|
|
Het Barger Oosterveld behoorde vroeger toe aan de Barger boeren. Omdat het aan de oostkant
lag van hun marke werd het ook "Het Oosterse veld" genoemd. Het Barger Oosterveld
lag op een zandrug, een uitloper van de Hondsrug. Barger Oosterveld is dus geen veenkolonie!
Voor de ontginning in de 19e eeuw was het een heideveld. Dit heideveld was belangrijk voor
de boeren van Noord en Zuidbarge. Ze lieten er de schapen grazen, hielden er bijen en staken
er heideplaggen. Ook werd er wel heide gesneden dat als bijvoer diende voor de runderen. De
boeren in Noordbarge waren hier echter niet zo'n voorstander van. Volgens hen was het alleen
maar buikvulling voor de beesten, die er 'dikke buiken en magere billen' van kregen.
Van de dopheide werden bezems en boenders gemaakt.
Op het Barger Oosterveld werden veel keien gevonden. Deze werden door keiendelvers verzameld
en met paard en wagen naar het Oranjekanaal gebracht. Vanaf daar werden de keien per schip
verder getransporteerd naar het westen van het land waar het gebruikt werd voor dijkverzwaring.
De stenen die op het Barger Oosterveld gevonden werden waren vaak te groot en te zwaar om ze
met paard en wagen te kunnen vervoeren. De keiendelvers lieten ze dan eerst springen. Ze
boorden een gat in de steen die ze vervolgens vulden met kruit. Het kruit werd tot
ontploffing gebracht en de steen brak in stukken.
|
|
Reconstructie van het tempeltje (Drents Museum)
Fundament van het tempeltje
|
Minstens drieduizend jaar geleden, in De Bronstijd, woonden er al mensen in dit gebied.
Daar zijn sporen van gevonden. Heel beroemd is het z.g.n. "Tempeltje van Barger Oosterveld".
Deze tempel werd in 1957 door veenarbeiders gevonden even ten noorden van de
(huidige) Splitting en even ten oosten van de (huidige) Sint Gerardusstraat. Het
fundament lag in de nabijheid van een planken voetpad (een zogenaamde veenbrug)
die daar eveneens werd aangetroffen.
Bij het woord tempel moet geen groot gebouw worden voorgesteld. Het tempeltje was
slechts twee bij twee meter. Waarschijnlijk was het een plek waar de bevolking
van dat gebied in De Bronstijd haar Goden vereerde. Ook denkt men dat het
religieuze functie had om de geesten in het veen gunstig te stemmen voor
gebruikers van het veenpad.
|