dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Tweede Wereldoorlog - De oorlogsjaren 1940-1945: Omhoog


Emmen in de oorlogsjaren 1940-1945: Omhoog

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was Emmen een noodlijdende gemeente. De vervening, die in de tweede helft van de negentiende eeuw een hoge vlucht had genomen en voor een sterke bevolkingsgroei had gezorgd, liep op haar eind. Er was veel werkloosheid en armoede die door de crisis in de economie van de jaren dertig nog werd verergerd. Steun en werkverschaffing boden nauwelijks een oplossing. Het gemeentebestuur onder leiding van de energieke burgemeester Bouma deed wat het kon, maar kon geen ijzer met handen breken. Men was met handen en voeten gebonden door strakke voorschriften uit Den Haag. Door het chronisch tekort op de gemeentebegroting stond Emmen ook nog onder curatele van het Rijk.

Eén van de oplossingen voor de problemen, die door Den Haag was opgelegd, was uitzending van arbeiders naar Duitsland. Daar was na de Machtübernahme door Hitler in 1933 weer vraag naar arbeidskrachten ontstaan en de Nederlandse regering zette het gemeentebestuur van Emmen onder grote druk de mogelijkheden in Duitsland te benutten. Aan arbeiders die werk in Duitsland weigerden, mocht geen steun worden verleend en zij moesten worden uitgesloten van de werkverschaffing. Het gevolg hiervan was, dat al in 1937 enige duizenden Emmenaren in Duitsland werkten. Sommigen vlak over de grens in de veenderijen, anderen verder weg in het Roergebied. De politieke situatie in Duitsland, de dictatuur en de jodenvervolgingen speelden bij de besluitvorming inzake de tewerkstelling in Duitsland, noch in Den Haag, noch in Emmen een rol van betekenis. Zelfs de SDAPers in de gemeenteraad accepteerden de uitzending van arbeiders naar Duitsland. De Arbeitseinsatz tijdens de bezetting zette in Emmen eenvoudig voort wat al jaren gebruikelijk was.

De crisis die in Emmen al direct na de Eerste Wereldoorlog begon, doordat toen de turf productie ineenstortte, maakte de bevolking ontvankelijk voor de lokstem van de NSB. De propaganda van Mussert maakte handig gebruik van de ontevredenheid van boeren, middenstanders en andere kleine zelfstandigen. De NSB kwam daarmee met dezelfde boodschap als de nieuwe boerenbond Landbouw en Maatschappij, waarvan het zwaartepunt in Drenthe lag. Boerenland in eigen hand was de leus. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 1935 stemde in Drenthe 11,19 procent van de kiezers op de NSB. In de landbouwdorpen Weerdinge en Roswinkel waren die percentages nog veel hoger, in Weerdinge 20,3 procent en in Roswinkel 22,3 procent.

Toch kreeg de partij van Mussert in Drenthe maar weinig leden en in Emmen was dat niet anders. Men zal daarom het stemmen op de NSB in de eerste plaats als een protest tegen de traditionele politieke partijen moeten opvatten. Het succes van een andere nieuwkomer in de politiek, de CDU, wijst in dezelfde richting. Het diep gewortelde besef dat men door Den Haag niet alleen voortdurend in de steek werd gelaten, maar zelfs als een voetveeg werd behandeld, moet door de Duitse inval zijn versterkt.


Inval der Duitsers: Omhoog

Op enkele schermutselingen op de grens van de gemeenten Emmen en Sleen na werd voor Emmen niet gevochten. Op de eerste dag van de vijfdaagse oorlog in mei 1940 viel het grondgebied van de gemeente Emmen in Duitse handen. Het Nederlandse leger trok zich zo snel als mogelijk was terug achter de Afsluitdijk. Voor Emmen begon de bezetting al op 10 mei 1940.

Burgemeester Bouma paste zich opvallend snel aan de nieuwe situatie aan. Hij koos volgens mensen in zijn directe omgeving onmiddellijk partij voor de Duitse agressor. In maart 1941 zou hij als consequentie daarvan lid worden van de NSB. Persoonlijke frustraties waren bij deze overgang van niet geringe invloed. Bouma voelde zich door zijn antirevolutionaire vrienden in Den Haag, die hem een beloofd burgemeesterschap in een grotere plaats hadden onthouden, verkocht en verraden. Maar ook het voortdurend onbegrip voor zijn pogingen Emmen uit het slop te halen, zullen bij zijn beslissing de democratie de rug toe te keren een rol hebben gespeeld.

De eerste drie oorlogsjaren werden gekenmerkt door een zekere gelatenheid bij de meerderheid van de bevolking. Men paste zich zo goed en zo kwaad als het ging aan de nieuwe omstandigheden aan en schikte zich in de onaangenaamheden die de Duitse bezetting met zich mee bracht of pleegde lijdelijk verzet. De ramen werden verduisterd, de verboden bibliotheekboeken ingeleverd, de nieuwe radio verstopt. (Natuurlijk werden ook radio's ingeleverd.) De distributie was vervelend, maar in een agrarische omgeving als Emmen kon het voedselpakket heel lang zonder bon worden aangevuld.

Het gemeentebestuur onder leiding van burgemeester Bouma voerde getrouw alle opdrachten van de bezetter uit. Zo werden de meeste kerktorens van hun klokken ontdaan en zorgde burgemeester Bouma ervoor dat de 444 fietsen die hij begin '41 in zijn gemeente voor het Duitse leger moest vorderen tot het laatste rijwiel correct werden afgeleverd.

De geest van aanpassing kwam ook tot uiting bij de oprichting en het eerste optreden van de Nederlandse Unie, die aanvankelijk haar medewerking verleende aan de winterhulp Nederland en de Nederlandse volksdienst. In het winterhulp comité van Emmen werkten NSBers en niet NSBers onder voorzitterschap van burgemeester Bouma samen. De actieve Bouma maakte van de winterhulpacties een prestigezaak en zette het gemeentepersoneel en de onderwijzers aan de openbare scholen onder zware druk "vrijwillig" één procent van het salaris af te staan voor de winterhulp collecte. Bij de uitvoering van de winterhulp inzamelingen werd een voorname plaats ingenomen door mr.D.Loorbach, vooraanstaand lid van de Nederlandse Unie, die als jong jurist in gemeentedienst door Bouma met de organisatie van het winterhulp werk in Emmen werd belast.

Bouma werd bijgestaan door vier wethouders die bij zijn vertrek als Commissaris van Drenthe naar Assen in 1943 allen hun ontslag indienden. Van drie van de vier wethouders werd het aangeboden ontslag aanvaard, maar op aandringen van Bouma kreeg wethouder Zegering Hadders geen ontslag. Hij bleef de gehele oorlog in functie en werd na de bevrijding tot waarnemend burgemeester benoemd. Zegering Hadders bleef op zijn post na overleg met oud Commissaris De Vos van Steenwijk. "We hebben toen afgesproken dat ik zou aanblijven tot ik iets zou moeten doen dat tegen mijn geweten inging. Dat is nooit gebeurd", zei hij in een interview in september 1978.

Aan de goede gezindheid van geen van deze wethouders behoeft te worden getwijfeld. Wethouder Reuvers zat zelfs geruime tijd als "Indisch gijzelaar" vast en ook Zegering Hadders werd in 1942 enige weken opgesloten.

Noot: Henk Bos herinnert zich dat hij met enige volwassenen op een stuk land aan de Odoornerweg was. Toen kwam er een auto langs met Duitsers of Landwachten, doch ook Zegering Hadders. Ze reden richting Odoorn. Hij stak de hand op, ofschoon hij niemand op het land persoonlijk kende. Bos en de anderen hadden het idee dat hij hen wilde seinen dat hij werd meegenomen.

Niettemin werden zij door hun aanblijven onvermijdelijk medeverantwoordelijk voor de uitvoering van een aantal maatregelen van de bezetter die de belangen van de bevolking of een deel daarvan schade berokkenden. Zo was Zegering Hadders als wethouder voor armenzorg direct betrokken bij het ontslag van de joodse armendokters in de gemeente, De la Parra en Samson en als wethouder van onderwijs bij de registratie en uitstoting van de joodse kinderen uit het openbaar onderwijs. Zegering Hadders correspondeerde met dokter Samson over de financiële gevolgen van diens ontslag en wees op formele gronden het verzoek van Samson af zijn wachtgeld te verhogen omdat hij apotheek houdend arts zou zijn geweest.


De rol der politie: Omhoog

Een aparte plaats in de evaluatie van de aanpassing moet voor de politie worden ingeruimd. Bij de uitvoering van de vele maatregelen van de bezetter nam zij immers een sleutelpositie in.

De gemeentepolitie van Emmen heeft zich, anders dan in het gedenkboek Gemeentepolitie Emmen, 1946-1971 wordt voorgesteld, door de Duitse bezetter laten gebruiken. Geen van de achttien gemeenteveldwachters heeft zich uit de dienst laten ontslaan.

Bij de grote jodenvervolging in oktober 1942 deed de gemeentepolitie, zoals uit haar maandrapporten blijkt, het vuile werk, hoewel slechts twee van de achttien politiemensen lid van de NSB waren. Wie als illegaal werker in de politiecel van Emmen was beland, had weinig kans daaruit te ontsnappen.

Toen de verzetsgroep Emmen na de arrestatie van de verzetsman Albert Beens politiechef Spreen benaderde in een poging het leven van Beens te redden, maakte zij geen schijn van kans.

In 1943 werd de gemeentepolitie met de rijkspolitie samengevoegd. In de laatste twee oorlogsjaren heeft een aantal politiemensen het verzet actief gesteund.

De ironie van de geschiedenis wil, dat het verzet van de NSB korpschef van de nieuwe staatspolitie in Emmen, de luitenant, later kapitein Jansen meer medewerking kreeg, dan het ooit van de bange niet NSBer Spreen had gehad. Jansen werd om die reden na de capitulatie in '45 door een deel van de illegaliteit beschermd, hetgeen bij een ander deel op groot verzet stuitte.


De NSB: Omhoog

De NSB in de gemeente Emmen bleef gedurende de gehele oorlog een zeer kleine groep. Zij telde gemiddeld nooit meer dan ca. 250 leden. De bevolking liet hen grotendeels links liggen, waardoor de NSB een sterk geïsoleerde positie innam en haar lot steeds meer met dat van de Duitse bezetter verbond. Verscheidene zoons van Emmer NSBers gingen naar het Oostfront. Charismatische leiders van wie een zekere uitstraling uitging, heeft de NSB in Emmen niet gehad. Burgemeester Bouma was een kille intellectueel, boerenleider Boesjes riep binnen zijn partij weerstanden op doordat hij onder meer openlijk zijn afkeer toonde voor het baasje spelen van veel partijgenoten in de duizend en één gecreëerde functies.

Leidde de tegenstelling tussen NSBers en niet NSBers gedurende de eerste oorlogsjaren tot pesterijtjes over en weer, sinds 1943 kwam het steeds vaker tot gewelddaden. Op verschillende plaatsen in Drenthe werden boerderijen en schuren van NSBers in brand gestoken. Ook in Emmen kraaide de rooie haan. Omgekeerd traden NSBers als landwachter uiterst bruut op. De landwachtterreur van Warrink en Smit eiste in de laatste oorlogsperiode tientallen slachtoffers. In het licht van deze terreur was de ondergrondse waakzaam tegen infiltratie en verraad. Hiervan werd in Zwartemeer de ondergedoken Oostfront deserteur Van Zeyst het slachtoffer. Hij werd, nadat men op zijn lijf een SS zakboekje vond, als V-man geliquideerd, maar was in werkelijkheid een armzalige deserteur.


De joden: Omhoog

De ondergang van de joodse gemeenschap in Emmen in de herfst van 1942 vormde het dieptepunt van de bezettingstijd. Niemand kon op dat moment vermoeden dat de weggevoerde joden voor een groot deel onmiddellijk na hun aankomst in Auschwitz of Sobibor zouden worden vergast, maar dat hen in Polen een zwaar lot wachtte was bekend. "Zij gaan eruit en zij gaan eraan" schreef de Amsterdamse predikant Koopmans al in 1941 in een brochure die in Nieuw Dordrecht door dominee Oppenheimer werd verspreid. Terugziende op de oorlogsjaren erkende de verzetsman Kikkert, die tijdens de bezetting in Emmen woonde, dat er te weinig is gedaan om de joodse levens te redden.

Een kleine groep moedigen bood joden die durfden onder te duiken een schuilplaats aan. De weduwe Jacoba Omvlee die de zorg voor acht kinderen had, verborg niettemin vier leden van de familie Ten Brink uit Nieuw Amsterdam in haar woning aan de Zuidbargerstraat 75 in Zuidbarge. De gezusters Zikken gaven onderdak aan het gezin van Daniel Cohen die zelf als eerste slachtoffer van de jodenvervolging al in december 1940 in Emmen was gearresteerd. Tot het einde van de oorlog werden de Cohens in de kleine boerderij aan de Valtherweg door de familie Zikken uit handen van de Duitsers gehouden. Bertus Zefat bood op zijn pluimveebedrijf in Valthe aan een tiental joodse onderduikers een schuilplaats en verzorgde hen, toen de onderduikerplaats bekend was geworden, in hun onderduikers hol in het Valtherbos. Hij gaf zijn leven voor de opgejaagde joden door te zwijgen toen hij door de S.D. werd gearresteerd. Zo waren er nog enkelen.

Ook kwam het voor dat Emmenaren joodse bekenden aanboden voor een onderduikadres te zullen zorgen, maar hun aanbod zagen afgeslagen. Soms, zoals in het geval van twee bejaarde joodse dames in de Hoofdstraat, omdat ze meenden door hun hoge leeftijd geen gevaar te lopen, in andere gevallen uit angst voor het concentratiekamp Mauthausen waarmee de Duitsers dreigden en ook wel omdat men familieleden die al in Westerbork zaten niet alleen wilde laten. Hoe erg het zou zijn, vermoedden ook de joden niet. We zullen in Polen hard moeten werken, maar we komen er wel doorheen, schreef één van hen naar familie in Emmen. Maar het merendeel van de joodse bevolking van Emmen werd weggevoerd en overleefde de oorlog niet.


Het verzet: Omhoog

Het georganiseerd verzet in Emmen kwam, evenals in de rest van het land, eerst in de zomer van 1943 na de grote stakingen tot stand. Daarvoor waren spontaan ontstane verzetsgroepen in de gemeente echter al geruime tijd actief. De directe aanleiding tot hun, ook landelijk gezien vroege optreden, was de stroom gevluchte krijgsgevangenen uit Duitsland afkomstig uit de vele kampen in het aangrenzende Emsland. Zij werden opgevangen, tijdelijk ondergebracht en vervolgens, soms op de fiets, naar Zuid-Nederland gebracht. Later hielp men op dezelfde wijze neergestorte geallieerde vliegers naar het Zuiden.

Na de totstandkoming van de verzetsgroepen in de gemeente Emmen nam het illegale werk hand over hand toe. Er werden ondergrondse bladen verspreid, waaronder het regionale weekblad Luctor et Emergo. De Zuid Drentse editie van dat blad werd later in Nieuw Amsterdam gestencild. Het belangrijkste werk van de verzetsgroep in de gemeente Emmen was de hulp aan onderduikers. Het district Emmen van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers slaagde erin dankzij de medewerking van een aantal goede ambtenaren bij de distributiediensten, in samenwerking met de controledienst van het CDK, het Centraal Distributie Kantoor in de provincie en niet te vergeten dankzij de overvallen door de knokploegen op distributiekantoren en hulpposten nagenoeg selfsupporting te worden. Honderden onderduikers, voornamelijk uit de noordelijke provincies, konden met schuilplaatsen, persoonsbewijzen en bonkaarten worden geholpen. De onafhankelijke positie die het L.O.district Emmen binnen de landelijke organisatie innam, stuitte bij sommige leiders op onbegrip. Zij trokken er de conclusie uit dat er in Zuidoost Drenthe 'niets gebeurde'. Die conclusie was er volledig naast.

De verzetsgroep Emmen heeft voor het vele en goede werk dat zij verzette een hoge tol betaald. Zo viel in de zomer van 1944, toen de Je Maintiendrai-organisatie in Drenthe was opgerold, Cornelis Ouwerkerk in handen van de S.D. Hij keerde na de bevrijding nog wel uit een Duits concentratiekamp terug, maar was te zeer verzwakt en stierf aan de doorstane ontberingen in een ziekenhuis te Utrecht. Ook de Luctor et Emergo groep leed zware verliezen. In januari '45 werden Bernard van Wieren en Dirk van Ekelenburg gearresteerd. Beiden kwamen om. Bijzonder gruwelijk was de moord op Albert Beens, een ondergedoken Rotterdamse politieman die in Zuidoost Drenthe een hoofdrol in het verzet vervulde. Zeer ernstig in haar gevolgen was ook het oprollen van een deel van de B.S.-groep in januari 1945 waarvan onder meer de bij de Woeste Hoeve vermoorde Emmenaren H.Hadders en W.Frieling en W.Emmens uit Nieuw Amsterdam slachtoffer werden. En de dodenlijst is helaas nog veel langer.

Niet alleen voor het verzet, maar voor de gehele bevolking was het laatste oorlogsjaar het zwaarst. De voedselsituatie bleef hier weliswaar relatief gunstig, maar burgemeester Best zette zich volledig in voor de rekrutering van dwangarbeiders voor de O.T., de Organisation Todt, die ook in Drenthe overal verdedigingswerken aanlegde in een wanhoopspoging de dreigende nederlaag te voorkomen. Een paar duizend inwoners van Emmen werden op het vliegveld Havelte en andere plaatsen in Drenthe aan het spitten en graven gezet.


Vluchtoord Emmen: Omhoog

Emmen werd in het laatste oorlogsjaar één van de laatste verdedigingsbastions van de Duitsers. Na Dolle Dinsdag vluchtten duizenden leden van de NSB naar het oosten. Op 2 januari 1945 vestigde ook generaal F.C.Christiansen, opperbevelhebber van de Duitse Wehrmacht, zijn hoofdkwartier in de villa de Lindenhof van Zegering Hadders.

Op de heide gelegen tussen de Roswinkelerweg en de Emmerdennen, halverwege de Emmer Stoomwasserij van Gritter - de Machinefabriek Steenbergen en de bosrand, werd een kleine vliegstrip aangelegd. Deze vliegstrip was bedoeld voor het vliegtuigje waarmee Christiansen zich bij nood snel uit de voeten kon maken.

Ook stond er een speciale salonwagen op een zijlijn van de spoorlijn naar Weerdinge voor hem klaar. Op 8 april 1945 was de generaal inderdaad plotseling vertrokken.

Zijn aanwezigheid in Emmen, waarvoor ook nog eens tientallen andere woonhuizen werden gevorderd, was aanleiding tot een geallieerd bombardement dat enige mensenlevens kostte, maar de man om wie het ging ongedeerd liet. Op 22 februari 1945 werd het gebied aan de Spoorstraat (tussen Allee en Minister Kanstraat) door bommen getroffen.

Noot: In de oorlog is er ook een bom gevallen en/of geschoten op het sporencomplex bij het spoorwegstation. Daarbij is één Duitser omgekomen. De Duitsers hielden daar continu de wacht, wellicht vanwege de salonwagen van Christiansen.

Ook werd Emmen in het laatste oorlogsjaar een toevluchtsoord voor vele evacués, die uit hun huizen waren verdreven en vluchtelingen, die hun huizen door de oorlog waren verloren. Dit plaatste de gemeente voor de nodige problemen.

Op maandag 9 april trokken Duitse colonnes 's avonds met hun voertuigen weg richting Odoorn.

Burgemeester Best die in 1943 Bouma als hoofd van de gemeente opvolgde, deed met zijn inspanning voor de O.T. veel kwaad, maar was merkwaardigerwijs volgens mensen die hem gekend hebben toch geen kwade kerel. Zegering Hadders zei na de oorlog van hem, dat hij zelfs heel wat mensen het leven redde. De doopsgezinde Best komt uit zijn redevoeringen en brieven naar voren als een nationaal socialistische idealist die het beste met Emmen voor had. Maar volgens Zegering Hadders was hij niet voor zijn taak berekend. Tijdens een zekere affaire liep hij opgewonden door het gemeentehuis en was hij volstrekt onaanspreekbaar, maar hij liet zijn wethouder van onderwijs bij benoemingen geheel de vrije hand, waardoor het mogelijk werd dat het mede door zijn inspanningen opgerichte lyceum dat onder leiding van dr. Wumkes in september '44 van start ging, zonder een enkele NSB docent kon beginnen.


De bevrijding: Omhoog

Foto Historisch Emmen Tweede Wereldoorlog Jerzy Wasilewski
Regimentscommandant Jerzy Wasilewski met voltallige bemanning

Foto Historisch Emmen Tweede Wereldoorlog logo Poolse brigade

Logo Poolse brigade

Op dinsdag 10 april 1945 werd Emmen vanuit Coevorden door de Polen bevrijd. De divisie Polen, die op 7 april 1945 vanuit Breda waren vertrokken, moesten een versterking vormen voor de Canadezen die reeds tot Coevorden waren doorgedrongen. De Poolse divisie was samengesteld uit Polen die op allerlei manieren in Engeland waren terecht gekomen en bestond uit een pantserbrigade, een artilleriebrigade en een brigade gemotoriseerde infanterie met een ondersteuningseenheid en een commando eenheid. Met 400 voertuigen, 450 kannonen en 400 tanks was het een geduchte eenheid. De Canadezen trokken richting Zuidwest Drenthe terwijl de Polen noordwaarts gingen. Majoor Wasilewski wist al na een korte maar hevige strijd de Oosterhesselse brug nabij Wachtum te veroveren. Het hoofdkwartier van de staf arriveerde op 10 april 1945 bij Dalen, en gaf majoor Wasilewski opdracht naar Emmen door te stoten. Wasilewski splitste het eskadron in tweeën. Om drie uur 's middags trok één helft via Zweeloo en Noord Sleen, de andere helft via Holsloot en Erm.

De Duitsers hadden zich o.a. ingegraven nabij de trambrug over het Oranjekanaal. Ze lieten de Polen zeer dicht naderen en openden pas het vuur toen die op 100 meter afstand waren gekomen. Die waren daardoor wel verrast maar de Cromwell tanks bleven de Duitse stellingen bestoken die door hun vuren de plaats van hun stellingen prijs hadden gegeven. Onderwijl reden de carriers op het kanaal af en probeerden de Poolse manschappen de overkant van het kanaal te bereiken. Toen dat gelukt was stopten de Poolse kannonen met bulderen en konden de Polen de Duitse linies betreden. Het gevecht bij Noordbarge had ruim een uur geduurd, waarbij 17 boerderijen en schuren in brand waren geschoten of verwoest maar had tot gevolg dat om 5 uur de plaatselijke bevolking was bevrijd. Behalve in Noordbarge werd er ook gevochten bij Zuidbarge en Westenesch waarbij ook de nodige huizen en schuren werden verwoest. Ook het station van de N.O.L.S. in Zuidbarge werd verwoest.

Om 7 uur vluchtten, volgens ooggetuigen, de laatste Duitsers richting Weerdinge en het was rond half acht als de Wilhelminastraat en de Hoofdstraat veel zingende en juichende mensen zijn. Diezelfde dag wordt ook Schoonoord nog bevrijd en een dag later volgen Weerdinge en Odoorn. De Duitse bezetting had op de dag af vier jaar en elf maanden geduurd. Onder leiding van Zegering Hadders die door het Militair Gezag op woensdag 11 april 1945 tot waarnemend burgemeester werd benoemd, kon een aanvang worden gemaakt met de opbouw van een nieuw en groter Emmen.


Herinneringen van ooggetuigen: Omhoog

Eén van de mensen die Gerrie van der Veen bezocht om iets te vertellen over de laatste bange dagen was mevrouw Soenveld Pol. Zij woonde in april 1945 op de hoek Weerdingerstraat Hoofdstraat bij haar ouders in en "weet zich nog veel te herinneren over deze chaotische tijd", zoals zij het noemde. "Er was eigenlijk niemand die nog werkte, daar waren we te opgewonden en te zenuwachtig voor. Iedereen zat te wachten op de bevrijders. Op 10 april tegen 7 uur in de avond zagen we de laatste vrachtwagens met Duitse soldaten over de Weerdingerstraat richting Weerdinge vluchten. Even later kwamen de Poolse bevrijders. Ze stelden een mitrailleur op bij ons huis, vanwaar ze de Weerdingerstraat konden overzien. Ik kan me deze gebeurtenissen nog als de dag van gisteren herinneren. Waarschijnlijk komt dat omdat ik in die laatste oorlogsdagen na zes en halve maand zwangerschap moest bevallen van een tweeling. Deze veel te vroege bevalling was het gevolg van de spanning waarin wij toen leefden. De baby's, die ontzettend klein en zwak waren, zijn op de dag van geboorte helaas overleden...... Aan het bevrijdingsfeest heb ik niet mee kunnen doen omdat ik daar nog te zwak en te emotioneel voor was".

Ook Harmke Rossing wist zich nog het een en ander te herinneren. "De laatste week tijdens de Duitse bezetting was echt chaotisch. Een familielid van ons werkte op het postkantoor en wist via de telefoonverbindingen precies waar de (Poolse) bevrijders zich bevonden. Natuurlijk waren we allemaal erg opgewonden en zenuwachtig. De laatste dag werd er fel gevochten. Onze overbuurman Jan Aikes was in zijn tuin aan het werk toen plotseling kogels over vlogen. Hij maakte dat hij in huis kwam. 's Avonds rond een uur of zeven waren de Duitse soldaten allemaal vertrokken, een half uur later kwamen de Polen Emmen binnen. De Wilhelminastraat en de Hoofdstraat stroomde vol met zingende en juichende mensen. Iedereen, was door het dolle heen en overal kwamen de rood wit blauwe vlaggen te voorschijn. Het weer was die dag prachtig en dat alles droeg natuurlijk bij aan de feestelijke stemming. Toen we voor de eerste keer het Wilhelmus weer hoorden liepen ons de tranen over de wangen. Dat moment zal ik, zolang ik leef, nooit meer vergeten".

De familie Roede in Westenesch zal de laatste oorlogsdag altijd bijblijven. "Bij Noordbarge werd fel gevochten, maar ook bij ons in Westenesch ging het er even heet aan toe. De boerderijen van onze overburen, die van de familie Wichers en Reinders, raakten door een vuurgevecht in brand. De bewoners konden gelukkig tijdig ontkomen, het vee stond echter nog op stal. Vanuit onze schuilkelder zagen en hoorden we hoe de koeien en het paard in de boerderij verbrandden. Dat was werkelijk verschrikkelijk om mee te maken. We zagen hoe het paard wild sprong in de vlammenzee. Het schopte en hinnikte in hevige angst, we konden echter niks doen. Ook onze woning lag in het schootsveld en de kogels gierden over ons heen. Als door een wonder werd het rietendak van ons huis echter niet getroffen. Door de schokkende ervaringen hadden wij geen zin om 's avonds mee te doen met de feestvreugde. De gebeurtenissen hadden ons daarvoor te veel aangegrepen".

Henk Bos heeft in geen enkel geschrift terug kunnen vinden dat in de jeugdherberg kinderen van NSBers waren gelegerd. Ze kwamen zonder ouders, (voor zover zijn herinnering gaat) voornamelijk uit Zeeland. Voornamelijk de jongens werden militair gedrild. Ze gingen samen met hem naar school 1 en marcheerden van en naar school. Onderling was er een strenge hiërarchie. Na de oorlog werden die kinderen met anderen ondergebracht in de Landbouw Winterschool. Henk zijn zuster, net 16 jaar oud, speelde daar verpleegster. De leidster aldaar was een gediplomeerde zuster en "Wimpie" Eising een soort conciërge.


Ooggetuige verslag: Omhoog

Onderstaande brief, een ooggetuige verslag, is geschreven door Ms.H.B.Webb - Van Leeuwen.

7 juni 1945

Dr.E.Van Leeuwen
Arts voor inwendige ziekten
Spoorstraat 6, Emmen

Lieve vader en moeder

Onze bevrijding kwam betrekkelijk langzaam. Reeds bijna een week lagen de canadeesche troepen in Coevorden en kon je daar, als je lust en tijd had, door een geheel onbewaakt niemandsland, met deze lieden een cigaretje rooken en van gedachten wisselen. ’s Avonds 9 april met Boudewientje op de tandem melk halen bij de brug te Westenesch, teruggevlucht daar hier lieden in tijgervellen met pantservuisten om de boerderijen slopen, die bezig waren de brug te slopen. Tenslotte ’s avonds om half twaalf de twee loeiende explosies der opgeblazen bruggen, die ons deden vermoeden, dat het leger van Eisenhower thans dicht in de buurt moest zijn. Volgende middag 2 maal een half uur in de kelder van de Pastorie ...Een oorverdovend lawaai uit de richting van Nd Barge, waar de poolsche divisie 19 boerderijen in brand schoot, waarbij 1 Duitscher en 0 Polen sneuvelden. Kort hierna een in een half uur tijds gebouwde Baily brug en tegen het vallen van de nacht het bericht dat de Polen Emmen binnentrokken. Wij met alle kinderen in een tot het uiterst gespannen volksmenigte opgestuwd naar de Hoofdstraat en in paniek weer teruggevlucht toen in de verte langs de stille straat, niet de Polen verschenen, doch een eenzame vertegenwoordiger van het Herrenvolk op de fiets, die een revolver in de lucht leegschoot. ‘s Nachts, op weg naar het ziekenhuis, de sensatie van Poolsche soldaten overal achter de boomen en in 1mans gaten, die de indruk maakten mij naar het leven te willen staan, daar Emmen nog niet officieel ‘bezet’was en mijn gebroken Engelsch in het Duitsch beantwoordden. Tenslotte de volgende dag, 11 april, de officiële dag van onze bevrijding, de indrukwekkende stroom van de Poolsche gemechaniseerde divisie, die vrijwel in zijn geheel langs ons heen trok. De indrukwekkende manifestatie van de geallieerde kracht, zooals ieder die op zijn beurt te zien heeft gekregen.

Een fantastische week, hierop volgend, waarbij iedereen de sensatie van het bevrijd zijn, te midden van stralend zomerweer, onderging. Met voor ons als bijzondere attractie een Engelsch officier, die vele avonden bij ons doorbracht, ons het gevoel gaf, dat de wereld weer voor ons open was gegaan. In oorlogstijd was hij waschbaas bij de Poolsche divisie, in vredestijd filmregisseur in Engeland en Amerika......


Boeken: Omhoog

De volgende boeken zijn bij Historisch Emmen bekend:
  • "Emmen in bezettingstijd", door dr.G.Groenhuis, uitgave Stichting 4 mei Comité Emmen.
    Druk: Grafisch bedrijf Van Liere, ISBN: 90-9003420-X
  • "Opgejaagden", herinneringen van een joodse onderduiker in het Valtherbos, door Ab van Dien, Valthe 1982.
    Eerder gepubliceerd in De Zwerver 1949.
  • "Gevangen in het Veen", door P.Albers, uitgave Noordboek Groningen. ISBN 90-330-05417

Aanvullingen? Geef ze door:


Links: Omhoog

  • "Ergens in Nederland 1939 - 1945" is een verzameling militaria uit de Tweede Wereldoorlog verzameld door Erik Zwiggelaar en uitgestald in een uitgebouwd woonhuis in Emmen. Deze verzameling moet uiteindelijk terecht komen in een echt museum. De verzameling, die vanaf de jaren 80 is opgebouwd, bevat poppen met uniformen aan, wapens, gereedschappen enz. Met de verzameling worden tentoonstellingen ingericht in Drenthe en Overijssel. Wilt u een indruk krijgen van deze verzameling, bezoek een indrukwekkende site: www.ergensinnederland1939-1945.nl

Bronvermelding: Omhoog

  • Gerrie van der Veen (die de herinneringen in deze tekst oorspronkelijk heeft gepubliceerd).
  • "Emmen in bezettingstijd" door Dr.G.Groenhuis.
    Druk: Grafisch bedrijf Van Liere, ISBN: 90-9003420-X.
    Te koop bij Van Liere in Emmen, en de Readshop Boelens in Emmermeer.
  • Correctie op 8 augustus 2001, betreffende Jacoba Omvlee, door mevrouw E.D.Omvlee.
  • Correcties, aanpassingen en aanvullingen door H.Bos.
  • Correctie op 18 november 2009 door C.Hoekstra, betreft vliegstrip.
  • "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst deel III" door H.T.Buiskool.
  • Tentoonstelling in 2006 samengesteld door de Historische Vereniging Zuidoost Drenthe in samenwerking met historische werkgroepen uit: Noordbarge, Zuidbarge, Weerdinge, Nieuw Weerdinge en Roswinkel.
  • Ms.H.B.Webb - Van Leeuwen, Engeland en J.van Leeuwen.
  • "Drentsche kroniek van het bevrijdingsjaar" door Mr.G.A.Bontekoe. Uitgave: Van Gorcum Assen 1946.

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.