|
Emmermeer:

|
|
|
|
|
|
Inleiding:

|
|
|
|
Emmermeer is één van de oudste woonwijken van Emmen, ten noorden van de
oude dorpskern. Deze wijk moest na de oorlog in de grote woningbehoefte
voorzien. Emmermeer kenmerkte zich in die tijd doordat voor het eerst in Emmen
"rijtjes woningen" en flats werden gebouwd. De wijk had westelijk een
wijds uitzicht over de es en zowel ten noorden als het oosten lagen bossen. Rond
1948, nog voordat de woonwijk Emmermeer ontstond, woonden er al mensen in
"de mini woonwijkjes" het Meerveld en Bargermeer.
Vanaf ongeveer 1950 werd er in Emmermeer op grote schaal gebouwd en groeide
het in 10 jaar uit tot een wijk met ongeveer 10.000 inwoners. Vele woningen
werden verhuurd aan de talrijke werknemers van de (AKU) Enka waaraan Emmen zijn
enorme groei heeft te danken.
Rond de eeuwwisseling in 2000 heeft Emmen Revisited in enkele jaren de wijk
een compleet ander aanzien gegeven. Oude woningen die niet meer aan de huidige
maatstaven voldeden werden gesloopt en vervangen door nieuwe woningen en flats
met moderne vormen en kleuren. Wat blijft is de herinnering ..............
|
|
|
Het Emmermeer:

|
|
|
Kaart van 1820-1829 met vermelding van het Emmen(!) meer.
Kaart van Pijnacker uit 1634.
Het Bargermeer werd als Emmermeer vermeld.
|
Voordat de wijk Emmermeer werd gebouwd, lag er tot ongeveer 1857 een meer van
zo'n 40 hectare. Over dit meer is echter bitter weinig bekend. Er is gedacht dat het
Emmermeer nooit heeft bestaan omdat het Bargermeer op oude
kaarten ook wel staat aangeduid als Emmermeer.
Het Emmermeer lag ongeveer in het gebied tussen de tegenwoordige Haddersstraat, Walstraat,
Meerstraat en Warmeerweg en lag in een laagte tussen enkele hoge gebieden. In het
westen lag de hooggelegen es, zo'n 26 meter boven N.A.P. In het oosten de
Wolfsbergen een rug met een zandverstuiving, 24 meter boven N.A.P. In het
noorden het Emmerveld, 25 meter boven N.A.P. Het meer zelf lag ongeveer 20 meter
boven N.A.P. en was vrij ondiep. Zo ondiep zelfs dat de boeren van Emmen er hun
schapen niet in konden wassen. Daarvoor werd uitgeweken naar het zandmeertje in
de Emmerdennen of de gracht van de Emmerschans. Het Emmermeer was eigenlijk niet eens
een echt meer, maar eerder een soort ven. Het meer was niet altijd even groot. Wanneer
er een nat voorjaar was geweest gevolgd door een zomer met veel regen, wat in ons
kikkerlandje nogal eens voorkomt, was het meer groter dan tijdens een droog seizoen.
De letterlijke betekenis van warmeer is ondiep meer. Het was
ongeveer 40 hectare groot. Aan een van de oevers lag het zogenaamde 'Rosingdijkje'.
Deze was genoemd naar de familie Rosing, die hier in de tijd van Napoleon het
recht had op de alleen verbouw van tabak.
Tussen 1853 en 1858 werd vanuit Smilde dwars door Drenthe het Oranjekanaal
gegraven. Het waterpeil van dit kanaal lag echter lager dan dat van het
Emmermeer. Toen de graafwerkzaamheden Emmen bereikten liep het Emmermeer
leeg. Nadat het gebied droog was komen te liggen bleef het eerst lange tijd
moerassig en nat. Later werden de laagste delen, omgeving Nijkampenweg en
H.Boomstraat, opgevuld met zand. Er ontstonden nieuwe landbouwpercelen,
zogenaamde 'kampen'. Hieraan danken de 'Nijkampenweg' en 'De Nijkampen' hun naam.
|
|
|
De Haagsche Nieuwe Kamp:

|
|
|
Een deel van de kadastrale kaart sectie C blad 8 waarop de Haagsche Nieuwe Kamp
vermeld staat. Het "lege gebied" boven is sectie C blad 5 en bevat de Schimmeres.
Nabij de knik in de Odoornerweg (rechts bovenaan) ligt tegenwoordig de rotonde waarop de Valterzandweg uitkomt.
Hunebed D41 met op de achtergrond
de Haagsche Nieuwe Kamp.
Hier werden flats gebouwd die tussen de
Varenkamp en Odoornerweg kwamen te staan.
Haagjesweg 1981
Dat Emmermeer in een laagte ligt was in de jaren '60, '70 en '80 goed te constateren.
Na een fikse regenbui stonden veel straten blank. In de winter van 1947 stonden veel weilanden
in Emmermeer onder water zodat het gebied opnieuw in een meer leek te zijn veranderd. Toen
het begon te vriezen kon men schaatsen vanaf ongeveer het noordelijke deel van de Warmeerweg
tot bijna het zuidelijke deel van de Meerstraat!
|
Voor 1900 al werd het noordwestelijke deel van Emmermeer ‘De Haagsche Nieuwe Kamp’ genoemd.
Het bestond uit onvruchtbare grond waar veel heide stond. Bedoeld wordt het gebied tussen de
Haagjesweg, Meerstraat, Valtherzandweg en Odoornerweg. Het stuk grond waar in 1894 het
woonwagencentrum aan de Odoornerweg ontstond hoorde daar ook nog bij. Kadastrale kaarten
uit die tijd geven nog geen woningen aan. Pas na 1900 kwamen daar de eerste pioniers in
simpele optrekjes wonen.
In het drooggevallen gebied, wat de naam Emmermeer behield, kwam al in de
vorige eeuw een patroon van (zand)wegen te liggen. De Meerstraat (aanvankelijk
Meerweg genoemd), de Warmeerweg, de Walstraat, de Haagjesweg en de Nijkampenweg
ontstonden. Het meest noordelijk deel van de Warmeerweg is echter al honderden
jaren oud. Toen het meer nog in volle glorie bestond lag daar al een vanuit het
noorden komende zandweg. Dit oude zandpad liep vanaf Valthe over het Emmerveld,
waar nu het Valtherbos ligt, naar Emmen. Dit pad liep helemaal langs de
westelijke oever van het meer en kwam uiteindelijk uit op de huidige Flintstraat.
Op oude kaarten is dit zandpad nog te zien. De naam "Warmeerweg"
zou afgeleid zijn van de vroegere bijnaam van het Emmermeer, het
"Warmeer" wat "ondiep" meer betekent.
|
|
|
Hunebed D41 aan de Odoornerweg:

|
|
|
|
Hunebed D41 ligt aan de Odoornerweg even voorbij de Sluisvierweg. Het is ontdekt op
19 april 1809 in de Franse tijd. Een onbekend gebleven persoon was op zoek naar stenen.
Dit werd veel gedaan want gevonden stenen (die verkocht werden) vormden een mooie
bijverdienste. Deze stenenzoeker, ook wel een stenenprikker genoemd, stootte op een
kleine heuvel op een groot aantal enorme stenen. Nieuwsgierig geworden besloot bij de
zaak verder te onderzoeken. Hij groef verder en ontdekte zo het hunebed. Hij besloot om
van bovenaf een gat in het hunebed te maken om zo in het graf te kunnen komen. Eenmaal
in het hunebed doorwoelde bij de bodem die uit twee lagen bestond. Een laag geel zand
met daarop veel steengruis en daaroverheen een ruw gelegde keienvloer. Door het gegraaf
van de stenenprikker was het voor de archeologen, die drie dagen later kwamen, erg
moeilijk om de vloer van het hunebed te onderzoeken. Er was al te veel vernield.
De "echte" onderzoekers van het graf, onder leiding van J.Hofstede, waren veel
voorzichtiger dan de stenenzoeker. Heel behoedzaam werd de heuvel die toen nog over het
hunebed lag verwijderd. Hierbij ontdekten ze, dat er in deze heuvel enorm veel grote
stenen in de grond zaten. De bouwers van het hunebed hebben dat waarschijnlijk gedaan,
omdat ze bang waren dat het zand van de dekheuvel anders zou wegwaaien. Vervolgens
verschoven de onderzoekers m.b.v. hefbomen één van de dekstenen opzij waarop ze in het
graf konden komen. Ze zagen dat de ontdekker van het hunebed de hele bodem doorgewoeld
had met een schop en een punthaak. Ze besloten om met de handen de hele vloer uiterst
voorzichtig te doorzoeken. Hun inspanningen werden beloond. In de vloer vonden ze 14-15
urnen die helaas allemaal in stukken lagen. Ook werden er drie nog ongeschonden rode
kruikjes en een vuurstenen beitel gevonden. Onderzoekers denken dat het hunebed, in
tegenstelling tot vele andere, maar één keer gebruikt is.
Even ten westen van dit kleine hunebedje vond men nog een heuvel. Ook deze werd
onderzocht. Men vond er, zoals de onderzoekers dat in 1809 noemden, een langwerpig
vierkant. Deze bestond uit grote keien en was 1,25 meter hoog. Men vermoedt dat dit de
resten waren van een brandheuvel. Op een brandheuvel werden de lichamen van overledenen
gecremeerd. Tegenwoordig weet men dat deze brandheuvel los moeten worden zien van het
hunebed, maar in 1809 dacht men er nog anders over.
Het hunebed is bijzonder omdat dit het eerste hunebed was waar landmeters aan te pas
kwamen die het hunebed helemaal opmaten. Dit had men bij andere hunebedden nog niet
gedaan. Er zou zelfs een uiterst volledig opgravingverslag van bestaan. Bijzonder is
eveneens dat Lodewijk Napoleon op de hoogte werd gebracht van de vondst van het hunebed.
|
|
|
Valtherbos:

|
|
|
|
In 1920 werd begonnen met de aanleg van de Bargerdennen (Noodbargerveld, 272
hectare) en in 1923 als werkverschaffing met het Valtherbos (Weerdingerveld, 450 hectare).
De grond voor de aanleg van het Valtherbos moest heel diep worden
omgeploegd. Daarvoor gebruikte men ossen, die sterker zouden zijn dan paarden.
Als nachtverblijf en schuilplaats voor de ossen diende in de jaren '20-'30 een
ossenkeet. De keet bestond uit een kuil in de grond die was bedekt met
boomstammen en takken. Ook het Valtherbos kende zo'n ossenkeet. Aan het fietspad
van Emmermeer naar Valthe is ter hoogte van de drie hunebedden nog steeds iets
van deze ossenkeet te zien. De oorspronkelijke kuil is echter deels
dichtgegroeid. Oudere mensen praten nog steeds over de ossenkeet.
Het gebied waarop het Valtherbos werd aangelegd staat op de kadastrale kaart uit 1880
aangegeven als "Adderings". Ten noorden en ten oosten van het huidige pompstation,
voorheen de boomgaarden van Engelsman, lag een gebiedje met een beekdalachtige structuur. Het
was in feite de uiterste bovenloop van de Middelsloot / Slenerstroom. Dit gebiedje werd
destijds door de Emmer bevolking "de Eddering" genoemd. De topografische kaart van
1912 geeft het gedeelte in de gemeente Emmen de naam Addering en het stukje in de gemeente
Odoorn de naam Edderinger Landen. De Edderinger landen liepen zelfs nog door ten westen van
de Pandijksbrug. Op deze kaart staat ook al de toekomstige wegenstructuur getekend van de
paden door het Valtherbos en over de veldgronden ten westen van de weg Emmen-Klijndijk.
De naam Addering / Eddering is echter veel ouder. Op de militaire Huguenin kaart uit 1829
staat exact hetzelfde gebiedje aangegeven als Edderingen. Dit betekent dat de Edderingen al
bij boeren uit Emmen in gebruik waren, 100 jaar voordat het tussenliggende gebied zou worden
ontgonnen. Op de kaart van Huguenin staat de Pandijk overigens op een andere plaats getekend.
Het resultaat van al deze bosaanleg was, dat er rond 1969 al 956 hectare bos rond Emmen lag.
Tezamen met Odoorn, Gees, Slenerzand, Schoonloo, Orvelte en Sellingen vormde zich toen
de houtvesterij Emmen, 7000 hectare groot en bebouwd met 6000 hectare bos.
|
|
|
De eerste woningen:

|
|
|
Op het droog gevallen Emmermeer "komen vast nog wel eens duizend huizen te staan"
De eerste lichtjes brandden rond 1920 in de gemeentewoningen
|
Lang voordat er plannen waren voor de woonwijk zei de heer Veenegeerts, woonachtig aan
de Veenegeertsweg in Emmen:
"Ik heb daar vannacht veel lichtjes zien branden, daar komen vast nog wel eens
duizend huizen te staan".
Rond 1920 werden er in het gebied Emmermeer woningen gebouwd die werden
verhuurd. Men noemde dit de gemeentewoningen. Deze stonden o.a. aan de
Warmeerweg, de
Nijkampenweg en de
Valtherzandweg. Van een nieuwbouwwijk
was toen nog geen sprake, daaraan werd zelfs nog niet gedacht. Niet alleen in het gebied
Emmermeer werden nieuwe woningen gezet, maar vooral ook in de veenkoloniën. Er
waren in Emmen aanvankelijk zeven bouwcorporaties! In 1922 besloten de gemeente
Emmen en het Rijk deze onder te brengen in één nieuwe gemeentelijke stichting
met de naam 'Emmer Centrale Woningbouw' (ECW). In 1958 veranderde deze naam in
'Emmer Centraal Woningbeheer' en nog later in 'Woningstichting ECW'. Nu heet
deze stichting 'Wooncom'.
Langs de oude zandpaden in het gebied Emmermeer verschenen voor de Tweede
Wereldoorlog steeds meer woningen. Er ontstond zelfs een buurtvereniging, met de
naam Emmermeer. Voor de goede orde: er was nog steeds geen sprake van een woonwijk
Emmermeer.
Bakker Hartmann uit Weerdinge voorzag de mensen van brood. Bakker Hartmann ventte
nog met kar en paard. Hartmann kocht later een auto, maar kon kennelijk nog niet goed
autorijden. Hij kreeg de auto op zijn erf maar toen hij de volgende dag de auto wilde
starten schokte de auto nogal. Dat gebeurde bij elke startpoging. De motor sloeg echter
niet aan. Goede raad was niet duur. Hartmann, niet voor een gat te vangen, trommelde zijn
gezinsleden bij elkaar die samen moesten proberen om de auto tegen te houden.
Buurtbewoners wisten later te vertellen dat de auto nog in de versnelling stond.
|
|
|
De eerste winkeltjes:
Romkes:

|
|
|
|
Al voordat de woonwijk werd gebouwd waren er wel al enkele kleine winkeltjes zoals het
winkeltje van Alida Romkes aan de Odoornerweg. Zij was
weduwe van de heer Romkes, die te vroeg stierf door een ziekte. Zij huwde later de jongere Klaas Hendriks.
Het winkeltje bestond al ver voor de Tweede Wereldoorlog. Romkes dreef in de twintiger jaren, op de plaats
waar de bekende garage Misker staat, een kwekerij met veel glastuinbouw. De kwekerij en
tuinderij vormden na zijn overlijden een troosteloze aanblik door het vele
gebroken glas. Alida begon er een winkeltje in grutterswaren en snoep. Ze
werd door haar beste klantenkring, veelal bewoners van het nabijgelegen woonwagenkamp, altijd
juffrouw (H)Eerlijkheid genoemd. Ze was geen Drentse en sprak altijd Nederlands.
|
|
|
De eerste winkeltjes:
Buter:

|
|
|
|
Aan de Warmeerweg - Haddersstraat stond het snoep en
galanteriewinkeltje van Hendrik Buter. Het was "een echte Sparwinkel" en een verzamelplaats
voor scholieren die uit het Valtherbos aan kwamen fietsen. Hier namen zij nog wat snoepgoed tot zich,
om hun rit naar school in het centrum van Emmen te vervolgen.
Buter was in Emmen vooral bekend als werknemer van het Noorder Dierenpark
waar hij o.a. olifanten enige kunstjes leerde zoals mondharmonica blazen. Het
publiek was ondanks het a - muzikale enthousiast, zeker toen de olifant ook nog
eens met de pet (lees slurf) rondging en de ontvangen fooien in de zak van Buter
deponeerde. In de jaren '40-'45, toen bijna overal gebrek aan was, maakte
Buter borstels van heidetakjes. Die ventte hij langs de deuren uit. De vraag
bleek groot te zijn, want Buter kreeg hulp bij het maken van de borstels. Zelfs
winkels gaven hem opdrachten tot hem maken van borstels. Om in bestaan te kunnen
voorzien maakt hij na de Tweede Wereldoorlog ook nog andere artikelen.
|
|
|
De eerste winkeltjes:
Kleefman:

|
|
|
De eerste groenten en fruitwinkel van Kleefman.
Op de foto: Lammert zijn vader Gerrit, moeder en zus Zwaantje Kleefman. Lammert, Jan en Zwaantje
zetten het bedrijf in het nieuwe complex voort.
Het winkelcomplex aan het eind van de Warmeerweg
|
Aan de Warmeerweg dreef Lammert Kleefman een groentewinkel.
Later vestigde hij zich in een "winkelcomplex" waarin tevens de sigarettenwinkel
Boelens, de vismaterialen winkel Blauw en kapper Zip Otter zaten. Otter knipte in die tijd nog
zonder model. Dat was in die tijd heel gewoon. Alles gewoon recht toe recht aan. Kleefman woonde
boven de winkel en moest voor de klanten altijd naar benden komen. De jeugd maakte daar gebruik van door,
ook in die tijd al, de zakken illegaal te vullen. Hij verkocht niet altijd "eerste klas waar"
maar men kwam toch graag naar zijn winkel omdat je vreselijk met hem kon lachen. Al was het om zijn kromme benen.
|
|
|
Na de Tweede Wereldoorlog:

|
|
|
|
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde er veel in Emmen. De AKU kwam en
veranderde Emmen in een industriestad. Er zouden nog vele fabrieken volgen. Voor de
mensen die in Emmen kwamen wonen en werken moesten woningen worden gebouwd.
Besloten werd om deze woningen te bouwen in het gebied Emmermeer waar tientallen
jaren eerder her en der eenvoudige gemeentewoningen waren gebouwd. De gemeente
kocht voor deze woningen stukken grond aan voor 45 cent per vierkante meter. Deze
grondprijs vond men in de jaren '40 overigens erg duur. Een aantal mensen in
de gemeenteraad van Emmen had daar wat moeite mee en stelde hierover vragen. De
heer Roelof Zegering Hadders maakte toen de opmerking, dat die grondprijs in de
toekomst wellicht verdrievoudigd zou worden en dat de prijs dus redelijk was.
Daarop werd schamper gelachen. Niemand dacht er ook maar aan dat de grondprijs
nog eens veel meer dan drie keer zo duur zou worden. Inmiddels weet men
beter...............
Emmermeer was in de jaren vijftig voor veel architecten en stedenbouwkundigen
in ons land een interessante woonwijk. Op verschillende plaatsen in het gebied
werden projecten uitgevoerd waarbij experimenten met woningen en woonbuurten
niet werden geschuwd. De wijk kreeg een open en groen karakter. De veelal kleine
complexen werden ontworpen door meerdere landelijk bekende architecten met als
uitgangspunt een aantal woonexperimenten. Er werden voornamelijk huurwoningen
gebouwd (woningwetwoningen) met drie of vier slaapkamers.
De eerste woningen werden gebouwd aan de
Harm Boomstraat. Al vrij snel gevolgd door de
Van der Scheerstraat en de
Lesturgeonstraat. Daarna volgde het grote plan
Airey dorp die er heel anders uit kwam te zien dan de
omgeving Boomstraat of Lesturgeonstraat. Juist deze manier van werken heeft de woonwijk
Emmermeer een geheel eigen karakter gegeven.
In Emmermeer verrezen ook de eerste flats van Emmen, aan de
Meerstraat en
Warmeerweg.
Emmermeer is een wijk die 'ontstond' en die niet als één geheel achter een tekentafel
is ontworpen. Voortdurend werd er stukje bij beetje ontworpen en gebouwd. Er is vooraf
nooit een compleet plan ingediend. Dit is de grote charme van Emmermeer.
|
|
|
Emmen Revisited:

|
|
|
|
Een groot deel van de woningen in deze buurt is voor het jaar 2000 afgebroken en
een aantal staat nog op de nominatie om afgebroken te worden. Ook de flats aan de
Warmeerweg zijn reeds afgebroken. In
de nabije toekomst zullen nog meer huurwoningen in
Emmermeer verdwijnen. Er is in tien jaar veel veranderd. De gemeente Emmen en Wooncom
hebben hun grote plannen onder de naam Emmen Revisited waargemaakt. Niet elke bewoner
stond daar vierkant achter, maar als alles bleef zoals het was zou de wijk verpauperen,
de woningen verouderen en niet meer voldoen aan de eisen van de tijd. En het mag gezegd
en geschreven worden, het is mooi geworden.
|
|
|
Herinneringen:

|
|
|
|
Begin jaren '60, de tijd van zanger Trinie Lopez, werden in Emmermeer
regelmatig wedstrijdjes wielrennen gehouden tussen jongeren, waarvan enkele
namen nog bekend zijn zoals: Geert Schutrups, Jan Lassche en Willem Luchenbroers.
Het parcours ging via de
Kniphorststraat, waar een grote witte
verfstreep dwars over de weg was geverfd, de
Warmeerweg, de
Valtherlaan, en de
Schuilingstraat weer terug naar de
Kniphorststraat. Dit alles kon in die
tijd nog want verkeer was er nauwelijks.
Midden jaren '60 deden jongeren in de buurt van Panstraat en
Lesturgeonstraat
hetzelfde met rolschaatsen. Geen skeelers, maar rolschaatsen met vaak nog
metalen wieltjes die vreselijk herrie maakten. Zowel sprint als lange baan,
alles kwam aan beurt. En men was altijd iemand, favoriet waren Ard en Keesie. Een ander veel
voorkomend spelletje was smokkelaartje spelen.
Ook zijn er herinneringen aan de omgeving School 10. Daar stonden een aantal
woonwagens waar mensen woonden die in de nieuwe wijk Emmermeer te werk waren
gesteld om alvast een aantal garageboxen te plaatsen aan de
Valtherlaan.
Natuurlijk net op de plaats waar de plaatselijke jeugd hun boomhutten hadden gebouwd.
Ook toen bestond er al een "strijd" tussen scholen en verenigingen.
De Warmeerweg was bijvoorbeeld een "beruchte" grens tussen
"rivaliserende" jongeren van School 10 en School 9 of de Elout van
Soeterwoude school. Het was de grens van "tuig" en "goed".
Hoorde je bij School 10 dan was het gewoon "onmogelijk" om lid te
worden van bijvoorbeeld de buurtvereniging "Het Keerpunt".
|
|
|
Boeken:

|
|
De volgende boeken zijn bij Historisch Emmen bekend:
- Emmen groeit! Veranderingsprocessen in de sociale woning in Emmen, door Anne Marie Nannen
Architectuur, stedenbouw, volkshuisvesting en herstructurering in vijftig jaar tijd over de
wijken Emmermeer, Angelslo, Emmerhout en Bargeres.
Uitgave Van Gorcum & Comp.BV Assen in 2000, ISBN 90-232-3664-5.
Aanvullingen?
Geef ze door: 
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- Gerrie van der Veen (die een deel van deze tekst oorspronkelijk in meerdere
artikelen heeft gepubliceerd) Mede dankzij zijn bereidwillige medewerking is foto - en
kaartmateriaal aan Historisch Emmen beschikbaar gesteld. Medio 2000 is dit materiaal te zien
geweest op een tentoonstelling in de centrale bibliotheek aan het Noorderplein met als
onderwerp de wijk Emmermeer.
Noot: Vanwege copyrights is een foto van KLM Aerocarta niet geplaatst.
- "De gezinsbode" van 18 april 1984.
- "Drentse biografieën" delen 1, 2, 3, 4 en 5 onder redactie van Jan Bos en Willem Foorthuis.
- Emmermeer heeft een eigen website: www.emmermeer.nl (niet meer bereikbaar)
- Aanvullingen en correcties door H.Bos.
- Aanvullingen door mevrouw Van Wieren Bosklopper.
- Aanvulling door R.Hofkamp
- "De eerste Nederlandse Hunebeddengids" door Frits Bom. Uitgeverij Ankh-Hermes bv te Deventer. ISBN 90-202-5407-3.
- "Hunebedden monumenten van een Steentijdcultuur" door Evert van Ginkel, Sake Jager, en Wijnand van der Sanden.
Uitgeverij Uniepers te Abcoude. ISBN 90-68 25 3336.
- Foto's:
- particuliere collecties
- Archief gemeente Emmen
|
|