|
De Wittendiek
Het Pallertje
Een Braandgat
|
De eerst grote bekende brand in Emmen was in 1228. Emmen werd geheel platgebrand door de Twentenaren die de dood van
Bisschop Otto II wilden wreken toen deze in 1227 door de Drenten tijdens
de Slag bij Ane om het leven was gebracht. Aan
grote branden zoals in 1228 viel helemaal niets te doen ......
Beginnende branden werden, indien mogelijk, met de hand geblust. Rijen mensen gaven emmertjes water aan elkaar door
die uit zogenaamde brandgaten werden geput. Emmen kende enkele brandgaten waar tijdens brand water uit geput kon worden:
- de "Wittendiek", het huidige Marktplein ter plaatse van de muziekkoepel.
- het "Pallertje", even noordelijk van de kruising Hondsrugweg / Westerstraat.
- een "Braandgat", aan de weg naar Odoorn, ter hoogte van de huidige Walstraat.
Toen na 1600 alom in ons land de economische toestanden waren verbeterd, heeft ook Drenthe daarvan ten zeerste geprofiteerd.
Het volgende artikel is een voorbeeld betreffende de openbare veiligheid, met name de beteugeling van het brandgevaar.
Nadat men reeds in 1612 had bevolen, dat iedere buurschap enige brandhaken moest aanschaffen in de kerkdorpen aan den toren te bewaren
heeft de Drentsche Landdag na 1700 verdere maatregelen genomen, waarna tenslotte de Landdag preventieve maatregelen tegen brand trof,
in de vorm van de navolgende resolutie:
"Ter vergaderinge zijnde gedelibereerd op de onvoorsigtigheid en roekeloosheid van tijd tot tijd
meer en meer toenemende in het gebruik van vuur en ligt,
- Hebben Ridderschap en Eijgenerfden ten gevolge de resolutien van den 5 Maert 1707 en 22 Maert 1740 geresolveert, dat
niemant zijn assche digt bij de huisen, schuuren, hooijblokken, tuinen of mestvaalten zal mogen leggen, en ook elders gelegt
wordende, met water zodanig begieten, dat er geen vuur meer in te vinden is.
- Dat ook bij het afdoen van hooij, zaad, stroo, turf, heijde, vlas, bij het braken, hekelen of ribben van hetzelve, geen
vuur of ligt zal mogen worden gebruikt, en dat niemant onder het voorsz. werk, of in een schuur alwaar diergelijke stoffen
gevonden worden, of onder het dorschen op de legge, tabak zal mogen roken; gelijk ook niet gepermitteert zal zijn aan een
timmerman, binnenshuis of in een 'schuure werkende, of aan een dekker op het dak zittende te dekken; worden de ook wel
expresselijk verboden om kalveren of ander vee, op de stallen staande, met ketels drinken te geven.
- Hebben verders verstaan, dat wanneer iemand des avonds ligt in de peerde- of koestallen, schaap- of varkenshokken nodig
heeft, daartoe aldan zal moéten gebruiken een goede lantaarn, en zonder die in dezelve niet te komen; en dat ieder ingezetene
die een vuur stede heeft, zig zal moéten voorzien van een vuurstolp, om daarmede den heerd des nagts, of ook des daags
wanneer hij niet te huis mogte zijn, te bedekken: alles bij de boete van vijf goltguldens, te verbeuren bij die gene, die
tegens dese onse resolutie mogte angaan, waarvan de overtreders tijdelijks op de Goorspraken zullen moeten werden angebragt.
- En alzoo de ondervindinge doet sien, dat dikwijls veele ongelukken ontstaan door het slegte voorsien van smitterijen,
backers ovenden, branderijen, brouwerijen, drogerijen van molt, hoppe etc.,
Hebben Ridderschap en Eijgenerfden goedgevonden, dat dezelve inkomstig zodanig zullen werden gemaakt, als met de menschelijke
voorsigtigheid eenigzints overeenkomt; en waervan de eijgenaren, door attestatie van twee onpartijdige timmerlieden an den
scholtes ter plaatzen zullen moeten doen geblijken; en zo wanneer in het vervolg de naburen mogten vernemen, dat deze
hiervoren genoemde niet zijn voorsien als het behoord, zo zullen dezelve zig moeten adresseren an den scholtes, die an
de eijgenaren of gebruikers zal aanzeggen, om hetzelve dadelijk te remediëren; en ingeval dezelve hierin mogten blijven
nalatig, zal den scholtes zig hebben te adresseren aan den Drossaard: wordende in zulken geval den Drossaard geauthoriseert
om na verhoor van parthijen en rijpe examinattie van zaken hierin ordre te stellen.
En op dat niemant hiervan eenige ignorantie moge praetenderen, zal dese Onse Resolutie gedrukt, ten eersten, en vervolgens
jaarlijks op den eersten sondag in Augustus van de respective Predikstoelen deser Landschap worden gepubliceert,
Actum op den Landsdag gehouden tot Assen den 23 Meert 1756."
Pas na 1800 zijn in de diverse kerspelen nadere voorschriften verschenen.
|
|

De brandweerploeg van de jaren '30 tijdens een later gehouden optocht: Voor de
wagen: brandmeester Lambers en D.Thedinga. Op de wagen v.l.n.r. de Lange, Jan Schepers,
Wap Nijenbrinks, Geert Weggemans, Jan Hof, Gradus Nijenbrinks en Jan Kroeze.
|
Tot 1920 werden branden in Emmen nog met handpompspuiten bestreden. Pas rond
1920 besloot de gemeente Emmen over te gaan van handpompspuit naar de
stoomspuit. Twee stoombrandspuiten kwamen in 1928 vanuit Den Haag aan. De heer
Otten was toen brandmeester, hoewel er nog geen sprake was van een georganiseerd
vrijwilligerskorps.
Noot: In 1917 ging een zekere brandmeester Otten uit Den Haag mee om de
veenbranden in Emmen te bestrijden. In 1928 was in Emmen ook een zekere Otten
brandmeester en aanwezig toen twee brandspuiten vanuit Den Haag per spoor
arriveerden. Het kan geen toeval zijn dat dit dezelfde Otten is en dat deze de
functie van brandmeester in Den Haag geruild zou hebben voor dezelfde functie in
Emmen. Wie weet meer?
De veenbranden waren echter wel de aanleiding om in Emmen een brandweerkorps
op te richten. Een brandweerkorps dat geheel uit vrijwilligers bestond.
|