|
De politie van Emmen:

|
|
|
|
|
|
|
De eerste politie:

|
|
|
|
De eerste politieagent in Emmen was, evenals in andere Drentse dorpen, een kerspelsoldaat. Hij werd ook wel armenjager genoemd.
Het aanstellen van een kerspelsoldaat was een besluit van de Drentse Landdag uit 1717. De opererende kerspelsoldaten waren in
dienst van het kerspel en hadden een bezoldigde (betaalde) functie. De bijnaam armenjager kwam voort uit het feit dat ze
bedelaars en landlopers moesten verjagen om de rust te kunnen handhaven.
De kerspelsoldaat was in vroeger tijden de dorpspolitiedienaar, de voorganger van de gemeenteveldwachter. Het was een
eigenaardige naam voor een dienaar der politie. Een vreemde naam kwam niet alleen in Drenthe voor. Zijn collega in Friesland
bijvoorbeeld heette biezenjager. Hij was de handhaver der orde, de schrik van de dorpsjeugd en vagebonden zoals rondtrekkende
bedelaars. In het Oldambt wordt in officiële geschriften geschreven over de rooderoede of schrik. Deze schrik deed zijn naam
eer aan als hij werkte met de tuchtroede of de "bullepijs".
Zo'n boeman is de kerspelsoldaat in Drente ongetwijfeld niet geweest. Door zijn uiterst sober bestaan was hij te zeer
afhankelijk van de ingezetenen om zich ten volle als politiedienaar te doen gelden. Het merendeel van de beambten oefende een
ander beroep uit naast hun gewone politietaak.
Aan het eind van de 18e eeuw luidden de door het landschapsbestuur gegeven voorschriften: blauwe rok met gele knopen, rode
kraag en rode opslagen, blauw kamizool en broek, opgetoomde hoed met gele lis, en gewapend met snaphaan, twee pistolen en een
sabel.
Deze voorschriften werden in een aantal kerspelen slecht opgevolgd. De wapens werden verstrekt uit het arsenaal te Assen, doch
de kleding kwam ten laste van het kerspel, ook de vernieuwing daarvan. Dit laatste was ter beoordeling van de plaatselijke schulte
en was afhankelijk van de toestand van de lokale geldmiddelen. Deze kerspelkas was in de regel niet goed gevuld en de bevolking, die
voor de beloning van de politiedienaar hoofdelijk werd aangeslagen, voelde niet veel voor een extra belasting.
Dit bleek toen in 1804 Drost en Gedeputeerden de schuIten vragen stelden over de kerspelpolitie in hun schultambt. Vragen
aangaande hun kleding en bewapening, traktement, leeftijd, dienstjaren en geschiktheid voor hun ambt. Eigenaardige toestanden kwamen
daarbij aan het licht.
In nagenoeg alle kerspelen moest de politiedienaar zijn salaris persoonlijk bij de ingezetenen invorderen. Daartoe ging hij elke
maand langs de huizen om de enkele stuivers, die door de kerspelvolmachten waren vastgesteld, te innen. Voldeden de inwoners daaraan
dan kon een kerspelsoldaat aan het volgende salaris komen:
- In Roswinkel, de laagst bezoldigde in Drenthe, 20 gulden per jaar en 4 mud rogge;
- In Hoogeveen, het hoogste salaris, 132 gulden per jaar;
- In Coevorden 2 gulden per week;
- In Meppel 125 gulden per jaar. De schulte vond dit inkomen, zolang de man zijn beroep als wever uitoefende, voldoende. Deze
autoriteit schreef dat dergelijke mensen "niet al te hoog" moesten worden betaald en dat zij het beste te gebruiken waren wanneer
zij een bestaan hadden "welke niets voor onnoodzakelijke uitgaven overlaat".
Het grootste deel der politiemannen hadden bijverdiensten om hun schamele traktementen wat te verhogen. De kerspelsoldaat van
Schoonebeek, die lezen noch schrijven kon, ging met negotie de boer op, die van Hoogeveen was ook landarbeider, de kerspelsoldaten
van De Wijk en Koekange waren behalve goede politiemannen ook goede dagloners, hun collega te Peize was kleermaker en die van Eelde
verver en glazenmaker. De schulte van Zweeloo schreef dat zijn kerspelsoldaat niet de meest oppassende was en over de kerspelsoldaat
van Sleen "kon niet veel geroemd worden". De ordebewaarder van Vledder was 80 jaar en die van Ruinen was "gebroken". De
kerspelsoldaat van Eelde leed aan "zwakheid en ongesteldheid van hersenen". De functionaris van Oosterhesselen was 73 jaar en die van
Roderwolde 74 jaar. De schulte van Rolde was over zijn 70 jarige politiebeambte zeer tevreden. De man werd zeer ijverig bevonden en
kon nog wel enige jaren zijn functie waarnemen.
De soldaat van Emmen was "niet zeer geschikt en zijnde lomp en lui" evenals die van Roswinkel.
Drost en Gedeputeerden achtten het noodzakelijk dat het Drentse politiekorps op een hoger peil werd gebracht en meenden dat
daarvoor in de eerste plaats nodig was een verbetering van het salaris, dat naar hun oordeel ten minste 5 gulden per week en vrije
woning moest bedragen. De schuIten konden zich daarmee in principe verenigen maar waren wel van oordeel dat de voorgestelde verhoging
van het salaris onuitvoerbaar was, omdat de ingezetenen geen zwaardere lasten konden dragen.
Het Drentse bestuur besloot toen tot ontslag. Van de 39 kerspelsoldaten die Drenthe bezat werden er 26 ontslagen. Een derde gedeelte
werd gehandhaafd en kregen een salaris volgens de voorgestelde regeling. De provincie werd in 13 politiedistricten verdeeld maar de
te bewaken rayons werden daardoor zo uitgestrekt, dat er in de praktijk geen sprake meer was van enige politietoezicht.
Deze toestand heeft niet lang bestaan. In het eerste jaar van de inlijving bij Frankrijk kwamen de burgerlijke gemeenten tot stand.
De kerspelsoldaat verdween en de gemeenteveldwachter deed zijn intrede.
B.Schram:
Rond 1811-1848 (tijdens en na de Franse tijd) werd in Emmen "maire" Jan Jacob Willinge bijgestaan door één
handhaver der "openbare orde", Bartholomeus Schram. Wanneer Schram werd aangesteld is niet bekend. Schram was op 4 maart 1791
geboren in 's Hertogenbosch. Op 7 augustus 1815 huwde hij te Emmen met Josina Janssen uit Leiden. Of hij toen al was aangesteld is
niet duidelijk maar ruim 8 maanden na zijn huwelijk geeft hij bij de geboorte van zijn zoon aan veldwachter te zijn.
J.H.Jekel:
Na Schram nam de in Nassau Dillenburg geboren heer J.H.Jekel deze taak over. Hij was een
gepensioneerde onderofficier en had bij zijn aanstelling als gemeenteveldwachter
reeds de respectabele leeftijd van 60 jaar bereikt.
M.Ennen:
Menko Ennen was gemeenteveldwachter van Emmen in de jaren 1881, 1882 en 1883.
Hij werd bijgestaan door de bedienden G.Muller en R.Wever. Menko (foto links)
mocht gratis in het "nieuwe gemeentehuis" wonen. In de bijbehorende
moestuin verbouwde hij zijn eigen sla, bonen en aardappels. Als tegenprestatie
moest hij het gemeentehuis en
de meubels die er in stonden schoonmaken, de kachels aanleggen en de siertuin onderhouden.
Menko Ennen werd geboren op 22 december 1843 te Haren. Zijn ouders vertrokken in 1853 vanuit Nieuw
Scheemda naar Anloo. Menko kwam (uiterlijk) 26 jaar later in Emmen terecht want hij huwde op
05-06-1879 in Emmen met Johanna Hendriks Hof (geboren 17 juli 1857 te Oost Stellingwerf).
Ze kregen drie kinderen, waaronder Herman Ennen (geboren 07 maart 1880 te Emmen).
Herman Ennen is de grootvader van de huidige generatie Ennen, woonachtig in Nieuw Zeeland.
Na 1883 vertrok Menko met zijn gezin naar Vledder waar hij brigadier van de
rijksveldwacht werd.
Menko overleed in Anloo op 26 juli 1914. Zijn vrouw Johanna Hendriks Hof
overleed op 22 september 1898 te Vledder.
H.ter Brugge:
Harm ter Brugge
was bediende bij de gemeente veldwacht van Emmen in de jaren 1892 tot zeker 1919.
Uit de familiegeschiedenis valt af te leiden dat de foto rond 1898 is gemaakt. Op de
foto Harm ter Brugge in uniform met sabel, zijn vrouw Aaltje Vogelzang,
rechts Jan (4 jr.) en links Harm (ca.7 jr.).
Foto: Collectie J.H.ter Brugge, Amsterdam
|
|
|
Ontstaan gemeentepolitie:

|
|
|
|
De gemeente Emmen werd op grond van het politiebesluit van 1945, bij Koninklijk Besluit
van 22 december 1945, aangewezen als een gemeente met gemeentepolitie. Op 1 november 1946
ontstond dit gemeentelijke politiekorps. Van de 70-75 Rijkspolitieambtenaren gingen
34 over naar de gemeentepolitie van Emmen. Anderen gingen over naar standplaatsen buiten
Emmen.
Herinnerend aan de bezettingsjaren sprak burgemeester Gaarlandt tijdens de installatie
van het korps op 1 november 1946:
"In deze jaren is een stemming van onverschilligheid ontstaan en
de sport van wetsontduiking is een geringschatting van de wet overgebleven." Vervolgens:
"Schier op elk terrein ontbreekt orde, ik behoef het u niet te vertellen. Gij, als
politiemannen, hebt hier een zekere belangrijke taak; ieder uwer treedt als enkeling, als
individu op; ieder uwer wordt dagelijks, bij dag en bij nacht voor vragen gesteld, die
een dikwijls ogenblikkelijke oplossing vragen, die gij slechts persoonlijk met uw kennis,
ervaring en tact moet weten op te lossen."
"Elke zijde van de taak van den politieman heeft een
persoonlijk karakter. Bij het opsporingswerk, bij het bewaren van de orde en rust - telkens
komt het erop aan, hoe hij zich als mens gedraagt en reageert op de gedragingen
van zijn medemensen. Spant het, dan kan één verkeerde handeling, één verkeerd gesproken
woord, ernstige gevolgen hebben. Begrip voor de feiten, voor de samenhang van feiten,
vooral "feeling" wordt van u gevraagd. Moeilijk is uw taak, maar daarom juist mooi:
zelfstandig denken en handelen wordt van u geëist. En dit geldt in zeer sterke mate voor
een gemeente als Emmen, welke, door zijn uitgestrektheid van u allen, extra veel vergt,
waar op ver uiteen liggende posten de veldwachter zijn plicht moet doen in den goeden
oud Nederlandschen zin. Contact met de bevolking moet er zijn, zonder dat het gezag verloren
gaat; gedegen politionele kennis wordt van u gevraagd naast vaderlijk optreden, terwijl gij
toch in uiterlijk en optreden de man in uniform moet blijven."
De burgemeester besloot zijn toespraak met de verwachting uit te spreken, dat
allen plichtbetrachting, getrouwheid aan de wetten en het wettig gezag, ijver en
arbeidsvreugde zouden tonen en gaf van zijn kant de verzekering, de rechten der
politiemannen waar mogelijk te zullen verdedigen en het contact tussen de mannen
onderling zeer op prijs te stellen opdat een goede korpsgeest van het grootste
belang was.
Tot de heer Hoek, de eerste korpschef van Emmen, zei Gaarlandt dat hem een moeilijke
en veelomvattende taak wachtte; de opbouw en organisatie van het korps.
De heer Hoek antwoordde vervolgens dat hij dankbaar was de functie te mogen vervullen en
dat het ook zijn inzicht was dat een goede korpsgeest in de eerste plaats een
voorname factor was. "De onderlinge verhouding
moet collegiaal en kameraadschappelijk zijn en men moet niet trachten elkaar de
vliegen af te vangen om een goede beurt te maken. De prestaties van het korps
moeten hoog gehouden worden. Wij zijn nog maar net op halve kracht en verg van
iedere man 200 percent. Een overladen programma moet worden afgewerkt naast het
behalen van de diploma's. Maak er geen gewoonte van te kankeren, maar kom met uw
klachten bij mij." Vervolgens deelde hij mede te overwegen een
vertrouwenscommissie in het leven te roepen.
Vervolgens installeerde burgemeester Gaarlandt de 34 uit het korps
Rijkspolitie overgekomen politieambtenaren: H.Spreen, K.Siebrand, C.M.Bergh,
E.Diepenbroek, B.Komduur, A.Lampe, H.Lever, J.Velt, Th.A.Walstra, F.J.v.d.Weerd,
A.Dilling, J.Jongkind, R.D.Middel, H.Bakker, A.Engels, J.Gruben, L.v.d.Heide,
T.Klein, D.v.d.Meer, R.Meijer, H.Pluyter, B.Schotpoort, D.Wever, G.Bartelds,
H.Beuker, J.Blaauw, A.Derks, A.J.v.d.Duin, J.Gort, H.Heidema, M.Klok, R.Krikken,
H.Migchels en J.B.Suelmann.
Het korps bestond toen uit:
- 1 hoofdinspecteur in de rang van ambtenaar 2e klasse - de heer Dirk Hoek,
geboren 29 augustus 1906 te Beerta, werd de eerste korpschef van Emmen.
- 1 inspecteur - de heer J.B.Weinans. Hij was tot dan reserve 1e luitenant
bij de grenswacht.
Kwam dien ten gevolge pas 1 juli 1947 in functie.
- 1 adjudant - de voormalige chef veldwachter Spreen. Hij werd voor een groot deel
belast met de opleiding van het grote aantal (20) ongediplomeerde personeelsleden.
- 8 hoofdagenten
- 3 agenten 1e klasse
- 9 agenten 2e klasse
- 11 aspirant agenten
- 1 administratieve ambtenaar
Korpschef Hoek kweet zich uitstekend van de zware taak het korps na de oorlog weer op
te bouwen en op volledige sterkte te krijgen. De toegestane korpssterkte mocht 55 medewerkers
bedragen doch de feitelijke sterkte was bij de installatie aanzienlijk lager. De gemeente
Emmen bleek echter wel in trek te zijn, want uit het gehele land werden personeelsleden
aangetrokken, die werkzaam waren bij rijkspolitie, parketwacht, gestichtwacht of andere
politiekorpsen. Het was de grote verdienste van Hoek dat op 16 mei 1947 het korps voltallig
was. Zelf had hij al eens de uitspraak gedaan een betere personeelschef te zijn dan politieman.
Door toename van de bemoeienissen van de politie met minderjarigen moest ook de sterkte
van de kinderpolitie verhoogd worden. Onder leiding van Hoek deed in 1955 ook de eerste vrouw
in het korps haar intrede. Het was mevrouw v.d.Dool in de functie van assistente bij de kinderpolitie.
|
|
|
De eerste commissaris:

|
|
|
|
In 1957 werd Emmen een commissariaat van politie. Bij koninklijk besluit van 18 februari
werd korpschef Hoek de eerste commissaris van de politie in Emmen in de rang van
hoofdambtenaar 3e klasse. Feitelijk veranderde er daarmee niet zoveel. Het grote verschil
was dat de justitiële verantwoording niet langer bij de burgemeester lag maar bij
de commissaris. Het was het hoogtepunt uit zijn carrière die in 1930 als
volontair was begonnen in Harderwijk. Na 9 maanden werd hij hulpschrijver in
Breda, vervolgens klerk te Amersfoort, in 1934 bevorderd tot adjunct inspecteur en in 1937
maakte hij promotie tot inspecteur tweede klas. Vervolgens werd hij in
Zwolle benoemd tot inspecteur 1e klas om uiteindelijk zijn loopbaan in Emmen voort te
zetten. Op 1 januari 1953 werd Hoek bevorderd tot hoofdinspecteur van de
gemeentepolitie in de rang van ambtenaar 1e klasse.
De heer Hoek was iemand die zichzelf nooit op de voorgrond plaatste, sprak
nooit over eigen verdiensten maar toonde zich steeds erkentelijk voor de
medewerking van het gemeentebestuur de burgemeester en niet in het minst ook van
zijn medewerkers. Hij werd geprezen om zijn welwillendheid, zijn vriendelijke
tegemoetkomendheid en menselijk begrip.
Hij vervulde zijn taak tot 1 januari 1967, wegens het bereiken van de 60 jarige leeftijd.
Aan de scheidende commissaris Hoek werd door de nieuwe burgemeester H.A.Beusekamp, in het
bijzijn van de commissaris van de koningin in Drenthe en oud burgemeester van Emmen Gaarlandt,
de koninklijke onderscheiding "Officier in de orde van Oranje Nassau", uitgereikt.
Opvolger werd de heer A.W.Hilbers (foto links), die de functie van hoofdinspecteur verruilde
voor commissaris. Hij werd op 1 mei 1967 benoemd. Hilbers was één der velen die
door Hoek was aangenomen en tot het korps toetrad. Hij was op 16 mei 1953 als inspecteur van
het Groninger korps overgekomen. Op 16 september 1971 werd Hilbers
hoofdambtenaar 2e klasse. Hij bleef tot aan zijn pensioen, januari 1981, korpschef.
De heer G.E.de Vries, tot dan waarnemend korpschef en eveneens door
commissaris Hoek aangenomen, werd op 1 februari 1981 de nieuwe
korpschef. Om gezondheidsredenen legde De Vries al in 1990 het werk neer. Commissaris
J.J.Geerdink nam gedurende het ziek zijn van De Vries waar.
Op 1 november 1990 werd J.H.M.Van den Bergh uit Eindhoven korpschef van de Emmer politie.
In 1989 werd begonnen met een ingrijpende reorganisatie bij de politie, met als doel
efficiënter en goedkoper werken en tevens de toenemende criminaliteit beter te kunnen
bestrijden. Na enkele jaren ontstond de Politiewet 1993. De gemeentelijke korpsen en het korps
rijkspolitie werden omgevormd tot regionale korpsen en het Korps Landelijke
Politie Diensten (KLPD). Hierdoor heeft de heer Van den Bergh zijn functie
maar tot 1 juni 1992 kunnen uitoefenen.
|
|
|
Tijdens WO II:

|
|
|
|
De maatregelen van de Duitse bezetter stelden de politieambtenaren vaak voor
ernstige gewetensconflicten. Bij de uitvoering van de vele maatregelen van de
bezetter nam de politie een sleutelpositie in.
Er zijn een tweetal tegenstrijdige zaken gepubliceerd over de houding der
politie tijdens WO2:
- In het gedenkboek 1946-1971 staat vermeldt dat velen uit het goede hout gesneden
bleken te zijn en zich niet leenden voor handlangeractiviteiten. Anderen werden ontslagen
of namen ontslag. Enkele zagen kans actief of passief verzet te plegen. De
politiegelederen werden in de oorlogsjaren door de bezetter opengesteld voor personen
die bereid waren mee te werken aan het doel van de bezetter. Het korps der
gemeenteveldwachters in Emmen kende ook twee personen die zich "als vrijwilliger"
voor propagandadoeleinden naar het oostfront lieten zenden. Zij keerden enige maanden
later weer in hun functie terug. Zo kwam de politie niet geheel ongeschonden de
oorlogsjaren door. Zij die zich on-Nederlands hadden gedragen werden naderhand uit
de dienst verwijderd.
- In het boek "Emmen in bezettingstijd" staat echter, citaat: "De
gemeentepolitie van Emmen heeft zich, anders dan in het gedenkboek
Gemeentepolitie Emmen, 1946-1971 wordt voorgesteld, door de Duitse bezetter
laten gebruiken. Geen van de achttien gemeenteveldwachters heeft zich uit de
dienst laten ontslaan. Bij de grote jodenvervolging in oktober 1942 deed de
gemeentepolitie, zoals uit haar maandrapporten blijkt, het vuile werk, hoewel
slechts twee van de achttien politiemensen lid van de NSB waren. Wie als
illegaal werker in de politiecel van Emmen was beland, had weinig kans daaruit
te ontsnappen. Toen de verzetsgroep Emmen na de arrestatie van de verzetsman
Albert Beens politiechef Spreen benaderde in een poging het leven van Beens te
redden, maakte zij geen schijn van kans. In 1943 werd de gemeentepolitie met de
rijkspolitie samengevoegd. In de laatste twee oorlogsjaren heeft een aantal
politiemensen het verzet actief gesteund. De ironie van de geschiedenis wil, dat
het verzet van de NSB korpschef van de nieuwe staatspolitie in Emmen, de
luitenant, later kapitein Jansen meer medewerking kreeg, dan het ooit van de
bange niet NSBer Spreen had gehad. Jansen werd om die reden na de capitulatie in
'45 door een deel van de illegaliteit beschermd, hetgeen bij een ander deel op
groot verzet stuitte."
|
|
|
Vigilat ut quiescant:

|
|
|
|
In 1939 is
op de pet het "oude" gemeentewapen
(met keerploeg en turfsteker) aangebracht. Boven dit wapen was een
embleem aangebracht (in de vorm van de letter O) wat "het alziende oog van
justitie" voorstelde. Na het gemeentewapen kwam in de jaren zestig de
bekende springende Nederlandse leeuw op de pet. De Nederlandse leeuw werd weer
vervangen door de politiester met daarin verwerkt het zwaard en en het wetboek.
Op de ster stond de Latijnse spreuk: "Vigilat ut quiescant". Vertaald:
"Hij waakt opdat zij kunnen rusten". Met "zij" werden de burgers in de samenleving bedoeld.
De politiester heeft tot 1993 de uniformpet mogen sieren waarna het beeldmerk met
vlam en wetboek werd ingevoerd. De verkeerspolitie droeg in tegenstelling tot
hun collega's altijd een witte pet.
|
|
|
Enige cijfertjes:

|
|
|
| |
1946 |
1951 |
1956 |
1961 |
1966 |
1971 |
| Inwoners gemeente Emmen |
53.492 |
57.601 |
62.486 |
66.771 |
74.307 |
80.713 |
| Toegestane korpssterkte |
55 |
58 |
70 |
82 |
100 |
112 |
| Aantal inwoners per agent |
972 |
993 |
892 |
814 |
743 |
720 |
| |
Wetboek van
strafrecht misdrijven |
Economische
delicten |
Verkeersdelicten |
Andere delicten |
Totaal |
| |
ter kennis |
opgelost |
ter kennis |
opgelost |
ter kennis |
opgelost |
ter kennis |
opgelost |
ter kennis |
opgelost |
|
| 1948 |
428 |
264 |
143 |
143 |
- |
- |
9 |
9 |
580 |
416 |
| 1949 |
393 |
254 |
8 |
8 |
- |
- |
18 |
18 |
419 |
280 |
| 1950 |
437 |
321 |
- |
- |
- |
- |
1 |
1 |
438 |
322 |
| 1951 |
482 |
311 |
- |
- |
- |
- |
29 |
28 |
511 |
339 |
| 1952 |
398 |
245 |
7 |
7 |
21 |
21 |
12 |
12 |
438 |
285 |
| 1953 |
365 |
241 |
- |
- |
24 |
24 |
11 |
11 |
400 |
276 |
| 1954 |
390 |
331 |
1 |
1 |
39 |
39 |
10 |
10 |
440 |
381 |
| 1955 |
447 |
329 |
- |
- |
58 |
56 |
4 |
4 |
509 |
389 |
| 1956 |
309 |
230 |
1 |
1 |
82 |
75 |
2 |
2 |
394 |
308 |
| 1957 |
341 |
266 |
- |
- |
84 |
84 |
5 |
5 |
430 |
355 |
| 1958 |
367 |
271 |
- |
- |
58 |
55 |
5 |
5 |
428 |
331 |
| 1959 |
442 |
307 |
2 |
2 |
72 |
68 |
5 |
5 |
521 |
382 |
| 1960 |
356 |
261 |
- |
- |
74 |
65 |
9 |
9 |
439 |
335 |
| 1961 |
489 |
386 |
- |
- |
75 |
75 |
6 |
6 |
570 |
467 |
| 1962 |
441 |
307 |
1 |
1 |
104 |
93 |
- |
- |
546 |
401 |
| 1963 |
459 |
349 |
- |
- |
152 |
137 |
- |
- |
611 |
486 |
| 1964 |
498 |
349 |
1 |
1 |
194 |
176 |
- |
- |
693 |
526 |
| 1965 |
524 |
339 |
- |
- |
211 |
183 |
1 |
1 |
736 |
523 |
| 1966 |
663 |
443 |
- |
- |
214 |
196 |
4 |
4 |
881 |
643 |
| 1967 |
801 |
456 |
- |
- |
259 |
221 |
2 |
2 |
1062 |
679 |
| 1968 |
926 |
450 |
- |
- |
216 |
166 |
8 |
8 |
1150 |
624 |
| 1969 |
1084 |
524 |
- |
- |
226 |
137 |
19 |
19 |
1329 |
680 |
| 1970 |
822 |
467 |
- |
- |
352 |
181 |
25 |
25 |
1199 |
673 |
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- Gerrie van der Veen (die een deel van deze tekst oorspronkelijk heeft gepubliceerd)
- Afscheidsboek commissaris Hoek. Collectie S.Hoek Beugeling.
- "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst III" door H.T.Buiskool.
- Onder de naam "Bruino" begin jaren 70 gepubliceerde historische artikelen over Emmen in het Emmer Weekblad.
- "Gemeentepolitie Emmen 1946-1971" ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van het korps. Collectie W.Nijmeijer.
- "Politie in het Veen" door T.van der Werf.
- "In en rond Emmen" Uitgave VVV Emmen.
- Emmer Courant 3 januari 1991.
- Het maandblad "Drenthe" februari 1937. Artikel B.Lonsain, "de kerspelsoldaat".
- Aanvulling L.Henstra.
- Aanvulling H.Bos.
- Aanvulling J.H.ter Brugge
|

|