|
Kadastrale kaart anno 1916.
|
Bebouwing 1916 (vier opstallen):
- sectie C4986, eigendom van Hendrik van Veenen.
- sectie C5262, eigendom van ?
- sectie C5063, eigendom van ?
- sectie C3725, eigendom van ? Opstal komt voor op kaart 1880.
Zie hiervoor Oosterstraat.
|
|
|
In een besluit van 8 april 1925 heeft de raad op verzoek van de "Handelsvereeniging
alhier" voor het eerst namen gegeven aan straten en wegen in het dorp Emmen. Bij de
uitvoering van dit besluit bleek het voor de praktijk echter noodzakelijk de begin en eindpunten
hiervan nauwkeurig vast te leggen en tevens enkele aanvullende straatbenamingen op te nemen. Dit
werd in de openbare vergadering van 30 augustus 1928 vastgelegd. Op 5 februari 1931 besloot de
gemeenteraad dit besluit te wijzigen en werd de Parallelweg als volgt gedefinieerd:
- Parallelweg:
"de omschrijving van den Parallelweg zal voortaan zijn: Vanaf de zuidzijde van de
Boschlaan bij perceel sectie C no 4987 (K.Kooiker) langs de oostzijde van de N.O.L.S. tot de
zuidelijke grens van perceel sectie C no 3725 (eigenaar A.Bartels)."
Het pad, sectie C3268 en eigendom van de Markegenoten van Emmen en Westenesch, vormde omstreeks 1880 de
westelijke grens van "De Veenkamp". Na de aanleg van de spoorlijn Emmen-Zwolle, geopend
in 1905, liep de weg parallel aan de spoorlijn waaraan de naamgeving van deze weg (in 1928)
is ontleend.
|
|
Overzicht van de werkzaamheden in 1939.
De voormalige Boksloot op het industrieterrein
Bargermeer dat het rioolwater van de "stinksloot"
afvoerde.
|
De Emmer Courant van 18 augustus 1939 besteedde in een uitgebreid artikel
aandacht aan de zogenaamde "stinksloot". Deze sloot was feitelijk
een open riool gelegen tussen de spoorlijn en de Parallelweg. De stinksloot
voerde al het rioolwater af uit de rioleringen van de Hoofdstraat,
Westenesscherstraat, Noorderstraat, een gedeelte van de Weerdingerstraat,
Stationsstraat, Boschlaan, Allee en J.B.Kanstraat. Vanuit de stinksloot kwam
het rioolwater in de Boksloot (op het huidige industrieterrein Bargermeer)
terecht die het kanaalwaarts afvoerde.
"Men kent de lijdensgeschiedenis van van de stinksloot die
eenige jaren lang al het vuile water van Emmen's dorpskern moest verwerken.
De sloot die een ergernis was voor de nabijwonenden en hen die de straat
gebruikten waarin ratten en ander ontuig een paradijselijk leven hadden,
maar wier aanwezigheid een troebele bron van allerlei gevaren beteekende."
Eén van de problemen was dat de rioolinhoud in de stinksloot bezonk.
Omdat het hoogteverschil te gering was voor een goede afwatering moest het
rioolwater in de stinksloot regelmatig verpompt worden. Het afgezonken
stinkende slib lag vervolgens in de open lucht op de bodem van de sloot. Een
paar maal per jaar werd de sloot uitgediept, hetgeen van de berm een grote
mestvaalt maakte en waardoor de naam stinksloot ontstond.
Een ander probleem, dat eveneens door het geringe hoogteverschil werd
veroorzaakt, speelde met name in de Allee. Bij een grote toevloed raakte het
buizenstelsel daar vol, waardoor de putdeksels oplichtten en waardoor er er
een ondraaglijke stank werd veroorzaakt.
Om de problemen het hoofd te bieden werd in 1939 een riool aangelegd
zodanig dat de buizen op het eindpunt 3,5 meter diep lagen. Op dat punt werd
een bezinkingskelder gebouwd met twee elektrische zuig- perspompen van 10 en
5 PK, die geheel automatisch in werking traden als het rioolwater in de put
een bepaald niveau had bereikt.
Na de aanleg van het rioolsysteem werd de stinksloot gedempt.
|
|


|
- 1880 sectie C3223, bestaande uit bouw- en hooiland, eigenaar Gerrit Koops.
- 1916 sectie C4986. H.van Veenen.
- 19xx-19xx Stichting op Maat.
- 19xx-20xx Sedna.
Van de boerderij op de foto zijn geen goede exemplaren bekend. Geplaatste foto is een extreme
uitvergroting van een overzichtsfoto.
In deze boerderij woonde Hendrik van Veenen met zijn gezin. Hendrik was één van de zes kinderen
van de ondernemer Wietse van Veenen (1856-1940) en (Hendrikje) Hendrekien Lubbers (1858-1949). Geen
van deze kinderen zou hun vader volledig opvolgen als bakker.
Hoewel Hendrik in 1901 nog aangaf bakker te zijn, zou hij zich gaan toeleggen op het boerenvak.
Hij oefende zijn beroep uit in een boerderij die tussen 1880 en 1916 kwam te staan in De Veenkamp
op het kadastrale perceel sectie C4986.
Hendrik van Veenen (1878-1952) huwde in 1901 met Ebelina Bron geboren te Onstwedde. Uit dit huwelijk
kwamen vijf (mogelijk zeven?) kinderen voort. Eén van deze kinderen was Wietse (*1901), genoemd naar
zijn grootvader. Hij werd grotendeels door zijn grootouders opgevoed en het lag voor de hand dat
hij zijn opa zou opvolgen als bakker. Hij toonde grote interesse in het bakkersvak en het was dan ook
een kwestie van tijd dat hij de bakkerij van grootvader zou overnemen.
|
|


|
- 1880 sectie C3227, bestaande uit bouwland, eigendom Luchien Harms te Angelsloo.
- 1916 sectie C5262, eigendom van ?
Van de boerderij op de foto zijn geen goede exemplaren bekend. Geplaatste foto is een extreme
uitvergroting van een overzichtsfoto.
Op de plaats van de boerderij staat tegenwoordig een woning met
huisnummer 32. Het huis is voorzien van de Romeinse cijfers MCMLX hetgeen
1960 betekent, het vermoedelijke bouwjaar van de woning.
|