Gidsen.
|
|
Foto van de groep jongens die in 1919 hebben deelgenomen aan de eerste reis van de Reisclub Emmen.
(foto: collectie Slik)
|
Het is niet helemaal duidelijk wanneer in Emmen de eerste padvindersgroep is opgericht. In de Emmer
Courant van 2 april 1919 wordt de oprichting gemeld van een padvindersvereniging op initiatief
van dhr T.Kremer. Er waren twaalf leden. In het bestuur zaten de heren L.Steenbergen en
H.Postma. De leiding berustte bij dhr Wester, onderwijzer aan de openbare lagere school.
Deze padvindersgroep was zeer waarschijnlijk dezelfde groep als "De Reisclub", die
bestond uit een groep jongens uit dezelfde families als de bestuursleden van de padvindersvereniging.
Kremer was ook van deze club voorzitter en de leiding berustte ook bij dhr Wester.
In dezelfde periode stapten de jongens van De Reisclub voor het eerst op de fiets voor een
tweedaagse fietstocht. De naam "padvinder" werd niet meer in de Emmer Courant genoemd.
Deze groep jongens maakte daarna enkele jaren onder leiding van de heren J.Wester en J.Slik of
Koehoorn (allen onderwijzers) fietstochten door Nederland.
In het voorjaar van 1919 werd als proef eerst een tweedaagse reis, met overnachting in de
schuur van de boerderij van de ouders van dhr Wester, in het Groningerland gemaakt. De
fietstochten gingen echter steeds verder het land in. De jongens beschikten zelfs over een
zestien persoons tent waarmee ze twee jaar veertien dagen door Nederland trokken.
Ieder lid van de fietsclub had een taak en onderweg kookten ze zelf. De jongens
gingen ook een soort uniform dragen en werden soms onderweg uitgescholden.
In de Emmer Courant staan uitgebreide verslagen over de tochten die de jongens maakten, wat ze
zagen en hoe het ze verging. Na de reis volgde in vele afleveringen een gedetailleerd verslag
van alles wat de jongelui hadden beleefd.
Aan een veertiendaagse tocht in augustus 1920 door Noord- en Zuid Holland namen de volgende
"excursisten" deel: J.de Vries, H.ter Borg (kok) F.Sprenger, H.Bloeming, H.Huizing, A.van Peer
(club photograaf en violist), H.Engelsman, A.Daanje, A.Braakman, J.Troost (2e kok), R.Lutken
(2e kok) G.Stegeman (kok), H.Stegeman (club-timmerman, chef tentenbouwer en ijverig verzorger
van het ontbijt en avondeten), Luc Steenbergen (rijwielreparateur en violist), H.Steenbergen
(pianist), Jac.Meijer (specialist in kleinodiën), J.Troost en J.U.Wester.
De heren waren voorzien van het insigne waarop "Sportclub
Emmen" stond gegraveerd, terwijl het merendeel der jongens geheel of gedeeltelijk in
padvinderstenue was gestoken die de club meermalen deed betitelen als
"kapitalistenzoontjes, padjakkers of bourgois". Deskundigen oordeelden
anders. De scheldwoorden leken de jongens niet te deren, ze genoten volop.
Toen meester Wester niet, zoals eigenlijk werd verwacht, werd benoemd tot hoofd van de
nieuwe school II in het Bargermeer vertrok hij naar Ter Apel en was het afgelopen met de reizen.
|
|
Kamperen aan de Boslaan anno 1923.
V.l.n.r. A.Muiderman, K.van Dalen, A.Troost, mej.J.Muiderman en R.Mulder.
|
In 1924 werd nog geprobeerd de reisclub nieuw leven in te blazen. De kampeeruitrusting ter waarde van f
200,- was er nog, maar het bleef bij een lang Pinksterweekend in Ommen.
|