|
Molenkamp

|
|
|
|
|
|
Kadastraal:

|
|
|
Fragment Hottingerkaart uit 1792.
Het symbool in de rechter bovenhoek, nabij de schuine lijn, zou de "de
molen" voorstellen. Ter oriëntatie: bovenaan in het midden het Hunebed in de Emmerdennen.
Fragment kadastrale kaart 1880, sectie C 10e blad.
Links onderaan het gebied Molenkamp.
Een molen is niet aangegeven.
|
In een besluit van 8 april 1925 heeft de raad op verzoek van de "Handelsvereeniging
alhier" voor het eerst namen gegeven aan straten en wegen in het dorp Emmen. Bij
de uitvoering van dit besluit bleek het voor de praktijk echter noodzakelijk de begin
en eindpunten hiervan nauwkeurig vast te leggen en tevens enkele aanvullende
straatbenamingen op te nemen. Dit werd in de openbare vergadering van 30 augustus 1928
vastgelegd.
De straatnaam Molenkamp werd in 1925 en 1928 niet omschreven, hoewel het
gebied Molenkamp al bestond eer de omliggende straten in 1925 werden vastgelegd. De naam
"Molenkamp" bestaat al heel lang. Op de kadastrale kaart van 1880 staat de
naam "Molenkamp" aangegeven in het gebied waar nu de straat met deze naam ligt.
Op de Hottingerkaart uit 1792 is hetzelfde gebied te zien zonder dat er
een naamsvermelding is aangegeven.
De volgende kadastrale percelen lagen anno 1880 in en om "de Molenkamp":
- C4186 eigenaar Jan IJken, in gebruik als bos;
- C4187 eigenaar Albert IJken, in gebruik als bouwland;
- C4188 eigenaar Jan IJken, in gebruik als bouwland/hooiland;
- C3221 eigenaar Jan IJken, in gebruik als heide;
- C3219 eigenaar Jan IJken, in gebruik als bos;
- C3748 eigenaar Markegenoten Emmen en Westenesch, in gebruik als dennen en zand.
|
|
|
Een molen?

|
|
|
|
De naam Molenkamp doet op z'n minst vermoeden dat er een molen zou hebben
gestaan. Op de Hottingerkaart uit 1792 staat rechts van "het gebied
Molenkamp" iets getekend " wat op een molen lijkt". Het is
echter helemaal niet zeker dat dit symbool een molen weergeeft. Uit vergelijking
met andere molensymbolen op kaarten uit de Hottingeratlas blijkt dat het symbool
duidelijk afwijkt. Het symbool zou ook een kruisje kunnen zijn.
Buiskool schreef meer dan vijftig jaar geleden, dat er in Emmen in 1847
drie molens stonden, waaronder die aan de Molenkamp: "een
volmolen, staande op de naar deze molen genoemde Molenkamp..."
Als bron wordt door hem genoemd: "verzekeringen
van oude inwoners zoals Van Loo, Hovenkamp, Kooiker, Oosting en Reinders".
(Noot: verzekeringen, geen harde bewijzen!)
Buiskool schreef verder in "Op Naoberveziet" 2e bundel (p.74):
"Het ruwe want (een grove stof door dorpswevers
van wollen garens geweven) werd naar de volmolens gebracht. Deze vond men te
Zweeloo, Aalden en Emmen. Aan den molen te Emmen, eigendom van de familie
Hilbrands (Fos Hilbrands) herinnert nog de naam Molenkamp. Het want werd in
een bak gestopt (die veel geleek op een paardenkrib) en overgoten met urine.
De molen werd aangezet en door de op- en neergaande beweging van de stampers
werd het want geperst, gevold of gevuld tot een dichten lap. Na het vullen
werd het door de blauwververs geverfd."
H.Tiesing schreef uit eigen herinnering in 1901 in het tijdschrift
"Vragen van den Dag" p.570 e.v. het artikel "Over weven en
spinnen op het platteland in vroeger tijd. Een schets uit de oude Drentsche
toestanden": "Wanneer het want, een hol
geven stof, die alleen van wollen garen gemaakt is, aan de boerin was ter
hand gesteld, werd al spoedig het plan gemaakt tot een reis naar Zweeloo of
naar het onder die gemeente horende gehucht Aalden. Het holle want moest dan
worden "gevuld", d.i. dichter worden gemaakt, een bewerking die
ook bij de bereiding van lakens te pas komt, zodat het hier gebruikelijk
"vullen", "vollen", walken betekent. Daartoe kwam ook
het want in een badkuip (Drents: vulkoep), waarin het werd geperst door
stampers, die dan door de windmolen in beweging werden gebracht. Omstreeks
1870 waren in genoemde plaatsen nog zodanige volmolens, die men vroeger in
meer plaatsen, o.a. te Weerdinge en Emmen vond".
In 1742 werd op #31
Jan Hilbrands sr (1707-1787) genoemd. Hij werd aangeslagen voor "4 paarden wegens ¾ waardeel en
een vollersmolen". Het zou kunnen dat deze vollersmolen de molen is nabij de Molenkamp, maar
dat is niet geheel duidelijk. De enige overeenkomst is tot nu toe het woord vollersmolen. In 1742 werd op
#53
ook de erfnaam Pranning (tegenover de NH kerk) vermeld waar mulder Pranning zou wonen. Was hij misschien de
molenaar op de vollersmolen?
In de periode 1784-1794 woonden er in Emmen twee molenaars.
- Frederik Wilhelm Beins die op #56
- Jan Hilbrands (1742-1829) die op #31
woonde. Vermelding in 1784 en 1794: "Jan Hilbrands (1742-1829) halve boer en molenaar".
Deze Jan was een zoon van Jan Hilbrands (1707-1787) die in 1742 werd aangeslagen voor "4 paarden wegens ¾ waardeel
en een vollersmolen".
In 1804 werd de molen van Hilbrands niet meer genoemd.
|
|
|
Beschermde status?

|
|
|








Pension "Flintenhof" uit 1937.
|
Hoewel het gebied met de naam Molenkamp al oud is, is de straatnaam Molenkamp pas in 1933 ontstaan. Toen werden hier
de eerste huizen gebouwd. Officiële raadsbesluiten tot dat jaar maken, voor zover bekend, echter geen melding van
De Molenkamp.
De Emmer Courant van juli 1939 vermeldt echter: "De Molenkamp, het door velen zoo bewonderde omwalde
bouwland- en akkermaalshoutcomplex aan de Dennenlaan is verkocht aan de heeren G.Lamberts te Noordbarge en ir.
A.Vedder alhier."
"De bedoeling is den grond als bouwterrein te verkoopen. In 't midden zal
oost-west een dubbele straat met plantsoenstrook aangelegd worden. Woningen verrijzen dan alleen
langs de buitenzijden van de straten."
"Onmiddellijk nabij de Dennen gelegen, met den hoogen wal als beschutting tegen
koude winden, moet worden toegegeven: een mooier woonoord voor wie van rust houdt, is nauwelijks
denkbaar."
"Maar wij voor ons - en velen meer - zullen later, als er allemaal keurige huisjes
met keurige tuintjes zijn, nog dikwijls met weemoed denken aan onzen ouden stoeren Molenkamp,
die bij het oude Emmen hoorde."
"Echter het vonnis is geveld, de bouwperceelen worden al te koop aangeboden en we
kunnen ons best voorstellen, dat menigeen er happig op is in het Molenkamp park te wonen."
Het begrip Molenkamp park is ook op een enkele ansichtkaart terug te vinden hoewel deze
benaming nooit officieel is vastgelegd.

Op pagina 225, in het boek "Emmen in bezettingstijd", geschreven door G.Groenhuis, is een lijst met door de
"Wehrmachtsbefehlhaber in den Niederlande" gevorderde woningen vermeld. Aan de Molenkamp werden vele woningen
door de "Ortskommandantur" gevorderd. De huisnummers 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 19 en 20 worden
op een lijst van 1 november 1944 aangegeven. Behoudens enige persoonlijke zaken, dienden de woningen compleet
overgedragen te worden inclusief de inboedel en moesten de woningen binnen 6 uur door de bewoners zijn verlaten.
Noot: In het huis met nummer 9 woonden de broers Edu en Con ter Veer
die actief waren voor de verzetsgroep Zefat te Valthe.
De Molenkamp zou net als de omgeving Allee voor bescherming in aanmerking
dienen te komen. Er staan vele prachtige bouwkundige staaltjes die dan ook
niet voor niets zijn opgenomen in het boek "Rondom de Heerenhof"
geschreven door Ger de Leeuw.
|
|
|
Adresboek:

|
|
|
Het adresboek 1960-1962, uitgegeven door de gemeente Emmen, geeft de volgende bewoners aan:
| nr |
naam |
beroep |
bijzonderheden |
| |
| 1 |
|
|
|
| 2 |
W.J.van Heerde |
hoofd ULO |
|
| 3 |
|
|
|
| 4 |
|
|
|
| 5 |
K.H.Brink |
wethouder openbare werken |
|
| 6 |
W.van Wijk |
hoofd ener school |
Huisnummers 6-7: dubbele woning met invloeden van de Haagse school
Ontwerp: Huizing Timmer, Valthe
Aannemer: idem
Bouwjaar: 1939 i.o.v. W.van Wijk
Aanneemsom: fl 7.550,- |
| 7 |
E.Heukers |
textiel techn. |
| 8 |
D.Dijkstra |
ass.bez. |
|
| 9 |
G.H.ter Veer |
zb |
Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
Bouwjaar: 1939
Geert Hendrik ter Veer was de vader van "Con" en "Edu"
ter Veer die beide betrokken waren bij de verzetsgroep van Albert
Zefat. In deze woning heeft A.van Dien, die als onderduiker in het hol in het
Valtherbos heeft gezeten en daarover het boekje "De opgejaagden"
heeft geschreven, mogelijk tijdelijk ondergedoken gezeten. |
| 10 |
H.v.d.Ark |
ambt.v.h.min. |
Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
Volgens adresboek 1947 was hier omstreeks dat jaar de Centrale, Crisis Controle Dienst
gevestigd. |
| 11 |
|
|
Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
Ds.Visch woonde hier in de jaren '50-'60. Visch was predikant in de
Gereformeerde kerk. Midden jaren '60 woonde hier de fam.Peters, directeur van de
voormalige Gero fabriek in Nieuw Weerdinge en later directeur van de VVV Emmen. |
| 12 |
J.L.W.Blokhuis |
houtvester |
Markante villa met invloeden van de Haagse school. Heeft als voorbeeld gediend
voor de in 1936 gebouwde villa van R.Zegering Hadders aan de Hoofdstraat.
Ontwerp: L.Daan Jansen en C.Bos Utrecht
Naam: De Eikenhorst
Bouwjaar: 1934 i.o.v. J.L.W.Blokhuis
Aanneemsom: fl 8.500,-
Later woonde hier ook Groeneveld, chirurg |
| 13 |
W.D.Pelger |
fabr.el.motoren |
Ontwerp: Gebroeders Blaauw, Emmen
bouwjaar: 1935 i.o.v. mej.T.Veldmeijer, lerares kunstnijverheid.
Aanneemsom: fl 5.000,-
Eveneens invloeden van de Haagse school.
Pelger was eigenaar van de naar hem vernoemde fabriek Pelger, een
bekende (motoren en ventilatoren) fabriek op het industrieterrein.
Hier brak in de jaren 70 een staking uit met desastreuze gevolgen.
De fabriek ging failliet en werd gesloten. |
| 14 |
H.J.Steenhuis |
inspect.rijksbel. |
Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
later de fam.Jonker, eigenaar woninginrichting Jonker te Klazienaveen |
| 15 |
B.H.Kessens |
keuringsveearts |
Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
Ook in adresboek 1947 wordt de heer Dr.B.H.Kessens, hoofd keuringsdienst
genoemd. Kessens was ook directeur van het slachthuis in Emmen |
| 16 |
L.Steenbergen |
werktuigkundig ingenieur |
Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
adresboek 1947: Ir.Ch.D.Doornik, terreinchef B.P.M..
Steenbergen had een machinefabriek op de plaats waar nu een vestiging van
PRAXIS staat op de hoek Wolfsbergenweg / Oude Roswinkelerweg. |
| 17 |
K.C.Eldering |
zb |
Huisnummers 17-18: dubbele woning.
Eldering was gepensioneerd hoofd van de School met den Bijbel te
Nieuw Amsterdam, een functie die hij ca. 40 jaar heeft vervuld aldus
het gedenkboek Gereformeerde Kerk Nieuw Amsterdam. Op huisnummer 17 heeft
ook enige tijd H.Lanting gewoond die getrouwd was met een dochter
van Eldering. Lanting was ooit klompenmaker te Aalden, daarna
werknemer bij de timmerfabriek De Hondsrug en bij Honeywell. |
| 18 |
M.van Dijk |
inspectrice |
| 19 |
M.A.van Dalen Klunder |
zb |
Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen |
| 20 |
L.G.Westerink |
leraar |
|
| 21 |
T.Veldhuijzen van Zanten |
arts |
Het woonhuis is in 1937 in opdracht van dhr.Ir.Vedder gebouwd. De
heer Vedder heeft er korte tijd in gewoond en het eind 1937 verhuurd
aan de heer en mevrouw J. van Dijk. Zij waren van plan er een
rusthuis van te maken doch omdat hiervoor geen belangstelling was is
men overgestapt op een pensionbedrijf. De naam van het pension
luidde "de Flintenhof" (noot: in het adresboek 1947 staat
foutief Flinthof vermeld). In 1944 werd het huis door de Duitse
bezetter gevorderd en als officierswoning ingericht. Direct na de
oorlog namen de Poolse bevrijders het huis in bezit en daarna
schijnt er een bureau gevestigd te zijn die zich bezig hield met de
registratie van oorlogsschade. In februari 1947 kwam het woonhuis
weer leeg te staan en heeft de dochter van Van Dijk, mevrouw G.Louissen
Van Dijk het pension voortgezet. Mevrouw Louissen werd helaas op
jonge leeftijd weduwe waardoor het pand in 1949 aan dokter
Veldhuijzen van Zanten werd verkocht. Het pensionbedrijf werd
vervolgens nog enige tijd aan de Parklaan voortgezet.
Later kwam hier de familie Dam te wonen. Dam was leraar aan het
Christelijk Lyceum, zijn vrouw kinderarts.
|
Tot slot:
Evenals de familie Jonker maakte Ds.Visch maar wat graag gebruik van de
garage van dokter Veldhuijzen van Zanten. Ook de heer Kessens had een garage
in de tuin. Deze garage droeg (draagt) zelfs een bijzondere naam: "De
Eekschillermeul". De heer Kessens vertelde vroeger namelijk dat hier een
molen had gestaan met deze naam.
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- Kadastrale kaart gegenereerd uit een proefversie van Hazadata, met dank aan André Dekker voor de gegevens.
- Gerrie van der Veen (die een deel van deze tekst oorspronkelijk in Vrogger 66 heeft gepubliceerd).
- "De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland, 1773 – 1794"
- "Historische Atlas Drenthe"
- "Zuidoost-Drente op weg naar een nieuwe toekomst" deel III, door H.T.Buiskool, uitgave Van Gorcum te Assen.
- "Op Naoberveziet" deel II, door H.T.Buiskool uitgave Van Gorcum te Assen.
- "Rondom de Heerenhof, historische balans van Emmen, een stad vol dorpen in het jaar 2000", door Ger de Leeuw.
Uitgeverij Drenthe, Beilen. ISBN 90-75115-29-6.
- Adresboeken 1947, 1960-1962.
- Aanvulling door: mevrouw B.Jonker Snel.
- Aanvulling door H.Hemmen.
- G.Hovenkamp.
- "Molens in Drenthe" p.124.
- Foto's:
- G.Zijlstra
- H.Hemmen Louissen
|
|