|
Het gebouw waarin de slachterij zich vestigde, werd gebouwd in 1905 naar een ontwerp van architect Rigt Kliphuis.
De exportslachterij in Emmen is gesticht op 24 maart 1910. Eén van de werknemers was Wopke Krijns
Walthuis wiens vader, Krijn Klazes Walthuis, een exportslachterij in Akkrum, Friesland, dreef.
Van werknemer werd Walthuis huurder:
De Emmer Courant van 4 mei 1926: "De vergadering der Exportslachterij op 29 april
in't logement Kooiker, was slecht bezocht. Slechts 25 personen waren aanwezig. Als leider trad
op de heer H.Haasken van Weerdinge. Mededeeling werd gedaan, dat de slachterij was verhuurd aan
de heeren W.Walthuis en G.Grootjans."
Tijdens deze vergadering zei de heer H.Wielens dat te weinig leden zich hadden opgegeven
om een nieuwe coöperatie te beginnen. De voorlopige commissie stelde voor: "om te vormen
een vereeniging tot instandhouding der gebouwen der slachterij". Tot lid van deze
vereniging kon men toetreden door een aandeel in te nemen en de overeenkomst te tekenen. De
prijs der aandelen werd bepaald op f 10,-. Tot het definitieve bestuur werden gekozen: H.Haasken,
R.Hadders, E.Horring, A.Huizing en H.Schirring.
De Emmer Courant van oktober 1926: "Naar wij vernemen loopt met 1 januari 1927 de
huur af van de gebouwen der exportslachterij alhier, welke van de coöperatie van dien naam in
liquidatie door een combinatie van een aantal landbouwers in deze omtrek is aangekocht, en zal
de tegenwoordige huurder, de heer W.Walthuis, deze niet opnieuw inhuren. De gesloten export op
Engeland schijnt hieraan niet vreemd te zijn. Vele kleine landbouwers ondervinden mede van deze
maatregel den terugslag, zoodat het te wenschen ware, dat Engeland spoedig zijn grenzen weer
opende."
De op de export gerichte slachterij ondervond problemen omdat Engeland in 1924 de grenzen
sloot voor Nederlands vlees. Het jaar 1924 kende een natte en koude zomer, tegenvallende oogsten en
daarnaast ook nog eens een uitbraak mond- en klauwzeer.
De Emmer Courant van november 1926: "De tegenwoordige eigenaren van de Coöp. Exportslachterij
hebben de gebouwen thans in huur bij den heer W.Walthuis met ingang van 1 januari a.s. voor den tijd van
één jaar verhuurd aan den heer G.Grootjans te Westenesch."
De Emmer Courant vervolgde in december 1926 met de kop: "Coöp Exportslachterij Drenthina
te Emmen in liquidatie. De aanslag kan nog tot 1 januari a.s. worden voldaan ten kantore van de Groninger
Bank te Emmen. Na genoemden datum komen de kosten van invordering voor rekening van betrokkenen."
De laatste directeur was A.Muiderman die daarna aan de Wilhelminastraat een kruidenierswinkel begon.
Wopke Krijns Walthuis begon een vee en vleeshandel op de hoek van de Weerdingerstraat en Polenstraat.
De Emmer Courant in januari 1932: "Naar wij vernemen zal de voormalige
exportslachterij aan de Weerdingerstraat eerlang waarschijnlijk weder een bestemming krijgen. De
heer Oldenbeuving te Nieuw Weerdinge heeft aan het gemeentebestuur verzocht het gebouw te mogen
huren, om er de verwerking van vleeschproducten te kunnen uitoefenen. Een en andermaal hebben
wij intusschen de vraag hooren stellen of de gemeente nog niet rijp is voor de stichting van een
abattoir. Bij de overweging kan natuurlijk ook het gebouw aan de Weerdingerstraat in het geding
komen, doch in hoeverre daarmee rekening wordt gehouden weten we niet."
Voor 1938 deed het gebouw dienst als opslagplaats van gemeentewerken.
In 1938 nam de Vleeskeuringsdienst (inclusief een centrale slachtplaats) zijn intrek in
gebouw. Intern was het gebouw diverse malen aangepast. Het gebouw van de keuringsdienst was
"doelmatig" maar vertoonde duidelijk de kenmerken dat het niet voor het doel van
keuringsdienst was neergezet. De buitenzijde bleef vrijwel onaangepast.
Eén van de bijgebouwen van het oorspronkelijke complex werd ingericht als nood slachtplaats.
In de jaren dertig vonden hier noodslachtingen plaats. Dan werden er briefjes aan de bomen gehangen met de
mededeling dat er op een bepaalde tijd goedkoop vlees (het zogenaamde vrijbankvlees) te koop was. Dit
geschiedde onder toezicht van een keurmeester. Het vlees wat niet vertrouwd was werd er keurig afgesneden.
Deze nood slachthal werd afgebroken om er een deel van de Bendien te kunnen bouwen.
Eén van de directeuren was de heer B.H.Kessens.
Eind 1956 stond het voortbestaan van de vleeskeuringsdienst op de wip. De Bendien had bij de
bouw van haar fabriek bedongen dat het omstreeks deze tijd ook zou kunnen beschikken over het
perceel waarop de voormalige Exportslachterij stond. Omdat de Bendien deze grond dringend nodig
was zou het zeker van het verworven recht gebruik maken.
Er waren inmiddels plannen ontwikkeld voor een ander onderkomen maar deze werden tot dan te
groot geacht door de bevoegde instanties. De plannen behelsden een openbaar slachthuis dat
gebaseerd was op 100.000 inwoners voor de gemeente Emmen. Dit aantal dacht men binnen 25 jaar te
kunnen bereiken. De instanties waren het er unaniem over eens dat er een abattoir moest komen,
men verschilde over de grootte ervan.
Op de plaats van de Exportslachterij en Bendien kwam in 19xx het gebouw van de Topografische Dienst te staan.
|