dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Cultuur
dot Straatnamen

dot Gemeente archief
De historie van Emmen in woord en beeld

Op 19 december 2018 heeft HE van de heer S.G. (Geert) Hovenkamp uit Hilversum zijn gehele digitale archief in ontvangst mogen nemen. Gedurende 25 jaar heeft hij onderzoek gedaan naar familierelaties in Emmen en de locatie waar ze woonden (periode van omstreeks 1600 tot 1832) Het is in omvang, compleetheid en geordendheid mogelijk het grootste particuliere archief van Emmen. In samenwerking met het Erfgoednetwerk zal bekeken worden hoe e.e.a. ontsloten kan worden.
Geert, bedankt ! ! !

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

CoŲperatieve Vereniging Eigen Haard: Omhoog


De woningwet van 1901: Omhoog

Foto Historisch Emmen woning Wolters
Zwartemeer 1939.
Het gezin Wolters voor hun "woning" op het veen.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 11 juli 1890 wordt al aandacht besteedt aan de woningnood in de gemeente Emmen: "Niet zelden verrezen en verrijzen klachten over groote gebrek aan woningen in ons dorp, welke schaarschte werkelijk belemmerend werkt op het vestigen van ambtenaren zoowel als andere burgerij alhier."

"Deze groote vraag naar geschikte huizen heeft onvermijdelijk hooge huurgelden meegebracht, terwijl ook de huisplaatsen eene waarde hebben gekregen, zooals alleen de stedeling die kent."

"Dit laatste doet hen, die hier eene woning willen zetten, uitzien naar eene huisplaats buiten de kom van het dorp. Zoodoende krijgt Emmen hoe langer zoo meer een grooten omvang, terwijl het dorpelijk aanzien volkomen bewaard blijft."

In 1901 begon de overheid zich nadrukkelijker met huisvesting te bemoeien door de zogeheten woningwet aan te nemen. Deze wet trad in 1902 in werking.

Deze woningwet regelde onder andere de bevoegdheid van gemeenten tot onbewoonbaar verklaring en onteigening.

Ook moesten gemeenten een bouwverordening hebben waarin de minimale eisen werden omschreven waaraan woningen moesten voldoen.


De vereniging Eigen Haard: Omhoog

De Landarbeiderswet, die dateert uit 1913, moest de landarbeider, waaronder ook de veenarbeider werd verstaan, in de gelegenheid stellen om een eigen plaatsje, een stuk land met woning, te verkrijgen.

Om de Landarbeiderswet uit te voeren en te bevorderen, werd in Emmen de Vereniging Eigen Haard opgericht. Na een lange tijd van voorbereiding werden op 27 maart 1920 de statuten bekrachtigd van de vereniging tot uitvoering der Landarbeiderswet voor de gemeente Emmen, genaamd "Eigen Haard".

Volgens de "Wet tot regeling van het recht van vereniging en vergadering" kon een vereniging die voor een bepaalde tijd werd opgericht makkelijker en sneller goedkeuring verkrijgen door koninklijke goedkeuring aan te vragen dan door erkenning bij wet. Met een bepaalde tijd werd vaak 29 jaar en 11 maanden aangehouden. De Vereniging Eigen Haard vroeg op 22 februari 1921 koninklijke goedkeuring aan. Op 2 maart 1921 informeerden B&W van Emmen de minister van Landbouw, Nijverheid en Handel te 's Gravenhage hierover en verzochten hem deze wijze goed te keuren.

Waarschijnlijk waren de eerste afgesloten contracten zogenaamde huur/koop contracten. De kreet: "rente en huur, slaap geen uur" spreekt boekdelen. Iedere drie maanden moest er betaald worden.

Op 3 januari 1921 verzocht wethouder Joh.Haasken uit Noordbarge, wethouder van Volkshuisvesting diverse kranten, waaronder de Emmer Courant, Het Nieuwsblad van Emmen, de Veenbode en de Nieuw Amsterdamsche Courant, de mogelijkheid van de wet onder de aandacht van de lezer te brengen. De tekst luidde als volgt: "De heer Joh. Haasken te Noordbarge, wethouder voor volkshuisvesting enz, in deze gemeente, verzoekt ons het navolgende onder de aandacht van belangstellenden te brengen: Den landarbeider, die aan de gestelde vereischten voldoet, wordt gelegenheid gegeven om een plaatsje - waaronder verstaan wordt land met landarbeiderswoning, zoodanig vereenigd dat zij ťťn geheel vormen - in eigendom te verkrijgen."

"Het plaatsje, dat voor het doel geschikt moet zijn, mag met inbegrip van de eerste noodige verbeteringen, niet meer dan f 4.000,- kosten. De landarbeider moet uit eigen middelen een tiende van de kosten betalen.Van het overig bedrag moet hij tot het derde kalenderjaar na het aangaan der schuld 4% rente voldoen, en vervolgens gedurende dertig jaren voor rente en aflossing te zamen 5,6% per jaar. De betaling kan geschieden in wekelijksche termijnen."

"Aanvragen ter bekoming van het benoodigd bedrag ter verkrijging van en plaatsje in eigendom moeten worden gericht tot Burgemeester en Wethouders dezer gemeente." 

Deze financiering door de overheid moest betrouwbaarder overkomen dan een lening of hypotheek van een bank om daarmee arbeiders in de gelegenheid te stellen uit hun slechte behuizingen te komen.

De drie maandelijkse betaling werd omgezet in een wekelijkse betaling, omdat vele arbeiders betalingsachterstand hadden. De wekelijkse betaling loste de grote betalingsachterstanden niet op. De gemeente had hieraan strop en regelde het voor hen zo dat zij die wekelijks tenminste f 1,75 betaalden en niet meer dan drie weken achter kwamen, geen problemen hoefden te verwachten met hun opgelopen oude schuld. Bij sommigen kwam ook hiervan niets terecht.

Op 4 april 1921 bevestigen B&W het gesprek tussen de wethouder van volkshuisvesting en de Vereniging Eigen Haard. Om het vertrouwen in de regeling te vergroten konden de landarbeiders de aanvraag nu ook indienen bij een lid van de Vereniging Eigen Haard, die een bemiddelende rol tussen arbeider en gemeente had. Zo'n lid was vaak iemand die men persoonlijk kende of waarbij men in de buurt woonde waardoor het vertrouwen in de regeling moest toenemen. Toename van huisbezitters betekende namelijk dat er minder krot- en keetbewoners zouden zijn en daar was het allemaal om begonnen; het laten verdwijnen van de krotten.

Foto Historisch Emmen brief H.v.d.Belt Dommerskanaal

Nog voordat de vereniging Eigen Haard in Emmen de Landarbeiderswet tot uitvoering moest brengen waren er al verzoeken bij de gemeente Emmen binnen gekomen. Eťn daarvan werd op 31 december 1919 geschreven door H.v.d.Belt, woonachtig aan het Dommerskanaal te Nieuw Amsterdam: "M.H."

"Zou 't zoo goed wellen zij en zenden mij eens berigt over die Nieuwe Wet. Van dat gelt verstereken Aan arbijders voor een hijgen huisje."

"Ik moed met mij mijn wonnig verlaatten en uurren dat gaat uiters sleg. Ik ept ier een ellef bunder grond gekogt aan het Dommers kanaal en aan den weg het stukje grond kost alleennig 1100 gulden en daar moed 300 a 400 gulden op aangemaakt worden maar dat aanmaakken dat kan 'k zellef betallen en voor die gront kan ik ook wel geholpen worden maar nu kan ik er geen huisje op krijgen. Ik sta hier bekent als een heerlijk en oppassen de per zon dat kunt uwwe wel invormeeren bij ons ratslit den heer J Groenhof."

"Uwwer antwort vriendelijk te ge moed ziende, u hoogachten H.v.d.Belt."

Door de werkloosheid konden veel arbeiders niet aan hun financiŽle verplichtingen voldoen. De vereniging Eigen Haard in een brief van 8 december 1924: "Het grootste gedeelte onzer landarbeiders is 's winters werkzaam bij de werkverschaffing en dus in feite werkloos. Hoe kan een arbeider die in de winter werkloos is zijn financiŽle verplichtingen nakomen?"

Van de Vereniging Eigen Haard, die bestond van 27 maart 1920 tot eind 1959 (1949?), bestaat een lijst met namen der leden. Er staan ruim vijftig namen van personen op die verspreid in de gemeente woonden.

Waar mensen moeten wonen en werken behoren ook goede woningen te zijn. Emmen kampte echter in 1947 nog met een woningtekort van 2.600 woningen. Het aantal inwoners bedroeg, zoals reeds gememoreerd, 57.000. (hierbij zijn wel Westenesch, Noordbarge, Zuidbarge, Angelslo, Den Oever en Barger Oosterveld meegerekend die tot dan afzonderlijk werden geteld) Uitgaande van 4 leden in een gezin betekent dit dat er ongeveer 15.000 woningen benodigd waren. Een tekort dus van 22%, terwijl dat cijfer voor Drenthe op 15% lag en voor geheel Nederland slechts op 13%. In de gemeente, (voornamelijk in de voormalige veengebieden), stonden nog 741 krotwoningen die feitelijk allang afgebroken hadden moeten zijn. Om het industriŽle klimaat te verbeteren was het een noodzaak in woningbouw en woningverbetering te voorzien.


Bronvermelding:

  • T.Smit Bosklopper.
  • Provinciale Drentsche en Asser Courant 11 juli 1890.
  • Foto's:
    • E.Hof.
 

Wie helpt? Omhoog

 

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.