|
Tweede Wereldoorlog - De oorlogsjaren 1940-1945:

|
|
|
|
|
|
Emmen in de oorlogsjaren 1940-1945:

|
|
|
|
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was Emmen een noodlijdende
gemeente. De vervening, die in de tweede helft van de negentiende eeuw een hoge
vlucht had genomen en voor een sterke bevolkingsgroei had gezorgd, liep op haar
eind. Er was veel werkloosheid en armoede die door de crisis in de economie van
de jaren dertig nog werd verergerd. Steun en werkverschaffing boden nauwelijks
een oplossing. Het gemeentebestuur onder leiding van de energieke burgemeester Bouma
deed wat het kon, maar kon geen ijzer met handen breken. Men was met handen en
voeten gebonden door strakke voorschriften uit Den Haag. Door het chronisch
tekort op de gemeentebegroting stond Emmen ook nog onder curatele van het Rijk.
Eén van de oplossingen voor de problemen, die door Den Haag was opgelegd, was
uitzending van arbeiders naar Duitsland. Daar was na de Machtübernahme door Hitler in 1933
weer vraag naar arbeidskrachten ontstaan en de
Nederlandse regering zette het gemeentebestuur van Emmen onder grote druk de
mogelijkheden in Duitsland te benutten. Aan arbeiders die werk in Duitsland
weigerden, mocht geen steun worden verleend en zij moesten worden uitgesloten
van de werkverschaffing. Het gevolg hiervan was, dat al in 1937 enige duizenden
Emmenaren in Duitsland werkten. Sommigen vlak over de grens in de veenderijen,
anderen verder weg in het Roergebied. De politieke situatie in Duitsland, de
dictatuur en de jodenvervolgingen speelden bij de besluitvorming inzake de
tewerkstelling in Duitsland, noch in Den Haag, noch in Emmen een rol van
betekenis. Zelfs de SDAPers in de gemeenteraad accepteerden de uitzending van
arbeiders naar Duitsland. De Arbeitseinsatz tijdens de bezetting zette in
Emmen eenvoudig voort wat al jaren gebruikelijk was.
De crisis die in Emmen al direct na de Eerste Wereldoorlog begon, doordat
toen de turf productie ineenstortte, maakte de bevolking ontvankelijk voor de
lokstem van de NSB. De propaganda van Mussert maakte handig gebruik van de
ontevredenheid van boeren, middenstanders en andere kleine zelfstandigen. De NSB
kwam daarmee met dezelfde boodschap als de nieuwe boerenbond Landbouw en
Maatschappij, waarvan het zwaartepunt in Drenthe lag. Boerenland in eigen
hand was de leus. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 1935 stemde
in Drenthe 11,19 procent van de kiezers op de NSB. In de landbouwdorpen
Weerdinge en Roswinkel waren die percentages nog veel hoger, in Weerdinge 20,3
procent en in Roswinkel 22,3 procent.
Toch kreeg de partij van Mussert in Drenthe maar weinig leden en in Emmen was
dat niet anders. Men zal daarom het stemmen op de NSB in de eerste plaats als
een protest tegen de traditionele politieke partijen moeten opvatten. Het succes
van een andere nieuwkomer in de politiek, de CDU, wijst in dezelfde richting.
Het diep gewortelde besef dat men door Den Haag niet alleen voortdurend in de
steek werd gelaten, maar zelfs als een voetveeg werd behandeld, moet door de
Duitse inval zijn versterkt.
|
|
|
Inval der Duitsers:

|
|
|
|
Op enkele schermutselingen op de grens van de
gemeenten Emmen en Sleen na werd voor Emmen niet gevochten. Op de eerste dag van
de vijfdaagse oorlog in mei 1940 viel het grondgebied van de gemeente Emmen in Duitse
handen. Het Nederlandse leger trok zich zo snel als mogelijk was terug achter de
Afsluitdijk. Voor Emmen begon de bezetting al op 10 mei 1940.
Burgemeester Bouma paste zich opvallend snel aan de nieuwe situatie aan. Hij
koos volgens mensen in zijn directe omgeving onmiddellijk partij voor de Duitse
agressor. In maart 1941 zou hij als consequentie daarvan lid worden van de NSB.
Persoonlijke frustraties waren bij deze overgang van niet geringe invloed. Bouma
voelde zich door zijn antirevolutionaire vrienden in Den Haag, die hem een
beloofd burgemeesterschap in een grotere plaats hadden onthouden, verkocht en
verraden. Maar ook het voortdurend onbegrip voor zijn pogingen Emmen uit het
slop te halen, zullen bij zijn beslissing de democratie de rug toe te keren een
rol hebben gespeeld.
De eerste drie oorlogsjaren werden gekenmerkt door een zekere gelatenheid bij
de meerderheid van de bevolking. Men paste zich zo goed en zo kwaad als het ging
aan de nieuwe omstandigheden aan en schikte zich in de onaangenaamheden die de
Duitse bezetting met zich mee bracht of pleegde lijdelijk verzet. De ramen
werden verduisterd, de verboden bibliotheekboeken ingeleverd, de nieuwe radio
verstopt. (Natuurlijk werden ook radio's ingeleverd.) De distributie was vervelend, maar
in een agrarische omgeving als Emmen kon het voedselpakket heel lang zonder bon worden
aangevuld.
Het gemeentebestuur onder leiding van burgemeester Bouma voerde getrouw alle
opdrachten van de bezetter uit. Zo werden de meeste kerktorens van hun klokken
ontdaan en zorgde burgemeester Bouma ervoor dat de 444 fietsen die hij begin '41
in zijn gemeente voor het Duitse leger moest vorderen tot het laatste rijwiel
correct werden afgeleverd.
De geest van aanpassing kwam ook tot uiting bij de oprichting en het eerste
optreden van de Nederlandse Unie, die aanvankelijk haar medewerking verleende
aan de winterhulp Nederland en de Nederlandse volksdienst.
In het winterhulp comité van Emmen werkten NSBers en niet NSBers onder
voorzitterschap van burgemeester Bouma samen. De actieve Bouma maakte van de
winterhulpacties een prestigezaak en zette het gemeentepersoneel en de
onderwijzers aan de openbare scholen onder zware druk "vrijwillig" één procent
van het salaris af te staan voor de winterhulp collecte. Bij de uitvoering van de
winterhulp inzamelingen werd een voorname plaats ingenomen door mr.D.Loorbach,
vooraanstaand lid van de Nederlandse Unie, die als jong jurist in gemeentedienst
door Bouma met de organisatie van het winterhulp werk in Emmen werd belast.
Bouma werd bijgestaan door vier wethouders die bij zijn vertrek als
Commissaris van Drenthe naar Assen in 1943 allen hun ontslag indienden. Van drie
van de vier wethouders werd het aangeboden ontslag aanvaard, maar op aandringen
van Bouma kreeg wethouder Zegering Hadders geen ontslag. Hij bleef de gehele
oorlog in functie en werd na de bevrijding tot waarnemend burgemeester benoemd.
Zegering Hadders bleef op zijn post na overleg met oud Commissaris De Vos van
Steenwijk. "We hebben toen afgesproken dat ik zou aanblijven tot ik iets zou
moeten doen dat tegen mijn geweten inging. Dat is nooit gebeurd", zei hij in een
interview in september 1978.
Aan de goede gezindheid van geen van deze wethouders behoeft te worden
getwijfeld. Wethouder Reuvers zat zelfs geruime tijd als "Indisch gijzelaar"
vast en ook Zegering Hadders werd in 1942 enige weken opgesloten.
Noot: Henk Bos herinnert zich dat hij met enige volwassenen op
een stuk land aan de Odoornerweg was. Toen kwam er een auto langs met Duitsers
of Landwachten, doch ook Zegering Hadders. Ze reden richting Odoorn. Hij stak de
hand op, ofschoon hij niemand op het land persoonlijk kende. Bos en de anderen hadden het
idee dat hij hen wilde seinen dat hij werd meegenomen.
Niettemin werden zij door hun aanblijven onvermijdelijk medeverantwoordelijk voor de
uitvoering van een aantal maatregelen van de bezetter die de belangen van de
bevolking of een deel daarvan schade berokkenden. Zo was Zegering Hadders als
wethouder voor armenzorg direct betrokken bij het ontslag van de joodse armendokters in de
gemeente, De la Parra en Samson en als wethouder van onderwijs bij
de registratie en uitstoting van de joodse kinderen uit het openbaar onderwijs.
Zegering Hadders correspondeerde met dokter Samson over de financiële gevolgen
van diens ontslag en wees op formele gronden het verzoek van Samson af zijn
wachtgeld te verhogen omdat hij apotheek houdend arts zou zijn geweest.
|
|
|
De rol der politie:

|
|
|
|
Een aparte plaats in de evaluatie van de aanpassing moet voor de politie
worden ingeruimd. Bij de uitvoering van de vele maatregelen van de bezetter nam
zij immers een sleutelpositie in.
De gemeentepolitie van Emmen heeft zich,
anders dan in het gedenkboek Gemeentepolitie Emmen, 1946-1971 wordt
voorgesteld, door de Duitse bezetter laten gebruiken. Geen van de achttien
gemeenteveldwachters heeft zich uit de dienst laten ontslaan.
Bij de grote jodenvervolging
in oktober 1942 deed de gemeentepolitie, zoals uit haar
maandrapporten blijkt, het vuile werk, hoewel slechts twee van de achttien
politiemensen lid van de NSB waren. Wie als illegaal werker in de politiecel van
Emmen was beland, had weinig kans daaruit te ontsnappen.
Toen de verzetsgroep
Emmen na de arrestatie van de verzetsman Albert Beens politiechef Spreen
benaderde in een poging het leven van Beens te redden, maakte zij geen schijn
van kans.
In 1943 werd de gemeentepolitie met de rijkspolitie samengevoegd. In
de laatste twee oorlogsjaren heeft een aantal politiemensen het verzet actief
gesteund.
De ironie van de geschiedenis wil, dat het verzet van de NSB korpschef
van de nieuwe staatspolitie in Emmen, de luitenant, later kapitein Jansen meer
medewerking kreeg, dan het ooit van de bange niet NSBer Spreen had gehad.
Jansen werd om die reden na de capitulatie in '45 door een deel van de
illegaliteit beschermd, hetgeen bij een ander deel op groot verzet stuitte.
|
|
|
De NSB:

|
|
|
|
De NSB in de gemeente Emmen bleef gedurende de gehele oorlog een zeer kleine
groep. Zij telde gemiddeld nooit meer dan ca. 250 leden. De bevolking liet hen
grotendeels links liggen, waardoor de NSB een sterk geïsoleerde positie innam
en haar lot steeds meer met dat van de Duitse bezetter verbond. Verscheidene
zoons van Emmer NSBers gingen naar het Oostfront. Charismatische leiders van
wie een zekere uitstraling uitging, heeft de NSB in Emmen niet gehad.
Burgemeester Bouma was een kille intellectueel, boerenleider Boesjes riep binnen
zijn partij weerstanden op doordat hij onder meer openlijk zijn afkeer toonde
voor het baasje spelen van veel partijgenoten in de duizend en één gecreëerde functies.
Leidde de tegenstelling tussen NSBers en niet NSBers gedurende de eerste
oorlogsjaren tot pesterijtjes over en weer, sinds 1943 kwam het steeds vaker tot
gewelddaden. Op verschillende plaatsen in Drenthe werden boerderijen en schuren
van NSBers in brand gestoken. Ook in Emmen kraaide de rooie haan. Omgekeerd
traden NSBers als landwachter uiterst bruut op. De landwachtterreur van Warrink
en Smit eiste in de laatste oorlogsperiode tientallen slachtoffers. In het licht
van deze terreur was de ondergrondse waakzaam tegen infiltratie en verraad.
Hiervan werd in Zwartemeer de ondergedoken Oostfront deserteur Van Zeyst het
slachtoffer. Hij werd, nadat men op zijn lijf een SS zakboekje vond, als V-man
geliquideerd, maar was in werkelijkheid een armzalige deserteur.
|
|
|
De joden:

|
|
|
|
De ondergang van de joodse gemeenschap in Emmen in de herfst van 1942 vormde
het dieptepunt van de bezettingstijd. Niemand kon op dat moment vermoeden dat de
weggevoerde joden voor een groot deel onmiddellijk na hun aankomst in Auschwitz
of Sobibor zouden worden vergast, maar dat hen in Polen een zwaar lot wachtte
was bekend. "Zij gaan eruit en zij gaan eraan" schreef de Amsterdamse predikant
Koopmans al in 1941 in een brochure die in Nieuw Dordrecht door dominee
Oppenheimer werd verspreid. Terugziende op de oorlogsjaren erkende de verzetsman
Kikkert, die tijdens de bezetting in Emmen woonde, dat er te weinig is gedaan om
de joodse levens te redden.
Een kleine groep moedigen bood joden die durfden onder te duiken een
schuilplaats aan. De weduwe Jacoba Omvlee die de zorg voor acht kinderen had, verborg
niettemin vier leden van de familie Ten Brink uit Nieuw Amsterdam in haar woning
aan de Zuidbargerstraat 75 in Zuidbarge. De gezusters Zikken gaven onderdak aan het
gezin van Daniel Cohen
die zelf als eerste slachtoffer van de jodenvervolging al in december 1940 in
Emmen was gearresteerd. Tot het einde van de oorlog werden de Cohens in de
kleine boerderij aan de Valtherweg door de familie Zikken uit handen van de
Duitsers gehouden. Bertus Zefat bood op zijn pluimveebedrijf in Valthe aan een
tiental joodse onderduikers een schuilplaats en verzorgde hen, toen de
onderduikerplaats bekend was geworden, in hun onderduikers hol in het
Valtherbos. Hij gaf zijn leven voor de opgejaagde joden door te zwijgen toen hij
door de S.D. werd gearresteerd. Zo waren er nog enkelen.
Ook kwam het voor dat Emmenaren joodse bekenden aanboden voor een
onderduikadres te zullen zorgen, maar hun aanbod zagen afgeslagen. Soms, zoals
in het geval van twee bejaarde joodse dames in de Hoofdstraat, omdat ze meenden
door hun hoge leeftijd geen gevaar te lopen, in andere gevallen uit angst voor
het concentratiekamp Mauthausen waarmee de Duitsers dreigden en ook wel omdat
men familieleden die al in Westerbork zaten niet alleen wilde laten. Hoe erg het
zou zijn, vermoedden ook de joden niet. We zullen in Polen hard moeten werken,
maar we komen er wel doorheen, schreef één van hen naar familie in Emmen. Maar
het merendeel van de joodse bevolking van Emmen werd weggevoerd en overleefde
de oorlog niet.
|
|
|
Het verzet:

|
|
|
|
Het georganiseerd verzet in Emmen kwam, evenals in de rest van het land,
eerst in de zomer van 1943 na de grote stakingen tot stand. Daarvoor waren
spontaan ontstane verzetsgroepen in de gemeente echter al geruime tijd actief.
De directe aanleiding tot hun, ook landelijk gezien vroege optreden, was de
stroom gevluchte krijgsgevangenen uit Duitsland afkomstig uit de vele kampen in
het aangrenzende Emsland. Zij werden opgevangen, tijdelijk ondergebracht en
vervolgens, soms op de fiets, naar Zuid-Nederland gebracht. Later hielp men op
dezelfde wijze neergestorte geallieerde vliegers naar het Zuiden.
Na de totstandkoming van de verzetsgroepen in de gemeente Emmen nam het
illegale werk hand over hand toe. Er werden ondergrondse bladen verspreid,
waaronder het regionale weekblad Luctor et Emergo. De Zuid Drentse editie
van dat blad werd later in Nieuw Amsterdam gestencild. Het belangrijkste werk
van de verzetsgroep in de gemeente Emmen was de hulp aan onderduikers. Het
district Emmen van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers slaagde
erin dankzij de medewerking van een aantal goede ambtenaren bij de
distributiediensten, in samenwerking met de controledienst van het CDK, het
Centraal Distributie Kantoor in de provincie en niet te vergeten dankzij de
overvallen door de knokploegen op distributiekantoren en hulpposten nagenoeg
selfsupporting te worden. Honderden onderduikers, voornamelijk uit de
noordelijke provincies, konden met schuilplaatsen, persoonsbewijzen en
bonkaarten worden geholpen. De onafhankelijke positie die het L.O.district Emmen
binnen de landelijke organisatie innam, stuitte bij sommige leiders op onbegrip.
Zij trokken er de conclusie uit dat er in Zuidoost Drenthe 'niets gebeurde'.
Die conclusie was er volledig naast.
De verzetsgroep Emmen heeft voor het vele en goede werk dat zij verzette een
hoge tol betaald. Zo viel in de zomer van 1944, toen de Je
Maintiendrai-organisatie in Drenthe was opgerold, Cornelis Ouwerkerk in
handen van de S.D. Hij keerde na de bevrijding nog wel uit een Duits
concentratiekamp terug, maar was te zeer verzwakt en stierf aan de doorstane
ontberingen in een ziekenhuis te Utrecht. Ook de Luctor et Emergo groep leed
zware verliezen. In januari '45 werden Bernard van Wieren en Dirk van Ekelenburg
gearresteerd. Beiden kwamen om. Bijzonder gruwelijk was de moord op Albert Beens,
een ondergedoken Rotterdamse politieman die in Zuidoost Drenthe een hoofdrol in
het verzet vervulde. Zeer ernstig in haar gevolgen was ook het oprollen van een
deel van de B.S.-groep in januari 1945 waarvan onder meer de bij de Woeste Hoeve
vermoorde Emmenaren H.Hadders en W.Frieling en W.Emmens uit Nieuw Amsterdam
slachtoffer werden. En de dodenlijst is helaas nog veel langer.
Niet alleen voor het verzet, maar voor de gehele bevolking was het laatste
oorlogsjaar het zwaarst. De voedselsituatie bleef hier weliswaar relatief
gunstig, maar burgemeester Best zette zich volledig in voor de rekrutering van
dwangarbeiders voor de O.T., de Organisation Todt, die ook in Drenthe overal
verdedigingswerken aanlegde in een wanhoopspoging de dreigende nederlaag te
voorkomen. Een paar duizend inwoners van Emmen werden op het vliegveld Havelte
en andere plaatsen in Drenthe aan het spitten en graven gezet.
|
|
|
Vluchtoord Emmen:

|
|
|
|
Emmen werd in het laatste oorlogsjaar één van de laatste verdedigingsbastions van de
Duitsers. Na Dolle Dinsdag vluchtten duizenden leden van de NSB naar het oosten. Op 2 januari 1945 vestigde ook generaal F.C.Christiansen, opperbevelhebber van de Duitse Wehrmacht,
zijn hoofdkwartier in de villa de Lindenhof van Zegering Hadders.
Op de heide gelegen tussen de Roswinkelerweg en de Emmerdennen, halverwege de Emmer Stoomwasserij
van Gritter - de Machinefabriek Steenbergen en de bosrand, werd een kleine vliegstrip aangelegd. Deze
vliegstrip was bedoeld voor het vliegtuigje waarmee Christiansen zich bij nood snel uit de voeten
kon maken.
Ook stond er een speciale salonwagen op een zijlijn van de spoorlijn naar Weerdinge voor hem
klaar. Op 8 april 1945 was de generaal inderdaad plotseling vertrokken.
Zijn aanwezigheid in Emmen, waarvoor ook nog eens tientallen andere woonhuizen werden
gevorderd, was aanleiding tot een geallieerd bombardement dat
enige mensenlevens kostte, maar de man om wie het ging ongedeerd liet. Op 22 februari
1945 werd het gebied aan de Spoorstraat (tussen Allee en Minister Kanstraat)
door bommen getroffen.
Noot: In de oorlog is er ook een bom gevallen en/of
geschoten op het sporencomplex bij het spoorwegstation. Daarbij is één Duitser
omgekomen. De Duitsers hielden daar continu de wacht, wellicht vanwege de
salonwagen van Christiansen.
Ook werd Emmen in het laatste oorlogsjaar een toevluchtsoord voor vele evacués,
die uit hun huizen waren verdreven en vluchtelingen, die hun huizen door de
oorlog waren verloren. Dit plaatste de gemeente voor de nodige problemen.
Op maandag 9 april trokken Duitse colonnes 's avonds met hun voertuigen weg
richting Odoorn.
Burgemeester Best die in 1943 Bouma als hoofd van de gemeente opvolgde, deed
met zijn inspanning voor de O.T. veel kwaad, maar was merkwaardigerwijs volgens
mensen die hem gekend hebben toch geen kwade kerel. Zegering Hadders zei na de
oorlog van hem, dat hij zelfs heel wat mensen het leven redde. De doopsgezinde
Best komt uit zijn redevoeringen en brieven naar voren als een nationaal
socialistische idealist die het beste met Emmen voor had. Maar volgens Zegering
Hadders was hij niet voor zijn taak berekend. Tijdens een zekere affaire liep hij
opgewonden door het gemeentehuis en was hij volstrekt onaanspreekbaar, maar hij
liet zijn wethouder van onderwijs bij benoemingen geheel de vrije hand, waardoor
het mogelijk werd dat het mede door zijn inspanningen opgerichte lyceum dat
onder leiding van dr. Wumkes in september '44 van start ging, zonder een enkele
NSB docent kon beginnen.
|
|
|
De bevrijding:

|
|
|
Regimentscommandant Jerzy Wasilewski met voltallige bemanning

Logo Poolse brigade
|
Op dinsdag 10 april 1945 werd Emmen vanuit Coevorden door de Polen bevrijd. De
divisie Polen, die op 7 april 1945 vanuit Breda waren vertrokken, moesten een
versterking vormen voor de Canadezen die reeds tot Coevorden waren
doorgedrongen. De Poolse divisie was samengesteld uit Polen die op allerlei
manieren in Engeland waren terecht gekomen en bestond uit een pantserbrigade,
een artilleriebrigade en een brigade gemotoriseerde infanterie met een
ondersteuningseenheid en een commando eenheid. Met 400 voertuigen, 450 kannonen
en 400 tanks was het een geduchte eenheid. De Canadezen trokken richting Zuidwest Drenthe
terwijl de Polen noordwaarts gingen. Majoor Wasilewski wist al
na een korte maar hevige strijd de Oosterhesselse brug nabij Wachtum te
veroveren. Het hoofdkwartier van de staf arriveerde op 10 april 1945 bij Dalen,
en gaf majoor Wasilewski opdracht naar Emmen door te stoten. Wasilewski splitste
het eskadron in tweeën. Om drie uur 's middags trok één helft via Zweeloo en
Noord Sleen, de andere helft via Holsloot en Erm.
De Duitsers hadden zich o.a. ingegraven nabij de trambrug over het
Oranjekanaal. Ze lieten de Polen zeer dicht naderen en openden pas het vuur toen
die op 100 meter afstand waren gekomen. Die waren daardoor wel verrast maar de
Cromwell tanks bleven de Duitse stellingen bestoken die door hun vuren de plaats
van hun stellingen prijs hadden gegeven. Onderwijl reden de carriers op het
kanaal af en probeerden de Poolse manschappen de overkant van het kanaal te
bereiken. Toen dat gelukt was stopten de Poolse kannonen met bulderen en konden
de Polen de Duitse linies betreden. Het gevecht bij Noordbarge had ruim een uur
geduurd, waarbij 17 boerderijen en schuren in brand waren geschoten of verwoest
maar had tot gevolg dat om 5 uur de plaatselijke bevolking was bevrijd. Behalve
in Noordbarge werd er ook gevochten bij Zuidbarge en Westenesch waarbij ook de
nodige huizen en schuren werden verwoest. Ook het station van de N.O.L.S. in
Zuidbarge werd verwoest.
Om 7 uur vluchtten, volgens ooggetuigen, de laatste Duitsers richting
Weerdinge en het was rond half acht als de Wilhelminastraat en de Hoofdstraat
veel zingende en juichende mensen zijn. Diezelfde dag wordt ook Schoonoord nog
bevrijd en een dag later volgen Weerdinge en Odoorn. De Duitse
bezetting had op de dag af vier jaar en elf maanden geduurd. Onder leiding van
Zegering Hadders die door het Militair Gezag op woensdag 11 april 1945 tot waarnemend
burgemeester werd benoemd, kon een aanvang worden gemaakt met de opbouw van een nieuw en
groter Emmen.
|
|
|
Herinneringen van ooggetuigen:

|
|
|
|
Eén van de mensen die Gerrie van der Veen bezocht om iets te vertellen over
de laatste bange dagen was mevrouw Soenveld Pol. Zij woonde in april 1945 op de
hoek Weerdingerstraat Hoofdstraat bij haar ouders in en "weet zich nog veel te
herinneren over deze chaotische tijd", zoals zij het noemde. "Er was eigenlijk niemand
die nog werkte, daar waren we te opgewonden en te zenuwachtig voor. Iedereen zat te
wachten op de bevrijders. Op 10 april tegen 7 uur in de avond zagen we de
laatste vrachtwagens met Duitse soldaten over de Weerdingerstraat richting
Weerdinge vluchten. Even later kwamen de Poolse bevrijders. Ze stelden een
mitrailleur op bij ons huis, vanwaar ze de Weerdingerstraat konden overzien. Ik
kan me deze gebeurtenissen nog als de dag van gisteren herinneren.
Waarschijnlijk komt dat omdat ik in die laatste oorlogsdagen na zes en halve
maand zwangerschap moest bevallen van een tweeling. Deze veel te vroege
bevalling was het gevolg van de spanning waarin wij toen leefden. De baby's, die
ontzettend klein en zwak waren, zijn op de dag van geboorte helaas
overleden...... Aan het bevrijdingsfeest heb ik niet mee kunnen doen omdat ik
daar nog te zwak en te emotioneel voor was".
Ook Harmke Rossing wist zich nog het een en ander te herinneren. "De
laatste week tijdens de Duitse bezetting was echt chaotisch. Een familielid van
ons werkte op het postkantoor en wist via de telefoonverbindingen precies waar
de (Poolse) bevrijders zich bevonden. Natuurlijk waren we allemaal erg opgewonden
en zenuwachtig. De laatste dag werd er fel gevochten. Onze overbuurman Jan Aikes
was in zijn tuin aan het werk toen plotseling kogels over vlogen. Hij maakte dat
hij in huis kwam. 's Avonds rond een uur of zeven waren de Duitse soldaten
allemaal vertrokken, een half uur later kwamen de Polen Emmen binnen. De
Wilhelminastraat en de Hoofdstraat stroomde vol met zingende en juichende
mensen. Iedereen, was door het dolle heen en overal kwamen de rood wit blauwe
vlaggen te voorschijn. Het weer was die dag prachtig en dat alles droeg
natuurlijk bij aan de feestelijke stemming. Toen we voor de eerste keer het
Wilhelmus weer hoorden liepen ons de tranen over de wangen. Dat moment zal ik,
zolang ik leef, nooit meer vergeten".
De familie Roede in Westenesch zal de laatste oorlogsdag altijd bijblijven.
"Bij Noordbarge werd fel gevochten, maar ook bij ons in Westenesch ging het
er even heet aan toe. De boerderijen van onze overburen, die van de familie
Wichers en Reinders, raakten door een vuurgevecht in brand. De bewoners konden
gelukkig tijdig ontkomen, het vee stond echter nog op stal. Vanuit onze
schuilkelder zagen en hoorden we hoe de koeien en het paard in de boerderij
verbrandden. Dat was werkelijk verschrikkelijk om mee te maken. We zagen hoe het
paard wild sprong in de vlammenzee. Het schopte en hinnikte in hevige angst, we
konden echter niks doen. Ook onze woning lag in het schootsveld en de kogels
gierden over ons heen. Als door een wonder werd het rietendak van ons huis
echter niet getroffen. Door de schokkende ervaringen hadden wij geen zin om 's
avonds mee te doen met de feestvreugde. De gebeurtenissen hadden ons daarvoor te
veel aangegrepen".
Henk Bos heeft in geen enkel geschrift terug kunnen vinden dat in de jeugdherberg
kinderen van NSBers waren gelegerd. Ze kwamen zonder ouders, (voor
zover zijn herinnering gaat) voornamelijk uit Zeeland. Voornamelijk de jongens
werden militair gedrild. Ze gingen samen met hem naar school 1 en
marcheerden van en naar school. Onderling was er een strenge hiërarchie. Na de
oorlog werden die kinderen met anderen ondergebracht in de Landbouw Winterschool.
Henk zijn zuster, net 16 jaar oud, speelde daar verpleegster. De leidster aldaar
was een gediplomeerde zuster en "Wimpie" Eising een soort conciërge.
|
|
|
Ooggetuige verslag:

|
|
|
|
Onderstaande brief, een ooggetuige verslag, is geschreven door Ms.H.B.Webb - Van Leeuwen.
7 juni 1945
Dr.E.Van Leeuwen
Arts voor inwendige ziekten
Spoorstraat 6, Emmen
Lieve vader en moeder
Onze bevrijding kwam betrekkelijk langzaam. Reeds bijna een week lagen de canadeesche troepen in Coevorden en kon je daar,
als je lust en tijd had, door een geheel onbewaakt niemandsland, met deze lieden een cigaretje rooken en van gedachten wisselen.
’s Avonds 9 april met Boudewientje op de tandem melk halen bij de brug te Westenesch, teruggevlucht daar hier lieden in
tijgervellen met pantservuisten om de boerderijen slopen, die bezig waren de brug te slopen. Tenslotte ’s avonds om half twaalf
de twee loeiende explosies der opgeblazen bruggen, die ons deden vermoeden, dat het leger van Eisenhower thans dicht in de buurt
moest zijn. Volgende middag 2 maal een half uur in de kelder van de Pastorie ...Een oorverdovend lawaai uit de richting van Nd
Barge, waar de poolsche divisie 19 boerderijen in brand schoot, waarbij 1 Duitscher en 0 Polen sneuvelden. Kort hierna een in
een half uur tijds gebouwde Baily brug en tegen het vallen van de nacht het bericht dat de Polen Emmen binnentrokken. Wij met
alle kinderen in een tot het uiterst gespannen volksmenigte opgestuwd naar de Hoofdstraat en in paniek weer teruggevlucht toen
in de verte langs de stille straat, niet de Polen verschenen, doch een eenzame vertegenwoordiger van het Herrenvolk op de fiets,
die een revolver in de lucht leegschoot. ‘s Nachts, op weg naar het ziekenhuis, de sensatie van Poolsche soldaten overal achter
de boomen en in 1mans gaten, die de indruk maakten mij naar het leven te willen staan, daar Emmen nog niet officieel ‘bezet’was
en mijn gebroken Engelsch in het Duitsch beantwoordden. Tenslotte de volgende dag, 11 april, de officiële dag van onze bevrijding,
de indrukwekkende stroom van de Poolsche gemechaniseerde divisie, die vrijwel in zijn geheel langs ons heen trok. De indrukwekkende
manifestatie van de geallieerde kracht, zooals ieder die op zijn beurt te zien heeft gekregen.
Een fantastische week, hierop volgend, waarbij iedereen de sensatie van het bevrijd zijn, te midden van stralend zomerweer,
onderging. Met voor ons als bijzondere attractie een Engelsch officier, die vele avonden bij ons doorbracht, ons het gevoel gaf,
dat de wereld weer voor ons open was gegaan. In oorlogstijd was hij waschbaas bij de Poolsche divisie, in vredestijd filmregisseur
in Engeland en Amerika......
|
|
|
Boeken:

|
|
De volgende boeken zijn bij Historisch Emmen bekend:
- "Emmen in bezettingstijd", door dr.G.Groenhuis, uitgave Stichting 4 mei Comité Emmen.
Druk: Grafisch bedrijf Van Liere, ISBN: 90-9003420-X
- "Opgejaagden", herinneringen van een joodse onderduiker in het Valtherbos, door Ab van Dien, Valthe 1982.
Eerder gepubliceerd in De Zwerver 1949.
- "Gevangen in het Veen", door P.Albers, uitgave Noordboek Groningen. ISBN 90-330-05417
Aanvullingen?
Geef ze door:

|
|
|
Links:

|
|
- "Ergens in Nederland 1939 - 1945" is een verzameling militaria uit de Tweede Wereldoorlog
verzameld door Erik Zwiggelaar en uitgestald in een uitgebouwd woonhuis in Emmen. Deze verzameling moet
uiteindelijk terecht komen in een echt museum. De verzameling, die vanaf de jaren 80 is opgebouwd,
bevat poppen met uniformen aan, wapens, gereedschappen enz. Met de verzameling worden tentoonstellingen
ingericht in Drenthe en Overijssel. Wilt u een indruk krijgen van deze verzameling, bezoek een indrukwekkende
site: www.ergensinnederland1939-1945.nl
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- Gerrie van der Veen (die de herinneringen in deze tekst oorspronkelijk heeft gepubliceerd).
- "Emmen in bezettingstijd" door Dr.G.Groenhuis.
Druk: Grafisch bedrijf Van Liere, ISBN: 90-9003420-X.
Te koop bij Van Liere in Emmen, en de Readshop Boelens in Emmermeer.
- Correctie op 8 augustus 2001, betreffende Jacoba Omvlee, door mevrouw E.D.Omvlee.
- Correcties, aanpassingen en aanvullingen door H.Bos.
- Correctie op 18 november 2009 door C.Hoekstra, betreft vliegstrip.
- "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst deel III" door H.T.Buiskool.
- Tentoonstelling in 2006 samengesteld door de Historische Vereniging Zuidoost Drenthe in samenwerking
met historische werkgroepen uit: Noordbarge, Zuidbarge, Weerdinge, Nieuw Weerdinge en Roswinkel.
- Ms.H.B.Webb - Van Leeuwen, Engeland en J.van Leeuwen.
- "Drentsche kroniek van het bevrijdingsjaar" door Mr.G.A.Bontekoe. Uitgave: Van Gorcum Assen 1946.
|

|