|
Hoewel er in de volksmond altijd werd gesproken over "de melkfabriek" was de
eerste officiële naam: "Coöperatieve zuivelfabriek en korenmalerij Noordbarge".
Ook tegenwoordig wordt de als kantoor verbouwde zuivelfabriek nog steeds melkfabriek
genoemd, maar is het niet zo dat de echte melkfabrieken in de wei lopen?
De melkfabriek werd opgericht op 18 februari 1893. De hinderwetvergunning
is afgegeven op 26 juni 1893. Oprichters van de fabriek waren het bestuur van
de vereniging "de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek te Emmen". Zij
wilden een Stoomzuivelfabriek met daaraan verbonden een stoomkorenmolen te
Noordbarge oprichten op het perceel sectie D6797.
Gelet op het coöperatieve
karakter is het niet ondenkbaar dat draagkrachtige boeren uit de omgeving
hierbij betrokken waren die er een deel van hun kapitaal in hebben gestoken.
Zij waren volgens de voorwaarden verplicht hun melk aan de fabriek te
leveren, waarvoor zij een gegarandeerde minimum prijs ontvingen. De
melkprijs die maandelijks aan de boeren werd uitbetaald werd bepaald door de
hoeveelheid ver en eiwit in de melk die ze leverden. Met deze constructie
kon door de winst op de verkoopprijs de coöperatie draaiende worden
gehouden en was er voor de boeren een zekerheid tot inkomen. Het kapitaal
wat de boeren in de coöperatie hadden gestoken kwam alleen vrij als ze het
lidmaatschap daartoe opzegden.
Artikel uit de krant van 23 februari 1901:
"Dank zij het invallen van de vorst hebben de
boeren die bij de stoom zuivelfabriek zijn aangesloten ijs kunnen uithakken
voor de ijskelder bij de fabriek. De boeren van Noord en Zuidbarge werden
tot het uithakken opgeroepen door de tonen der boerhorens. Het ijs kwam uit
de waterplas "Diepenveen" en zou voor het bereiden van roomboter
net zo goed zijn als het ijs uit Noorwegen."
Behalve melk konden de boeren ook het graan kwijt op de fabriek. 's
Avonds het graan gebracht betekende dat het de volgende dag reeds was
gemalen. In de maalderij stond daarvoor een drooginstallatie en vier
zogeheten maalstoelen met in elk twee maalstenen.
Een attente bezoeker van Historisch Emmen schreef dat Margien van der
Velde op 2 april 1900 te Smilde trouwde te Smilde met ene Jan Bult, geboren
3 maart 1870 te Veendam als zoon van Willem Bult, molenaar te Hoogeveen, en
Grietje Blaak. Deze Jan Bult was blijkens de huwelijksakte eveneens molenaar
van beroep. Ze verhuisden naar Noordbarge waar drie kinderen werden geboren.
Op 4 december 1906 stierf deze Jan Bult op 36-jarige leeftijd te Noordbarge.
Ook in de overlijdensakte werd hij als molenaar aangemerkt. De aangifte werd
gedaan door Jan Nijhoff, boterfabriekdirecteur en Willem Tamming, arbeider.
Het is dus zeer aannemelijk dat Jan Bult op de korenmaalderij in de fabriek
werkzaam is geweest.
De directiewoning deed na 1932 dienst als kantoor, archief en
kluisruimte. Deze kluis heeft men ooit met kneedbommen getracht te kraken,
maar door de stuntelige manier van doen lukte dat niet. Het had wel tot
gevolg dat men binnen de kortste tijd de daders te pakken had.
De fabriek is in 1952 afgebroken doch werd iets verder van de straat af
vervangen door nieuwbouw. De opening in 1953 werd verricht door burgemeester
K.H.Gaarlandt. In de zestiger jaren
breidde de fabriek zich uit waardoor o.a. een woning aan de Melkweg, waar
lange tijd de familie Rappard had gewoond, werd afgebroken. Op dat moment
woonde de familie Veenstra er echter al.
Tegenover de fabriek stond het, door de aanwezigheid van een tramhalte
van de EDS, welbekende café van Van der Veen. Behalve personenvervoer deed
de tram ook dienst om de boter van de fabriek te vervoeren. De boter ging
o.a naar handelsonderneming "Normandia" in Sneek. Als de tram
richting Emmen reed, werd er een wagon bij het café achtergelaten om te
kunnen laden. Reed de tram uit Emmen terug richting Hoogeveen, werd de wagon
weer opgepikt.
Voordat er ook maar een pakje boter was geproduceerd diende de fabriek
van melk te worden voorzien. De koeien deden hun werk en de boeren
verzamelden dat in de melkbussen die ze aan de straatkant zetten. Deze
melkbussen werden dagelijks door de melkrijders van de fabriek opgehaald.
Harm Fokkens, Harm Hepping, Bé Meiering, Lucas Alberts, Douwe Veenstra en
Jans Jeuring zijn namen van melkrijders uit de jaren 50-60.
De melkrijders overhandigden ook de zakjes met melkgeld aan de boeren. Douwe Veenstra
had daar een speciale manier voor als de boer of boerin eens niet thuis was. Hij
stopte het zakje gewoon in de lege melkbus. Had de boer daar geen erg in als
de koeien waren gemolken dan kon er wel eens vreemd worden opgekeken.............
Dat de fabriek vlak naast de brug over het Oranjekanaal lag was in de
jaren '40-'45 voor de boeren "aan de andere kant" goed te merken.
Toen de brug was opgeblazen, konden de melkrijders de fabriek niet meer
bereiken en moesten de boeren zelf de melk naar de fabriek brengen. Ze reden
tot aan de noodbrug en droegen toen de melkbussen, maar ook de "pongen"
gewoon op de schouder naar de fabriek.
In 1950 begon aannemer Geert Scholtens uit Noordbarge met een verbouwing
en uitbreiding. Deze was noodzakelijk geworden door de samenvoeging in 1949
van de fabrieken in Noordbarge en Emmen die aan de Westenesscherstraat
stond. De melk van Emmen ging toen naar Noordbarge, de maalderij daarentegen
naar de "graanfabriek" aan de Westenesscherstraat. Daarbij kwam
het eveneens tot een uitwisseling van werknemers.
Kenmerkend voor de fabriek is nog steeds de 35 meter hoge schoorsteen.
Deze schoorsteen is gebouwd in juli, augustus 1950 door de firma De Ridder
uit Leiderdorp. Onaangename bijkomstigheid bij de bouw was dat op halve
hoogte de metselaar, de heer Bouwman, kwam te struikelen en beneden viel.
Hij kwam echter in een grote hoop los metselzand terecht. Een geluk waardoor
dat hij er goed vanaf is gekomen. Zo vertelde Frits Witting, zoon van oud
werknemer Arend Witting. Arend is zelf mee geweest hem naar huis te brengen,
helemaal in Brabant achter op een oud open vrachtwagentje. "Dat vonden
wij als kwajongens toch prachtig, daar helemaal naar toe" aldus Frits.
Op de terugweg mochten ze voorin naast de chauffeur zitten. Logischerwijze
was onze metselaar zo geschrokken dat hij niet meer naar boven durfde.
De bouw heeft daardoor een hele week stil gelegen. In de schoorsteen is
met witgeglazuurde steen de naam "Emco" ingemetseld.
In 1952 werd de oude (in de dertiger jaren (1935-1936) gebouwde)
korenmalerij geheel verbouwd tot melkontvangst. De schuine kap inclusief
"duiventil" werd geheel verwijderd en werden de muren enkele
meters opgetrokken. Dit is jarenlang te zien geweest aan de kleurverschillen
in de gevelstenen. Door deze verbouwing kwam er ruimte voor een tanklokaal.
Ondanks al deze verbouwingen en uitbreidingen was de productie gewoon
doorgegaan en kon in het voorjaar van 1953 de "nieuwe" fabriek
officieel worden geopend door de burgemeester K.H.Gaarlandt. De naam Emmer
Coöperatie (Emco) was een feit.
In 1965-1966 heeft achter de melkontvangst van de fabriek nogmaals een
uitbreiding plaatsgevonden welke fungeerde als melkinrichting. Dit was nodig
door bedrijfssluitingen in die jaren in Coevorden, Dalen, Exloo en Sleen. De
productie werd overgenomen door de fabriek in Noordbarge. De naam Cominzo
(coöperatieve melkinrichting Zuid Oost Drenthe)
komt dan in beeld. Niet lang daarna werd de flessenlijn afgestoten en werd er overgegaan
op papier en beker verpakkingen. De flessenlijn werd nog wel overgenomen
door de fabriek in Groningen. In deze jaren werd ook begonnen met de "krentjebrij
volgens grootmoeders recept", wat men nu kent onder de naam Bessola. De
octrooiraad had kennelijk wat problemen met de ondertitel "grootmoeders
recept" op het pak, waardoor de aanvraag de nodige problemen opleverde.
De fabriek in Noordbarge was toen al aangesloten bij Domo Beilen, in
feite een vereniging van melkfabrikanten, maar deze samenwerking met de
Domo, met een verkoopafdeling in binnen en buitenland, nam een steeds
verdergaande vorm aan. Algehele gezamenlijke exploitatie was het gevolg.
Uitwisseling van producten en daardoor grotere en rendabeler hoeveelheden,
hetgeen tot besparingen moest leiden. De medezeggenschap van de individuele
melkleveranciers had daarna praktisch geen inhoud meer al dacht men nog van wel.
Zuivelfabriek Cominzo heeft nog tot 31 december 1988 geproduceerd. Toen
moest het haar poorten, zoals al vele zuivelfabrieken haar waren voorgegaan,
sluiten. Begin oktober 1988 verkocht de eigenaar, Frico Domo, haar voor fl
550.000,- aan de handelsonderneming Nutrimul. Deze liet over de van ver
zichtbare naam Emco op de schoorsteen, beplating aanbrengen met haar eigen naam.
Nutrimul verkocht de fabriek in 1992 door aan de maatschappij A.D.M.,
waarna deze het weer een jaar later doorverkocht aan Henk Smit, eigenaar van
"De Giraf".
Het gebouw raakte, mede door vandalen, behoorlijk in verval en, hoewel
buiten gebruik, ontstond er in 1995 nog een grote brand in het
koelcelgedeelte van het complex. De verzekering was kennelijk niet op de
hoogte dat de productie al lang stil lag, want in 1998 vond er nog een
onderzoek plaats naar de "productieschade".......
Plannen uit 1996 voor woningbouw op het terrein redden het niet. De
fabriek kwam in handen van bouwbedrijf Zomers uit Klijndijk en gelukkig
bleven niet alleen de oude gevels bewaard. Ook de "aole piepe"
bleef in tact. Hulde aan hen die het toekomt.
|