dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

Geïnteresseerd in historie?
Wordt ook lid van de
Historische Vereniging
Zuidoost Drenthe.
Aanmelden >>

Nieuws over
Historisch Emmen
Lees meer >>

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Enquête dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot


De Tweede Wereldoorlog, de oorlogsjaren 1940-1945: "Het" onderduikershol in het Valtherbos Omhoog


Inleiding: Omhoog

Foto Historisch Emmen De Zwerver
1e uitgave

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
2e uitgave


3e uitgave (bestel dit boek)

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

De geschiedenis van de onderduikers en "het" hol in het Valtherbos is door Alfred (Ab) van Dien verwoord in diens boek "De Opgejaagden, herinneringen van een joodse onderduiker in het Valther Bos". Het 118 pagina's tellende boekje is een heruitgave door Welzijnswerk Valthe en uitgebracht in mei 1982. Het werk van Van Dien is oorspronkelijk voor een deel gepubliceerd in "De Zwerver" 1949, het weekblad van Gemeenschap oud illegale werkers Nederland (G.O.I.W.N.), de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (L.O.) en de Landelijke Knok Ploegen (L.K.P.).

In 2012 is er een geheel herziene uitgave uitgekomen. Middels duidelijke noten op elke bladzijde wordt aangegeven wie of wat Van Dien bedoeld. Tevens is een epiloog toegevoegd waarin op historisch verantwoorde wijze de achtergrond wordt verklaard, middels documenten uit de oorlogsarchieven. In dit hoofdstuk krijgen alle duikers en helpers een gezicht. Ook wordt de levensloop van de "veroorzaker der ellende" weergegeven, waardoor duidelijk wordt waarom het allemaal is gegaan zoals het is gegaan. Het hoe en waarom over de dood van Albertus Zefat en Jan Hendriks wordt verklaard, alsmede waarom de duikers een tweede hol moesten graven. Bestel het boek hier

In het algemeen wordt er vaak gesproken over HET hol. Ook het informatiepaneel bij het herbouwde eerste hol wekt die indruk. Niets is minder waar. Door de duikers werden twee schuilplaatsen gebouwd.

  • Het eerste hol werd gebouwd in december 1942 maar werd in september 1943 geheel ontmanteld. Het hol is een klein jaar bewoond geweest.
  • Het tweede hol werd na september 1943 gebouwd uit de bouwmaterialen van het eerste hol. Het deed dienst tot de bevrijding in mei 1945. Het tweede hol heeft ruim anderhalf jaar als vluchtoord gediend.

Vanwege deze lacune is in dit artikel, waar nodig, "het" voorzien van aanhalingstekens.

Het informatiepaneel bij "het" onderduikershol vermeldt zestien namen van voormalige bewoners:

  • Loek Bachrach (lees: Louis Bachrach).
  • Ab van Dien (lees: Alfred van Dien).
  • Samuël From, Sara Kropveld en hun kinderen Adolf, Rosa en Bernard.
  • Grietje Kropveld (lees: Grietje de Jonge-Kropveld, een zuster van Sara).
  • Moos en Saar Gudema (lees: Mozes Gudema en Dina de Levie).
  • Maurits en Ro(sa) Jakobs.
  • De broers Leo en Jacob Kropfeld.
  • Sitta Speier (lees: Sitta Meiboom-Speier) en haar dochter Bep Carla Meiboom.

Zij hebben dankzij Albertus Zefat en Jan Hendriks, die beide hun leven ervoor lieten, en een groot aantal helpers, de oorlog overleefd.

De gevolgen van de oorlog verwoordde Van Dien als volgt: "Van onze idealen is na de bevrijding nauwelijks iets terecht gekomen. Niet omdat dromen per definitie bedrog zijn, maar omdat mensen elkaar bedriegen. We hebben niets geleerd van 40-45. Ook ik niet, omdat er van oorlogen niets te leren valt."


Barger Compascuum: Omhoog

Op 15 augustus 1942 dook Ab van Dien (1919-2005) onder bij de familie Brijan aan de Limietweg 111 in Barger-Compascuum. Na zeven kilometer lopen werd hij opgevangen door Grades Fühler. Samen fietsten ze naar Barger-Compascuum. Van Dien: "Mijn fiets is bepakt met mijn rugzak, die me drie jaar lang trouw is gebleven en waarin het meest nodige voor een 'duiker' bij elkaar is gepakt."

De rugzak werd vermoedelijk gemaakt in augustus 1942 tijdens een thema bijeenkomt in de synagoge aan de Julianastraat. (bron: "Van de stobbe en de bossen" uitgave 2004.)

"Het is een niet te definiëren gevoel, als je je huis hebt verlaten, gaande naar iets wat je nog nooit hebt gezien, wat je niet kent en waar je mensen en dingen zult treffen, die je vreemd zijn. Het moge ongelooflijk klinken, maar het is een feit. Weken van eindeloze spanning, weken waarin je werd afgescheiden van alle vrienden en bekenden, waarin je een gevangene werd in je eigen huis, heeft je doen uitzien naar het moment, waar op dan eindelijk definitief vast zou staan, wat er zou gebeuren."

Ab van Dien geloofde niet dat ze niets te vrezen hadden en schreef: "Meermalen heb ik thuis gezegd: We gaan weg, denk erom lui ze zenden ons naar Polen."

Het gezin Brijan, bestaande uit vader Willem August Albert Brijan (*1888), zijn vrouw Trientje Smit (*1890) en hun kinderen, woonde op de grens met Duitsland. Ze keken, zo ver het oog reikte, uit op een immens groot afgegraven veengebied dat een oase van rust vormde. Een veiliger oord kon Van Dien zich niet wensen.

Zes weken bleef Van Dien bij de familie Brijan. Toen kreeg zoon Arnoldus [Nol] een oproep voor tewerkstelling in Duitsland. Na overleg met hun vertrouwenspersoon (de veearts H.J.Vrielink) werd besloten dat het beter was dat Van Dien elders onderdak kreeg. Van de stobbe en de bossen: "Als ze afscheid nemen heeft Alfred het moeilijk en deze even stoere als zachtmoedige mensen springen de tranen in de ogen. Het was een oefening hoe je te gedragen als je niet bestaat."


De stobbe: Omhoog

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Een zogeheten stobbe.
Met een stobbe wordt een opgestapelde
wintervoorraad turf bedoeld, die als brandstof diende.

Na zes weken in betrekkelijke vrijheid aan de Limietweg ondergedoken te hebben gezeten, brak eind september 1942 een nieuwe onderduikperiode aan voor Van Dien.

Begeleid door Grades Fühler kwam hij terecht bij slager Egbert Bos die aan het Hoofdkanaal OZ 11 in Emmer-Compascuum woonde.

Als schuilplaats diende een zogenaamde stobbe waarin zich ook Isaäk Kropveld (1892-1945), een goede vriend van Grades Fühler, bleek te verschuilen. Isaäk was een joodse veehandelaar die woonachtig was aan de Westerstraat 16. Hij had enige mensen uit de handen van de bezetter weten te houden maar was vanwege zijn joodse afkomst gedwongen om ook onder te duiken. Kropveld verliet al na een paar weken de stobbe omdat hij het niet langer kon volhouden. Hij vertrok naar zijn eveneens ondergedoken vrouw en zoon maar werd onderweg herkend en aangegeven bij de NSB. Geen van de drie heeft de oorlog overleefd. Slager Bos liet Van Dien weten dat hij in groot gevaar kon verkeren want de kans was aanwezig dat Kropveld door zou slaan bij een verhoor.

Noot: Kropveld overleed op 10 maart 1945 in het concentratiekamp Mauthausen te Oostenrijk. Zijn vrouw Barbara Spier overleed op 31 augustus 1944 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Zij hadden vijf kinderen. Met de twee zonen Jacob en Leo zou Ab van Dien lange tijd in het Valtherbos onderduiken.

Twee maanden verbleef Ab van Dien in de stobbe. In november 1942 kwam hij, begeleid door Gien Warringa en Con ter Veer terecht bij Albertus Zefat in Valthe. "Kijk, dit word je huis. Even kloppen en dan sta ik stomverwonderd voor acht, mij allen welbekende mensen."

Noot: Gien Warringa wist op dat moment nog niet dat Zefat de duikers zelf huisvestte, maar dat hij slechts een schakel was naar een duikadres in Exloo.


Het kippenhok: Omhoog

Het huis van Albert Zefat Het hoenderpark van Albert Zefat De plaats van de woning van 'ol' Pieter Drenth Het eerste hol Het tweede hol
Klik op de kaart voor informatie.
De bruine verticale streep is een hechtrand.
Foto © J.Withaar.

In augustus 1942 dook ook een "jongeman in ouderwetse Drentse vrouwenkleding" onder in een kippenhok op het Hoenderpark "De Hondsrug" (nr 2 op de kaart) van Bertus Zefat. Een kippenhok dat op ongeveer 500 meter afstand stond van het huis van Albertus Zefat (nr 1 op de kaart). Na vijf weken kreeg de jongeman gezelschap van zijn broer, die ook onderdook. Het waren de broers Adolf en Bernard From.

Op 2 oktober 1942 hielden de Duitsers een grote razzia in Emmen. "Een avond gegrepen in de ban der verschrikking. Niemand zal dit vergeten." Op deze avond doken nog eens zes mensen onder in het kippenhok waar de twee broers zaten, waaronder een vrouw en kind. "Stomverbaasd zien de jongens dan hun hele familie voor zich staan, oudere mensen boven de zestig."

In november 1942 kwam ook Ab van Dien in het kippenhok terecht. Omdat bovenstaande zich afspeelde voordat hij hier onderdook is bovenstaande geen eigen herinnering.

  1. augustus 1942: Adolf From. Wordt in het boek "Adolf" en ook "Geert" genoemd.
  2. september 1942: Bernard From. Wordt in het boek "Ben" genoemd.
  3. oktober 1942: Samuël From. Wordt in het boek "onze oudste man, een zestiger" genoemd.
  4. oktober 1942: Sara From-Kropveld. Wordt in het boek niet bij naam genoemd.
  5. oktober 1942: Rosa From. Wordt in het boek niet bij naam genoemd.
  6. oktober 1942: Grietje Kropveld. Wordt in het boek Tante Griet genoemd.
  7. oktober 1942: Sitta Meiboom-Speier. Wordt in het boek niet bij naam genoemd.
  8. oktober 1942: Bep Carla Meiboom. Wordt in het boek veelal Bob - Bobbeltje genoemd.
  9. november 1942: Alfred van Dien. Wordt in het boek Ab genoemd.

Nog diezelfde maand (november 1942) leek het erop dat deze duikers door een tweetal personen zouden worden ontdekt. Zij liepen ’s avonds laat nog langs 'de keet' terwijl de duikers nogal luidruchtig waren geweest. Het waren echter dieven die een schaap bij Zefat wilden stelen. Van Dien schreef over dit voorval: "Scherp voel ik hierdoor weer het gevoel van machteloosheid. Elke duiker zal het kennen. Altijd moeten anderen de kastanjes voor je uit het vuur halen. Als er gevaar dreigt heb je af te wachten, zelf kun je niets doen. O, hopeloos is dat machteloze gevoel, en ik geloof één van de beroerdste dingen uit het duikersbestaan."

Ondanks dat Gien al snel bij het netwerk van Zefat was betrokken, wist zij pas eind november dat het Zefat zelf was die de duikers huisvestte. Van Dien: "De schuurdeur gaat open en een meisjesstem zegt: 'Zefat…..' Dat is Gien. Onmiddellijk herken ik haar stem. We bukken ons. We verschuilen ons voor haar, die met een goeie maand een van de voormensen van onze verzorgersploeg zal worden. Enig vermoeden van Bertus ’s illegale activiteit heeft ze wel al gekregen, maar dat we hier met negen man zijn ondergebracht is toch iets, wat ze in de verste verte niet kan vermoeden." En vervolgens: "O, Gien weet het niet en ’t heeft geen doel om het haar te vertellen. Maar ze is volkomen vertrouwd hoor."

Op 1 december 1942 ging het mis. Twee controleurs controleerden de kippenhokken van Zefat. "Hé, wonderlijk, op slot en alle andere hokken open. Heftig wordt er aan de deur gerammeld. We staan schrap. Goedkoop zullen ze ons niet krijgen. De langste gluurt door een kiertje, ziet één onzer in de ogen. Hun blikken ontmoeten elkaar. Even, een flits maar, genoeg echter om gezien te worden."


Het eerste hol: Omhoog

Periode: december 1942 - januari 1943.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Foto A.Oldenburger.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

Een poging om onderdak te krijgen bij een kippenboer elders mislukte en er zat niets anders op dan het bos in te gaan. Daar brachten ze de eerste nacht onder blote hemel door. Met slechts de beschikking over drie messen begonnen ze de volgende dag met de bouw van een hol in de harde bosgrond vol met bomen, struiken en wortels. Noot: Van Dien schrijft over "keet" in plaats van "hol".

Het hol (nr 4 op de kaart) werd gebouwd op plus minus 80 meter afstand van het kleine huisje waar Ol Pieter met zijn vrouw woonde (nr 3 op de kaart). Het huisje stond 'aan het wielpad dat van Emmen naar Valthe loopt'. Schuin van zijn huis was de eerste ingang. Met het oog op zijn houtsprokkel activiteiten en de ligging van het rijwielpad aan die kant, is die ingang later beplant en werden de beschadigingen hersteld.

Om een indruk te krijgen van de gigantische klus die de duikers daar met blote handen en minimaal gereedschap hebben uitgevoerd het volgende citaat: "Het blijkt ons, dat er minstens vijftig dennenbomen met een doorsnede van plusminus vijftien tot twintig centimeter en een hoogte van een meter of drie moeten worden verwijderd."

En over het vervoer der bouwmaterialen die bij Bertus wegkwamen schreef Van Dien: "De kar staat opgeladen, 4 pakken stro, een telefoonpaal, 50 ijzeren palen, gaas, stutten, stenen en 3 schoppen". Na 8 september 1943 kreeg het dak van de keet asfaltbedekking. Dat was een belangrijke verbetering want het stro/zanddak lekte regelmatig.

Een hol bouwen en bewonen was één, maar niet ontdekt worden was twee. Hoe was het mogelijk dat zo’n grote groep en zo’n groot hol zo lang onontdekt is gebleven? Van Dien daarover: "Na elke tocht komt de camouflageploeg in actie. Doorgaans twee van ons die zorg dragen dat elk spoor langs de gehele weg afdoende verwijderd wordt. Een taak, die met de groots mogelijke zorgvuldigheid wordt uitgevoerd. En het is naar onze bescheiden mening voor een groot deel mede hieraan te danken dat wij één van de weinig grote bosduik complexen zijn geweest die het einde van de bezetting hebben gehaald."

In de eerste dagen dat de duikers het hol bewoonden werd duidelijk dat Gien Warringa inmiddels op de hoogte was gebracht dat Bertus Zefat de duikers zelf huisvestte en niet slechts een radertje in een netwerk was. Van Dien over Gien: "Het is Gien, een naam zonder welke we ons het bos niet meer kunnen indenken. Gien, die ons tot de bevrijding heeft bijgestaan door dik en dun. Die van geen wijken wist, die een heldin was in de beste zin van het woord, die klaar stond overal en te allen tijde waar een mens in gevaar was."

Het gezelschap dat begin december 1942 het bos introk bestond uit "negen vermoeide lichamen", dezelfde personen die ook in het kippenhok hadden gezeten.

  1. december 1942: Adolf From.
  2. december 1942: Bernard From.
  3. december 1942: Samuël From.
  4. december 1942: Sara From-Kropveld.
  5. december 1942: Rosa From.
  6. december 1942: Grietje Kropveld.
  7. december 1942: Sitta Meiboom-Speier.
  8. december 1942: Bep Carla Meiboom.
  9. december 1942: Alfred van Dien.

Het hol was 8 meter lang, 4 meter breed en anderhalve meter hoog. Voor de afbouw van het hol maakten ze gebruik van drie op elkaar gestapelde stenen waarop de pijlers kwamen te rusten. Daar overheen kwam de lange telefoonpaal. Over de telefoonpaal werden de ijzeren palen gelegd, schuin als een dak met de uiteinden naar boven. Daarover werd gaas gespannen dat werd afgedekt met stro en vervolgens zand. Het dak en het uitgegraven gele zand werd vervolgens professioneel gecamoufleerd. Bijna de helft van het hol deed dienst als slaapvertrek. Links de dames en rechts, gescheiden door een rietmat, de mannen. De tafel bestond uit drie lange planken, de duikers hadden de beschikking over een carbidlamp en een kacheltje. Buiten trokken ze van takken en dennengroen een washokje op. ’s Nachts haalde men water bij een put op 500 meter afstand.

Op 5 december 1942 vierden de duikers tezamen met hun verzorgers Sint Nicolaas in het gereedgekomen hol in het bos.

De angst op ontdekking was zeker in het begin groot, maar met name Bertus zei steevast dat een hol in het bos het veiligste plekje op aarde was. Er kwamen nauwelijks mensen in de buurt en als het nodig mocht blijken konden de duikers vluchten, iets wat in een huis niet mogelijk was. Toch werden ze al binnen een maand ontdekt. Op 25 december 1942 (Eerste Kerstdag) werden ze ontdekt door Prins, de hond van de 'jongens van Westerink'. Die bleken echter van goeder trouw te zijn. "Onze ontdekkers maken een sympathieke indruk en het fijnste is dat ze ons niets vragen, niet wie we zijn, hoe we hier komen en niet wie onze verzorgers zijn." Hun oordeel was "iemand die geen door en door boskenner is zal jullie hier nooit vinden. Heb geen angst voor ons, wij zullen zwijgen." En dat deden ze.

Vanwege een storm zakte op zeker moment de uitgang van het hol in. Toen deze weer werd uitgegraven ontdekten ze welzand, een teken dat er water in de grond moest zitten. Water dat medio januari 1943 werd gevonden op een diepte van plus minus 7 meter. "Geen gevaar meer met water halen, geen zuinigheid meer met wassen en koken, zoveel water als ze maar hebben wilden…."

Zo naderde het einde van januari 1943. Veertien dagen na de vondst van het grondwater waren in de directe nabijheid van de keet een viertal mannen en een aantal jongens drie dagen achtereen bezig met het snijden van takken. Dat betekende uiterste voorzichtigheid, geen gerammel met een pan en geluidloos eten van de geëmailleerde borden. Hoewel de duikers het idee hadden dat ze alle geluk van de wereld hadden gehad, bleek alras dat ze de dans niet ontsprongen waren; ze gingen in Valthe over de tong.

Op 29 januari 1943 ontruimden ze het hol en verlieten het de volgende dag.


Van februari 1943 t/m mei 1943 Omhoog

Van de negen duikers vonden zes duikers onderdak bij Gien Warringa aan de Wilhelminastraat en drie bij Jan Niemeijer aan de Julianastraat. Voor een paar maanden werd het bosleven ingeruild voor een kamertjesleven.

Vier maanden gingen voorbij. Vier maanden, van februari tot en met mei 1943, waarin het hol onbewoond was.

Ook in deze vier maanden op een kamertje werd de nodige veiligheid in acht genomen. Zo schreef Van Dien dat omstreeks etenstijd "de vijfjarige zoon des huizes altijd even naar buiten werd gelokt om het eten te kunnen aannemen". Het gezin Warringa bestond enkel uit dochters, maar het echtpaar Niemeijer had in 1938 een zoon Johannes gekregen en was in 1943 vijf jaar oud. Gedurende vier maanden zaten er dus drie onderduikers, waaronder Van Dien, op een kamertje bij het gezin van Jan Niemeijer aan de Julianastraat ondergedoken. In 1944 kreeg het gezin Niemeijer nog een uitbreiding met de komst van een dochter die de naam Annigien Jakoba kreeg.

In de periode aan de Julianastraat schreef Van Dien voor het eerst de naam van een zekere Geert: "Zijn er nog piepers in de schaal Geert?". Aaltjo Oldenburger wist in 2011 direct te vertellen dat deze naam synoniem was met Adolf From. Adolf had moeite met zijn eigen voornaam vanwege de overeenkomst met de voornaam van Hitler, die ook Adolf heette. Zo zijn twee van de drie duikers aan de Julianastraat bekend: Ab van Dien en Alfred From (alias Geert). De derde naam is onbekend.

  1. februari 1943: Adolf From (alias Geert), Julianastraat.
  2. februari 1943: Bernard From.
  3. februari 1943: Samuël From.
  4. februari 1943: Sara From-Kropveld.
  5. februari 1943: Rosa From.
  6. februari 1943: Grietje Kropveld.
  7. februari 1943: Sitta Meiboom-Speier.
  8. februari 1943: Bep Carla Meiboom.
  9. februari 1943: Alfred van Dien, Julianastraat.

Na vier maanden werd het hol - noodgedwongen - weer bewoond door vijf duikers. Gien Warringa had het drietal duikers aan de Julianastraat op de hoogte gebracht dat het door hen gebouwde hol weer werd bewoond. Er zaten volgens haar vijf mensen die destijds elk moment door de Grűne gepakt konden worden. Noot: dit betekent dat het vijf anderen waren of dat er iemand bij Warringa is weggegaan, want daar zaten zes. Zij moesten hoe dan ook een andere plek hebben. Twee van deze vijf mensen kenden het bos en durfden het wel weer aan, een mening die ook Bertus Zefat was toegedaan, omdat er in de achterliggende maanden niets bijzonders omtrent het hol was gebeurd. Van Dien omschreef het vijftal als "de twee vrienden van Ab die een paar weken voor hem al zijn gaan duiken" en "de ouders van Geert" (Alfred From). De vijfde persoon werd niet beschreven.


September 1943 Omhoog

Niet lang nadat vijf joodse duikers het hol weer gingen bewonen kwamen er nog twee duikers bij "en waren ze met z'n zevenen", aldus Van Dien in De Opgejaagden. Hij beschreef geen namen van deze twee, maar achteraf is te reconstrueren wie het tweetal is geweest: Sitta Speier met haar dochter Bep Carla Meiboom.

"Niet lang daarna" is de periode van juni tot en met september 1943, want uit de aangifte op 29 september 1943 van Pieter Drenth blijkt dat het hol op dat moment bewoond werd door "een zes- tot zevental personen, waaronder vrouwen en één kind". Het enige kind was Bep Carla Meiboom, die in september 1943 acht jaar oud was. Het ligt voor de hand dat ze vergezeld was van haar moeder.

Deze zeven duikers ontwikkelden plannen tot het uitbreiden van het complex: "als het goed gaat zal er weldra een aparte slaapkeet worden bijgebouwd. De fundamenten van een nieuwe grote woning al zijn gelegd. Wanneer die klaar is zal de ander enkel als slaapkeet worden gebruikt." De bewoners van de keet hadden ook verbeteringen aangebracht, zoals een brandstoffenschuur, een kelder en een wasgelegenheid. Alles van zand, takken en groen.

Eind september 1943 stond plotseling de buurtbewoner Ol Pieter bovenop de slaapkeet. Hij werd vergezeld door zijn vrouw en een (onbekend gebleven) man. Ol Pieter bleek er een half uur eerder ook te zijn geweest "en had stomverwonderd de zaak bekeken". Hij was vervolgens direct naar zijn vrouw gelopen en de toevallig passerende man vertelde hij direct wat hij gevonden had.

Van Dien over Ol Pieter en zijn vrouw: "Niet dat deze mensen ons zouden verraden, ik betwijfel zelfs of ze begrepen hebben, dat we verraden konden worden. Nee, ze zullen domweg aan ieder, die het horen wil, vertellen welk een ontdekking ze gedaan hebben. De gevolgen ervan zullen deze mensen nooit begrijpen." Nog diezelfde dag bleek dat Thijs Kuipers, de bakker in het dorp, al door één der drie op de hoogte was gesteld. Kuipers was echter te goeder trouw en seinde gelijk Bertus Zefat in.

Besloten werd om de volgende dag een nieuw hol te graven op 500 meter afstand van het oude hol, in een perceel bos dat Hendrik Westerink als boskenner bij uitstek had aangewezen. Na twee dagen werken gebeurde het bijna onvermijdelijke toch. Bertus: "Weg lui, weg! Enkel het hoognodige meenemen. De politie heeft de zaak in handen. Vanmorgen heeft Ol Pieter het aangegeven. Opschieten, naar het nieuwe uitgegraven gat en daar afwachten. Ze komen van de kant van Ol Pieter het bos in en de Olle moet zelf voorop."

Van Dien maakte duidelijk dat deze redding enkel en alleen te danken was aan de Valther agenten Bralts en Weerman. "Zonder Brals hadden we dit niet kunnen schrijven. Hij was het die via Berend (Noot: Berend Stuit uit Zwartemeer), het plaatselijke hoofd der illegaliteit, Bertus waarschuwde."

Na de oorlog vertelde de echtgenote van de wachtcommandant tijdens een reünie, dat het ontsnappen van de duikers onder andere mede mogelijk was geweest doordat de Valther agenten peper in de neus van de speurhonden hadden gedaan.


Oktober 1943 Omhoog

In oktober 1943 kwamen er nog twee nieuwe bewoners naar het hol. Hun komst naar het hol heeft alles te maken met het tijdstip en de manier waarop Aaltjo (Jo) Oldenburger bij de Zefat verzetsgroep betrokken raakte.

Van Dien beschreef dit in "De Opgejaagden" in slechts enkele woorden: "Edu en Con van de Berk zijn intussen met Jo in het complot opgenomen". Noot: met Edu en Con van de Berk werden door Van Dien de broers Ter Veer van de Molenkamp aangeduid, terwijl met Jo voor het eerst de naam Aaltjo Oldenburger werd genoemd.

Hoe Jo Oldenburger bij de Zefat verzetsgroep betrokken raakte:

In de zomer van 1942 richtten de Duitsers een aantal werkkampen in waar de joden moesten werken. Volgens G.Groenhuis, auteur van het boek "Emmen in bezettingstijd", kregen deze werkkampen al gauw het karakter van Duitse concentratiekampen. Aaltjo (Jo) Oldenburger kwam vanaf de jaren dertig door zijn werk veel in aanraking met joodse middenstanders in Emmen en had goede contacten met zijn voormalige werkgever, het echtpaar Maurits en Rosa Jakobs, die een manufacturenzaak aan de Noorderstraat hadden.

Halverwege juli 1942 kreeg Maurits Jakobs het bericht dat hij zich moest melden in het werkkamp te Vledder. De zondag voor het vertrek was Oldenburger nog op bezoek bij het kinderloze echtpaar geweest en had hij geprobeerd Maurits ervan te overtuigen dat beide moesten onderduiken. Jakobs voelde er niet veel voor. Hij was van mening dat de oorlog niet lang meer zou duren.

Oldenburger sprak met Maurits af dat hij de volgende dag met de 'jodentram' mee zou reizen naar Vledder om te zien waar hij terecht zou komen. Hij nam zijn fiets mee om na aankomst de omgeving te verkennen. Daarna fietste hij naar Emmen terug waar hij zijn bevindingen in illegale kring besprak.

Na overleg met Rosa besloot Oldenburger dat het beter was om een onderduikadres voor haar te zoeken. Rosa was ervan overtuigd dat veel van hun vrienden bereid zouden zijn hen onderdak te verlenen. Dat viel echter tegen. Jo bezocht enkele door haar opgegeven adressen in heel Drenthe, onder andere in Oosterhesselen, Dwingeloo en Veenhuizen. Velen verklaarden wel te willen, maar om bekende redenen niet te kunnen. Een enkeling die wel wilde, leek het vooral om het geld te doen te zijn en viel daarom naar Jo zijn mening af. Ondertussen fietste hij nog enkele malen naar het kamp in Vledder met tassen vol eten als aanvulling op de magere rantsoenen in het kamp.

Rosa had inmiddels de aanzegging gekregen dat ze haar huis moest verlaten. Ze vond tijdelijk onderdak bij Gottfried Meiboom die tegenover het postkantoor woonde. Kostbare spullen van de familie waren in een eerder stadium al ondergebracht bij buren en goede vrienden. Een probleem was om een plek te vinden voor het meubilair, waaronder twee grote crapauds. In eerste instantie konden de meubels ondergebracht worden bij een boer, maar deze vreesde represailles bij ontdekking. Uiteindelijke lukte het Jo alle meubels onder te brengen in de meubelstoffeerderei van Van Peer aan de Derksstraat.

Ondertussen verstreek de tijd en Oldenburger, die voor zijn werk veel in Amsterdam kwam, merkte dat de tijd voor de joden begon te dringen. In september 1943 besloot hij onderdak voor zijn joodse vrienden te zoeken in zijn geboortedorp Emmer Erfscheidenveen. Het echtpaar Meijer, woonachtig aan Kanaal B118 verklaarde zich bereid het echtpaar Jakobs tijdelijk onderdak te verschaffen. Daarvoor moest Maurits nog wel even ongezien uit het kamp verdwijnen. Jo Oldenburger nam contact op met één van de bewakers van het kamp in Vledder waarvan Jo wist dat deze te goeder trouw was en geen lid van de NSB. Deze man, Henk Willems, bleek zonder te weten waarom het precies ging bereid zijn steentje bij te dragen. De eerstvolgende avond dat Willems dienst had fietste Jo naar Vledder, kreeg een fiets van Willems te leen en haalde op een vooraf afgesproken plek Maurits Jakobs op uit het kamp. Samen fietsten ze, bekende obstakels ontwijkend en op 50 meter afstand van elkaar, naar Emmer-Erfscheidenveen. Jo had de dag ervoor Rosa al op de fiets naar het onderduikadres gebracht. Daar zag het echtpaar elkaar, na een scheiding van enkele weken, weer terug.

Maurits en Rosa konden niet tot het eind van de oorlog bij Meijer blijven en moesten na verloop van tijd een ander duikadres hebben. Zonder te weten dat ze naar het hol in het Valtherbos zouden gaan, bracht Jo Oldenburger ze naar de ingang van de Emmer Dennen, aan de kant van Weerdinge. Daar zouden Maurits en Rosa worden opgehaald door hem toen nog onbekende mensen. Het bleken echter Con ter Veer en Gien Warringa te zijn, twee mensen die hij wel kende, maar waarvan nooit vermoed dat ze ook in de illegaliteit werkten. Deze ontwikkeling was het begin van de betrokkenheid van Jo Oldenburger bij de Zefat verzetsgroep.

Omdat Pieter Drenth op 29 september 1943 aangifte had gedaan van zes tot zeven onderduikers in een boshol, is het duidelijk dat Maurits en Rosa Jakobs na september 1943 in het hol onderdoken.

Aan het kamertjesleven van de drie duikers aan de Julianastraat kwam abrupt een einde toen de Grűne Polizei een razzia in Emmen hield en zelfs op 50 meter van hun schuilplaats kwam om huiszoekingen te doen. Van Dien: "Jans vrouw (Noot: Margien IJdens, alias Mat) kan niet meer. Ze is ontzettend angstig en houdt het niet langer meer uit. We kunnen haar zenuwachtigheid volkomen begrijpen en zelf zijn we ook niet rustig. We besluiten vanavond uit te breken."

Na een lange tocht in de donkere nacht bereikte het drietal eindelijk het hol, waar toen tien duikers vertoefden.

Van Dien maakte toen kennis met twee, hem nog onbekende mensen, die Maurits en Rosa Jakobs bleken te zijn: "Daar komen twee pyjamaridders uit het stro die ik niet ken. Ze zijn nog niet lang hier, getuige het toilet wat ze eerst meenden te moeten maken. Even kennis maken. Ai, zijn uit kamp gevlucht met behulp van een goede kampfunctionaris, en onze onvolprezen Jo, die daarmee naast zijn vele andere bezigheden ook zijn intrede in de bosverzorging heeft gedaan."

Slechts acht dagen bleef Van Dien in de boskeet. Jan Niemeijer bracht de duikers op de hoogte van de gevolgen van de razzia. Het was kennelijk weer veilig want "na acht dagen aanvaarden we de weg terug". De keet zat volgens Van Dien te vol. Noot: Wie in dit geval met "we" werden bedoeld is niet bekend geworden.

Zo werd het eind augustus 1943. Van Dien verbleef weer tijdelijk in het hol. Een hardnekkige verkoudheid met veelvuldig hoesten maakte dat hij niet op een kamertje in Emmen kon blijven zonder gehoord te worden.


Verraad: Omhoog

Eind september 1943 stond plotseling de buurtbewoner Ol Pieter bovenop de slaapkeet. Hij werd vergezeld door zijn vrouw en een (onbekend gebleven) man. Ol Pieter bleek er een half uur eerder ook te zijn geweest "en had stomverwonderd de zaak bekeken". Hij was vervolgens direct naar zijn vrouw gelopen en de toevallig passerende man vertelde hij direct wat hij gevonden had.

Van Dien over Ol Pieter en zijn vrouw: "Niet dat deze mensen ons zouden verraden, ik betwijfel zelfs of ze begrepen hebben, dat we verraden konden worden. Nee, ze zullen domweg aan ieder, die het horen wil, vertellen welk een ontdekking ze gedaan hebben. De gevolgen ervan zullen deze mensen nooit begrijpen." Nog diezelfde dag bleek dat Thijs Kuipers, de bakker in het dorp, al door één der drie op de hoogte was gesteld. Kuipers was echter te goeder trouw en seinde gelijk Bertus Zefat in.

Besloten werd om de volgende dag een nieuw hol te graven op 500 meter afstand van het oude hol, in een perceel bos dat Hendrik Westerink als boskenner bij uitstek had aangewezen. Na twee dagen werken gebeurde het bijna onvermijdelijke toch. Bertus: "Weg lui, weg! Enkel het hoognodige meenemen. De politie heeft de zaak in handen. Vanmorgen heeft Ol Pieter het aangegeven. Opschieten, naar het nieuwe uitgegraven gat en daar afwachten. Ze komen van de kant van Ol Pieter het bos in en de Olle moet zelf voorop."

Van Dien maakte duidelijk dat deze redding enkel en alleen te danken was aan de Valther agenten Bralts en Weerman. "Zonder Brals hadden we dit niet kunnen schrijven. Hij was het die via Berend (Noot: Berend Stuit uit Zwartemeer), het plaatselijke hoofd der illegaliteit, Bertus waarschuwde."

Na de oorlog vertelde de echtgenote van de wachtcommandant tijdens een reünie, dat het ontsnappen van de duikers onder andere mede mogelijk was geweest doordat de Valther agenten peper in de neus van de speurhonden hadden gedaan.

Veel meer over Ol Pieter is te lezen in de nieuwste uitgave van De Opgejaagden. Bestel hier.


Het tweede hol: Omhoog

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

Twee foto's van het tweede hol. De foto onder is een uitvergroting van de foto boven.

Op het bordje midden links is te lezen: "Zefats werk".

De drie foto's zijn genomen door de houtvester van Staatsbosbeheer ir. J.L.W.Blokhuis.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Op de foto, genomen in het tweede hol, staan de kinderen van houtvester Blokhuis afgebeeld.

De duikers zochten veiligheid bij het nieuwe hol en stonden die dag stijf van angst maar werden, wederom wonder boven wonder, niet gevonden. Omdat het bos de eerstvolgende dagen geen optimale veiligheid zou waarborgen trokken ze richting Emmen waar ze werden ondergebracht.
  • bij de familie Warringa aan de Wilhelminastraat kwamen zeven duikers.
  • bij Jan Niemeijer aan de Julianastraat kwamen vier duikers.
  • "elders" kwamen drie duikers. Het boek "Van de stobbe en de bossen" p.46 vermeldt dat dit de ouders van Con ter Veer aan de Molenkamp waren. Aaltjo Oldeburger vertelde in 2011 dat de ouders Ter Veer wel van de activiteiten van de twee zonen afwisten, maar niets van het hol.
  • "weer anderen" kwamen onder de hoede van Egbert Bos en Jan Hendriks in Emmer-Compascuum.

Het eerste hol werd een bezienswaardigheid, honderden mensen wilden het hol met eigen ogen aanschouwen. Na een viertal weken ontstond het brutale plan om in één nacht alles van waarde over te brengen naar het nieuwe hol. Het huzarenstukje, dat in september 1943 werd uitgevoerd door Albert Zefat, Hendrik en Andries Westerink, Klaas van der Veen, Edu en Con ter Veer en Ab van Dien, lukte wonderwel en wederom gonsde het de volgende dag van de geruchten. "Gusteraovend um vier uur hef er nog iene west en toen stun alles d’r nog en vanmorgen is ’t hiel zakien leeg. Gien plank hebt ze d’r laoten, alles is d’r uut."

Op 1 november 1943 begonnen Leo Kropveld, Jacob Kropveld en Ab van Dien met de bouw van het nieuwe hol. Van Dien beschreef de plaats van dit hol als volgt: "De weg die ze gaan loopt van het huis van Bertus over de straatweg naar de grote bosweg met aan één zijde een rijwielpad" en vervolgens "Links gaat de weg naar het bosvak, waar de keet zal worden gebouwd."

Een perceel van 14x8 meter werd van alle bomen en struiken ontdaan. Door het graven ontstond een vlak met bergen wit zand dat gecamoufleerd werd met bomen, struiken, gebladerte en groen uit de omgeving. Na luttele dagen werken was hun nieuwe woning voltooid en begonnen ze met het graven van een waterput. Op 6,5 meter diepte bereikten ze de wel. Na enkele weken ontstond er weer een 'aardig huisje'. Langs de wanden werd karton aangebracht en werden sinaasappelkistjes, die dienden als opbergkastjes, in de muren gegraven. Rechts van de kachel was een brede, in de harde leemgrond uitgehouwen bank, waar de pannen en potten stonden. Evenals in het vorige hol waren ook hier het woon- en slaapvertrek van elkaar gescheiden.

Het tweede hol werd de eerste maanden bewoond door de drie bouwers van het hol: Ab, Leo en Jacob. Van Dien noemde dit "de meest zorgeloze periode van het duiken." Toch kwamen er twee mensen bij, een broer en zus. Deze laatste (noot: Roza From) was geheel ingestort door het lange onderduiken op een kamertje. Na enige dagen werd besloten om ook de ouders van de kinderen over te laten komen. Zo zaten er na twee maanden al weer zeven mensen in het hol nieuwe hol. De zieke herstelde goed in het bos. Van Dien noemt geen naam maar schreef over de zieke: "ze was zoals we haar voor de inéénstorting hadden gekend."

Op het laatste moment, Zefat was toen al doodgeschoten, kwam er nog een ouder echtpaar in het hol. Van Dien: "maar toen zaten we ook echt vol." Dit waren Mozes Gudema en Dina de Levie.

In mei 1944 braken voor de duikers spannende dagen aan. Eerst was een ploeg houthakkers in hun vak aan het werk die zelfs verraderlijk dichtbij kwam. Vervolgens kwam de schooljeugd van Valthe naar het vak om vogelnestjes te zoeken. Dat was nog gevaarlijker, een oudere zou na ontdekking nog kunnen zwijgen, maar kinderen? Wederom kropen ze door het oog van de naald. Van Dien: "Je hebt geluk of je hebt het niet".

Langzamerhand kwam Bertus in de problemen. Vanaf 1942 was getracht te ontdekken wie in Valthe toch zoveel stroom aan het rantsoen onttrokken had. Maar Bertus ging onverstoorbaar door want de broedmachines hadden volgens hem nu eenmaal stroom nodig.

Een ander probleem was dat er steeds meer mensen begrepen dat Zefat iets met het hol te maken moest hebben. "Maar Zefat bleef thuis, rustig werkend, een voorbeeld voor allen. Hij zei op een avond: ‘zwijgen als je gepakt wordt’. Zwijgen dat was wat voor hem primair was."

De enige keer dat hij ongerust was, was op een avond in mei 1944 toen hij op weg was naar de duikers en daarbij mogelijk herkend werd door een in uniform gestoken inwoner van Valthe.

De enige keer dat hij toch werd opgepakt was voor het draaien van koolzaad. Enkele mensen met invloed kregen Bertus echter weer vrij.


Albertus Zefat: Omhoog

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos Albert Zefat
Albertus Zefat (1901-1944)

Albertus Zefat werd geboren te Weerdingermarke, op 8 oktober 1901. Hij was een zoon van Dirk Zefat en Anna Hoijting. Op 6 april 1927 huwde hij met Aaltje Heres, geboren te Valthermond. Zij was een dochter van Jan Heres en Geertje Stik.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos Albert Zefat
Albertus Zefat met zoon Miel Jan.

Foto Historisch Emmen graf Albert Zefat

Foto Historisch Emmen woning Albert Zefat
De woning van Bertus Zefat.

Foto Historisch Emmen Albert Zefatweg
De straatnaam Alb. Zefatweg is vastgesteld door het college van B&W op 8 april 1965.
In 1981 is besloten tot het plaatsen van een "onderschrift".

In juni 1944 zocht Jan Hendriks uit Emmer-Compascuum een duikadres voor zijn neef Appie (Noot: Albert Hendriks). Deze had met de Duitsers tegen de Russen gevochten maar deserteerde min of meer uit het Duitse leger, omdat hij waarschijnlijk inzag dat de Duitsers niet overal meer heer en meester waren en de oorlog mogelijk zouden verliezen.

Hoewel goed bedoeld, is het in contact brengen van Appie Hendriks met Albert Zefat waarschijnlijk de enige inschattingsfout geweest die Jan Hendriks heeft gemaakt. Het zou hem zelf en Albert Zefat het leven gaan kosten. Zefat trad nog wel in overleg met de duikers maar die waren unaniem tegen. Van Dien: "Het is hier op z’n plaats om vast te stellen dat wij en onze contactmensen gespaard zijn door het feit dat noch Jan, noch Bertus, meer heeft gezegd dan strikt noodzakelijk was."

Appie Hendriks werd later gegrepen en in het Scholtenshuis te Groningen verhoord. Van Dien daarover: "Appie vertelde, kletste, fantaseerde, zei wellicht meer dan van hem gevraagd, dat hij bij Zefat in Valthe kon duiken en stumperde daar een verhaal van piloten, zenders en duikers aan vast...." Veel meer over Appie Hendriks is te lezen in de nieuwste uitgave van De Opgejaagden. Bestel hier.

Op 27 juli 1944 om 5 uur in de ochtend sloeg het noodlot toe. Een overvalwagen met voorin "de verwekker van dit alles" en achterin zijn opgepakte oom Jan Hendriks. Bertus Zefat en Jan Hendriks werden onder de ogen van de Duitsers met elkaar geconfronteerd. Alleen een bekentenis kon hen mogelijk nog redden, maar Bertus en Jan zwegen. Een schot velde Bertus. Men vond hem languit gestrekt tegen de bosrand achter zijn huis met "op zijn gezicht een ongekende vrede." Veel meer over de dood van Bertus Zefat is te lezen in de nieuwste uitgave van De Opgejaagden. Bestel hier.

Na de dood van Bertus Zefat ging Aaltje Heres, de vrouw van Bertus Zefat, met ongeëvenaarde kracht door, opdat het werk van haar man toch vervuld zou worden. Ze stond er niet alleen voor; Jo Oldenburger kwam bij haar in huis en deed meer dan ooit zijn best om de taak te voltooien.

De inzet van Bertus en Jan en al die anderen was niet voor niets geweest. Op 10 april 1945 bereikten Gien Warringa en Con ter Veer buiten adem het 2e hol: "De maat van geluk te beschrijven van de mensen in het bos is niet mogelijk. Vrijheid!!! De lang gekoesterde hoop was werkelijkheid geworden."

Om een beeld te kunnen vormen van de persoon Bertus Zefat volgen een aantal citaten uit het boek "De Opgejaagden".

"Zefat, die met Jan uit Emmen een goed draaiende organisatie opbouwde, die kans zag aan ongeveer 20 mensen gedurende 2,5 jaar onderdak te verschaffen en daarmee hun leven wist veilig te stellen."

"Hij verafschuwde iedere vorm van geweld en zijn eerlijk, rondborstig karakter kwam in opstand telkens, als hij zag dat een weerloos mens getreiterd en gekweld werd. Hij was een idealist, soms misschien een utopist."

"Zefat is een eerste klas technicus. Motoren op alle gebied. Broedmachines onder de grond en verder alles wat tot sabotage kan dienen maakt hij zelf. Hij verbruikt een enorm stuk stroom en meermalen wordt de meter gecontroleerd, maar het zit zo ingenieus in elkaar, dat zelfs de meest deskundige hier niets van clandestien gebruik kan bespeuren."

"Wat ben jij een prachtvent. Je hebt een graad van moraal in je lijf, waar menig mens, die denkt boven je te staan, niet aan tippen kan."

"Zo was Bertus, een doodgewone kerel uit het volk, begrijpend de noden van anderen."

"Voor hen reed Bertus, een naam, wiens klank herinneringen opwekt aan de grootst denkbare moed en offervaardigheid."

Albertus Zefat werd begraven op de begraafplaats aan de Schaapsstreek in Odoorn. Ook zijn vrouw, Aaltjes Heres en zijn twee dochters, Annie en Greta, werden in het familiegraf begraven. Op het graf prijken niet alleen de namen de overledenen. De duikers beschreven hun bijna niet te beschrijven dank in een gedicht dat bij het graf werd geplaatst:

Aan Bertus
Op zijn sterfdag 27 juli.

Wij zijn door de nacht der ellende gegaan
gesterkt door jouw kracht en jouw liefde.
En, hebben wij vaak aan de afgrond gestaan,
jij waakte voor 't heil der gegriefde.

Wij zijn door de nacht der ellende gegaan
om 't leven, door jou te herwinnen.
O God, laat hem nu onze dankroep verstaan
wij zullen in zijn geest beginnen.

Nu strijkt de wind over 't veld,
streelt het graf van een held,
getuigend van 't eeuwige weten.

En wij, kon 't niet aan zijn baar
dan toch hier. Ieder jaar,
Wij zweren: hem nooit te vergeten.

Je duikers.

Veel meer over Bertus Zefat is te lezen in de nieuwste uitgave van De Opgejaagden. Bestel hier.


Jan Hendriks: Omhoog

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos Jan Hendriks
Jan Hendriks (1905-1944).

Jan Hendriks werd op 13 november 1905 geboren. Hij was een zoon van de vervener Albert Hendriks en Johanna Smit. Op 7 mei 1932 huwde hij met Abeltje Aardema, geboren te Appelscha. Zij was een dochter van Wietze Aardema en Aaltje Bloemsma. Jan Hendriks woonde tijdens WOII aan het Hoofdkanaal w.z. 28.

Jan Hendriks ligt begraven op de Ostfriedhof te Husum, provincie Schleswig-Holstein in Duitsland.
Vak S.O. nummer 63. Gedenkboek 34.

Net als Bertus Zefat was Jan Hendriks van onschatbare waarde voor de duikers en gaf hij zijn leven om de duikers te redden.

Hoewel goed bedoeld, is het in contact brengen van Appie (Albert) Hendriks met Albert Zefat waarschijnlijk de enige inschattingsfout geweest die Jan Hendriks heeft gemaakt. Het heeft hem zelf en Albert Zefat het leven gekost. Zefat trad in overleg met de duikers maar die waren unaniem tegen het onderbrengen van Appie Hendriks in hun hol vanwege zijn inzet voor de Duitse bezetter. Het is een geluk geweest dat de duikers zelf en de andere hulpverleners niet zijn gepakt. Van Dien: "Het is hier op z’n plaats om vast te stellen dat wij en onze contactmensen gespaard zijn door het feit dat noch Jan, noch Bertus, meer heeft gezegd dan strikt noodzakelijk was."

Appie Hendriks werd later gegrepen en in het Scholtenshuis te Groningen verhoord. Van Dien daarover: "Appie vertelde, kletste, fantaseerde, zei wellicht meer dan van hem gevraagd, dat hij bij Zefat in Valthe kon duiken en stumperde daar een verhaal van piloten, zenders en duikers aan vast…….."

Op 27 juli 1944 om 5 uur in de ochtend sloeg het noodlot toe. Een overvalwagen met voorin "de verwekker van dit alles" en achterin zijn opgepakte oom Jan Hendriks. Bertus Zefat en Jan Hendriks werden onder de ogen van de Duitsers met elkaar geconfronteerd. Alleen bekennen kon hen nog redden, maar Bertus en Jan zwegen. Een schot velde Bertus. Men vond hem languit gestrekt tegen de bosrand achter zijn huis met "op zijn gezicht een ongekende vrede."

De overvalwagen met de opgepakte Jan Hendriks reed naar Groningen en niemand weet wat hij daar heeft moeten doorstaan. Met zekerheid is vast komen te staan dat hij naar Amersfoort is vervoerd en vandaar naar Husum Schwesing, een buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme, in Duitsland. Daar overleed hij op 18 november 1944. Zijn persoonsnummer was 48859.

Wat er allemaal heeft plaatsgevonden na de arrestatie van Jan Hendriks is niet bekend. Van Dien: "Wij weten niets. Alleen datgene wat hem gelijk stelt met Bertus: hij zweeg. "Wij weten dat omdat we nog leven."

Veel meer over Jan Hendriks is te lezen in de nieuwste uitgave van De Opgejaagden. Bestel hier.


De Zefat groep: Omhoog

Foto Historisch Emmen Molenkamp 9
Foto © J.Withaar.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos Gien Warringa
Gien Warringa.

  • Jan uit Compas (Jan Hendriks).
  • Jan uit Emmen (Jan Niemeijer).
    • Jan Niemeijer (*1913) werd geboren te Peize.
    • Hij huwde met Margien (Mat) IJdens (*1915) uit Zweeloo.
    • Tijdens WOII woonde het echtpaar Niemeijer aan de Julianastraat (Sleutelstraat) 58.
    • Uit het huwelijk kwamen twee kinderen voort.
    • Jan Niemeijer had meerdere beroepen, zo was hij melkventer, handelaar en chauffeur.
    • Van 1946-1948 was hij particuliere chauffeur van wethouder R.Zegering Hadders.
    • Tot 1975 dreef hij een zaak aan de Kolhoopstraat.
    • De Delicatessen en broodboetiek van de fa. Niemeijer werd van 1975 tot 1983 aan de Noorderstraat voortgezet waarna de zaak werd opgeheven.
    •  
    • Van Dien over Jan uit Emmen: "Een kerel van wie je zegt: die is voor de duvel niet bang. Een reuze steun is hij geweest voor alle Zefat duikers. Sinds de intrek in de 2e keet ontstond er een verwijdering tussen Bertus en Jan die tot een onoverbrugbare kloof was uitgegroeid. Hun beider opvattingen bleken zo verschillend te zijn dat hun samengaan onmogelijk werd."
    •  
    • Van de stobbe en de bossen: "Jan was in dienst van de Coöperatie en bediend zijn klanten met paard en wagen. Een fascinerend man, die Jan Niemeijer, een combinatie van lef en de grootst mogelijke voorzichtigheid, en die niets liever wil dan mensen die klem zitten naar veiliger oord te draven."
  • Mat (Margien IJdens).
    • Margien IJdens (*1915 te Zweeloo), was de vrouw van Jan Niemeijer.
  • Hendrik Westerink.
    • Van Dien over Hendrik Westerink: "één van de mannetjesputters der verzorgingsploeg en een vakman op het gebied van stropen. Menig wildboutje hebben we door zijn toedoen in de pan gehad."
  • Andries Westerink.
  • Klaas van der Veen.
  • Berkenaren - de Berk.
    • Met "berkenaren" en "de berk" bedoelde Van Dien de broers Edu en Con ter Veer.
    • Zij woonden bij hun ouders aan de Molenkamp nummer 9.
    • Voor dit huis hebben ooit twee berken gestaan.
    • Het huis droeg en draagt anno 2011 nog steeds de naam "De Berk". (zie foto links)
    • Het echtpaar Ter Veer was enigszins op de hoogte van de activiteiten van hun zonen, maar wisten niets van het onderduikershol in het Valtherbos.
  • Edu - Edie (Edu ter Veer).
    • Edu ter Veer heette voluit Eduard Cornelis Hendrik ter Veer (*1914 te Emmen).
    • Hij woonde aan de Molenkamp 9.
    • In mei 1945 vertrok hij naar Borculo.
    • Hij was onderwijzer van beroep.
  • Con - Coen (Con ter Veer).
    • Con ter Veer heette voluit Constantijn Everhardus ter Veer (*1918 te Emmen).
    • Hij woonde aan de Molenkamp 9.
    • In augustus 1945 vertrok hij naar Assen.
    • Hij was notaris van beroep en hield kantoor te 's Gravenhage.
    • Dit notariaat werd later o.a. voortgezet als notariskantoor Ellens en Lentze.
  • Gien (Annechiena Warringa, *1921).
    • Van Dien: "Bertus heeft blijkbaar gezien hoe ik Gien heb nageoogd, want hij zegt: Jij zou haar zeker graag gesproken hebben, waarop Van Dien antwoordde Nou daar had ik een lief ding voor over gehad."

      In de Emmer Courant van dinsdag 8 juni 1982 wordt vermeld dat Van Dien na de oorlog met Gien Warringa in het huwelijk was getreden.
    • Van Dien: "De hele familie werkt mee".
  • Zuster van Gien (vermoedelijk tweelingzus Roelina (Lien).
  • Giens moeder (Annie Struik, *1893 te Borger).
  • Giens vader (Warrink Warringa, *1888 te Odoorn).
  • Ebbert (Egbert Bos uit Emmer-Compascuum).
  • Jo (Aaltjo Oldenburger).
    • Van Dien: "Onze onvolprezen Jo was meer en meer een belangrijke schakel in ons verband geworden. Een type dat volkomen in de lijn van Bertus ligt. Rustig en zeker in zijn handelingen, niet bang en zwijgzaam als’t spreekwoordelijke graf."
    • Jo Oldenburger herinnerde zich in 2011 nog goed hoe hij op zeker moment foto's regelde voor de valse identiteitskaarten (Ausweis). Hij vervoegde zich bij de fotograaf Ab Meilink die tegen afgifte van een boterbonnetje wel bereid was een fototoestel uit te lenen. Bij Zefat in huis werd een laken gespannen en werden de mannen op de foto gezet. Oldenburger toog met het rolletje naar Meilink die onder toeziend oog van de kersverse fotograaf de negatieven ontwikkelde. De ogen van Meilink puilden zowat uit hun kassen toen hij op de foto's de portretten van de hem zeer bekende personen ontwaarde. Hij begreep natuurlijk direct welke rol Oldenburger speelde maar dat geheim bleef bij hem goed bewaard.
  • Zuster van Bertus (Jantje Smit-Zefat).
    • Van Dien: "Bertus zal haar het nodige vertellen en dan moet ze maar zwijgen." Later heeft deze zuster bewezen van het goede gehalte te zijn. Noch Bertus, noch wij hebben ooit spijt gehad dat zij in de zaak werd betrokken."
  • Kennis uit Dieren.
    • Van Dien: "We hebben gisteren bezoek gehad van een kennis uit Dieren, een jonge kerel nog, vriend van één der jongens hier, die in de Achterhoek één van de kopmensen van de illegaliteit is."
    • Deze kennis uit Dieren was Tieme Beuving. Beuving was afkomstig uit Dieren en aldaar werkzaam in de stoffenwinkel van de latere onderduiker Louis (Loek) Bachrach.
  • Familie Brijan (wordt in "De Opgejaagden" niet bij naam genoemd).
    • "Van de stobbe en de bossen" pagina 21, 22.
    •  
    • Willem August Albert Brijan (*1888) en zijn vrouw Trientje Smit (*1890) woonden met hun kinderen, waaronder zoon Nol [Arnoldus], aan de Limietweg 111, op de grens met Duitsland. Ze keken, zo ver het oog reikte, uit op een immens groot afgegraven veengebied dat een oase van rust vormde.

  • Grades Fühler (wordt in "De Opgejaagden" niet bij naam genoemd).
    • "Van de stobbe en de bossen" pagina 21, 25.
  • Hillechinus de Lange (wordt in "De Opgejaagden" niet bij naam genoemd).
  • Klaas Meijer en familie (worden in "De Opgejaagden" niet bij naam genoemd).
    • "Van de stobbe en de bossen" pagina 48.
    • Klaas Meijer was een vriend en vertrouweling van Jo Oldenburger.
    • Hielp als timmerman mee het tweede hol te veranderen tot een permanente verblijfplaats.
  • Familie Ronda (wordt in "De Opgejaagden" niet bij naam genoemd).

De namen der duikers: Omhoog

  • Alfred van Dien (bewoner stobbe, kippenhok, 1e hol, 2e hol).
    • Auteur van het boek "De Opgejaagden".
    • Woonde aan De Grint 76.
    • Zijn onderduikersnaam was Ab, een naam die hij sindsdien aanhield.
    • Ab van Dien (1919-2005) was een zoon van Meijer Nathan van Dien (*1887 te Aarlanderveen)en Saartje Kropveld (*1885 te Emmen). Zijn moeder overleed in 1941 te Emmen aan een ernstige ziekte, zijn vader werd tijdens een razzia in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 door de Duitsers weggevoerd en overleed op 8 oktober 1942 te Auschwitz (Polen).

  • Sitta Meiboom-Speier (bewoner kippenhok en 1e hol).
    • Wordt in "De Opgejaagden" niet bij naam genoemd.
    • Op pagina 11 wordt echter de vlucht beschreven van zes mensen.
    • Op pagina 12 wordt duidelijk dat zich onder hen een moeder met kind bevonden.
    • Dit waren Sitta Meiboom-Speier en haar dochter Bep Carla Meiboom.
    • Zij kwam in 1934 vanuit Norden naar Emmen.
    • Sitta Speier (*1907 te Jesberg) huwde met Meijer David Meiboom (*1909).
    • Hij overleed op 1 januari 1943 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
    • Zij woonden aan de Sleutelstraat 31.

  • Bob - Bobbeltje (bewoner kippenhok, 1e hol en 2e hol).
    • Wordt in "De Opgejaagden" niet bij haar echte naam genoemd.
    • Zij wordt in "De Opgejaagden" zowel Bob als Bobbeltje genoemd.
    • Haar echte naam is Bep Carla Meiboom (*1935 te Groningen)
    • Zij was een dochter van Meijer David Meiboom en Sitta Speier (zie hiervoor).

  • Adolf (bewoner kippenhok en 1e hol).
    • Adolf From was een zoon van Samuël From en Sara Kropveld (zie verder).
    • Wordt ook vermeld als Geert.

  • Ben (bewoner kippenhok en 1e hol)
    • Ben was de roepnaam van Bernard From.
    • Bernard From was een zoon van Samuël From en Sara Kropveld (zie verder).

  • De hele familie (bewoners kippenhok en 1e hol).
    • "Op deze avond doken zes mensen, waaronder een vrouw en kind".
    • Derhalve dus 4 mensen en 2 mensen.
    • De 4: vader, moeder en dochter From en tante Griet.
    • De 2: Sitta Meiboom-Speier en haar dochter Bep Carla Meiboom.
    • "Stomverbaasd zien de twee broers dan hun hele familie voor zich staan." Noot: de twee broers zijn dus Adolf en Bernard From.

    • Vader:
    • De vader was Samuël From (*1883) geboren te Vlagtwedde.
    • Hij huwde op 26 mei 1911 te Vlagtwedde met Sara Kropveld.
    • Samuël was manufacturier van beroep.
    • Hij was in oktober 1942 (de maand waarin hij onder dook) 59 jaar oud.
    • Hij werd door Van Dien beschreven als "onze oudste man, een zestiger".

    • Moeder:
    • De moeder was Sara Kropveld (1882-1949) geboren te Vlagtwedde.
    • Zij huwde op 26 mei 1911 te Vlagtwedde met Samuël From.
    • Zij was in oktober 1942 (de maand waarin zij onder dook) 60 jaar oud.

    • Dochter:
    • De dochter was Roza From (*1912) geboren te Dörpen.
    • Vader, moeder en de ongehuwde dochter Sara woonden aan de Sleutelstraat 57.

    • Tante Griet:
    • Tante Griet was Grietje Kropveld (*1878) geboren te Vlagtwedde.
    • Grietje Kropveld was een dochter van Abraham Kropveld en Jette Ballin.
    • Zij huwde in 1899 met Hartog Mozes de Jonge (1873-1937) uit Vlagtwedde.
    • "Maar dat ook oudere mensen, zoals hier, boven de zestig, etc etc."
    • Tante Griet was in oktober 1942 (de maand waarin zij onder dook) 69 jaar oud.
    • Zij woonde aan de Dordschedwarsstraat 2 en was een zuster van Sara From-Kropveld.

  • Leo (bewoner 2e hol).
    • Leo was Leo Kropveld.
    • Leo Kropveld (*1921) was een zoon van Isaäk Kropveld (1892-1945) en Barbara Spier (*1896). Isaäk Kropveld had met Van Dien in de stobbe ondergedoken gezeten.
    • Leo Kropveld woonde aan de Westerstraat 16.

  • Job (bewoner 2e hol).
    • Job was de roepnaam van Jacob Kropveld.
    • Jacob Kropveld (*1920) was een zoon van Isaäk Kropveld (1892-1945) en Barbara Spier (*1896). Isaäk Kropveld had met Van Dien in de stobbe ondergedoken gezeten.
    • Jacob Kropveld woonde aan de Westerstraat 16.

  • De slager uit ons gezelschap.
    • Wie was deze slager? Ab van Dien zelf?

  • Loek (bewoner 1e hol).
    • Loek was de roepnaam van Louis Bachrach (1924-2022).
    • Van Dien: "Hij was de jongste en onbekend in Emmen."
    • Hij huwde met Geertruida Margaretha (Gerda) Machielse (1927-1998).
    • Uit het huwelijk kwamen drie kinderen voort.
    • Louis (Loek) Bachrach dreef voordien een stoffenwinkel in Dieren.
    • In september 1953 emigreerde het echtpaar naar Sde Nehemia in Israël.

  • Maurits en Ro(sa) Jakobs (bewoners 2e hol).
    • Worden in "De Opgejaagden" niet bij naam genoemd.
    • Maurits Jakobs (1898-1982), Rosa van Dam (1902-1994).
    • Zij woonden aan de Noorderstraat 1 en hadden daar een winkel.
    • Zij waren in september 1943 (de bouw van het 2e hol) 45 en 41 jaar oud.

  • Een ouder echtpaar (bewoners 2e hol).
    • Worden in "De Opgejaagden" niet bij naam genoemd, doch als "ouder echtpaar".
    • Worden op het informatiepaneel bij het gerestaureerde hol "Moos en Saar Gudema" genoemd.
    • Zij waren de laatste "nieuwkomers" in het hol.
    • Met "een ouder echtpaar" bedoelde Van Dien Mozes Gudema en Dina de Levie.
    • Mozes Gudema (1876-1949) werd geboren in Oude Pekela en overleed in Ter Apel.
    • Hij huwde in 1911 te Nieuwe Pekela met Dina de Levie.
    • Dina de Levie (1878-1953) werd geboren in Bellingwolde en overleed in Ter Apel.
    • Uit dit huwelijk kwamen vier kinderen voort: Herman (*1913), Markus (*1916), Jette Hendeltje (Jetti *1918), Jantje Gudema (Jenni *1920).
    • Het echtpaar Gudema woonde aan de Viaductstraat 72 te Ter Apel.
    • Op 9 december 1942 waren zij vertrokken met onbekende bestemming (VOW).
    • Via de familie Laferte en A.J.van der Duin kwamen ze door bemiddeling van Egbert Bos in het Valtherbos terecht. Een zekere Heerkes bracht hen tot de slagerij van Dijkstra, alwaar ze per fiets werden afgehaald door Con ter Veer, Gien Warringa en Jo Oldenburger. Con kreeg vrouw Gudema achterop, Gien verzorgde de bagage, terwijl Jo de behoorlijk gezette Mozes Gudema zou vervoeren. Door het gewicht van Gudema sloeg de fiets al in de eerste meter achterover. Na een paar kilometer fietsen ontstond een ander probleem, een lekke band. "Boer" Moorlag, aan wie gevraagd werd zijn fiets ter beschikking te stellen, was hiertoe bereid, zonder nadere vragen en zonder dat hij de gestrande mensen kende.
    • Zoveel mogelijk de bewoonde wereld mijdend kwamen ze uiteindelijk in het bos aan. Het hol lag diep verborgen in een dichte bebossing en het was gebruikelijk dat degene die voorop ging de takken voorzichtig wegboog en zonder geritsel en knappen der takken en twijgen overdeed aan de achterop komende. De oude Gudema had kennelijk motorieke problemen met deze gang. Hij kreeg enkele takken in zijn gezicht en kwam bebloed bij het hol aan.

Direct betrokkenen: Omhoog

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos Pieter Drenth
Ol Pieter Drenth en zijn vrouw Johanna Budde.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Het huisje van Pieter Drenth dat volgens Van Dien
80 meter van "de keet" stond. (p.65)

  • Appie Hendriks.
    • Appie Hendriks was de roepnaam van Albert Hendriks. Of hij verraad pleegde of onder druk is doorgeslagen wordt aan de hand van historisch onderzoek vermeld in de zesde druk van "De Opgejaagden". Ook waar om het gegaan is zoals het gegaan is wordt uitgebreid in deze druk beschreven. Bestel boek.
  • Ol Pieter (Pieter Drenth)
    • Ol Pieter zijn echte naam was Pieter Drenth (*1867 te Kloosterveen (Assen).
    • Hij was een zoon van Jan Drenth en Aaltje Doek.
    • Pieter huwde in 1892 met Johanna Budde (*1872 te Vastenow (Emmen).
    • Zij was een dochter van Geert Budde en Grietje Kuipers.
    • Ol Pieter woonde met zijn vrouw in een klein huisje aan het wielpad dat van Emmen naar Valthe loopt op plus minus 80 meter van de keet. Sprokkelde dagelijks hout. Was doof.
  • Thijs (Thijs Kuipers, de bakker).
    • Van Dien: "Hij weet niet in welk vak we zijn, maar wel van ons bestaan. Een kerel die niets vraagt, maar zijn plicht doet. Hij is terstond nadat hij het verhaal van één van de drie van het groepje Ol Pieter hoorde naar Bertus gegaan."
    • Als kind liep Luuk Kuipers regelmatig in de bakkerij rond. Kleine potjes hebben grote oren en Luuk werd nieuwsgierig. Het viel hem op dat op de momenten dat Zefat in de bakkerij aanwezig was, de werkbank steevast in het midden stond en dat er koolzaad werd gedraaid. Toen hij op zeker moment ook nog beschuldigd werd van het verbreken van het "loodje" wist hij zeker dat er "iets geheimzinnigs" plaatsvond. Om de nieuwsgierigheid in te tomen werd hij (in meer of mindere mate) geïnformeerd en kon het gebeuren dat de kleine Luuk vele broden naar Zefat bracht.
  • Brals (Jacob Bralts 1914-1970, agent van politie in Valthe).
    • Van Dien: "Zonder Brals hadden we dit niet kunnen schrijven. Hij was het, die via Berend, het plaatselijke hoofd van de illegaliteit, Bertus waarschuwde en met elke wending in de zaak op de hoogte bracht, vanaf het moment dat Ol Pieter de ontdekking bij zijn collega aangaf. Hij was het tevens, die op het kritieke moment aanwezig was." Noot: Van Dien schrijft Brals.
  • Weerman (Wijnandus Weerman (1897-1979) agent van politie in Valthe).
    • Van Dien: "Weerman en z’n collega, van Bertus zijn werk op de hoogte, kregen opdracht het gezin Zefat te zeggen, dat Bertus bij een poging tot ontvluchten was neergeschoten……."
  • Berend (Berend Stuit te Zwartemeer, leider van het L.O. district Emmen).
  • Arts (S.van Heerde, kwam als arts hulp verlenen bij duikers in het 2e hol).
  • De dokter (S.van Heerde woonde aan de Angelsloërdijk tussen het ziekenhuis en het natuurzwembad. Zijn vrouw riep de hulp in van "een motorrijdende arts" waarmee dokter J.R.Hospers werd bedoeld).

Steenzetting: Omhoog

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Wie staan er op deze foto?

Op 11 april 1984 werd ter plaatse van "het" voormalige onderduikershol een gedenksteen geplaatst door Welzijnswerk Valthe, de buurtvereniging Klijndijk, voormalige onderduikers en mensen uit het verzet. 

De tekst op de gedenksteen luidt:

ONDERDUIKERSHOL

Van december 1942
tot de zonovergoten bevrijding
op 11 april 1945
vonden opgejaagden hier in het
Valtherbos bescherming door
hulp van enkelen der sterksten
uit dit Drentse land

Op 4 mei 1986 adopteerde de schooljeugd van Valthe de gedenksteen.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos

Foto van de reünie ter gelegenheid van de steenzetting in 1984 bij "het" jodenhol in het Valtherbos.

Boven: v.l.n.r. Ab van Dien, Aly Beuving, Edu ter Veer, Jantje Smit Zefat, Aaltje Heres, Jo Oldenburger en geheel rechts Hendrik Westerink.

Onder: v.l.n.r. Tieme Beuving, Louis Bachrach, Con ter Veer, Ro(sa) Jakobs, Sitta Speijer.


Het huidige hol: Omhoog

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Foto © J.Withaar.

Van "het" voormalige onderduikershol was na jaren van verpaupering weinig meer te zien dan een ondiepe begroeide kuil. Men besloot een nieuw hol te bouwen dat zo goed mogelijk op "het" oorspronkelijke hol moest gelijken.

Noot: Op diverse website wordt gerestaureerd vermeld. Deze woordkeuze "gerestaureerd" is niet gelukkig gekozen. "Het" hol werd volkomen nieuw gebouwd.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Foto © J.Withaar.

Ook de waterput, die bij "het" hol werd gegraven, werd "symbolisch" in ere hersteld.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Foto © J.Withaar.

Op 20 april 2004 werd "het" nieuw gebouwde hol officieel geopend door burgemeester T.Slagman van de gemeente Borger Odoorn. De openingshandeling bestond uit het doorknippen van een lint. De schaar hiervoor werd door een meisje aangeboden. Wie was dit meisje? Bij de opening werd voorts een informatiepaneel onthuld.

Noot: een aantal websites waaronder 4en5mei.nl vermelden ten onrechte dat de opening van het nieuwe onderduikershol geschiedde door twee ex-bewoners van het hol; mevrouw J.Scharpstein-Gudema en de heer A. van Dien. Deze laatste was vanwege ziekte niet bij de opening aanwezig, terwijl de openingshandeling verricht werd door burgemeester T.Slagman. (zie foto links)

Eén van de twee dochters van Mozes en Dina Gudema, mevrouw Jenni Schwarzstein Gudema (dus niet J.Scharpstein-Gudema) was voor de opening speciaal uit Israël overgekomen en betrad als eerste "het" nieuwe hol. (zie foto onder)

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Foto © J.Withaar.

Speciaal voor deze opening was mevrouw Jenni Schwarzstein-Gudema, vergezeld door haar zoon, uit Israël overgekomen en betrad als eerste het gerestaureerde onderduikerhol.

Foto Historisch Emmen onderduikershol Valtherbos
Foto © J.Withaar.

De opening van "het" hol vond onder grote belangstelling plaats.

Bronvermelding: Omhoog

  • "De opgejaagden, herinneringen van een joodse onderduiker" door Ab van Dien. Uitgave Welzijnswerk Valthe 1982.
  • "De opgejaagden, herinneringen van een joodse onderduiker" gehele herziene versie door J.Withaar. Uitgave Uitgeverij Drenthe te Beilen 2012.
  • "Van de stobbe en de bossen". Uitgave Herinneringskamp Westerbork 2004.
  • Nationaal Archief Den Haag.
  • Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD.
  • Scholtenshuis Groningen (M.Brinks).
  • Stichting Oorlogs en Verzetscentrum Groningen (OVCG).
  • Historische kring Rheden Rozendaal.
  • Nooit uitgegeven herinneringen van Edu ter Veer.
  • Nooit uitgegeven herinneringen van Leo Kropveld.
  • Informatiepaneel bij "het" onderduikershol.
  • Dagblad van het Noorden 20 april 2004.
  • Emmer Courant 8 juni 1983.
  • "De Kroniek" juni 2008.
  • "Toen alles nog anders was" door B.J.Mensingh. Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90-75115-33-4.
  • "Emmen in bezettingstijd" door Dr.G.Groenhuis. Druk: Grafisch bedrijf Van Liere, ISBN: 90-9003420-X.
  • "Van Diaconessenhuis tot Scheperziekenhuis" door M.v.d.Poll, P.Rinsma, K.de Weerdt.
  • "Spitwark", Historische Vereniging Carspel Oderen, april 2005.
  • Gemeente Emmen.
  • Gemeente Borger Odoorn.
  • Aaltjo (Jo) Oldenburger, Beilen.
  • Jan Timmer, Valthe.
  • H.Jeurink, Emmen.
  • De Zwerver, weekblad der GOIWN en LO.-LKP-Stichting, 5e jaargang.
    • Deel 1 - 18 februari 1949
    • Deel 2 - 25 februari 1949
    • Deel 3 - 4 maart 1949
    • Deel 4 - 11 maart 1949
    • Deel 5 - 18 maart 1949
    • Deel 6 - 25 maart 1949
    • Deel 7 - 1 april 1949
    • Deel 8 - 8 april 1949
    • Deel 9 - 15 april 1949
  • "De Jodenkampen"
  • Foto's:
    • J.L.W.Blokhuis.
    • J.Oldenburger.
    • Valthe.nl.
    • Drents archief.
    • J.Timmer.
    • J.Withaar.
 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.