|
Westenesch:

|
|
|
|
|
|
Inleiding:

|
|
|
|
Westenesch is één van de boerendorpen op het zuidelijkste deel van de Hondsrug ten westen
van Emmen, waar nog de uitstraling van een oud boerendorp is te zien. Tussen Westenesch en
Emmen ligt de es waaraan het dorp haar naam dankt; ten westen van de es.
|
|
|
Prehistorie:

|
|
|
Hunebed D42
Hunebed D44
|
Duizenden jaren geleden werd het gebied rond Westenesch al bewoond. Dit is te herleiden aan
de hunebedden die er liggen. Westenesch bezit het enige particuliere hunebed in ons land
en ligt op de grond van de familie Houwing.
|
|
|
Geschiedenis:

|
|
|
|
Bij de stichting van de St Catharina vicarie in de kerk van Gasselte op 5
mei 1362 schonk de stichter ervan een rente van 5 mudden rogge jaarlijks op
het Alkinckhuus tot Westenesch. (O.S.A.I-378)
Een andere oorkonde uit 1362 spreekt van het
"Westenessche land". In 1426 werd er gesproken over
"de buurtschap Westenesch". Waarschijnlijk woonden de eerste bewoners van
Westenesch rondom de grote brink aan de huidige Westenesscherstraat.
In het verslag van een in 1564 gehouden goorspraak, wordt geschreven over een
zekere "Jan Wekinge toe Westenessche" die veen gehuurd zou hebben van Henrick
Nijenhuis.
Het latere Westenesch was oorspronkelijk een filiaaldorp van Emmen.
Westenesch is ontstaan doordat bewoners van Emmen zo rond de dertiende eeuw een
stuk land in gebruik namen ten westen van de Emmer es. Na de negende eeuw
gebeurde het vaker dat een aantal bewoners van een dorp even buiten hun
woonplaats gingen wonen. Zo is ook Zuidbarge ontstaan als filiaaldorp van
Noordbarge en Roswinkel als filiaaldorp van Weerdinge. Westenesch is echter
minder oud. Het bleef geheel op Emmen aangewezen en werd minder zelfstandig dan
beide andere filiaaldorpen.
|
|
|
Oranjekanaal:

|
|
|
Personeel van de betonfabriek Meijer. Uiterst links met pet is Jan Tabak. Uiterst
rechts met hoed Hendrik Meijer.
|
Rond 1850 kwamen de eerste plannen voor het graven van het Oranjekanaal door
de Drentsche Veen en Middenkanaal Maatschappij. Dit kanaal kwam ook langs
Westenesch te liggen. Dit was voor de buurtschap erg van belang. Er kwam immers
een “belangrijke verkeersader” bij. Het graven van het kanaal bracht echter
veel moeilijkheden met zich mee. In het begin waren er constant problemen met de
waterstand en men moest zich tot het uiterste inspannen om het kanaal bevaarbaar
te houden. Eén van de maatregelen die genomen werd was het bouwen van een
sluis, sluis IV. Hiernaar is de huidige Sluisvierweg genoemd. Deze sluis lag
waarschijnlijk ter hoogte van het huis aan de tegenwoordige Sluisvierweg nr.16.
De sluis deed dienst van 1857 tot ongeveer 1892. In 1875 kwam er zelfs een
stoomgemaal! Waar deze heeft gestaan weten men niet precies, maar waarschijnlijk
zal het in de buurt van de sluis geweest zijn.
Dankzij het Oranjekanaal werd Westenesch per schip bereikbaar. Middels de
nieuwe waterweg kon o.a. kunstmest en stratendrek worden aangevoerd. Aardappelen
werden verscheept naar o.a. Nieuw Amsterdam. Vanaf daar ging het transport
verder het land in.
Rond 1941 opende betonfabriek Meijer haar deuren in Westenesch. Hierdoor werd
het drukker op het Oranjekanaal, want zand, grind en cement werden toen veelal
nog per schip aangevoerd. In 1942 werd er daarom een laad en loskade gebouwd. In
de betonfabriek van Meijer werden vele producten gemaakt zoals gierkelders,
regenbakken, beerputten, trottoirbanden, betontegels en zelfs grafkelders. De
betonfabriek heeft sociaal en maatschappelijk veel betekend voor Westenesch. In
1986 werden de gebouwen en terreinen van betonfabriek Meijer verkocht. De
fabriek werd verplaatst naar Veenoord.
|
|
|
Westenesschersteeg - straat:

|
|
|
De Westenesschersteeg
Geheel links is de Gereformeerde kerk aan de Vreding nog net te zien. Rechts staan
een tweetal huisjes op de vroegere grond van de familie Meertens. Achteraan de molen van
Hovenkamp.
De steeg werd een straat.
De pastorie, die op de linkerfoto achter het bladerdek van de bomen verscholen is,
is hier zichtbaar.
|
Tussen Emmen en Westenesch lag de Westenesschersteeg, nu Westenesscherstraat.
De kinderen woonachtig aan het Noordeind in Emmen werd het vroeger verboden om
's avonds in het donker door de steeg te gaan. Om ze angst in te boezemen werd
hen verteld dat daar dan een "veulen zonder kop" rondliep. De jongste
kinderen geloofden dat natuurlijk en bleven uit de buurt!
In een besluit van 8 april 1925 heeft de raad op verzoek van de "Handelsvereeniging
alhier" voor het eerst namen gegeven aan straten en wegen in het dorp
Emmen. Bij de uitvoering van dit besluit bleek het voor de praktijk echter
noodzakelijk de begin en eindpunten hiervan nauwkeurig vast te leggen en tevens
enkele aanvullende straatbenamingen op te nemen. Dit werd in de openbare
vergadering van 30 augustus 1928 vastgelegd:
- Westenesccherstraat: (noot: in het originele besluit staat
Westenesccherstraat geschreven)
"Vanaf de oostelijke grens van perceel sectie C no 5802
5941 (Gfam.Meertens) tot de grensscheiding tusschen de dorpen Emmen
en Westenesch; sectie C no 760, een punt gelegen in het verlengde van de westgrens van
genoemd perceel in de Westenes(s)cherstraat." (noot: in het originele
besluit staat de (s) er als correctie half boven)
Aan beide kanten van de steeg lag een wal begroeid met hulst, sleedoorn,
braam en kamperfolie. Deze wallen kwamen goed van pas bij de veedrift, doch in
de wintermaanden zorgden ze voor overlast omdat de sneeuw er in gemakkelijk
tussen bleef liggen. Alle boeren moesten er bij sneeuwval aan te pas komen om de
weg naar Emmen vrij te houden. In 1925 is de oude keienbestrating vervangen door
asfalt. De wallen met begroeiing door bermen met perenbomen.
|
|
|
Graanfabriek - melkfabriek:

|
|
|
De oudst bekende foto van de fabriek te Westenesch.
|
Lange tijd was onbekend welke fabriek op de foto was afgebeeld. Het blijkt de "Stoom
korenmaalderij" aan de Westenesscherstraat te zijn die kennelijk was gevestigd in het achterste
gedeelte van het dubbele fabriekspand.
Gelet op het uiterlijk zou het voordien twee woningen geweest kunnen zijn.
Vooraan, in het gedeelte met dakkapel is de "Coöp. zuivelfabriek" gevestigd.
|
|

|
Op de borden aan de gevels staat aangeven:
- Vooraan (met puntdak): "Stoom korenmaalderij".
- Achteraan (met dakkapel) "Coöp. zuivelfabriek".
|
|

|
Hoewel het lijkt dat de schoorsteen van de melkfabriek in Noordbarge is te zien is dit de
graanfabriek aan de Westenesscherstraat.
De foto is genomen van de achterkant. Links staat de dubbele woning waar de families
Hollander en Ten Brink woonden.
Achter de fabriek staat een aanbouw t.b.v. de melkventers, de ijsbereiding, de
ijsstaven, etc.
Verder naar achteren de overkapping voor verschillende bestemmingen en nog verder naar
achteren staat de werkplaats voor de machinist met opslagruimte.
Op beide foto's van de graansilo is bovenop het dak een opbouw zichtbaar.
De opbouw was een houten hokje waarin tijdens WO II een soldaat zat, die per
telefoon verbinding had met het kantoor, het wachtlokaal, beneden.
Vermoedelijk had de uitkijkpost, die geplaatst werden op de hoogste daken,
zicht op de grote zender op de es er tegenover. Jongelui, die in de oorlog
nabij woonden, haalden bij warm weer wel eens limonadegazeuse voor de
mannen. Die koste bij café Meertens een kwartje, doch bij Grootjans slechts twee dubbeltjes.
Dat wisten de Duitsers niet zodat de jongelui iets konden verdienen.
Na de oorlog heeft het hokje nog dienst gedaan als bosbrandwacht.
De opbouw heeft zeer waarschijnlijk geen dienst gedaan als luchtwachtpost.
Na uitvergroten van de foto is te zien dat de opbouw van een dak is
voorzien. Dit kan bevestigen dat er ten tijde van de foto geen luchtwacht in
gevestigd was omdat luchtwachtposten vrij zicht op de lucht moesten hebben.
|
|
|
Beroepen rond 1650:

|
|
|
|
Van 1642 tot 1654 kende Westenesch de volgende beroepen: landbouwers, 1 schoenmaker, 1
hoedenmaker, 1 scheper en was daarmee voornamelijk een landbouwersbevolking. Ambachtslieden
waren hoofdzakelijk geconcentreerd in het kerkdorp Emmen. Het kerspel Emmen met haar
omliggende dorpen was als geheel een economische eenheid, en ingesteld op volledige
zelfvoorziening.
|
|
|
Bezittingen in 1654:

|
|
|
|
In 1654 waren in Westenesch 15 gezinshoofden met vermogen, waaronder 1 pachter. Eén
vermogen behoorde aan de boer van Emmen en Westenesch (markebezit). Er kwamen geen armen
voor.
| vermogen (in car.gulden) |
aantal bezitters |
| tot 500 |
4 |
| 500-1000 |
1 (pachter) |
| 1000-2000 |
2 |
| 2000-4000 |
- |
| - |
- |
| 4000-5000 |
3 |
| 5000-6000 |
3 |
| 6000-7000 |
2 |
| 7000-8000 |
- |
| 8000-9000 |
1 |
|
|
|
Grondschattingen:

|
|
|
|
Uit grondschatting registers kunnen gedetailleerde gegevens over de economische toestand
van de dorpen in de 17e eeuw worden gehaald.
Als gevolg van de grondschattingen werden vele bezwaarschriften ingediend bij
Drost en Gedeputeerden. Ingezetenen of hele buurtschappen waren van mening, dat
hun gronden of huizen veel te hoog geschat waren voor de belastingen.
Ingezetenen van Emmen en Westenesch waren van mening, dat hun landerijen en
waardeel te hoog "geastimeert"
(lees: vastgesteld) waren. Het land aan De Runde wilden ze verlaagd zien tot 25
car. gulden per dachwerck "ende dat ten Respecte,
dat men het naulyx omme het darde ofte veerde Jaer kan winnen als synde in een
seer vuill Vene gelegen, 't welcke niet dan bij groete droechten kan gebruecket
worden". Alleen in droge zomers is het blijkbaar bereikbaar.
"Die Ingesetenen van Suet ende Noertbargen verklaren dat sij
oerdelen dat haere Wardielen nae die Wardije ende nae de hoegeste toep daervan oijt gewest
sijnde bij openbaere Uitmijninge behoeren gestelt te worden op twalff hondert
Caroly-gulden".Het is later op tweeduizend vastgesteld.
Uit een nog iets later bezwaarschrift van Emmen en Westenesch: ".....
die kleinheit ende mede de onvruchtbaerheit van haere groenlanden, ende dat sij
hebben haere marcke gescheiden in achte parten waervan een yder part naulyx
Vertich dachmaet groet is. Waarvann oock een seer groot deell bestaande is uit
heitland ende dorre onvruchtbaere hoechten, jae ten dele mit buschen hulten ende
bulten beloepen. Item dat haer holt seer weinich is ende haere venen vuill ende
onvruchtbaerheit". ".....dat haere Hoylanden doorgaens seer slecht
ende onvruchtbaer sijn .....". De buurtschappen boden
"eene oculare inspectie ende besichtinge ter gelegene tijd" aan
H.H.Ridderschap en Eigenerfden aan. Aan de betrouwbaarheid van de gegevens valt
dan ook weinig te twijfelen.
In het Drents Plakkaatboek no. 464 staat een Besluit van Ridderschap en
Eigenerfden tot heffing - naast andere belastingen - van een grondschatting,
gedagtekend 16 februari 1630.
- 3 volle ommeslagen
- Grontschattinge, coemende op den driehondertsten penninck.
De ommeslag was een schatting, welke van de bezaaide landerijen werd
gevorderd. Volgens de Tegenwoordige Staat van Drenthe (I, blz. 89), werd van
iedere mudde land, 160 vierkante roeden groot, jaarlijks in ieder paaij omslagen
3 stuivers betaald en werden er toen (in 1795 sedert enige jaren) drie zodanige
paaijen uitgeschreven (11).
In de registers van 1654 komen de bedragen voor van het bezit in de dorpen.
De belastingen werden kerspelgewijs geïnd. Het kerspel werd voor een bedrag
aangeslagen en de inwoners moesten zelf de lasten maar verdelen. Uit aanvullende
registers uit de 18e eeuw blijkt dat men niet alle bezitsveranderingen van
personen heeft genoteerd, maar slechts de bezitsvermeerderingen per dorp of
kerspel. Pachters betaalden 1/3 van de belasting, waarvoor hun gepachte
boerderij was geschat. De eigenaar van het verpachte nam 2/3 voor zijn rekening.
| 't Carspel Emmen. |
| |
car. gulden |
stuivers |
penningen |
| Emmen |
91833 |
8 |
8 |
| Westenesch |
56191 |
8 |
8 |
| Weerdinge |
51999 |
4 |
0 |
| Noortberge |
93678 |
13 |
0 |
| Suitberge |
52133 |
12 |
8 |
| Somma totalis |
345836 |
6 |
8 |
" 't gehele Carspel Emmen is geestimeerd op 345836 - 6 - 8 daervan de 900e
penninck ofte een paije Grontschatting d' somma van 384 - 5 - 4, zijnde alsoo ijder paije
grontschatting over 't gehele carspel d'sa van 384 - 5 - 4". Voor de 300e
penninck dus 3 ommeslagen per jaar.
Het aantal huizen (huisjes) in 1645 in het carspel Emmen, welke in de
registers voorkomen, was als volgt:
- Emmen: 38 huizen en 1 huisje "arm". 8 huizen bestonden uit 10
gebinten of meer, Lippinge- en Hunningehoff zonder huis en nog een woeste
hof, waarvan de naam niet wordt genoemd.
- Noordbarge: 22 huizen en 1 huisje "arm". 13 huizen met 10 gebinten
of meer. Hovingehoff lag woest, "alleen een timmertien".
- Angelsloo: 1 huis met 11 gebinten.
- Zuidbarge: 14 huizen, waarvan 10 met minstens 10 gebinten.
- Den Oever: 1 huis met 10 gebinten.
- Westenesch: 13 huizen, waaronder 3 huizen met minstens 10 gebinten.
- Weerdinge: 12 huizen, waaronder 5 huizen met minstens 10 gebinten. Verder lag
een huurhoff (domeingoed) woest. De naam ervan werd niet genoemd.
Uit aanvullende registers uit de 18e eeuw blijkt, dat er in verschillende
dorpen wel nieuwe huizen zijn gebouwd, maar dat daarentegen vele oude huizen
werden afgebroken. De gebinten van deze oude huizen werden bij de nieuwe bouw
weer gebruikt. Ook is gebleken dat gebinten werden verkocht naar andere dorpen.
Van een vermeerdering van het aantal huizen was slechts in geringe mate sprake.
|
|
|
Boeken:

|
|
- "Westenesch door de eeuwen heen", door
|
|
|
Bronvermelding:

|
|
- "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst III" door H.T.Buiskool.
- "Toen verkeerslichten nog ontbraken" door B.J.Mensingh.
Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90.75115.12.1
- "Westenesch, door de eeuwen heen" door
- "50 jaar Zuivelcoöperatie" Bond van coöperatieve zuivelfabrieken in Drenthe 1897-1947. Samengesteld door Tj.W.Boijenga, secretaris.
- A.Huizing (OSA I-378), januari 2013.
- De heer W.F.ten Brink, januari 2013.
- Foto's:
|