dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

Geïnteresseerd in historie?
Wordt ook lid van de
Historische Vereniging
Zuidoost Drenthe.
Aanmelden >>

HE gaat nog even door:
Lees meer >>

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Enquête dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot


Barger Oosterveld: Drie bronsdepots Omhoog


Kadastraal: Omhoog


Bronsdepot vondst 1900: Omhoog

Foto Historisch Emmen Barger Oosterveld bronsdepot 1900
Drie voorwerpen uit de depotvondst,
twee armbanden en een hielbijl.

De afzonderlijke vondst van drie bronsdepots, allen nabij Barger Oosterveld, werd in 1960 als uniek beschouwd omdat er dat jaar nauwelijks twintig van dergelijke depots in heel Nederland bekend waren. Van de vondst uit 1900 werd toen aangetoond dat het een gesloten vondst betrof met de vondst uit 1899.

Tot de vondst van 1900 behoorden zeven voorwerpen die omstreeks de 11e eeuw voor Christus waren begraven. Deze zeven voorwerpen zijn:

  • twee geoorde hielbijlen.
  • een paar armbanden.
  • een mesje.
  • drie fragmenten (mogelijk) van een spiraalvormige armband.
  • een staafje of speld, mogelijk een mantelspeld, die in 1960 niet meer aanwezig was.

De voorwerpen werden bij elkaar gevonden in een grafheuveltje in het Bargeroosterveld ongeveer 25 cm onder de grond. Er werd geen melding gemaakt van zaken die aantoonden dat het hier grafgiften zou betreffen. Aangenomen werd dat de voorwerpen indertijd begraven werden als een votieve (objecten geschonken als inwilliging van een belofte) of rituele handeling. Deze denkwijze werd mede ingegeven omdat de helft van de voorwerpen gebroken bleek te zijn. Mogelijk tijdens de prehistorische ceremonie die in Europa wel meer zijn aangetroffen.

De armbanden behoorden tot het type "nierenring", een armband met een niervormige verdikking. De Duitse prehistoricus Ernst Sprockhoff beschouwde dit type armband karakteristiek voor het Eems-Weser gebied tijdens de periode Montelius VI (lees: de Late Bronstijd).

De hielbijlen bezaten een "oortje", hadden een hoekig uiterlijk en een smal blad. Zij verschilden geheel van de lokaal bekende hielbijlen, en kwamen goed overeen met hielbijlen uit de Late Bronstijd zoals deze toen in Zuid Engeland werden gemaakt.

De herkomst van het mesje kon in 1960 nog niet achterhaald worden. Er waren geen precies gelijkende tegenhangers voorhanden.

De drie fragmenten, die mogelijk een spiraalvormige armband hadden gevormd, leken eveneens in de Late Bronstijd thuis te horen.


Bronsdepot vondst 1899: Omhoog

Foto Historisch Emmen Barger Oosterveld bronsdepot 1899
De voorwerpen uit de depotvondst van 1899,
een mes (boven en een scheermes (onder).

Foto Historisch Emmen Weerdinge scheermes
Scheermes van Weerdinge, 1930.

De afzonderlijke vondst van drie bronsdepots, allen nabij Barger Oosterveld, werd in 1960 als uniek beschouwd omdat er dat jaar nauwelijks twintig van dergelijke depots in heel Nederland bekend waren. Van de vondst uit 1899 werd toen aangetoond dat het een gesloten vondst betrof met de vondst uit 1900.

Tot de vondst van 1899 behoorden twee voorwerpen die omstreeks de 11e eeuw voor Christus waren begraven. Deze twee voorwerpen zijn:

  • een bronzen mes.
  • een bronzen scheermes.

Op beide voorwerpen had zich een vrijwel gelijkgekleurde donkergroene tot bijna zwarte oxidatielaag gevormd. Door verkleuring van de oxidatielaag had zich op beide voorwerpen een gelijke vorm afgetekend. De Nieuwe Drentse Volksalmanak: "deze aftekening ligt over een vlek heen die van het soort is dat vaak op brons veroorzaakt wordt door het vergaan van een houten greep. Het lijkt dan ook of het scheermes oorspronkelijk op de greep van het mes heeft gelegen en langzamerhand, toen het hout verteerde, door het gewicht van het bovenliggende zand op het brons van het mes werd gedrukt."

De vondst was slecht gedocumenteerd waardoor het niet geheel zeker is of ze inderdaad tezamen zijn gevonden. Door bovenstaande bijzonderheden echter is het vrijwel zeker dat deze twee voorwerpen toch een besloten vondst hebben gevormd.

Aanwijzigen dat het om grafgiften zou gaan ontbreken geheel, waardoor de vondst als een klein bronsdepot moet worden gezien.

Beide gebruiksvoorwerpen zijn uitheems voor Nederland, maar kwamen in de Midden Europese urnenveldencultuur veelvuldig voor. Noot: hiermee wordt voor Nederland de periode Montelius VI (lees: de Late Bronstijd) bedoeld.

Het mes was tweesnijdend en het heft bestond uit een ovaal bekroond met een cirkel. Het was waarschijnlijk al een lang gebruikt exemplaar want het blad vertoonde verschijnselen dat het vaak was afgeslepen en kan derhalve een ietwat andere vorm gehad hebben, maar zeker geen halve maan of hoefijzervorm. Het leek enigszins op het zogenaamde scheermes van Weerdinge dat in 1930 gevonden werd.


Bronsdepot vondst 1896: Omhoog

Foto Historisch Emmen Barger Oosterveld bronsdepot 1896
Links: kokerbijl van het type Seddiner.
Rechts: kokerbijl met rijk geprofileerde mond.

De afzonderlijke vondst van drie bronsdepots, allen nabij Barger Oosterveld, werd in 1960 als uniek beschouwd omdat er dat jaar nauwelijks twintig van dergelijke depots in heel Nederland bekend waren.

De vondst van 1896 bestond uit twee bronzen kokerbijlen.

De twee bijlen zijn omstreeks december 1896 gevonden door de schapenhouder Willem Alberts uit Emmen. Alberts lichtte hierover burgemeester W.Tijmes in die de bijlen op 22 januari 1897 naar het museum in Assen stuurde. C.G.J.A. Van Genderen Stort, bestuurslid van het Asser museum, deed verdere navraag naar de exacte vindplaats en omschreef de vindplaats als: "bij het zogenaamde Barnar's Bosch, een paar duizend meter ten oosten van de hunebedden van Angelsloo, in geel zand op een diepte van 60 cm." Met het Barnar's Bosch werden de heidepercelen bedoeld die ten noordoosten van Barger Oosterveld lagen, concreter: de eerste 700 meter aan de voornamelijk oostelijke zijde van de weg van Barger Oosterveld naar Emmerschans.

Beide bijlen hebben hetzelfde gevlekte groene oppervlak. Dit oppervlak is glanzend aan de ene zijde en doffer met een bruinachtige kleur aan de andere zijde. Daar is het oppervlak plaatselijk geschilferd waar een lichtgroene poederachtige corrosielaag was waar te nemen. Aan beide bijlen kleefde nog leem.

Beide bijlen hadden om de hals eveneens een vrij uitzonderlijke versiering bestaande uit lijsten met een diagonale ingegroefde arcering, die in groepjes naar links of naar rechts was aangebracht.

  • De kortste van de twee had een zestal versierde ringen en een trommelvormige verwijding daaronder. Tot 1960 was er in Nederland slechts één identiek exemplaar bekend. Dit type bijl is bekend komen te staan als Seddiner, genoemd naar het plaatsje Seddin bij Potsdam in de deelstaat Brandenburg. Of de bijl hier "geïmporteerd" is of daar een plaatselijke bronssmid is niet duidelijk.
  • De grootste van de twee was omstreeks 1960 is mogelijk wel een echt Drents product. Van dit type zijn de meeste in Drenthe gevonden.

Bronvermelding: Omhoog

  • Nieuwe Drentse Volksalmanak 1960. Uitgave Koninklijke Van Gorcum te Assen.
  •  
  • Foto's:
    • idem, door de centrale fotodienst der RUG.

Free counter and web stats

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.