|
De Tweede Wereldoorlog, het bommenkind - Julian Walker:

|
|
|
|
|
|
Het bommenkind

|
|
|
|
In de nacht van 23 op 24 augustus 1943 kwam aan de Wilhelminastraat in het gezin van
Fred(e)rik Jan van Voorst en Dietje Cleveringa een baby ter wereld die de naam
Hero Fredrik Jan kreeg. Jaren later kreeg hij te horen dat hij "het bommenkind" werd
genoemd. Het waarom werd hem pas later duidelijk en had alles te maken met
de gebeurtenis van die nacht in de gemeente Emmen.
De Emmer arts J.R.Hospers, bekend onder zijn bijnaam dokter Joppie, was voor de bevalling naar de
Wilhelminastraat gegaan, toen hij met spoed hulp moest verlenen aan de bemanning van een neergestort
vliegtuig. Hij trof er sergeant J.G.S.Walker ernstig gewond aan, die als enige de crash
zou overleven. Dankzij Hospers kwam ook de baby in het gezin Van Voorst gezond ter wereld.
|
|
|
Een luchtgevecht boven Emmen

|
|
|
Op het kerkhof te Nieuw Dordrecht liggen in totaal
24 militairen begraven, waaronder de in dit artikel genoemde bemanning van de Lancaster.
Geheel rechts is de laatste rustplaats van de omgekomen leden van het gezin De Vries.
Bezoek ook de gedetailleerde
website:
www.rafmonument.nl
Graf van Jan, Annigje en Willem de Vries.
De plaats aan de Heerenstreek waar de
Lancaster neerstortte.
|
Een bommenwerper, van het type Avro Lancaster Mk I met aan boord zeven bemanningsleden, maakte deel uit van het
207e Squadron en was in augustus 1943 op weg naar Leverkussen of mogelijk Berlijn. Tijdens
deze missie verloor de geallieerde luchtmacht nog drie Lancasters en twee Halifaxes.
De bemanning van het viermotorige gevechtsvliegtuig, met serienummer ED550 EM-K, bestond uit:
- Piloot George W.Osmer, 22 jaar oud. Overleden en begraven te Nieuw Dordrecht.
- Navigator Cyril P.Backlog, leeftijd onbekend. Overleden en begraven te Nieuw Dordrecht.
- Sergeant William M.E.Reid, 33 jaar oud. Overleden en begraven te Nieuw Dordrecht.
- Sergeant Donald Fells, 20 jaar oud. Overleden en begraven te Nieuw Dordrecht.
- Sergeant Thomas E.C.McKeith, 19 jaar oud. Overleden en begraven te Nieuw Dordrecht.
- Sergeant John W.Standish, 19 jaar oud. Overleden en begraven te Nieuw Dordrecht.
- Sergeant Julian George Seymour Walker, 23 jaar oud.
Het RAF vliegtuig werd volgens Mensingh (p.6) achtervolgd door een Duits gevechtsvliegtuig waarbij het zijn bommenlast
op de es tussen Noordbarge en Emmen liet vallen. "Het toestel scheert over het dorp om uiteindelijk bij Nieuw
Dordrecht brandend neer te storten."
Noot: De aanwezige bommenlast kan er op duiden dat het vliegtuig zijn doel nooit heeft bereikt.
Zie ook kanttekening.
In diezelfde nacht van 23 op 24 augustus 1943 stortte aan de Heerenstreek bij Nieuw Dordrecht
het vliegtuig ter aarde. Hier kwamen drie bewoners om het leven:
- Jan de Vries, oud 41 jaar.
- Annigje de Vries Jalving, oud 41 jaar.
- Willem de Vries, oud 8 jaar.
Jan de Vries stond op het fatale moment aan de voorkant van zijn woning,
terwijl de buren, H.Groenwold en T.Jalving waarmee hij tot dat moment in
gesprek was geweest, achter hun huis stonden. Het vliegtuig stortte aan de
voorzijde neer..... Jan, Annigje en Willem werden op de begraafplaats te Nieuw Dordrecht ter aarde besteld, tegenover de omgekomen zes
bemanningsleden van het neergestorte vliegtuig. De andere kinderen uit het
gezin, Els, Bouke, Bertus, Grada, Annie en Grietje overleefden de ramp.
Alleen het zevende bemanningslid Julian George Seymour Walker
overleefde de crash.
Donald Fells werd pas op 26 augustus 1943 om 10.00 uur als zesde dode
van de crash gevonden. Hij lag bekneld onder wrakstukken die op een perceel land aan de Oranjedorpstraat
56 te Nieuw Dordrecht lagen. Hij lag in een kuil van ongeveer 1,5 meter diep en was totaal verminkt.
Fells was gekleed in een bruin leren pak en daaronder een bruine overall, waarop op de rechter bovenarm
drie driehoeken. Het identiteitsplaatje gaf de naam Fells. -D 1390228 aan. De opgraving en het vervoer
van Fells naar de begraafplaats te Nieuw Dordrecht vond plaats onder toezicht van de onderofficier van
"het Duitsche luchtwapen en het het personeel". In de namiddag van 27 augustus 1943 werd hij
op kosten van de gemeente Emmen op genoemde begraafplaats begraven. Bij de begrafenis was de loco-burgemeester
en de secretaris van de gemeente Emmen aanwezig.
|
|
|
Proces verbaal 24 augustus 1943

|
|
|

Proces verbaal van 24 augustus 1943.
Eén van de getroffen huizen aan de Heerenstreek.
Op de foto staan Anne Dassen en Roelof Bults.
|
Op 24 augustus 1943 maakte J.J.Scheepmaker, Onderluitenant-Groepscommandant van de Marechaussee te Klazienaveen proces verbaal
op van hetgeen hij met eigen ogen te Nieuw Dordrecht had aanschouwd. "In de nacht van 23 op 24 augustus 1900 drie
en veertig, te ongeveer 23.30 uur, heb ik Johannes Jacobus Scheepmaker, etc etc, gezien en gehoord: dat vermoedelijk twee
vliegtuigen een luchtgevecht leverden boven dorp Nieuw-Dordrecht in de gemeente Emmen, daar ik vliegtuigen hoorde vliegen en
op, gemeld tijdstip twee brandende voorwerpen uit de lucht naar beneden zag vallen."
"Ik heb mij direct met het personeel van de Marechausseegroep Klazienaveen, en van de post Nieuw Dordrecht naar de
plaats begeven, waar ik vermoedde, dat bedoelde vliegtuigen zouden zijn neergestort."
"Na aankomst ter plaatse zag ik, dat verschillende deelen van vliegtuigen over een afstand van eenige kilometers
verspreid lagen en in enkele deelen een hevigen brand woedde."
"Ook bleek mij dat een bom was gevallen en geëxplodeerd, voor een der woningen aan de Heerenstreek te Nieuw Dordrecht.
Op verschillende plaatsen lagen nog niet geëxplodeerde brandbommen (z.g.n. fosforbommen)."
"Door dezen bominslag zijn drie dooden te betreuren, terwijl voorts drie personen ernstig, twee personen niet ernstig,
en vijf en twintig à dertig personen licht gewond raakten."
"Drie leden van de bemanning van een Engelsch vliegtuig, werden gevonden, welke overleden waren. Eén lid van de
bemanning zat bekneld in een gedeelte van de romp en is na zijn bevrijding door Hoofdwachtmeester S.v.d.Hoek, hehoorende tot
opgemelde groep, gearresteerd."
"Door het mij onderhebbend personeel heb ik de wrakstukken van de vliegtuigen doen bewaken. Op 24 augustus 1943, te
omstreeks 9.00 uur, is door personeel van de Duitse Weermacht deze bewaking overgenomen."
"Waarvan door mij Onderluitenant-Groepscommandant is opgemaakt dit proces verbaal in tweevoud, op den eed bij aanvang
mijner bediening afgelegd om na door den Heer burgemeester der gemeente Emmen gezien te zijn geteekend te worden verzonden aan het
hoofd van de Rijksinspectie Luchtbescherming te 's Gravenhage."
Getekend 24 augustus 1943, J.J.Scheepmaker.
Het rapport vermeldde verder nog de schade die aangericht werd:
- Negen woningen geheel vernietigd.
- Vijf woningen zwaar beschadigd.
- Zes en veertig woningen licht beschadigd.
- Negen en twintig woningen liepen glasschade op.
-
- Een houten schoolgebouw werd geheel vernietigd.
- Een schoolgebouw zwaar beschadigd.
- De Nederlands Hervormde kerk zwaar beschadigd.
- Het naastgelegen verenigingsgebouw zwaar beschadigd.
-
- Een schuur staande achter een woning aan de Heerenstreek waarin koren en hooi lagen opgeslagen, is geheel afgebrand.
Noot: ooggetuigen van de ramp verklaarden dat zij voor het neerkomen
van het vliegtuig een explosie in de lucht hadden waargenomen. De Lancaster
zou derhalve niet zijn neergestort maar geëxplodeerd. Dit kan verklaren
waarom de onderdelen van het vliegtuig over grote afstand verspreid lagen,
zoals Scheepmaker in zijn rapport vermeldde.
|
|
|
Proces verbaal 25 augustus 1943

|
|
|
Proces verbaal van 25 augustus 1943.
|
Op 25 augustus 1943 maakte Opperwachtmeester F.J.van der Weerd, proces verbaal op van hetgeen hij had waargenomen boven Emmen.
"Op den drie en twintigsten augustus 1900 drie en veertig te ongeveer 23.15 uur, bevond ik Franciscus Johannes
van der Weerd, mij in het Groeps- der Marechaussee geleegen aan de Raadhuisstraat te Emmen. Er was op dat tijdstip in het
luchtruim boven de gemeente Emmen een zeer druk vliegerverkeer."
"Plotseling hoorde ik op voormeld tijdstip 6 of 7 detonaties veroorzaakt door bominslagen. Even later werd mij
gemeld dat er luchtgevechten in het luchtruim boven de gemeente Emmen gevoerd werden. Daar de bommen volgens een door mij
gedane schatting waren gevallen tusschen de buurtschappen Noordbarge en Westenesch, is het personeel der Marechaussee
opgeroepen om eventueel voor assistentie en surveillancediensten te kunnen worden gebruikt. Even later kwamen er meldingen
over vrij veel glasschade aan panden gelegen in de bebouwde kom te Emmen, persoonlijke ongevallen zijn niet gemeld door dit
bombardement."
"In den avond van den 24en augustus 1943 te omstreeks 21.30 uur werd mij mededeeling gedaan, dat zich op een
bouwakker gelegen tusschen de buurtschappen Noordbarge en Westenesch nog een niet ontplofte explosieve bom zou bevinden.
Onverwijld zijn maatregelen genomen ter beveiliging en wel door het plaatsen
van palen met borden met het opschrift 'Gevaarlijk terrein, Niet ontplofte
bom'."
Het rapport vermeldde verder een aantal interessante details:
".. dat het niet ontplofte projectiel ligt op een bouwakker tusschen de buurtschappen Noordbarge en Westenesch
ongeveer 500 meter westelijk van het Oranjekanaal. In een lijn loopende van het zuidwesten naar het noodoosten van die niet
ontplofte bom liggen over een afstand van plm.700 à 800 meter 9 bomtrechters. Die bomtrechters hebben een diepte van ongeveer
1,5 meter en een diepte van plm.4,50 à 5 meter. Alle bomtrechters liggen in het bouwland. Ten gevolge van het exploderen van
de negen bommen is vrij ernstige glasschade ontstaan. Naar schatting zijn van 200 tot 250 winkels en woonhuizen ruiten in
meerdere of mindere mate vernield."
"Waarvan door mij is opgemaakt en geteekend dit proces verbaal, op afgelegden ambtseed en afgegeven aan mijn
Groepscommandant."
Getekend 25 augustus 1943, F.J.van der Weerd.
|
|
|
Kanttekening

|
|
|
Lancaster die zowel "gewone bommen" als
een cookie laat vallen.
Foto: verzameling P.Jutte.
|
De vraag is of de tien bommen die op de es terecht zijn gekomen en de vele "fosforbommen" die bij
Nieuw Dordrecht (al dan niet) tot ontploffing kwamen, door hetzelfde vliegtuig werden vervoerd.
Op de juiste lading bommen van een Lancaster is geen eenduidig antwoord te geven. Dit verschilde per missie.
Een aanval bestond vaak uit een gedeelde missie. Na de doelmarkeerders kwamen de bommenwerpers met hun zware last.
Dit was voor de Lancaster meestal een lading van veertien stuks 1000 ponder bommen, maar kon ook een mix zijn van
500 en 1000 ponders. Daarnaast was een mix mogelijk van gewone bommen met een zogenaamde cookie, een drum waarin
750 tot 1000 kleine brandbommen zaten van twee kilo elk. Na een inleidend bombardement van 500 en 1000 ponders
kwamen de bommenwerpers die alleen nog maar cookies brandbommen gooiden om het vuur verder aan te wakkeren.
Omdat F.J.van der Weerd op 25 augustus rapporteerde dat er die nacht druk vliegerverkeer boven Emmen was,
lijkt het niet onlogisch dat het verschillende toestellen betrof.
|
|
|
Sergeant Julian Walker

|
|
|
Looking for a picture of Julian Walker.
Familie Walker, please contact me
in your own language.
I have some simpel questions.
|
Alleen het zevende bemanningslid Julian George Seymour Walker overleefde de crash van het vliegtuig dat in de nacht van
23 op 24 augustus 1943 neerstortte aan de Heerenstreek bij Nieuw Dordrecht. Walker werd, nadat men hem uit de resten
van het vliegtuig had gezaagd, naar het diaconessenhuis aan de Angelsloërdijk vervoerd.
Volgens G.Groenhuis was het de gewoonte om gewonde vliegers tijdelijk in het dichtstbijzijnde ziekenhuis te behandelen
voordat zij op transport naar Duitsland werden gesteld. Walker verbleef echter vijf maanden in Emmen. De Duitse controlerende
arts oordeelde na krap twee maanden dat hij voldoende was hersteld. Walker zou tussen 11 en 14 oktober 1943 door de Duitsers
worden opgehaald, maar drie maanden later verbleef hij nog steeds in Emmen.
Het was inmiddels 23 januari 1944 geworden, toen zijn behandeld arts, dr. S.van Heerde, hoorde dat Walker in de nacht van
24 op 25 januari zou worden opgehaald. Omdat Van Heerde de wagen niet geschikt achtte om Walker te vervoeren kon dit worden
voorkomen. Een week later, op 1 februari 1944, geschiedde dat alsnog.
Inmiddels was er heel wat gebeurd.
Uit een rapport, opgesteld door S.van Heerde, dat op 10 november 1945 door F.Wibaut werd verstuurd aan Koningin Wilhelmina blijkt, dat de directie van het diaconessenhuis
op 14 december 1943 had besloten een rekening bij de Duitse overheerser in te dienen als vergoeding voor de verpleging van Walker.
Volgens Van Heerde handelde de directie uit zekere rancune omdat Walker zich een dag eerder had verloofd met een verpleegster uit
het diaconessenhuis. Tevens lichtte de directie politiecommandant Jansen in over het verblijf van Walker in Emmen. Deze bracht
de Duitse autoriteiten op de hoogte.
Noot: De directrice van het diaconessenhuis, Zr.E.Molenaar, werd volgens een rapport van Binnenlandse Strijdkrachten aan
de Commissaris van het Militair Gezag in Drenthe beschreven als iemand "met min of meer Duitse sympathieën". Ze was
van Duitse origine en had haar hele leven een Duits accent, doch werd later wel verheven tot Ridder in de Orde van oranje Nassau.
G.Groenhuis beschreef dat de zaak heel anders in elkaar zat.
Het verzet wilde Walker uiteraard uit het diaconessenhuis doen verdwijnen maar verwachte dat de Duitsers daarop represailles
tegen bestuur en personeel zouden nemen. De verzetsmensen Andries Kalter en Harm Dijkstra adviseerden R.Zegering Hadders,
bestuurslid van het diaconessenhuis, om de Duitsers op een zorgvuldig gekozen moment per brief over Walker in te lichten.
Walker zou door het verzet uit het ziekenhuis worden ontvoerd, terwijl de Duitsers geen tijd hadden om snel genoeg te reageren.
Er ging echter het een en ander mis, niet het verzet maar de Duitsers namen Walker mee. Schrijver G.Groenhuis noemt met name dat:
- de Duitsers meerdere brieven op verschillende momenten ontvingen.
- de nota van het ziekenhuis wel degelijk was verstuurd.
- de politiecommandant Jansen wel werd ingelicht.
Omdat de Duitsers op 23 januari 1944 al op de hoogte waren dat Walker zich in het ziekenhuis bevond, doch pas op 1 februari 1944
door de Duitsers werd opgehaald was de vraag waarom het verzet Walker niet alsnog ontvoerde. De verklaring
die hiervoor gegeven werd was dat Walker het mogelijk zelf niet wilde. Als gevolg van zijn verwondingen zou hij geen actieve
rol meer in de oorlog kunnen spelen.
Walker keerde na de capitulatie van Duitsers ongedeerd naar Engeland terug.
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- "Toen stilte nog te horen was" door B.J.Mensingh. Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90-75115-22-9.
- "Emmen in bezettingstijd" door Dr.G.Groenhuis. Uitgave 1990, drukkerij Van Liere. ISBN 90-9003420-X.
- G.A. Emmen, proces verbaal van het neerstorten, nr. 501.
- "De Tijd" van 14 oktober 1966.
- Website: www.epibreren.com (Engelstalig).
- Website: www.strijdbewijs.nl
- Drents Archief Assen.
- Van Diaconessenhuis tot Scheperziekenhuis 1938-2008, door M.van de Poll, P.Rinsma en K.de Weerdt.
- Mevrouw G.van Voorst.
- Proces verbaal nr.501 door J.J.Scheepmaker, Onderluitenant-Groepscommandant Marechaussee te Klazienaveen. Collectie Brands.
- Proces verbaal nr.448 door F.J.van der Weerd, Opperwachtmeester Marechaussee te Emmen. Collectie Brands.
- Proces verbaal nr.826 (25-08-1943) door J.J.Scheepmaker, Onderluitenant-Groepscommandant Marechaussee te Klazienaveen. Collectie Brands.
- Proces verbaal nr.826 (27-08-1943) door J.J.Scheepmaker, Onderluitenant-Groepscommandant Marechaussee te Klazienaveen. Collectie Brands.
- Proces verbaal nr.685 door R.Nieuwland, Groepscommandant Marechaussee te Klazienaveen. Collectie Brands.
-
- Foto's:
- Collectie Brands.
- J.Withaar.
- P.Jutte.
|
|