|
Reeds in 1951 had stedenbouwkundige Z.Naber de wijk Emmerhout, welke hij toen Emmen II noemde, in gedachten. Deze werknaam geeft
al aan dat de oorspronkelijke planning was Emmerhout eerder te bouwen dan Angelslo. In werkelijkheid begon men pas met Emmerhout
te bouwen toen de wijk Angelslo rond 1965 vrijwel was volgebouwd.
Voordat begonnen werd met de bouw van de eerste huizen waren er al verhitte discussies gevoerd. Van de Emmerdennen, die de
rol van een soort stadspark was toebedacht, zou een groot deel moeten verdwijnen. In eerste instantie zou er 50 hectare bos
gekapt worden maar daar was niet iedereen het mee eens! Staatsbosbeheer verzette zich hevig. In de jaren zestig stonden de
kranten maanden lang vol met meningen van voor- en tegenstanders van het kappen.
Tegenstanders vonden het onaanvaardbaar dat er zoveel bos gekapt moest worden, anderen brachten daar tegenin dat er toch
huizen moesten komen. Vanwege alle problemen werd er binnen de gemeente zelfs overwogen om maar af te zien van de bouw van
Emmerhout maar dat ging anderen ook weer te ver. Uiteindelijk trok Staatsbosbeheer haar bezwaren in toen bleek, dat er niet
50, maar 25 hectare bos zou verdwijnen.
De Emmer Courant van 16 maart 1963: "Gemeente wijst bezwaren van Staatsbosbeheer af".
"Planologisch gezien wordt het niet verantwoord geacht een woonwijk te stichten aan de oostzijde van de
Emmer Dennen. Dit bosgebied komt dan voor een belangrijk gedeelte tussen woonkernen te liggen, die het voortbestaan
van het bos een voortdurende bedreiging gaat vormen" aldus een consulent bij het Staatsbosbeheer voor Groningen en
Drenthe in een officieel bezwaarschrift, dat bij het gemeentebestuur werd ingediend tegen het ontwerpplan Emmerhout.
Op 25 maart 1963 moest de gemeenteraad het besluit nemen over het bezwaarschrift van Staatsbosbeheer. Het college van
B&W stelde de raad voor het bezwaarschrift ongegrond te verklaren. Het college was van mening dat aan het projecteren van
nieuwe uitbreidingen voor een groeiende gemeenschap als beginsel ten grondslag moest liggen. Het college vond dat het te
betreuren was dat er 50 hectare bos moest worden opgeofferd, maar vond dit wel aanvaardbaar om een woonwijk te verkrijgen
van de omvang, welke noodzakelijk was voor het goed functioneren van de daarin te vestigen winkelcentra en instellingen op
het gebied van onderwijs en van het geestelijk en maatschappelijk leven, "zulks temeer omdat in de naaste omgeving
van Emmen nog ruim 1000 hectare bosgebied beschikbaar is."
De gemeente Emmen wilde Staatsbosbeheer tegemoet komen door - in samenwerking met hen - aan de noordzijde van de Emmerdennen
een bosgebied te ontwerpen dat aanzienlijk groter zou worden dan de 50 hectare die zou verdwijnen.
De bouw van de derde woonwijk van Emmen, Emmerhout, kon beginnen. Al tijdens
de bouw van de wijk Angelslo was gebleken dat zich daar een probleem voordeed
die men bij de bouw van Emmerhout wou voorkomen: de grote afstand naar het
winkelcentrum. Emmerhout moest compact rond een winkelcentrum worden gebouwd. Om
dit te realiseren zouden er minder grote groenzones dienen te komen hetgeen
echter ten koste zou gaan van het woongenot. Ook zou het verkeer, wat in die
jaren enorm zou toenemen, nog meer gescheiden moeten worden van de woon- en
leeffunctie. Tot de komst van de auto was de straat immers de ontmoetingsplaats
voor mensen en spelende kinderen.
Voor Emmerhout hadden de stedenbouwkundigen (eerst nog onder leiding van Niek
de Boer, later André de Jong) daarom iets revolutionair nieuws bedacht: het woonerf.
Ze streefden er naar om zo weinig mogelijk straten tussen de huizen
door te laten lopen. Wegen waren voor het verkeer, erven voor het wonen. Om de
scheiding nog beter gestalte te geven dan in Angelslo, situeerden ze de garages
in Emmerhout aan het begin van een erf.
Behalve de uitvinding van het woonerf was ook de samenwerking tussen
gemeente, architecten en aannemers volstrekt nieuw. Beleggers dienden verplicht
zaken te doen met de architecten Nicolai, Oosterman en Sterenberg en de
aannemers Brands en Van Os. Stedenbouwkundige Niek de Boer had bedacht dat er hierdoor een
bepaalde betrokkenheid bij de partijen zou plaatsvinden, die kostenverlagend zou
kunnen werken. Het was een gok die goed heeft uitgepakt.
In Emmerhout zijn evenals in Angelslo goedkope huizen gebouwd die betaalbaar
waren voor de fabrieksarbeiders. Immers de industrialisatie nam na de komst van
de Enka enorm toe. Er is veel gebruik gemaakt van complete, kant en klare,
fabrieksmatige onderdelen in combinatie met metselwerk.
De eerste huizen, gebouwd tussen 1964 en 1967 ten zuiden van de Houtweg,
kregen, evenals in Angelslo, platte daken. Door de kostenbesparing van een
schuin dak kon men een grotere woning bouwen.
Vanuit de bevolking was echter veel vraag naar woningen met een mooie
grote zolder. Maar ook de burgemeester, de woningstichtingen ECW en Interpares
en de beleggers pleitten voor een zolder. Belangrijk argument was de
kostenbesparing aan onderhoud. Na het vertrek van Niek de Boer, die voorstander
van platte daken was, was de weg vrij om woningen met schuine daken te bouwen.
Deze kwamen ten noorden van de Houtweg, aan de Laan van de Bork en de Laan van het Kwekebos.
Rond 1970 waren daar zo'n 325 woningen gereed. Ze kregen
veelal de namen mee van Griekse helden zoals Castor, Pollux en Nestor, maar ook
de types Pan en Panda zijn heden ten dage nog zeer gewilde woningen met dakkap.
|