|
Het Barger Oosterveld behoorde vroeger toe aan de Barger boeren. Omdat het aan de oostkant
lag van hun marke werd het ook "Het Oosterse veld" genoemd. Het Barger Oosterveld
lag op een zandrug, een uitloper van de Hondsrug. Barger Oosterveld is derhalve geen veenkolonie!
Voor de ontginning in de 19e eeuw was het een heideveld. Dit heideveld was belangrijk voor
de boeren van Noord en Zuidbarge. Ze lieten er de schapen grazen, hielden er bijen en staken
er heideplaggen. Ook werd er wel heide gesneden dat als bijvoer diende voor de runderen. De
boeren in Noordbarge waren hier echter niet zo'n voorstander van. Volgens hen was het alleen
maar buikvulling voor de beesten, die er 'dikke buiken en magere billen' van kregen.
Van de dopheide werden bezems en boenders gemaakt.
Op het Barger Oosterveld werden veel keien gevonden. Deze werden door keiendelvers verzameld
en met paard en wagen naar het Oranjekanaal gebracht. Vanaf daar werden de keien per schip
verder getransporteerd naar het westen van het land waar het gebruikt werd voor dijkverzwaring.
De stenen die op het Barger Oosterveld gevonden werden waren vaak te groot en te zwaar om ze
met paard en wagen te kunnen vervoeren. De keiendelvers lieten ze dan eerst springen. Ze
boorden een gat in de steen die ze vervolgens vulden met kruit. Het kruit werd tot
ontploffing gebracht en de steen brak in stukken.
Tweehonderd jaar geleden stonden er nog geen woningen op het Barger
Oosterveld. De eerste bewoners kwamen rond 1870. Ze leefden in primitieve keten
en probeerden een graantje mee te pikken van de vervening in de buurt. Het
schijnt dat deze eerste bewoners van het Barger Oosterveld in de winter van de
bedelarij leefden. Hierin kwam echter spoedig verandering. Er kwamen steeds meer
mensen uit Barger Compascuum op het Barger Oosterveld wonen. Deze waren van
oorsprong bijna allemaal afkomstig uit het Duitse Hannover en werden daarom
'Hannovenaren' genoemd. Het waren in hoofdzaak boeren die hun bedrijf in de veengebieden niet
meer uit konden oefenen.
De 'Hannovenaren' waren kleine zelfstandige boeren die een stuk grond huurden of kochten
van de Barger boeren. Het was een hard werkend volk dat zich zelf goed kon redden. In het
voorjaar trok een aantal van hen naar 'Holland' om er te gaan gras maaien. Sommige gingen
dan ook wel bijverdienen in de venen.
|