|
Vaak willen kinderen, vooral de jongens, maar tegenwoordig ook meisjes,
brandweerman of -vrouw worden. Tegenwoordig is brandbestrijding echter maar één van de
zeer vele taken van deze hulpverleners. Hoe ontstond de brandweer in Emmen? Een
stukje algemene geschiedenis van de brandweer.
De oudst bekende "brandweerorganisatie" werd opgericht door keizer
Augustus in de Romeinse tijd zo’n 2000 jaar geleden en bestond uit slaven. Na
het signaleren van een brand bliezen brandmeesters op hun hoorns of werden
klokken geluid.
Tot in de 17e eeuw was er eigenlijk weinig te doen tegen brand. De meeste
huizen waren van hout, hadden rietgedekte daken of waren met pek gedicht. Wat te
denken van plaggenhutten waarin op open vuur werd gekookt en het krot met open
vuur werd verwarmd. Omdat vaak grote gezinnen in die brandgevaarlijke huizen
woonden, daarbij de menseigen onvoorzichtigheid met vuur of blikseminslag in
acht genomen, konden ongelukken dan ook niet uitblijven. Brandpreventie, zoals
we nu kennen was een totaal onbekend fenomeen. Als er brand uitbrak was het
alleen mogelijk de schade zoveel mogelijk te beperken. Dit deed men door
bijvoorbeeld de houten gevels van aangrenzende huizen snel omver te halen (!) of
er natte zeilen over te leggen. Bij een flinke uitslaande brand lukte het niet
eens om bij de brandhaard te komen en die te blussen. Eeuwenlang moest men alles
met emmertjes water doen die aan elkaar werden doorgegeven......
In 1521 vaardigde Karel V een ordonnantie uit, waardoor het verboden werd
huizen te bouwen uit andere materialen dan steen. Dat niet ieder zich hieraan
hield, moge duidelijk zijn. Controle was er niet of nauwelijks. Rond 1600 echter
ontstonden de eerste controlerende instanties in Amsterdam en Leiden. Daarna
kwamen er meer steden en kwamen er onder andere beperkende maatregelen over het
opslaan van buskruit, en het houden van vuren bij bakkers en smeden. Een
brandweerkorps bestond toen nog niet en er waren slechts bepalingen over hoe men
zich bij brand diende te gedragen, het aantal ladders, emmers en haken, zeilen
en ander "blusmateriaal". In de 17e eeuw veranderde er het één en
ander. Er werden gilden in het leven geroepen, die door de stadsbesturen werden
aangewezen voor het blussen van branden.
In de tweede helft van de 17e eeuw kwamen de eerste brandspuiten. Dit waren
pompen die met de hand bediend moesten worden. Deze brandspuiten bezaten een bak
die nog steeds met de alom bekende emmertjes gevuld diende te worden. De
handspuiten bevonden zich vaak bij de "meester" in depot. Om ze te
laten werken waren er 28 volwassen mannen nodig! De handpomp moest wel vlak voor
het brandende object geplaatst worden want slangen kende men nog niet. De
Nederlander Jan van der Heiden was iemand die veel aan de pompen verbeterde. Hij
ontwikkelde de slang en tevens een pomp die het water vanuit een daartoe
aangelegd brandgat kon pompen. Hierdoor kon men op afstand blijven en rond het
brandende object komen.
In de vorige eeuw kwamen de eerste stoomspuiten. De ontwikkeling zette zich
verder door en medio 19e eeuw ontstonden de eerste vrijwillige brandweerkorpsen,
daarna werden de beroepskorpsen en de NBV opgericht.
|