dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld Informatie en berichten

dot Bestellen boek Angelslo
dot Bestellen boek Octopus
dot Scouting Hunengroep na 1945

Zaterdag 25 september 2010
presentatie over de website
Historisch Emmen.
Plaats: bibliotheek Emmen.
Aanvang: 14.30.

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Enquête dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot


Boslaan: Klaasje van Schoonebeek Omhoog


Inleiding: Omhoog

Klaasje was, mocht u dat denken, geen vrouwspersoon maar een simpele grote kei afkomstig uit Schoonebeek, zoals uit bijgaande foto's blijkt. Waarom is een zekere kei dan interessant, zult u zich afvragen. Deze kei, die de grootte der kei van Amersfoort zou overtreffen, heeft de gemoederen in het verleden aardig bezig gehouden waarbij zelfs de burgervaders van Emmen en Schoonebeek betrokken waren.

De historie van een kei Omhoog

Foto Historisch Emmen Boslaan de kei Klaasje van Schoonebeek
Foto: Noorden in Woord en Beeld
oktober 1939.
Op de achtergrond het EDS station.

Foto Historisch Emmen Boslaan de kei Klaasje van Schoonebeek
Klaasje van Schoonebeek in vroegere tijden.
Links het fietspad langs de Boslaan

Foto Historisch Emmen Boslaan de kei Klaasje van Schoonebeek

Foto Historisch Emmen Boslaan de kei Klaasje van Schoonebeek
Klaasje anno 2003.

De kei werd het eerst omstreeks 1932 tijdens het afgraven van het bovenveen blootgelegd. Door "het omzetten van dalgrond" werd de steen echter alras weer 80 cm onder de grond bedolven waardoor hij niet zonder meer terug te vinden was en er geen verdere aandacht aan werd geschonken. Pas 7 jaar later, op 21 augustus 1939, werd door P.Bosma aan burgemeester Dr.J.L.Bouma meegedeeld dat zijn zoontje Adriaan een grote steen wist te liggen in het Schoonebeekerveld. De steen zou liggen in de veenderij van A.Luth uit Nieuw Amsterdam. Twee dagen later al werd een tweetal uren in de augustuszon naar de steen gezocht, door met spaden en puntige voorwerpen in de grond te prikken. De steen bleek die dag niet vindbaar. Pas de andere dag werd de steen dankzij een arbeider van vervener Luth getraceerd. Toen burgemeester Bouma ter plaatse kwam bleek het om "een geweldige kolos graniet te gaan met een gewicht van 14-16.000 kg, liggende in n.o. richting".

Luth verklaarde de burgervader van Emmen dat hij van de eigenaar van de grond gemachtigd was met de steen te mogen doen wat hij verkoos. Bouma reageerde adequaat en regelde gelijk de verdere opgraving en het transport van de kei naar Emmen. Door de afkondiging "der algemeene mobilisatie" vond dit niet op de geplande 28 augustus 1939 plaats maar 3 dagen later. De volgende dagelijkse beschrijving toont een beeld van de moeite die men heeft moeten doen.

De eerste dag van opgraving werd de kei 80cm omhoog gebracht, de volgende dag tot boven het maaiveld. De daarop volgende week kenmerkte zich door tegenslag, regenval zorgde dat er zwaarder materieel (lees spoorbiels) toegepast diende te worden terwijl een bokkepoot was bezweken. Pas op 7 september was men in staat de kolos 15 meter over de natte veenbodem te verplaatsen. De volgende dag volgde nog eens 12 meter, waarna het "onder brede belangstelling van pers en publiek" in een gereedliggend "wankel" praamschip werd gehesen. Het vervoer over water vond op zaterdag 9 september plaats, via Erica werd Noord Barge aangedaan. Op maandag 11 september vond, wederom onder grote belangstelling, het lossen van de steen plaats. De reis, met een trailer van de firma K.Harms, ging richting Emmen, naar een plantsoentje "voorin de Emmerdennen, aan de zuidzijde van de Boschlaan". Ook hier was de belangstelling groot en de burgemeester bedankte iedereen die had meegewerkt en bood de werklieden zelfs een diner aan.

Nieuwe problemen doemden op. Kort na het lossen op bewuste plaats bleek dat er bezwaren waren gemaakt. Krachtens een overeenkomst met de gemeente bleek dat hier geen "opstallen" mochten worden geplaatst. De kei bleek een opstal te zijn en er moest noodgedwongen een andere plek worden uitgezocht. Dit werd uiteindelijk de zuidoosthoek van het terrein van de (voormalige) EDS.

De kei werd wederom opgeladen, vervoerd en afgeladen. Op de nieuwe plek werd een gewapend betonnen stiep gemaakt van 1,5x2,0x2,0 meter. Voor het in evenwicht houden van de steen werden 3 tooien gespannen die twee weken lang dienst deden. Om elk risico uit te sluiten stond er ook nog elke nacht een wacht. Welk één inspanning voor een simpele kei.

Het verhaal zou hiermee eindigen ware het niet dat burgemeester H.van Ek van Schoonebeek in de pen kroop en op 22 september 1939 aan Bouma schreef:

"Zeer geachte ambtgenoot.
Graag zou ik willen weten van wie U of de dienst van gemeentewerken toestemming hebt ontvangen om de steen in de Emmer Courant van 16 dezer aangedu1d als "Emmens grootste kei" van een terrein in Schoonebeek te doen vervoeren naar Emmen. De eigenaars van de grond, de familie L.Klaassen alhier hebben hiervoor een dusdanige toestemming niet gegeven. De huurder van de veenputten, de heer Luth, beschikt alleen over het recht van turfgraven. De eigenaars zijn over deze gang van zaken zeer verwonderd en ontstemd aangezien zijzelf grote waarde hechten aan het bezit van deze abnormaal grote keisteen, welke zij dan ook nimmer bereid zouden zijn af te staan. Zij hebben bij mij een klacht ingediend en wensen, dat de steen weer wordt gebracht op of nabij de plaats, vanwaar zij is weggenomen. Uw berichten hierover zie ik met belangstelling tegemoet."

Bouma pareerde de volgende dag:

"In antwoord op uw schrijven van 22 september j.l. deel ik u mede, dat uw schrijven voor de familie Klaassen mij ten zeerste verwondert. Deze steen werd niet eerder als geschenk van den heer Luth aanvaard dan nadat nadrukkelijk de mondelinge verzekering verkregen was, dat ook de eigenaren van den grond hiertegen geen bezwaar hadden. Ongeveer zes tot zeven jaar geleden was de steen er gevonden, terwijl het voornemen bestond deze steen te laten zakken, daar hij bij het in cultuur nemen der bodem niet kon worden gehandhaafd. De eigenaren zouden volgens den heer Luth blij zijn dat de steen op deze wijze werd opgeruimd. Bovendien heeft de steen nog ongeveer een week boven de grond gestaan. Ook in deze periode bleek niet van eenig bezwaar of van eenige belangstelling. De gemeente was dus volkomen te goeder trouw en kan derhalve niet voldoen aan het verzoek deze steen terug te brengen. Zij beschouwt zich als eigenares, zijnde de eigendom langs wettigen weg verkregen."

5 oktober 1939 antwoordde Van Ek:

Geachte Ambtgenoot,
De indruk, weergegeven in Uw kabinet schrijven, acht ik even onjuist, als Uw conclusie, als "zou Uw gemeente zich in de gegeven omstandigheden zonder meer als rechtmatig eigenares van de steen mogen beschouwen. Ik vermoed trouwens, dat U bij rustige overweging ook zelf wel tot die overtuiging zult zijn gekomen. Nu ik inmiddels heb gehoord, dat U zich reeds met eigenaren in verbinding hebt gesteld, neem ik aan, dat men het langs de weg van redelijk en tactisch overleg wel eens zal worden. Ik moge dus volstaan met U dank te zeggen voor de mij verstrekte inlichtingen."

Waarschijnlijk 6 oktober 1939,

In een uitgebreid maar ongedateerd ontwerpantwoord reageerde de burgemeester van Emmen wederom. Het is echter niet duidelijk of deze daadwerkelijk is verzonden waardoor de inhoud hier niet wordt beschreven.

6 oktober 1939

Ook de heer Luth ontving een schrijven van Bouma waarin deze mededeelde dat hij contact met den eigenaren had gezocht om "den weg van redelijk en tactisch overleg te volgen" en waarbij Luth werd verzocht vast te stellen op welk wijze dit mogelijk zou zijn.

10 oktober 1939, Luth antwoordde de Edelachtbare heer burgemeester:

"Volgens afspraak, zou ik naar de Gebr. Klazen, te Schoonebeek gaan, om inlichtingen betreffende het regelen der kei en de kwestie daaromtrent. Nu ben ik dan daar geweest en daar hebben ze mij medegedeeld dat zij de regeling in handen van de burgemeester van Schoonebeek gelaten hebben. Dus de kwestie moet nu met die uitgemaakt worden, en zij (de gebr. Klazen) wilden er liefst niets meer mee te maken hebben, het moest volgens hun, maar met den burgemeester af en uitgemaakt worden."

Wat wilde de gemeente Emmen nu met die kei? Uit een brief van 27 september 1919 aan het comité voor een Oranje monument blijkt dat het college van mening was dat de kei "zich uitstekend zou lenen voor een eenvoudig Oranje- of mobilisatiemonument".

Tot slot: In een handgeschreven document met als onderschrift "Euterpe" en getiteld "bij stukken steen Schoonebeek" is te lezen: "Opschrift op of bij steen"

"Dit is Klaasje uit Schoonebeek
Die weet er alles van
Toen de bruid kwam aan de man
Toen wilde men er an."

Wat is er waar dat er een koker met brief van burgemeester Bouma in of onder de kei zou hebben gelegen?


Bronvermelding: Omhoog

  • Diverse documenten, collectie A.Pool.
  • Kadastrale kaart gegenereerd uit een proefversie van Hazadata, met dank aan André Dekker voor de gegevens.
  • Foto's:
    • E.Hof
    • R.Boelens
    • J.Withaar

Nedstat Basic - Free web site statistics

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.