|
De Emmerdennen:

|
|
|
|
|
|
Prehistorie:

|
|
|
In 1931 onderzocht de Leidse archeoloog dr.F.C.Bursch enkele grafheuvels. (het gebied
heette toen nog "ten zuiden van de Emmerdennen") Hij vond o.a. een miniatuur hunebedje,
wat vermoedelijk een grafteken was van een kindergrafje. Dit hunebedje heeft daarna
ooit nog het gazon van het gemeentehuis gesierd.
|
Zo'n 5000 jaar voor Christus hadden zich onder invloed van de gematigde
condities van een zeeklimaat open eiken - en berkenbossen ontwikkeld op de dikke
en relatief droge dekzanden. In de ondergroei veel mossen, heidesoorten en
grassen. Op de keileemgronden, die als grondmorene door het smeltende landijs
in de voorlaatste ijstijd, Het Saliën, waren achtergelaten groeide een veel
zwaarder bostype met eiken, iepen, linden en essen. In de volksmond het Drentse
oerbos geheten. Van deze oorspronkelijke bosvegetatie is niets overgebleven. De landbouwende
mens was verantwoordelijk voor het langzaam verdwijnen van deze bossen. Dit begon
al voor Christus en kreeg z'n voltooiing in de Middeleeuwen. Het grootste deel
van de Hondsrug bestond toen uit een steppeachtige heidevlakte.
Door de invloed van de mens, het rooien van de bossen en het intensievere
landbouwgebruik werd de kringloop doorbroken, terwijl de verwering en
uitspoeling van de bosgronden zich steeds sterker kon doorzetten. Door deze
uitspoeling van mineralen (podsolidering) ontstond in de loop der eeuwen een
verarmde en onvruchtbare zandgrond waarop alleen nog calluna en heideachtige
struiken groeiden.
Door toedoen van de mens ontstonden ook de stuifzanden. Omdat Emmen op een uitloper
van de Hondsrug lag waren er veel zandverstuivingen. Deze vormden
een bedreiging voor de landbouw. Aanleg van bossen moest deze bedreiging voorkomen.
Rond 1870 was er praktisch nog geen bos aanwezig rond Emmen. Door de gemeente
Emmen werd zeven hectare eikenhout en negen hectare naaldhout aangegeven.
|
|
|
Kadastraal:

|
|
|
kaart anno 1820-1829
kaart anno 1902
kaart anno 1958
|
1820: de Emmerdennen zijn nog niet op de kaart aangeven.
1840: Alom werd aangenomen dat de Emmerdennen rond 1840-1850 zijn aangelegd. Uit een bericht in de
Emmer Courant blijkt dat de dennen al in 1824 zijn aangepland.
1902: de Emmerdennen beslaan een kleien deel van de zandverstuivingen
1958: de Emmerdennen in volle omvang.
Op alle kaarten is links de Molenkamp te zien.
|
|
|
Zandverstuivingen:

|
|
|





|
Over de zandverstuivingen verscheen op 19 januari 1890 het volgende bericht in de krant:
"Hadden reeds voor eenige jaren, met het oog op de beteugeling, opmetingen plaats op het terrein der
zandverstuivingen, hetwelk het dennenbosch aan den oostkant van ons dorp omgeeft, tot voor korten tijd bleven deze
voorbereidselen zonder gevolg. Thans is men het plan evenwel beginnen te verwezenlijken. Aan de dorpszijde doch
is men begonnen eene sloot te graven en een wal op te werpen. Deze werkzaamheden worden dagelijks voortgezet, langs
den zuidkant om, alwaar de volgen richting is aangegeven. Ook uit het oogpunt van werkverschaffing zal ieder dit
eene goede zaak noemen."
Een half jaar later, op 3 juli 1890, verscheen het volgende bericht in de krant:
"Dat een krachtdadig pogen zelfs hevige zandverstuivingen in tijd van weinige jaren aan banden kan
leggen, bewijst het volgende:
Het n.o. van ons dorp is de plaats van aankomst en vertrek der talrijke kudde schapen
en heet daarnaar terecht schaapstreek. Daar genoemde dieren te gemakkelijk zijn, om onder het
gaan hunne pooten behoorlijk op te beuren, hebben ze den bodem daar geheel omgewoeld en in mul
zand herschapen. Dit mulle zand strekte zich tot voor weinige zomers ettelijke honderden meters
in oostelijke richting uit en bedreigde zelfs een stuk groenland, waarna het aan de grens der
tuinen zou zijn aangeland. Dat hier iets moest worden gedaan, zag men maar al te duidelijk in.
De uitgebreide zandverstuiving werd daarom omwald, en de wal met eikenstekjes beplant.
Tot veler verwondering kwamen de laatste uitstekend aan, leverden daardoor stevigheid aan den
wal en meerdere beschutting aan de bedreigde omgeving. Thans is het eikenloof op sommige
plaatsen een meter hoog, het zand overschrijdt nergens de gestelde grenzen, en eene soort van
helm tiert welig binnen die perken en maakt het mulle zand meer en meer tot een harden bodem.
Alzoo hebben we eene zandverstuiving minder gekregen in den omtrek van ons dorp. Bij
andere werden indertijd wel reeds opmetingen gedaan maar verder kwam men er tot nu toe niet
mede; bij de grootste is is eene omwalling ook bijna onmogelijk. Toch zal men, aangespoord door
het uitstekende resultaat aangaande de beteugeling van die in het n.o. van ons dorp,
waarschijnlijk nog wel eens beproeven, meerdere zandverstuivingen perk en paal te stellen."
|
|
|
De NV Emmerdennen:

|
|
|
In de Emmerdennen is door de Vereniging tot bevordering van
Vreemdelingen Verkeer, met als toenmalige voorzitter Warner Ten Kate, in 1929 een
monument geplaatst ter nagedachtenis aan het bestuur van de N.V. Emmerdennen die
in 1910 het initiatief nam "tot behoud van ons schoone bosch".
Het monument werd op 15 november 1929 onthuld en in ontvangst genomen door houtvester Malsch.
Het monument bestaat uit een uit keien opgeworpen heuveltje in trapvorm, met bovenop
een ovale vlakke, verticaal staande, kei met het opschrift ter nagedachtenis. Deze kei
was eigendom van de landbouwer Zeubers uit Westenesch. De kei had als overbrugging
van een sloot gediend. Ook zou de steen ooit een rituele functie hebben gehad.
Het monument te vinden aan één van de zijpaden van het welbekende Matenpad en is vanaf dit pad zichtbaar.

|
Eigenaar van het bos waren de Markegenooten van Emmen en Westenesch. Deze hadden
plannen tot verkoop of kap van de dennen. In de Emmer Courant
van 19 januari 1909 verscheen het volgende bericht van de heer T.Kremer: "Mijnheer de
redacteur! Vergun het mij een plaatsje af te staan in Uw veel gelezen blad.
Onder de kop: " 't Natuurschoon van Emmen" verscheen de volgende brief:
"Wie kent niet, zoowel ingezetenen als vreemdelingen, het bekende Emmer bosch? Velen, die
het eenmaal bezochten, bleef een aangename herinnering achter. En geen wonder, van alle
Drentsche dorpen in den omtrek is Emmen het rijkst aan natuurschoon, kan 't bogen op zijne
"Dennen".
Den ingezetenen beiden ze in den zomeravond eene gunstige gelegenheid om zich te
ontspannen. De vreemdeling, die Emmen bezoekt, gaat altijd even naar het bosch met zijn
hunnebedden. Is het dus eene fraaie wandelplaats (eere aan de vereeniging tot bevordering van
het vreemdelingenverkeer !) het is ook een sieraad voor het dorp zelf. Erg jammer zou het dan
zijn, indien onze plaats van de "Dennen" beroofd werd.
Maar het is te hopen, dat het nooit zoover komt. Het belang van Emmen toch zal er zeer
door geschaad worden, zoo de Markegenooten besloten, de dennen te vellen. Neen, daarvoor zal
zeker de burgerij waken, zooveel zij kan.
Men heeft gezien de berooving van eene mooie rij boomen der "Wilhelminalaan".
Zal men dus nog verder gaan en de "Dennen", waarop men met recht trotsch mag zijn,
onder den hamer te brengen en misschien te vellen?
De Markegenooten, die het rechte belang van het bosch voor het dorp niet schijnen in te
zien, zou ik beleefd willen uitnoodigen, zich daarvan eerst te overtuigen, voor zij aandringen
tot verkoopen.
Wij willen dus hopen, dat noch tot verkoopen, noch tot vellen van ons eenig-mooi
wandelbosch zal worden overgegaan."
In 1907 werd de "n.v. maatschappij tot het in cultuur brengen en houden van gronden in de gemeente Emmen
en het verkopen als bouwterrein te Emmen" kortweg de n.v. Emmerdennen opgericht, om te voorkomen dat door het
kappen van teveel bos, en door vervolgens onvoldoende nieuwe bomen bij te planten, het bos weer verloren dreigde te gaan.
Het bestuur slaagde er met veel moeite in vele tientallen, over het gehele land verspreidde, eigenaren te bewegen
hun aandeel van het bos tegen de taxatieprijs te verkopen. Deze gronden werden uiteindelijk in de n.v. Emmerdennen
ingebracht. Dit is vastgelegd in een notariële akte die op 19 februari 1910 passeerde bij notaris
H.J.Oosting.
Het bestuur werd gevormd door Jan Meijering (voorzitter), Roelof IJken, Berend Horring, Hendrikus Haasken Hadders
en Kars Strating later aangevuld met Jans en Mans Schirring, Hendrik Wiggers, Koert Kooiker en Luchien Strating.
Er waren ongeveer 40 aandeelhouders. De maatschappij liet aan de hand van adviezen van de Nederlandse Heide Mij
enkele nieuwe complexen aanleggen en verzorgen maar door de hoge houtprijzen (de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken)
werd helaas een derde gedeelte van het bos verkocht. Men moet hierbij bedenken dat het bos weliswaar een domein
voor de natuurliefhebber was, maar dat de n.v. daarnaast ook een commercieel doel had. Om te voorkomen dat het gehele
bos zou verdwijnen werd het op dat moment 234 hectare grote bos in 1918 verkocht aan Staatsbosbeheer.
Het bestond
toen uit 74 hectare bos, 33 hectare gekapt bos, 3 hectare weiland, en 124 hectare heide. Ook werden toen de eerste
brandpaden aangelegd. Staatsbosbeheer breidde de bebossing verder uit tot 350 hectare zodat een boswachterij kon worden
gevormd. In 1921 werd de n.v. weer ontbonden.
Sinds 1918 werden onderplantingen aangelegd met een variatie in loof en naaldhout waardoor het een afwisselend bos werd.
De Amerikaanse eik, de douglas, de beuk en de fijne spar bleken het goed te doen op de keilemen onderlaag.
Rond het jaar 2000 werden juist deze boomsoorten weer verwijderd omdat ze hier oorspronkelijk niet thuis horen, te hard
groeiden met als
gevolg lichtgebrek voor de originele bomen die daardoor onderaan afstierven.
De eerste houtvester in Drenthe was de heer P.Boodt uit Assen. Hij werd opgevolgd door de heer J.J.M.Jansen. Toen de
houtvesterij Emmen in 1928 zelfstandig werd, werd de heer Ir.F.W.Malsch de eerste houtvester. In 1931 werd hij opgevolgd
door J.L.W.Blokhuis. De eerste boswachter was de heer Van Hemel opgevolgd door R.Hemminga in 1921 en in 1945 door W.Oosting.
|
|
|
Boomplantdag:

|
|
|
Foto genomen rond 1922 van de boomplantdag in de Emmerdennen. De enige foto van deze dag
waarop een door ossen getrokken wagen te zien.
Ook de padvinders van de Hunengroep deden begin jaren '70 onder het motto "Heitje voor een boompje"
mee aan de boomplantdagen.
Op de foto overigens in het Oostersebos.
Gehurkt de heer Wendel,
staande Klaas Blok van Staatsbosbeheer
Op 17 maart 1976 lieten ook mevrouw J.P. Hansen van der Linden (VVD) en J.B.Borgman zich tijdens de 20ste boomplantdag
onbetuigd. Zij hielpen de kinderen van de o.b.s. aan de Roedestraat, de c.l.s. aan de De Kap en r.k.s. aan de Jhr.de Jongestraat.
|
In de jaren '20 werd er een Nationale boomplantdag gehouden, waaraan door (lagere) scholen werd deelgenomen. De leerlingen
werden door Staatsbosbeheer met een door ossen getrokken kar van school opgehaald. De van huis meegebrachte schoppen,
voorzien van naam, werden in de kar geladen en vervolgens ging het in optocht richting bos, tussen het huidige
Scheperziekenhuis en de Kievitsval (Emmerhout). De bomen die daar (nu nog) staan zijn destijds door de leerlingen geplant.
De planters groeven zelf het gat, bij het inzetten van de boom hielpen de bosarbeiders. Elke boom kreeg een kaartje
met de naam van de leerling erop. Was het karwei geklaard dan gingen ze, nadat iedereen op chocolademelk was getrakteerd,
op dezelfde wijze terug naar school.
Ter gelegenheid van de boomplant dag zongen de schoolkinderen een liedje (op de melodie van: wie rusten wil in
't groene woud) dat luidde:
Gij boompje nu door ons geplant,
groeit op tot forse bomen
Dan zal uit werk van kinderhand,
een statig woud voortkomen
Zo God wil ruist na jaar en dag,
Alom hier eikenlover
En breidt zijn schaduw over,
de plek waar een het heideveld lag.
En met hen rusten op het mos,
het tere groene weke
Is 't ons als horen wij het bos,
Vermanend tot ons spreken:
Kind zorgt niet voor uzelf alleen
Denk aan wie na u komen,
Draag deze les der bomen
Steeds met u door het leven heen
Dan keren wij nog vaak hier weer,
Al oud met grijze haren
En zetten ons opnieuw terneer,
Als toen wij kind 'ren waren
Dan zien we in 't bos door ons geplant,
Ons eigen kind 'ren dwalen
En zullen hen verhalen,
Van 't werk verricht door onze hand.
|
|
|
De Emmerdennen:

|
|
|















Weg naar Emmerhout
Pad naar Zandmeer

Omgeving Haantjebak
Omgeving Haantjebak
Omgeving Haantjebak


|
De Emmerdennen zijn een voorbeeld van bossen die zijn aangelegd om de zandverstuivingen tegen te gaan.
Het gebied waarop de Emmerdennen zijn aangelegd was vroeger markegrond van de marke Emmen en Westenesch.
Na de aanleg van de wijk Emmerhout werden de Emmerdennen vrijwel geheel door woonwijken omsloten en vormen
thans een prachtig wandelgebied. 1840: Alom werd aangenomen dat de Emmerdennen rond 1840-1850 zijn aangelegd. Uit een bericht in de
Emmer Courant 1 februari 1935 blijkt dat de dennen al in 1824 zijn aangepland. Onder de kop: "Zandverstuivingen,
de Emmerdennen zijn van 1824" verscheen het volgende artikel:
"Ter voldoening aan UHEgs besluit van den 12 november jl. no.15 betreffende rapport omtrend de
zandverstuivingen heb ik de eer op art.2 en 3 van het reglement der zandverstuivingen bij dezen te berigten
dat de aanwezige zandkuilen, gaten en kleine zanden, in deze gemeente ter verdere verspreiding zijn beplagt,
zoals men ook met de grote zandverstuivingen tot demping door bepoting en zaien van denne zaad bereids heeft
begonnen, zijnde er dit voorjaar wederom dertig ponden van dat zaad gezaaijd en met berken bepotingen bij
afdelingen omgeven."
"Het reglement op de zandverstuivingen is van 6 augustus 1823. Zooals uit bovengenoemd schrijven blijkt,
moesten de grootte successievelijk worden beboscht, hetzij door de eigenaars of op hun kosten door de gemeente.
De grootste verstuiving was het Emmer zand, toebehoorende aan de Markgenooten van Emmen en Westenesch, die
volgens het door ons medegedeelde schrijven van den heer Willinge aan de Provinciale Commissie van Landbouw dd 12
maart 1824 hadden verklaard de beteugeling dier groote verstuivingen zelf te willen doen. En daar in het hier boven
gepubliceerde schrijven gemeld wordt dat w e d e r o m 30 pond dennenzaad is uitgezaaid, kunnen we als wel zeker
aannemen dat het ontstaan van de Emmerdennen op 1824 is te stellen."
1890: Op 15 mei 1890 meldde de Emmer Courant de waarschijnlijk eerste bosbrand: "Hedenmiddag
om ongeveer half vijf ontstond er midden in het dennenbosch, ten oosten van ons dorp, brand, die
bij meer wind zeer gevaarlijk had kunnen worden. Zoodra zich het gerucht in het dorp verspreidde,
werd het "boerboren" geblazen, op welk sein zich tal van lieden naar de plaats des
onheils begaven. Eerst nadat het vuur ongeveer 1,5 hectare bosch had vernield, mocht men er in
slagen de vlammen te stuiten; een gedeelte klein hout verbrandde geheel, terwijl een ander deel,
meer hoogstammig bosch, zoodanig werd beschadigd, dat het waarschijnlijk moet worden gekapt. De
oorzaak is onbekend."
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- G.v.d.Veen (die een deel van deze tekst oorspronkelijk heeft gepubliceerd).
- Correctie en aanvulling door H.Bos.
- Correctie door C.Reinders.
- "De Nieuwe Drentse Volksalmanak" 1906, door J.G.C.Vegter.
- "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst deel III" door H.T.Buiskool.
- Gids "In en om de Gemeente Emmen". Uitgave Vereeniging tot bevordering van het Vreemdelingen verkeer in Emmen omstreeks 1935-1940.
- Emmer Courant 19 januari 1890.
- Emmer Courant 15 mei 1890.
- Emmer Courant 3 juli 1890.
- Emmer Courant 19 januari 1909.
- Emmer Courant 21 juli 1914.
- Emmer Courant 1 februari 1935.
- Een publicatie van de gemeente Emmen van februari 1969.
- "Geschiedenis van Emmen en Zuidoost Drenthe" onder redactie van Drs.M.A.W.Gerding, Mr.P.Brood,
Prof.Dr.P.Kooij, Dr.G.Groenhuis, G.de Leeuw, Drs.A.N.Witter in opdracht van het gemeentebestuur van Emmen.
- Onder de naam "Bruino" begin jaren 70 gepubliceerde historische artikelen over Emmen in het Emmer Weekblad.
- "Emmen en Zuidoost Drenthe" een geografische monografie door J.Visscher. Uitgave Kemink en zoon N.V. te Utrecht. (p.77)
- Kroniek, september 2001. Uitgave Historische Vereniging Zuidoost Drenthe. Artikel van W.Visscher en
T.van Wieren Bosklopper.
- Drentse Courant van 18 april 2000.
- Artikel van W.Alferink in "Oes Kamnet".
- "Geïllustreerde plaatsbeschrijving gemeente Emmen".
- Wijziging door H.Jansen.
- Foto's:
- Archief gemeente Emmen
- E.Hof
- C.Reinders
- R.Boelens
- J.Withaar
- S.Hoek Beugeling
- Gemeentekracht 1976
|
|