|
Het historische pand waar Wietse van Veenen in 1876 begon. Toen de foto genomen werd
had zijn kleinzoon er een electro technisch bureau gevestigd.

Overblijfselen van de oude bakkerij achter café Prins.
Afbraak vond plaats in 1958.
|
De geschiedenis van de bakkers en horecafamilie Van Veenen
begon voor Emmen in het jaar 1876 toen ene Wietse Hendriks van Veenen, geboren 19 februari
1856 in Ooststellingwerf, van beroep bakkersknecht, zich op 20 jarige leeftijd als bakker
aan de toenmalige Dorpsstraat (de tegenwoordige Noorderstraat) vestigde.
Uitvergroting van foto links. Wie herkent de mensen?
In 1898 werden de activiteiten van Wietse van Veenen (1856-1940) naar de hoek
Noorderstraat - Hoofdstraat verplaatst. Op deze plaats zou later café Prins komen welke
in 1958 is afgebroken. Ongeveer op die plaats kwam de eerste "torenflat" van
Emmen te staan. Deze verplaatsing was een tijdelijke, want in een eerder gesprek tussen
burgemeester W.Tijmes en de oude Van Veenen was het hem wel duidelijk geworden dat hij aan
de Noorderstraat (toen nog Dorpsstraat geheten) "verkeerd zat". Emmen zou volgens Tijmes
een spoorverbinding krijgen en niet de Dorpsstraat (Noorderstraat) maar de Stationsstraat
(Hoofdstraat) zou de winkelstraat van Emmen worden. (Noot: de spoorlijn werd in 1905
gerealiseerd)
|
|
Wietse van Veenen
1856-1940
|
Twee jaar na zijn komst naar Emmen, op 23 oktober 1878, trouwde Wietse met (Hendrikje)
Hendrekien Lubbers (1858-1949) uit Emmen. Dat dit een goed huwelijk was moge blijken uit
het feit dat ze samen de 60 jaar volmaakten, en als diamanten paar persoonlijk werden
gehuldigd door burgemeester Bouma. Hendrekien, 80 jaar oud, had volgens een artikel in de
krant geen tijd om tevoren de pers te woord te staan. Er moest geschoond worden met het
oog op de komst van verre familie. Er werd veel aanloop verwacht. Ook de muziekvereniging
"Euterpe" (die later in een achterzaaltje van Van Veenen in de Hoofdstraat zou
gaan repeteren) bracht het verraste echtpaar een serenade. Daarbij sprak de heer H.Wielens de historische woorden dat de veelzijdigheid van al hun bedrijven minstens twee
boekhouders zou vergen, maar dat heer en mevrouw Van Veenen het samen wel af konden.
Wietse was in zijn leven een zeer bezig man en had een groot zakelijk inzicht. Hij
bezat al vroeg verschillende zaken zoals een bakkerij, een winkel, een herberg, een
grossierderij, een keienhandel, maar ook een boerderij. Bovendien was Wietse medeoprichter
en één der eerste bestuursleden van de zuivelfabriek aan de Westenesscherstraat en was hij
van de oprichting af bestuurslid - boekhouder van de onderlinge glasverzekering.
Behalve allerlei bedrijven had Van Veenen ook overal stukken grond gekocht. Grote bij
elkaar liggende lappen grond, maar ook verspreid liggende punten waren zijn bezit.
Wietse en Hendrekien kregen zes kinderen:
- Hendrik (*1878)
- vijf kinderen waaronder Wietse (1901-xxxx)
- Grietje (*1881)
- Geertje (*1883)
- Berend (*1885)
- Gezina Berendina (*1889-1920)
- Catherinus (*1891-1892)
Geen van zijn kinderen zou echter in het bakkersvak van vader terecht komen. Zoon
Hendrik hield het bijvoorbeeld op het boerenvak. Hij had een boerderij op de plaats waar
de Stichting op Maat zich zou vestigen. Samen met zijn vrouw Lientje kregen ze vijf kinderen.
De in 1901 geboren Wietse, toepasselijk vernoemd naar grootvader, groeide voornamelijk op
bij opa en oma en toonde grote interesse in het bakkersvak en het was dan ook een kwestie
van tijd dat hij de bakkerij van grootvader zou overnemen.
|
|
Foto uit begin van deze eeuw. Op het bord boven de deur staat "café W.van Veenen".
De twee identieke panden naast elkaar. Foto "stiekem" genomen vanuit de
fotozaak van Ab Meilink tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het café in gebruik als woonhuis waar ook de bekende dokter Hospers nog heeft gewoond.
Aan het lampje boven de voormalige cafédeur en het Philips logo is te herkennen dat
Schulz er zijn winkel heeft.
|
In 1902 kon Wietse van Veenen zijn nieuwe pand op de hoek van de Hoofdstraat en huidige
Minister Kanstraat betrekken. De oude Wietse had daar een groot stuk grond gekocht wat
zich ongeveer uitstrekte van de huidige Minister Kanstraat tot en met de Kijkshop, vroeger
garage Beugeling. Links van het pand van Wietse van Veenen stond een vrijwel identiek pand
waar later de bekende boekhandel De Bray zich zou gaan vestigen. Begin 1900 verliep een
bouw anders dan tegenwoordig. Het verhaal gaat dat er nogal wat balken en dergelijke teveel
waren gekocht. Dat zou voor de oude Wietse geen probleem zijn geweest, want deze balken
werden gewoon gebruikt voor de bouw van nog een ander pand, daar waar later Smit Trendy Life
Style (Bloemenhuis Smit) zich vestigde.
Het café, in het rechter pand, omvatte 2 ruimtes, één voor het "gewone volk", waar een
borrel een 1/2 cent kostte, en een aparte ruimte, die van de zijkant van het pand
toegankelijk was, voor de notabelen. Hier kostte dezelfde borrel 2 cent. De handelsgeest
van deze man moge duidelijk zijn. Familie werd verzocht om maar vooral in het café te gaan
zitten. "Dan lijkt het net alsof we klanten hebben".
In het linker winkelpand zat de bakkerswinkel die kleinzoon Wietse in 1926 van opa zou overnemen.
Ieder jaar tegen de kerst maakte Wietse van chocolade een kerkje. Deze plaatste hij dan in
de etalage van zijn winkel. Het ding bleef echter nooit lang overeind staan. Dat was weer
de schuld van de tram die toen nog door de Hoofdstraat van Emmen reed. De trillingen die de
tram teweeg bracht deden het chocolade kerkje in de etalage van bakker Wietse van Veenen na
enige dagen in elkaar zakken.
Links naast de bakkerij zat schoenhandel Ziengs en rechts naast het café zou later de
Minister Kanstraat komen. Het pand werd na de Tweede Wereldoorlog door Schulz gekocht
om er een elektriciteitszaak te beginnen. Een aantal jaren later werd het pand gesloopt.
|
|
De oudst bekende foto van de omgeving Van Veenen. Links naast Van Veenen woonde
kruidenier Spier, later kruidenier Kampman. Naast de kruidenier zat slagerij Grootjans.
In het rechterdeel zat de brood en banketbakkerij. Het linkerdeel deed dienst als woning.
Wietse van Veenen
1901-xxxx
De banketbakkerij heeft plaats gemaakt voor een cafetaria.
Frites had zijn intrede gedaan.
De banketbakkerij kwam in het voormalige woongedeelte.
Uitbreiding van de capaciteit met een restaurant en een overdekt verwarmd terras.
Harm van Veenen
|
In 1933 begon Wietse van Veenen een brood en banketbakkerij aan de
Weerdingerstraat in het pand van Geesje Folkerts. Zij had daar een logement
gedreven waar veel zogenaamde "Pinda
Chinezen" overnachten. Naast het logement liet hij door aannemer Daanje een
bakkerij bouwen. Van Veenen die ook daar gronden bezat, had op het pand ook een
hypotheek van 3.000,- rusten. In 1936 kreeg hij door het faillissement van
Folkerts de gelegenheid het pand te kopen.
De omgeving van de Weerdingerstraat was in 1936 nog vrijwel onbebouwd, waardoor vanuit
de keuken de Odoornerweg te zien was. Slechts enkele huisjes stonden er waaronder die van
de familie Joling. Na de Tweede Wereldoorlog stond achter de bakkerij aan de Weerdingerstraat
tijdelijk een benzinedepot van het Poolse leger.
In 1955 kwam Wietse zijn zoon Harm van Veenen in de zaak. Hij nam het in 1965 over. De
automatiek werd verder uitgebouwd, er kwam een bar en een kleine zitgelegenheid voor 30
personen. Eén van de eerste cafetaria's was een feit. In de beginjaren begon Van Veenen
als één der eersten met verkoop uit een automatiek en werd er begonnen met ijsbereiding met
primitieve apparatuur op handkracht.
In 1961 stopte Harm met de bakkerij. Broodbakken was niet zijn favoriete bezigheid, hij
moest vroeg op en als om 10 uur de broden klaar waren moest hij nog met een kar het dorp in.
In 1966 werd de oude bakkerij naast het café bij het cafégedeelte aangetrokken. De
capaciteit verdrievoudigde en er konden toen complete maaltijden genuttigd worden.
In 1973 vond er wederom een uitbreiding plaats. Er kwam een verwarmd terras en de vers
gegrilde kip werd geïntroduceerd. Na vijf jaar vond er wederom een verbouwing plaats, ditmaal
een interne. Tot slot werd in 1986 het terras aan het café toegevoegd, waardoor er
zaalruimtes ontstonden die d.m.v. schuifwanden van elkaar gescheiden konden worden.
In 1976 bestond de zaak 100 jaar en bij wijze van reclamestunt werd er besloten tot
ouderwetse prijzen. Een zakje patat voor 25 cent en een ijsje voor een dubbeltje. Het heeft
die dag storm gelopen. Dat Harm van Veenen wijd en zijd goed bekend stond moge ook nog
blijken uit de beoordeling die het N.B.T. (Nationaal Bureau voor Toerisme) in 1978 gaf.
Tijdens een inspectie ronde leverde het toeristmenu, wat toen 13,- kostte, de beoordeling
zeer goed op. En dat gaf weer gelegenheid tot reclame in de plaatselijk pers.
Ook de zoon van Harm, hoe kan het anders: Wietse van Veenen, kwam in de zaak nadat die
een opleiding aan de hotel vakschool had afgerond.
Café Restaurant Van Veenen is helaas niet meer gevestigd in het pand waar ooit Geesje
Volkerts haar logement had. Niet iedereen zal zich geroepen voelen om dag en nacht klaar te
staan, en als verbouwingen aan het pand dusdanig grote bedragen moeten kosten is een keuze
niet zo moeilijk. Pogingen om een Chinees voor het restaurant te interesseren mislukten.
Een oud Chinees bijgeloof zegt: ga nooit op een T-kruising wonen. Het was een wijs besluit
het pand aan de horeca broers Robben te verkopen, die daarna nog wel een verbouwing in gang
hebben gezet, maar die kennelijk op wat weerstand bij deze en gene stuitte. Waarschijnlijk
mede door een handtekeningenactie kwam er een bouwverbod.
In 1996 kwam er een eind aan honderd en twintig jaar horecafamilie, waarvan 60 jaar op
dezelfde plek.
|