|
In het nauw gebracht door geldgebrek en werkloosheid. Het bestuur der benarde gemeente:
v.l.n.r. gemeentesecretaris H.Pijmer, burgemeester G.Kootstra, wethouder volkshuisvesting
J.Haasken, wethouder J.Gorter financiën en wethouder J.Kalter openbare werken.
Juni 1939 mobilisatie, koningin Wilhelmina bezocht Emmen. Rechts kapitein Suk.
Juni 1939 mobilisatie, koningin Wilhelmina bezocht Emmen en stapt in om op weg te gaan naar Emmer Compascuum.
|
In 1929 brak wereldwijd een crisis uit. De gevolgen daarvan begonnen zich in
Emmen al snel af te tekenen. Emmenaren die "over de grens woonden" kwamen terug omdat
Duitsland hard te lijden had onder de crisis.
Ondanks dat de gemeente Emmen verwoede pogingen deed het aantal teruggekeerden
een halt toe te roepen, hielp het weinig. Er werd door de gemeente bij de
werklozen opaangedrongen zich vooral aan te sluiten bij de werklozenkas. Dit
kostte de arbeider wel een behoorlijke premie van het toch al karige loon maar
dan was men wel gedurende 6 weken verzekerd van een uitkering, maar desondanks
waren velen niet aangesloten. De gemeente had echter al ervaring met
steunregelingen en werkverschaffing door de turfcrisis net na de Eerste Wereldoorlog.
Emmen was dan ook de eerste gemeente in Nederland waar de
werkverschaffing (1923) werd ingesteld. Deze werkverschaffing kwam in de plaats
van de oude steunregeling omdat deze niet niet meer te betalen was.
De werkverschaffing hield voor de arbeiders in dat zij betaald kregen
afhankelijk van de aard, de zwaarte en het tempo van het werk. De uitbetaalde
lonen waren echter maar weinig hoger dan de steunuitkeringen. Als men dan ook
nog bedenkt dat er over grote afstanden gereisd moest worden en overnacht in
krotten of barakken waar het eten slecht was, dan kan men wel bedenken dat men
regelmatig in opstand kwam.
In 1925 werd het bureau voor arbeidsbemiddeling ingesteld, die werklozen aan
passende arbeid moest helpen. Dit werk hoefde niet plaats of streekgebonden te
zijn. Weigeren had uitsluiting van steun tot gevolg. De werkloosheid steeg
echter meer en meer en bedroeg zelfs meer dan het dubbele van het
landelijk gemiddelde. Vooral in de veenderijen en onder de turfschippers was het
werkloosheidcijfer hoog.
In 1933 werd er een wet ingesteld ter bevordering van
evenredige verdeling van de vracht in de binnenscheepvaart. Deze wet kennen we
nu nog steeds. In deze jaren vroegen de verveners de regering om de tolheffingen
in de kanalen op te heffen. Voldeed de regering hier niet aan dan zou een
loonverlaging het gevolg zijn. De veenarbeiders namen dit niet en wederom waren
stakingen het gevolg. Ook deden zich ongeregeldheden voor en braken er weer
branden uit.
Bijzonder was, dat men aan een gat in het fietsplaatje (er bestond
fietsbelasting) kon zien wie was vrijgesteld van de fietsbelasting, vanwege het
bereiken van de absolute armoedegrens. In Emmen werden meer gratis fietsplaatjes
uitgedeeld dan in de vijf grote steden.
Van 1932 tot 1937 daalden de uitkeringen, het aantal werklozen nam ondanks de
maatregelen steeds maar toe, en Emmen stond nog steeds onder curatele.
Vanaf 1932 kwam in Duitsland het nazi regime onder leiding van Hitler op. Hij
bouwde aan een sterke oorlogsindustrie. Er was daar weer werk in
overvloed, en ondanks de politieke situatie daar, vond de toenmalige minister
van sociale zaken, Mr.Slingenberg, het nodig de gemeente Emmen op 16 december
1936 een brief te sturen waarin de gemeente werd verweten te weinig gebruik te
maken van de mogelijkheden die in Duitsland lagen. Emmen deed echter allang wat
het kon want de heer Bennink, directeur van het arbeidsbureau, had al afspraken
met collegae in Duitsland. Het gevolg daarvan was dat het aantal Nederlandse
arbeiders wat in Duitsland werkte van 180 in 1935 steeg tot 2074 in 1937.
Tussen de Duitse en Nederlandse te werk gestelde arbeiders klikte het evenwel niet
altijd even goed. Conflicten tussen beide groepen maakten dat er op hoog niveau
over gesproken werd. Voor de Nederlandse regering had ontlasting van de
schatkist, en bestrijding van de werkloosheid absolute voorrang boven genoemde
conflicten. Nog afgezien van de politieke situatie, dictatuur, boekverbranding,
jacht op communisten, socialisten en joden. Burgemeester Bouma van Emmen
ondersteunde die visie.
In 1939 werd de socialist Van den Tempel minister van sociale zaken. Hij
schortte de verplichting om eventueel aangeboden werk in Duitsland, te
aanvaarden op. De Tweede Wereldoorlog stond echter op uitbreken, en de
tewerkstelling werd een verplichte "Arbeidseinsatz".
|