|
Industrieterrein: De AKU - ENKA:

|
|
|
|
|
|
Inleiding:

|
|
|
|
Rond 1950 kwam meer en meer het besef naar voren dat industrieën, woningbouw
en overige voorzieningen zich in het dorp Emmen moesten concentreren. De
ommezwaai is grotendeels veroorzaakt door de plannen van de AKZO om zich in
Emmen te willen vestigen. Ook J.Winsemius (verantwoordelijk voor regionaal -
economisch beleid) pleitte sterk voor een "stedelijke
bevolkingsagglomeratie" met "een goed uitgeruste stadskern".
Juist in het maagdelijke Emmen zou dit nog alleszins te verwezenlijken zijn, in
tegenstelling tot plaatsen als Enschede, Eindhoven en Tilburg waar wijken en
fabrieken naast - en door elkaar lagen.
De AKU uit Arnhem, gesteund door Economische zaken, bleek zich alleen in de
kern Emmen te willen vestigen mits er gezorgd kon worden voor een goed woon en
leefklimaat voor het personeel. Het gemeentebestuur, onder leiding van
burgemeester Gaarlandt, reageerde adequaat. De AKU kwam, de bevolking groeide,
woningen, wijken (Emmermeer),
winkelcentra en scholen werden gebouwd. Het boerendorp werd in enkele jaren
omgevormd tot een industrieel dorp.
De AKU werd het grootste bedrijf in Emmen. Veel, zeer veel Emmenaren verdienden daar hun
dagelijks brood. Het gemeentebestuur van Emmen heeft aan het eind van de jaren veertig en
begin jaren vijftig haar uiterste best gedaan om het bedrijf naar Emmen te halen. Werk was
namelijk hard nodig en er moest iets gebeuren in de gemeente Emmen. De AKU is ontzettend
belangrijk geweest voor de ontwikkeling van Emmen.
Er wordt zelfs gefluisterd dat het gemeentebestuur zelfs wat blufpoker heeft
gespeeld om de AKZO zover te krijgen de nieuwe fabriek in Emmen te bouwen. De fabriek kwam
er en bij dit éne bedrijf bleef het niet. Vele ondernemingen volgden het voorbeeld van AKZO
en kozen Emmen als vestigingsplaats, waarmee de enorme groei van Emmen werd ingezet.
|
|
|
Het begin van de kunstzijde:

|
|
|
|
Al in de 17e eeuw werd geprobeerd om kunstzijde te maken. Pas in de 19e eeuw, in 1883,
slaagde de Fransman Graaf Hilaire de Chardonnet er in, om uit een celluloseoplossing
machinaal garens te maken. Op 8 mei 1911 begon de geschiedenis van de kunstzijdeproductie
in ons land. Op die dag werd er, op initiatief van de heer dr.Jacques Coenraad Hartogs, de
NV Nederlandsche Kunstzijdefabriek gesticht, de NK (ENKA). De vestigingsplaats was Arnhem.
Dr.Hartogs was de zoon van een textielhandelaar uit Rotterdam. Hij had ervaring opgedaan
met de fabricage van kunstzijde in Engeland.
Met een beginkapitaal van fl 240.000,- werd er in 1912 aan de Vosdijk in Arnhem een
fabriek gebouwd en met de proefproductie begonnen. Door opstartproblemen kon pas
maanden later, in 1913, regelmatige productie plaatsvinden en begon men met de verkoop. De
staf bestond aanvankelijk uit zes personen, in de fabriek waren zestig mensen aan het werk.
Het ging zeer voortvarend met de fabricage van kunstzijde in de fabriek in Arnhem. Zo
voortvarend zelfs, dat er in 1922 een nieuwe fabriek gebouwd werd in Ede.
In 1929 werd de eerste stap gedaan naar internationalisatie. De (Amerika)
"American Enka Corporation" werd opgericht en in Asheville, in de staat North
Carolina een fabriek gebouwd. Onder druk van de wereldwijde economische crisis fuseerde men
in 1929 met het Duitse concern "Vereinigte Glanzstoff Fabriken A.G.". De naam
ENKA veranderde in "Algemene Kunstzijde Unie N.V." (A.K.U.) Weer een jaar later ging
men samenwerken met de "N.V. Hollandsche Kunstzijde Industrie" in Breda (HKI). In de
oorlogsjaren '40-'45 was het voor het bedrijf moeilijk de productie op gang te houden. De
directie van AKU werd verweten "Duits onvriendelijk" te zijn wat hen door de bezetters
niet in dank werd afgenomen. In 1944 werden alle Nederlandse fabrieksvestigingen door de
Duitse bezetters stop gezet. Na de oorlog kwam het bedrijf echter weer op gang. In 1946
werd er zelfs al meer geproduceerd dan voor de Tweede Wereldoorlog!
|
|
|
Emmen voor de komst van de Enka:

|
|
|


|
Hoe stond het er in de gemeente Emmen in de jaren 20 voor? Voorzichtig
uitgedrukt ging het economisch niet zo goed met de gemeente Emmen. Er was veel
werkloosheid als gevolg van het instorten van de turfafzet. Al in 1922 waren er
werkverschaffingsprojecten gestart, maar die voorkwamen niet, dat de armlastige
gemeente Emmen in 1923 onder financieel toezicht van het Rijk werd gesteld. De
alsmaar aanhoudende economische crisis zorgde voor grote armoede en veel zorgen
in Zuidoost Drenthe. Vooral de
woonomstandigheden waren slecht. In 1927 waren er nog 700 krot en keetwoningen. In 1938 was
zelfs een kwart van de beroepsbevolking in de gemeente Emmen werkloos.
Direct na de tweede wereldoorlog was de toestand nog niet veel verbeterd
en men drong aan op overheidssteun voor Zuidoost Drenthe. Er werden enkele
tijdelijke maatregelen ingesteld. Veel voormalig veen- en landarbeiders werden
te werk gesteld bij de Dienst Uitvoerende Werken (DUW). Dit was eigenlijk een
voortzetting van de werkverschaffing van voor de oorlog. Ook kwam er een
migratiebevordering. Deze regeling zorgde er voor dat veel mensen uit Zuidoost
Drenthe wegtrokken om elders werk te gaan zoeken. In diezelfde periode gingen
steeds meer mensen in het dorp Emmen wonen.
Er moest werk voor hen komen en voor de vele werklozen, want alleen zo kon er
een eind gemaakt worden aan de armoede in de gemeente Emmen. Er moesten industriële
bedrijven aangetrokken worden. Voor de oorlog kende Emmen slechts enkele fabrieken. De
grootste in het dorp Emmen waren de Bendien, machinefabriek Steenbergen en de
tricotagefabriek Klaverblad in de volksmond de "sokkenfabriek" genoemd.
In 1946 werd onder leiding van Roelof Zegering Hadders en Commissaris van de
koningin R.H. de Vos van Steenwijk, het Drents Economisch Technisch Instituut (DETI)
opgericht. Deze werkte plannen uit voor de industrialisatie van Zuidoost Drenthe. Met
de komst van burgemeester Gaarlandt, in 1946, kwamen de plannen in een stroomversnelling.
De heer Gaarlandt schuwde het niet om zeer regelmatig rechtstreeks contact op te nemen
met de ministers Vos (Verkeer) en Drees (Sociale Zaken).
Een jaar later, in 1947, werd door enkele directeuren van reeds bestaande
fabrieken in Emmen de Industrie Commissie Emmen opgericht. Ook zij wilden meer
industrie naar Emmen halen om mensen aan het werk te helpen. Aanvankelijk wilde
men de nieuw te vestigen fabrieken en bedrijven niet alleen in Emmen, maar
vooral ook in de buitendorpen vestigen met het idee, het werk bij de mensen te brengen.
|
|
|
Het begin: Emmer Compascuum:

|
|
|

|
Met de AKU fabrieken ging het erg goed. Na de oorlog ging men samenwerken met de chemische
industrie. Dit leidde tot de ontwikkeling van synthetische garens voor o.a. autobanden, visnetten,
draden, kabels enz. Men wilde dan ook uitbreiden. Zuidoost Drenthe stond in de belangstelling gezien
de vele arbeiders die daar ‘ter beschikking stonden’ om in een nieuw te bouwen fabriek te gaan werken.
Aanvankelijk vreesde de AKU directie voor aanpassingsmoeilijkheden van de land - en veenarbeiders.
Zij waren immers niet gewend om in een fabriek te werken. Na onderzoek van het AKU onderzoeksteam
bleek dat die angst ongegrond was. Daarop besloot men om een conerij te vestigen in Emmer Compascuum.
De eerste steen werd gelegd op 2 oktober 1947 door de dochter van de AKU president directeur de
heer Van Schaik (aan wiens naam de Van Schaikweg is ontleend). Acht maanden later was de fabriek gereed.
Het was één van de grootste en belangrijkste investeringen van een fabriek in Emmer Compascuum. In de
fabriek werden spoelen vol garens op zogeheten ‘cones’ over gespoeld (links foto uit de jaren 50-60).
Het was voor veel arbeiders wel even wennen om in een fabriek te werken. Er waren dingen waar ze toch
wel raar van opkeken. Zo mochten ze b.v. geen bier meer drinken onder werktijd, er waren vaste tijden
voor eten, drinken en roken, ze moesten een keurig witte overall aan en als ze een dag weg bleven van
de fabriek kwam er meteen iemand langs om te kijken waar ze bleven. Dat vonden sommigen erg vreemd
want ze waren immers ook niet van plan om loon te vragen voor die dag dat ze wegbleven. Dergelijke
‘problemen’ waren echter snel opgelost en de arbeiders uit Emmer Compascuum bleken zeer betrouwbaar en
ze leverden goed werk af!
|
|
|
Naar Emmen:

|
|
|

In oktober 1950 schonk het ministerie van economische zaken de gemeente
Emmen het bedrag van fl 1.300.000,- voor het bouwrijp maken van industrieterreinen. Dit
bedrag kwam uit de Marshallgelden. Een maand later, in november 1950 ging de eerste schop
in de grond. Op 10 mei 1951 verrichtte Rosemarie Kamphuisen de officiële steenlegging. Die
eerste steen was door AKU estafettelopers vanuit Arnhem overgebracht naar Emmen en was
gemaakt van enkalon.
Foto uit 1965: de laatste spinmachine is gereed op TUG. Het is de
opwikkel ploeg. Tweede van links (gehurkt) is voorman Vos (te herkennen aan de band om de arm).
|
Na de Tweede Wereldoorlog werden er bij de AKU in Arnhem plannen gemaakt om een nieuw
product op de markt te brengen, namelijk nylon. Reeds voor de oorlog, aan het eind van
de jaren dertig, had men geëxperimenteerd met de ontwikkeling van dit product en in
oktober 1947 maakt men aan de wereld kenbaar dat er een geheel nieuwe fabriek voor het
nieuwe product gebouwd zou worden. Maar... Waar moest die grote nieuwe fabriek komen?
De AKU directie in Arnhem stuurde in 1949 verschillende provinciale besturen een brief
met daarin het verzoek om uit te zien of er ergens in hun provincie een geschikte plaats
was voor de vestiging van een nieuwe AKU fabriek. Ook de provincie Drenthe kreeg zo’n
brief. Het provinciaal bestuur wees Emmen aan als eventuele vestigingsplaats. Immers, daar
was ruimte en er waren veel arbeidskrachten beschikbaar. Bovendien had men besloten dat
Emmen nieuwe industriële bedrijven aan moest trekken om iets te doen aan de grote werkeloosheid.
Het gemeentebestuur van Emmen, met burgemeester Gaarlandt voorop, ging hard aan het
werk om de nieuwe fabriek van de AKU binnen de gemeentegrenzen te krijgen. Gewezen werd
op de ruimte die er in Emmen was en op de "werkzame en goedwillende arbeidskrachten".
Bovendien kon de gemeente Emmen de grondprijs tegen een lage prijs aanbieden en werden
de industrieterreinen gratis bouwrijp gemaakt. De overheid zou verder zorgen voor de
verbetering van de verkeerswegen, het aanleggen van een waterweg en loskade en een
fabrieksspoorlijn. Emmen was echter niet alleen "in de race" om de nieuwe AKU fabriek
binnen te halen. Ook Zwolle, Nijmegen, Den Bosch en een aantal andere plaatsen wilden
de nieuwe AKU fabriek graag binnen de gemeentegrenzen.
De gemeente Emmen had twee locaties op het oog waar de nieuwe grote fabriek gebouwd zou
kunnen worden, namelijk op de Noordbargeres en op het terrein Bokslootweg (Bargermeer).
Bij de AKU in Arnhem ging men echter niet over een nacht ijs. Men wilde in de plaats waar de
nieuwe fabriek gebouwd zou gaan worden, goede woningen en voorzieningen voor de arbeiders.
Er werd, vooral door burgemeester Gaarlandt, veel onderhandeld. De gemeente beloofde de AKU
dat zij zou zorgen voor 200 arbeiderswoningen, 30 middenstandswoningen en 10 villa’s. Ook
zegde men toe voor culturele voorzieningen te zorgen, zoals een schouwburg, een bioscoop,
verbetering en uitbreiding van sportaccommodaties, zwembaden en andere
recreatiemogelijkheden. Op woensdag 21 juni 1950 nam de AKU directie in Arnhem de
beslissing; in Emmen zou de nieuwe AKU fabriek gebouwd worden waar men nylon ging fabriceren.
De machines en onderdelen voor de nieuwe fabriek in Emmen werden meest per trein
aangevoerd. Vanuit Twente reden dagelijks busjes met monteurs heen en weer naar Emmen.
Hoewel de elektriciteitsvoorziening in het begin regelmatig een probleem was werkte men
er hard aan om ook dat goed voor elkaar te krijgen. Er werd regelmatig hulp verleend
door de heer Warringa die zelf met de bus naar Groningen ging om verschillende soorten
speciaal gereedschap op te halen! De montage van de textielmachines gebeurde hoofdzakelijk
door monteurs van een firma uit Twente. Ook waren er constructeurs uit Arnhem. Op een
gegeven moment liepen er 800 mensen op het terrein met maar één doel: monteren volgens
de gemaakte planning.
Er werd zo snel mogelijk een strektwijn machine aan het draaien gebracht zodat aan de
arbeiders training kon worden gegeven. Ook de eerste roosterspinmachine werd aan het draaien
gemaakt. Het dowthermsysteem werd op temperatuur gebracht. Polymeerkorrels uit Arnhem kwamen
aan en werden via de bunker en de valkoker aan het smeltrooster toegevoegd. Alles was met
veel zorg opgebouwd. Pompenblokken, voor- en nadrukpompen en het garnituur met de spindop. Op
een avond was het zover. Het eerste garenpakket was geproduceerd en werd nog 's avonds laat
aan burgemeester Gaarlandt thuis aangeboden.
Voor het grote definitieve productieproces op gang kwam moest er nog veel gebeuren, maar
op 2 januari 1952 startte dan toch de productie van nylongarens en vezels. Strektwijners en
andere textielwerkers stonden die dag in hun nieuwe witte overall gereed om het eerste garen
aan te nemen en te verstrekken. Er werden twee soorten textielgarens gemaakt: TD 30/6 en TD
50/10. Deze waren hoofdzakelijk bestemd voor dameskousen.
Er werkten er in januari 1952 zo'n 500 personen.
Ook in de nieuwe fabriek in Emmen was het voor veel arbeiders, evenals enige jaren daarvoor
in Emmer Compascuum, wennen om in een fabriek te werken. Er waren o.a. vaste tijden om te eten
en men kon niet zomaar een dag wegblijven. Toch wende het snel voor de meeste mensen. In de
nieuwe fabriek werkten ook veel mensen die niet uit Emmen kwamen. Zij moesten de nieuwe
werknemers 'leren' hoe het productieproces in elkaar stak. Belangrijk voor de AKU directie was,
dat de arbeiders zich betrokken voelden bij hun werk. Er werden dan ook, naast het werken in de
fabriek, veel activiteiten georganiseerd, zoals kaartavonden, toertochten, sporttoernooien enz.
Ook kwamen er volkstuinen, zomerhuisjes en een hobbyclub. Dit alles versterkte de band met
de fabriek.
Al aan het eind van 1952 werd er een nieuw product bij gemaakt, de Erikalon-vezel die
gebruikt werd in o.a. sokken. In 1953 ging men synthetische garens maken. Er kwamen gedurende
de jaren nieuwe fabriekshallen waar andere producten werden gemaakt, o.a.
Enkalon-garens, tapijtgarens, Twaron, Akulon, Terlenka enz.
In 1956 werkten er reeds 1600 personen!
|
|
|
Het toverwoord "fuseren":

|
|
|
|
De zeer rijke geschiedenis blijkt ook uit de vele namen die de fabriek in Emmen heeft
gehad. Behalve AKU kennen velen immers ook nog de naam ENKA uit 1977. Er zijn
dan ook veel fusies geweest. Zo fuseerden in 1969 AKU en Koninklijke Zout Organon (KZO) tot
AKZO. In 1988 presenteerde AKZO zich met een nieuwe identiteit aan de wereld met het
zogeheten Akzo mannetje. ENKA werd Akzo Vezels en Polymeren Divisie, dat later weer
Akzo Fibers Division ging heten.
In 1994 nam AKZO het Zweedse bedrijf Nobel over. De nieuwe naam werd AKZO
Nobel. In 1998 kocht Akzo Nobel het Engelse Courtaulds, splitste dit bedrijf,
voegde het fibers-gedeelte bij Akzo Nobel Fibers en gaf het geheel vervolgens de
naam ACORDIS. In Emmen werden de bedrijven vervolgens ondergebracht bij de eigen
Business Units die een andere, meer relevante, naam mochten aannemen. En zo
ontstonden: Colbond (ex. Akzo Nobel Nonwovens), Acordis Industrial Fibers (ex.
Akzo Nobel Industrial Fibres), Emmtec Services (ex. Service Unit Akzo Nobel
locatie Emmen), Twaron Products (ex. Akzo Nobel Aramid Products).
Dit laatste bedrijf is in 2001 verkocht aan het Japanse Teijin en heet nu
Teijin Twaron. Op 1 januari 1999 ging een lang gekoesterde wens van enkele
bedrijven op de locatie in vervulling: de locatienaam werd veranderd in: EMMTEC
Industry and Business Park. Op 1 april 2002 werd Emmtec Services verkocht aan
het Nederlandse energiebedrijf Nuon, waarbij de eigen identiteit behouden mocht
blijven. Door de overname door Nuon kan Emmtec Services zich verder ontwikkelen
tot een duurzaam dienstverlenend bedrijf, niet alleen voor de reeds gevestigde
bedrijven op het park maar zeker ook voor bedrijven daarbuiten.
|
|
|
Explosieve groei:

|
|
|
|
De komst van de AKU fabriek in 1951 naar Emmen heeft onvoorstelbaar veel invloed gehad op
de ontwikkeling van Emmen. Tot 1951 kende Emmen nauwelijks industrie, met de komst
van de AKU veranderde dat in snel tempo. Meerdere grote bedrijven waagden de
'sprong' naar Emmen en hun komst zorgde voor werkgelegenheid en welvaart. Mede
door de AKU fabriek kreeg Emmen onder meer een bioscoop, een theater en een
chique hotel ('t Heerenhof). Emmen groeide explosief.
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- Gerrie van der Veen die dit artikel heeft gepubliceerd in de Zuidoosthoeker.
- Aanvulling/aanpassing door Emmtec Services, Public Relations, J.W.de Jong.
- "Samen twijnen. Via fusie naar integratie" door Bas Klaverstijn.
- "De metamorfose van Emmen" door Gerrit van Vegchel
- Foto's:
- In 2001 was in de centrale bibliotheek in Emmen een tentoonstelling te zien over de geschiedenis van de Enka.
|

|