|
De molen van Hovenkamp vanaf Westenesch gezien. De beschreven wal is aan de linkerkant
van de weg goed te zien. Hoewel het gebied rond de molen buiten Westenesch lag werd het
wel tot Westenesch gerekend.
De molen van Hovenkamp vanaf de es gezien. Op de achtergrond zijn nog enkele woningen
aan de "steeg" te zien.
De Westenesschersteeg
Geheel links is de Gereformeerde kerk aan de Vreding nog net te zien. Rechts staan een tweetal huisjes
op de vroegere grond van de familie Meertens. Achteraan de molen van Hovenkamp.
|
Geert Hovenkamp (1810-1891) heeft wellicht eerst naast de familie
Hoving (#1 en #2 op kaartje Emmen) gewoond,
in het huis waar daarvoor zijn oom Jan, en
later zijn aangetrouwde neef Jan Meertens had gewoond. Hij trad veel op bij
geboorteaangiften en maakte de tiendaagse veldtocht in 1831 mee. Hij werd eind
1838 uit dienst ontslagen. Geert was van oorsprong timmerman, maar werd
gaandeweg (in 1860 toen zijn vrouw Aaltien overleed) tevens logementhouder. Hij
had in 1842 op een openbare verkoping een huis en een tuin gekocht van Willem
Alberts (#44
op kaartje Emmen). Volgens de aantekeningen in het kadaster is hij op deze
plaats, huidige hoek Hoofdstraat Noorderstraat, voortdurend aan het bouwen en
verbouwen geweest. Zodoende stonden daar in 1873, toen de erfenis van zijn
eerste vrouw verdeeld werd, drie huizen. Eén kreeg hij zelf, evenals een huis
in Noordbarge waar hij in 1876 woonde, het tweede huis ging naar Hindrikje (en
na haar dood weer naar haar vader) en het derde huis, het logement, naar zijn
zoon Egbert (1840-1900).
Behalve huizen bouwde Geert Hovenkamp ook molens en scholen. In
gemeenteverslagen uit 1859 van de gemeente Emmen wordt melding gemaakt van een
brief over Hovenkamp en het bestek van de scholen te Vastenow en Weerdinge waar
hij bij betrokken was. In 1860 werd bij notaris Oosting de verkoop van een molen
in Vastenow geregistreerd. Verkoper was Geert Hovenkamp, logementhouder. Er was
geen titel van aankomst, hetgeen betekent dat hij hem zelf had gebouwd. De
prijs, inclusief wat land, was f 3550,-. De molen was verkocht aan Wolter Everts
uit Zuidbarge. Deze had het geld echter niet, waarop Geert Hovenkamp hem dat
leende. Omdat Everts het geld niet kon opbrengen werd de molen weer overgedaan
aan de oorspronkelijke eigenaar. Op 28-03-1871 stond in de Prov.Drentse &
Asser Courant een advertentie van Geert Hovenkamp waarin de windmolen in Nieuw
Dordrecht te koop werd aangeboden. De molen werd enkele weken later aan J.H.Geertsen
verkocht voor f 3000,-. De overdracht van deze molen gebeurde per akte bij
notaris Oosting, dd.13-04-1871. In 1877 brandde de molen aan de Vastenow af en
werd niet herbouwd.
In 1867 bouwde Geert Hovenkamp een tweede molen aan de (toenmalige)
Westenesschersteeg onder de voorwaarden dat de bouw binnen een jaar gereed zou
zijn en de molen minstens 20 ellen van de openbare weg zou staan. Het geld
daarvoor kwam uit de erfenis van zijn vrouw Aaltien, die in 1860 was overleden.
De vier kinderen uit het eerste huwelijk van Geert waren ieder voor een achtste
gerechtigd tot de erfenis van f 11.000,-. De helft (f 5.500,-) ging naar hun
vader Geert Hovenkamp. De kinderen konden ieder over een achtste (f 1.375,-)
beschikken. De erfenis werd, zoals hiervoor beschreven, pas in 1873 verdeeld.
In 1876 liet hij een testament maken, waarin geen molen genoemd werd. Hoewel
hij wel molens bouwde zijn er geen aanwijzingen dat Geert ooit molenaar is
geweest. Hij heeft de molen vermoedelijk laten bouwen voor zijn zoons Jan en
Egbert die samen (waarschijnlijk) genoeg geld hadden voor een molen.
In 1877 vertrok hij met de twee kinderen Aaltien en Geert, uit zijn tweede
huwelijk, naar Assen.
Zijn zoon Egbert Hovenkamp werd geboren op 28 maart 1840 te Emmen. In
1866, bij de verdeling van de erfenis van de vader van Geert, woonde Egbert in
Veendam als molenaarsknecht. Egbert trouwde op 23 juli 1870 in Emmen met Maria
Cornelia van Drongelen (geboren 19 april 1840 in Warffum, wonende Ter Haar
gemeente Vlagtwedde, dochter van een hoofdcommies). Als beroep van Egbert stond
molenaar vermeld. Om onbekende redenen was zijn vader Geert niet aanwezig bij de
huwelijksvoltrekking.
Wel aanwezig bij het huwelijk van Egbert en Maria Cornelia was Herman
Strick, afkomstig uit Duitsland, oom van Egbert en molenaar te Weerdinge. Hermann
Strick en Geert Hovenkamp waren getrouwd met twee zusjes Hoving. Geert (her)trouwde
in 1862 met Teorina Hoving, Hermann trouwde in 1864 met Hinderkien Hoving. De beide
bruiden waren dochters van Geert Hoving en Willemtje Wesseling.
Het is aannemelijk dat Egbert ook molenaar werd van de molen in Westenesch, die
in 1867 door zijn vader was gebouwd. Bij de geboorte van zijn dochter Aaltien in 1871
en bij de geboorte van zijn zoon Hendrik Cornelis in 1874 gaf hij als beroep op
molenaar te zijn. In 1881, bij de geboorte van zoon Geert, was hij echter logementhouder.
Dat hangt samen met het vertrek van Geert Hovenkamp naar Assen in 1877, na de
dood van vrouw Theorina in 1872 en daarna van zijn dochter Hinderkien in 1776.
In de "herziening grondbelasting" van 1880 staat aan de weg naar
Westenesch een Koornmolen aangegeven met ernaast een stukje bouwland als
eigendom van Egbert Hovenkamp. Dat was echter een onjuiste toedeling, de molen
en het stukje land stonden op naam van zijn broer Jan Hovenkamp en
consorten. Vermoedelijk was Egbert toen dus mede-eigenaar. Jan Hovenkamp
(1845-1893) was evenals zijn broer eerst molenaar in Emmen, (waarschijnlijk
Westenesch) maar vanaf 1878 in Odoorn. Hij eindigde zijn leven, gelijk zijn
broer, als logementhouder, echter te Musselkanaal.
In 1890 brandde de molen aan de Westenesschersteeg af.
"Emmen, Nadat eind juli 1890 een van onze twee
windkorenmolens, die van E.Hovenkamp, in vlammen was opgegaan, kreeg de andere
molen het uiteraard druk, waardoor er wachttijden ontstonden. Maar binnenkort
wordt de nieuwe molen van Hovenkamp in gebruik genomen. Die komt uit Borger,
waar hij afgelopen herfst is afgebroken. Onze boeren hebben verschillende
tochten moeten maken om alle hout- en ijzerwerk per as naar hier te vervoeren,
terwijl ook bij het zgn richten, waarvoor ze enige morgens achter elkaar door
het boerhoorn werden geroepen, hun diensten werden vereist. De leiding had
molenmaker Vlieghuis uit Borger, aan wie een woord van lof toekomt." (Bron:
Drentse Courant van 15 januari 1890)
De Drentse Courant van 15 januari 1891 meldde dat "de andere
molen het uiteraard druk kreeg, waardoor er wachttijden ontstonden" omdat
de boeren genoodzaakt waren hun rogge naar de andere, verder af gelegen,
molen te brengen. Dat gaf voor de Westenesscher boeren langere rijtijden. In
dee Provinciale Drentsche en Asser Courant van 14 januari 1891 is te lezen
dat dit door een zeer vriendschappelijke samenwerking werd opgelost. "In
eene vergadering werd besloten dat voortaan ieder op zijn beurt met den
wagen alle koren naar den molen moest brengen en alle meel mede terug moest
nemen." Alle boeren namen daaraan eensgezind deel zonder
onderscheid des geloofs.
|
|
|
In 1891, een jaar na de brand, was de oorspronkelijke molen aan de
Westenesschersteeg vervangen door een molen uit Borger. Jan Hovenkamp overleed
in 1893. Na de dood van Egbert in 1900 kwam de molen in 1902 in bezit van zijn
weduwe, Maria Cornelia van Drongelen. Zij verkocht de molen in 1906 aan
Lambertus Betting, molenaar te Hijken, later te Emmen.
Lambertus Betting verkocht de molen "De Huisvrouw" aan de
Westenesschersteeg in 1911 aan Jan ten Brink, die het molenaarsvak van zijn
vader Hendrik Jan ten Brink, molenaar op de molen " 't Fortuin" in
Meppel had geleerd.
In 1919 brandde de molen wederom af. Op 24 juli 1919 stond in de krant dat de
molen aan de Westenesschersteeg wederom in brand stond. Volgens het artikel was
het een waar spektakel en waren honderden toeschouwers getuige van het gebeuren.
De krant: "Door de ontstane vonkenregen werden de
omstanders gedwongen afstand te nemen. Het aan de molen gebouwde huisje en de
nevengebouwtjes waren ook een makkelijke prooi voor de vlammen. Een brandend vat
teer zorgde voor een dikke zwarte rook. Even was er vrees voor het, door twee
gezinnen bewoonde, aangrenzende huis van de weduwe Mensingh. Het huis was reeds
ontruimd en de bewoners waren op het ergste voorbereid. Dankzij de gunstige wind
en de snel ter plaatse gekomen brandweer, die met waterstralen het huis nat
hielden, werd het huis gespaard. Toch was de ramp voor molenaar J.ten Brink
groot. Hij had de molen voor fl. 5000.- in de onderlinge molenverzekering
verzekerd, terwijl van zijn inboedel zo goed als niets overgebleven was. De
andere inboedels waren gedeeltelijk gered. Over de oorzaak van de brand tast men
nog in het duister. De molen werd bewoond door twee gezinnen. Onder woonde het
gezin van de molenaar J.ten Brink en boven dat van J.Gröniger. De brand
ontstond in het bovenste gedeelte. Met moeite had de molenaar zich door de rook
een weg kunnen banen naar boven om de wieken stil te zetten. Het aan de molen
gebouwde huis werd bewoond door J.Kroeze. Drie gezinnen zijn dus dakloos
geworden, en dat wil wat zeggen in deze tijd. Als een ruïne staan de muren nog
overeind. Naar we horen is het juist 30 jaar geleden dat de molen, destijds
eigendom van E.Hovenkamp, eveneens afbrandde."
Jan ten Brink woonde ten tijde van de brand in 1919 samen met zijn vrouw Anna
Francina Jonkers en hun zoon Jan Engbert in het onderste deel van de molen met
als adres: Emmen wijk C huisnummer 10b. Hun andere kinderen waren toen de deur
al uit of overleden.
- kind 1: Hendrik Jan ten Brink (1882-....) x (1907) Lutske Prins
- kind 2: Willem Frederik ten Brink (1884-....) x 1902 Henderika Bruins.
Willem Frederik zou later de wieken van
de molen in Weerdinge laten draaien.
- kind 3: Barend ten Brink (1886-1886)
- kind 4: Jantje ten Brink (1890-....) x Johannes Gröniger.
Jantje ten Brink woonde met Johannes Gröniger boven in de molen ( Emmen wijk E
huisnummer 227) en verhuisden in december 1919 naar Nieuw Weerdinge. Ten tijde van
de brand hadden ze zes kinderen. Jan Kroeze woonde in het huisje naast de molen. Hij
was gehuwd met Janna Kruit, was landbouwer, en woonde ten tijde van de brand met vijf
kinderen op het huisnummer 26 te Westenesch. Na de brand verhuisde hij naar eveneens
naar Nieuw Weerdinge.
- kind 5: Aaltje Margrieta ten Brink (1890-....) x 1913 Reinder de Boer
- kind 6: Barend ten Brink (1893-1914)
- kind 7: Aaltje ten Brink (1896-1897)
- kind 8: Jan Engbert ten Brink (1897-....)
Hij woonde volgens het krantenartikel met z'n ouders in de molen toen deze afbrandde.
|